IT 2413

Reëel risico dat contante gelden die bitcoinmakelaar ontvangt uit misdrijf afkomstig zijn

Rechtbank 16 nov 2017, IT 2413; ECLI:NL:RBAMS:2017:8376 (Bitcoinmakelaar tegen ING), http://www.itenrecht.nl/artikelen/re-el-risico-dat-contante-gelden-die-bitcoinmakelaar-ontvangt-uit-misdrijf-afkomstig-zijn

Vzr. Rechtbank Amsterdam 16 november 2017, IT&R 2413; ECLI:NL:RBAMS:2017:8376 (Bitcoinmakelaar tegen ING). Bitcoins. Contractenrecht. Eén van de eisers houdt zich bezig met het in- en verkopen van bitcoins in opdracht van haar klanten. Zij heeft een zakelijk betaalpakket afgenomen bij ING. Aanvankelijk werden de bitcoins gekocht met contact geld, maar na een sommatie van ING wordt het contante geld opgehaald door een waardetransportbedrijf en gestort op de zakelijke rekening van de makelaar. In 2017 heeft ING gevraagd naar de herkomst van het gestorte geld om zo te voorkomen dat zij bij witwassen betrokken raakt. Uiteindelijk deelt ING aan de makelaar mee dat zij onvoldoende heeft aangetoond dat de gestorte contacten een legitieme herkomst hebben en dat zij de zakelijke rekening beëindigt. Vooropgesteld staat dat transacties in bitcoins een hoog risicoprofiel hebben. Het is voldoende aannemelijk dat de makelaar niet tijdig heeft voldaan aan de opdracht van ING om geen bitcoins met contant geld meer aan te kopen en om te stoppen met het storten van contante gelden op haar ING rekening. Het risico dat de contante gelden die de makelaar ontvangt uit misdrijf afkomstig zijn is reëel. Het was voor de makelaar mogelijk geweest om eerder de handel en wandel van haar grote klanten te onderzoeken. De overeenkomst is door ING met een gerechtvaardigd belang beëindigd.

IT 2412

Vragen aan HvJEU over het verbod om in een lidstaat kansspelen via internet aan te bieden

Hof van Jusitie EU 16 mrt 2017, IT 2412; C-166/17 (Sportingbet), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvjeu-over-het-verbod-om-in-een-lidstaat-kansspelen-via-internet-aan-te-bieden

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 16 maart 2017, IT&R 2412; RB 3035; IEFbe 2406; C-166/17 (Sportingbet). Kansspelen. Internet. Via MinBuZa: In het aangehaalde arrest in zaak C-42/07 heeft het Hof geoordeeld dat artikel 49 EG niet in de weg staat aan een regeling van een lidstaat als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die marktdeelnemers als Bwin International Ltd die in andere lidstaten zijn gevestigd, waar zij rechtmatig soortgelijke diensten verrichten, verbiedt om via het internet kansspelen aan te bieden op het grondgebied van deze lidstaat. Dat arrest is gewezen op een verzoek om een prejudiciële beslissing betreffende de uitlegging van de artikelen 43, 49 en 56 EG. In casu betoogt een van de verwerende partijen echter dat de onderhavige zaak niet alleen die verdragsbepalingen betreft, maar ook de artikelen 2, 3, 23, 30, 31, 46, 55, 59, 66, 86, 106 en 107. Aangezien de Supremo Tribunal de Justiça in laatste aanleg uitspraak moet doen en bij twijfel verplicht is een verzoek om een prejudiciële beslissing te doen, opdat aldus een duidelijk oordeel kan worden gevormd aan de hand van de benodigde toelichting, verzoekt deze rechterlijke instantie het Hof om een beslissing over de hierboven weergegeven prejudiciële vragen, zoals toegelicht in het verzoek van de verwerende partijen. 

