IT 2564

Bitcoinhandelaren hebben welbewust risico's genomen dat bitcoins van misdrijven afkomstig waren

Rechtbank Midden-Nederland, 3 april 2018, IT&R 2564; ECLI:NL:RBMNE:2018:1180 (Bitcoinhandel) Zes mannen zijn veroordeeld voor het witwassen van bitcoins met een waarde variërend van 1 ton tot 10 miljoen euro. De verdachten in het NOCIS-onderzoek zijn onder te verdelen in twee groepen: de bitcoinhandelaren, tevens de hoofdverdachten, en hun klanten. De hoofdverdachten namen bitcoins aan van hun klanten en zetten deze via een netwerk van rechtspersonen om in grote contante geldbedragen. De contante bedragen werden in openbare gelegenheden aan de klanten overhandigd. Hiervoor werd een ongebruikelijk hoge commissie in rekening gebracht. De hoofdverdachten controleerden niet waar de bitcoins vandaan kwamen en kunnen daarover ook geen uitleg geven. Hoewel de hoofdverdachten de bitcoinhandel niet zijn begonnen met een crimineel oogmerk, hebben zij welbewust risico’s genomen waarbij zij zich moesten realiseren dat het ging om bitcoins die van misdrijf afkomstig waren en dat zij hiermee de onderliggende criminaliteit faciliteerden.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van [verdachte] , zoals ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, overweegt de rechtbank als volgt.

[verdachte] heeft samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gedurende ruim anderhalf jaar een gewoonte gemaakt van het witwassen van ruim tien miljoen euro en een grote hoeveelheid bitcoins. In ruil voor aanzienlijke contante geldbedragen ter hoogte van ruim zeven miljoen euro, hebben verdachten tegen een hoge provisie bij hun klanten bitcoins ingekocht. Een groot deel van die verkregen bitcoins is vervolgens bij Bitonic ingewisseld. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben, ook in het buitenland, op eigen en andermans naam een groot aantal rechtspersonen opgericht en vervolgens op naam van die rechtspersonen diverse bankrekeningen geopend. Op die bankrekeningen werden grote bedragen, afkomstig uit de bitcoinhandel, (door)gestort, die uiteindelijk contant werden opgenomen. Op deze wijze hebben verdachten getracht de zogenaamde ‘paper trail’ te doorbreken. Daarnaast hebben verdachten een contant geldbedrag van ruim twee miljoen euro verkregen door de verkoop van bitcoins aan derden.

Hoewel de rechtbank ervan uitgaat dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet met een crimineel oogmerk aan de bitcoinhandel zijn begonnen, hebben zij, door op deze wijze te handelen, welbewust risico’s genomen waarbij zij zich moesten realiseren dat zij hiermee de onderliggende criminaliteit faciliteerden. Van naïviteit, zoals de verdediging heeft gesteld, was dan ook geen sprake. Door de witwashandelingen van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] loonden de door anderen gepleegde misdaden en vonden de plegers daarvan via hen een weg om de opbrengsten daadwerkelijk aan het zicht van justitie te onttrekken. Verder brengen de door verdachten gepleegde feiten schade toe aan het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in de integriteit van het financiële handelsverkeer. De rechtbank rekent [verdachte] dit alles zwaar aan.