IT 2411

Abusievelijke publicatie ritgegevens zorgvervoerder door gemeenten is openbaring bedrijfsgeheimen

Rechtbank 6 sep 2017, IT 2411; ECLI:NL:RBNHO:2017:7337 (Zorgvervoercentrale Nederland c.s. tegen Gemeenten), http://www.itenrecht.nl/artikelen/abusievelijke-publicatie-ritgegevens-zorgvervoerder-door-gemeenten-is-openbaring-bedrijfsgeheimen

Rechtbank Noord-Holland 6 september 2017, IEF 17278; IT&R 2411; ECLI:NL:RBNHO:2017:7337 (Zorgvervoercentrale Nederland c.s. tegen Gemeenten). Databankenrecht, geen inbreuk. Privacy. Onrechtmatige daad. Verschillende gemeenten hebben in 2015 via TenderNed een openbare aanbesteding georganiseerd voor zorgvervoer. Zorgvervoercentrale Nederland (ZCN) was de huidige vervoerder. Gemeenten hebben een van ZCN ontvangen Excel-bestand met gegevens over gefactureerde ritten gepubliceerd als bijlage bij de aanbesteding. Vanwege geheime informatie in het bestand heeft ZCN verzocht tot verwijdering, wat 5 dagen na publicatie is gebeurd. Als gevolg van het gebeurde is de aanbesteding ingetrokken. Hoewel de gegevens in het bestand afkomstig zijn uit een databank van ZCN, is er geen sprake is van het opvragen of hergebruiken van een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van de databank van ZCN. De gemeenten hebben wel de zorgvuldigheidsnorm overschreden, nu door de publicatie van het bestand geheime bedrijfsinformatie verspreidt is. Het publiceren van de persoonsgegevens zoals die in het bestand stonden, is niet onrechtmatig jegens ZCN. Het is niet ondenkbaar dat ZCN schade heeft geleden, welke bepaald zal worden in een schadestaatprocedure.

IT 2409

Totdat derde als getuige is gehoord mag beslag op haar telefoon voortduren

Overige instanties 6 nov 2017, IT 2409; ECLI:NL:OGHACMB:2017:128 (Strafrechtelijk beslag telefoon), http://www.itenrecht.nl/artikelen/totdat-derde-als-getuige-is-gehoord-mag-beslag-op-haar-telefoon-voortduren

Gem. Hof van Justitie 6 november 2017, IT&R 2409; ECLI:NL:OGHACMB:2017:128 (Strafrechtelijk beslag telefoon). De telefoon van de vriendin van een verdachte in een strafrechtelijk proces is in beslag genomen. Deze telefoon kan veel informatie bevatten. Niet valt in te zien waarom de vriendin in haar bewegingsvrijheid wordt beperkt nu zij geen telefoon heeft. De vriendin zal na een verhoor als getuige haar in beslag genomen telefoon terugkrijgen. Het is voor het belang van de waarheidsvinding belangrijk dat de vriendin de informatie op de telefoon niet terug kan lezen. Nu de informatie op de telefoon en de telefoon zelf (het toestel) onlosmakelijk met elkaar verbonden, staat dat dus aan teruggave van het telefoontoestel in de weg.

IT 2408

Juwelier had bedacht moeten zijn op fraude via internetbankieren

Rechtbank 1 nov 2017, IT 2408; ECLI:NL:RBNNE:2017:4160 (ING tegen De Gouden Eeuw), http://www.itenrecht.nl/artikelen/juwelier-had-bedacht-moeten-zijn-op-fraude-via-internetbankieren

Rechtbank Noord-Nederland 1 november 2017, IT&R 2408; ECLI:NL:RBNNE:2017:4160 (ING tegen De Gouden Eeuw). Fraude. Internetbankieren. In 2016 heeft is een significante order geplaatst bij juweliersbedrijf De Gouden Eeuw. De overboeking van deze order kwam ten laste van X. Na aangifte van X en een onderzoek van ING blijkt dat X slachtoffer is geworden van "phishing fraude", waarop ING X schadeloos heeft gesteld. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten dat De Gouden Eeuw actief betrokken is geweest bij de fraude. Er is geen wanprestatie op basis van de Voorwaarden die ING hanteert bij haar rekeningen. Van een onrechtmatige daad is evenmin sprake nu ING geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die staven dat gedaagden zich schuldig hebben gemaakt aan (schuld)heling en/of (schuld)witwassen. Er is evenwel voldoende vast komen te staan dat er sprake is van fraude. De Gouden Eeuw had kunnen weten dat bij een transactie als de onderhavige mogelijk sprake is van fraude. De betaling van het bedrag aan De Gouden Eeuw heeft plaatsgevonden zonder rechtsgrond, zodat dit bedrag teruggevorderd kan worden.

IT 2407

Opleiding van 'maar' 15 minuten is geen grond voor ontbinding overeenkomst

Rechtbank 13 jul 2017, IT 2407; ECLI:NL:RBROT:2017:5589 (Proximedia tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/opleiding-van-maar-15-minuten-is-geen-grond-voor-ontbinding-overeenkomst

Rechtbank Rotterdam 13 juli 2017, IT&R 2407; ECLI:NL:RBROT:2017:5589 (Proximedia tegen gedaagde). Contractenrecht. Gedaagde stelt dat Proximedia tekort is geschoten door o.a. het niet tijdig gereed zijn/online gaan van landingspagina's; het niet leveren van call tracking en search engine advertising en het niet geven van een opleiding tot het gebruik van een applicatie. Proximedia heeft bewijs aangedragen dat de internetdiensten geleverd zijn. Ten aanzien van de tijdige levering staat vast dat gedaagde Proximedia niet in gebreke heeft gesteld, waardoor Proximedia niet in verzuim kan zijn. De uitleg van een applicatie hoeft niet veel tijd in beslag te nemen, dus dat de opleiding maar 15 minuten duurde is geen contra-indicatie. Proximedia is hier dus eveneens niet tekort geschoten. 

IT 2410

Conclusie AG: Een consument verliest niet zijn hoedanigheid na langdurig gebruik van een particulier Facebookaccount om activiteiten te ontplooien

Hof van Jusitie EU 14 nov 2017, IT 2410; ECLI:EU:C:2017:863 (Schrems tegen Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-een-consument-verliest-niet-zijn-hoedanigheid-na-langdurig-gebruik-van-een-particulier

Conclusie AG HvJ EU 14 november 2017, IEF 17276; IEFbe 2403; IT 2410; RB 3032; ECLI:EU:C:2017:863 (Schrems tegen Facebook) vgl. IT 1878 . Voor „socinfluencers”, „prosumers” (professionele consumenten) zijn hun persoonlijke accounts op sociale netwerken een onmisbaar instrument voor hun werk. Een consument verliest niet zijn hoedanigheid indien hij – na langdurig gebruik van een particuliere Facebookaccount om zijn rechten uit te oefenen – boeken publiceert, lezingen houdt (soms ook tegen betaling), websites exploiteert, giften inzamelt om de rechten te kunnen uitoefenen. Bevoegdheid in zaken betreffende consumentenovereenkomsten – Begrip ,consument’ – Sociale media –Facebookaccounts en Facebookpagina’s – Cessie van vorderingen door consumenten die woonplaats hebben in dezelfde lidstaat, in een andere lidstaat en in een derde land – Collectief verhaal.

IT 2404

Omstandigheden beëindiging kunnen niet aan principaal worden toegerekend

Rechtbank 7 nov 2017, IT 2404; ECLI:NL:RBAMS:2017:8153 (Apply tegen Vodafone), http://www.itenrecht.nl/artikelen/omstandigheden-be-indiging-kunnen-niet-aan-principaal-worden-toegerekend

Rechtbank Amsterdam 7 november 2017, IT&R 2404; ECLI:NL:RBAMS:2017:8153 (Apply tegen Vodafone). Telecom. Contractenrecht. Apply is een dienstverlenende organisatie op het gebied van ICT, meer in het bijzonder in spraak- en dataoplossingen. Vodafone is een Nederlandse telecomprovider. Partijen zijn in 2010 meerdere overeenkomsten aangegaan. In 2016 zijn partijen uit elkaar gegaan. De overeenkomsten zijn aan te merken als agentuurovereenkomsten. Agentuurovereenkomst die na het verstrijken van de termijn waarvoor zij is aangegaan door beide partijen wordt voortgezet, bindt partijen voor onbepaalde tijd op dezelfde voorwaarden. Van een dergelijke voortzetting is hier sprake. Uiteindelijk is het Apply geweest die de overeenkomst feitelijk heeft beëindigd. De enkele omstandigheid dat partijen nog geen overeenstemming hadden over de daarna gelegen periode of dat Apply Vodafone arrogant vond en geen vertrouwen meer had in een verdere vruchtbare samenwerking, zoals door haar gesteld, is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat de beëindiging gerechtvaardigd was door omstandigheden die de principaal kunnen worden toegerekend. Apply heeft aldus geen recht op een klantenvergoeding.

IT 2406

Politieke organisatie dient rectificatie te plaatsen wegens verwijten jegens radiostation

Rechtbank 8 nov 2017, IT 2406; ECLI:NL:RBDHA:2017:12864 (Feel Good Radio tegen Vereniging Onafhankelijk Rijswijk), http://www.itenrecht.nl/artikelen/politieke-organisatie-dient-rectificatie-te-plaatsen-wegens-verwijten-jegens-radiostation

Vzr. Rechtbank Den Haag 8 november 2017, IEF 17271; IT&R 2406; ECLI:NL:RBDHA:2017:12864 (Feel Good Radio tegen Vereniging Onafhankelijk Rijswijk). Rectificatie. Feel Good Radio produceert radioprogramma’s voor de Stichting Omroep Rijswijk (SOR). De VOR is een politieke organisatie welke verschillende nieuwsberichten op haar website heeft geplaatst met betrekking tot Feel Good Radio. De VOR heeft onrechtmatig gehandeld jegens Feel Good Radio door het publiceren van de berichtgeving, nu deze feitelijke grondslag missen. De VOR zal voorts worden geboden een rectificatie te plaatsen. 

IT 2405

Voorstel Wet bescherming bedrijfsgeheimen is naar de Tweede Kamer gestuurd

Het voorstel Wet bescherming bedrijfsgeheimen is naar de Tweede Kamer gestuurd en gepubliceerd. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden, maar wijst op het volgende:

Volgens de memorie van toelichting is het wetsvoorstel voorgelegd aan de Raad voor de rechtspraak voor een uitvoeringstoets.  Deze toets is pas recent verschenen en is inhoudelijk niet verwerkt in het wetsvoorstel dat voor advies bij de Afdeling aanhangig is.  De Afdeling benadrukt nogmaals dat haar rol als adviseur in laatste instantie vergt dat andere adviezen of toetsen beschikbaar en verwerkt zijn op het moment dat een voorstel bij de Afdeling aanhangig wordt gemaakt. Met betrekking tot de uitvoeringstoets van de Raad voor de rechtspraak adviseert de Afdeling dit alsnog te wegen. Indien het advies leidt tot wijzigingen op belangrijke onderdelen, dan adviseert de Afdeling het wetsvoorstel opnieuw voor advies voor te leggen aan de Afdeling als laatste adviseur.

IT 2403

Frank Rutgers en Ernst-Jan Louwers - Aansprakelijkheid van 3D printing platforms (na Pirate Bay-arrest)

[Zie het originele artikel hier]. Op 14 juni 2017 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) uitspraak gedaan in een zaak over The Pirate Bay (TPB). Stichting BREIN eiste dat de betreffende internetproviders TPB moeten blokkeren voor hun abonnees, omdat TPB faciliteert dat illegale bestanden worden gedeeld met het publiek. Tot nog toe was onduidelijk of The Pirate Bay zelf ook inbreuk maakt op auteursrechten. Het gevolg van het arrest van het HvJ-EU is dat dit het geval is. Deze uitspraak kan ook consequenties hebben voor andere online platforms waar creaties worden gedeeld, zoals 3D-printing platforms.

IT 2402

E-mail gezinsmanager Jeugdbescherming ernstige schending privacy-verplichtingen

Rechtbank 8 nov 2017, IT 2402; ECLI:NL:RBAMS:2017:8188 (Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam tegen gezinsmanager), http://www.itenrecht.nl/artikelen/e-mail-gezinsmanager-jeugdbescherming-ernstige-schending-privacy-verplichtingen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 8 november 2017, IT&R 2402; ECLI:NL:RBAMS:2017:8188 (Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam tegen gezinsmanager). Privacy. Gedaagde is in dienst bij de Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) als gezinsmanager. In 2017 heeft zij een e-mail verstuurd met daarin een compleet niet-geanonimiseerd, vertrouwelijk, rapport van het NIFP (Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie) met medische en strafrechtelijke informatie over een onder haar hoede staand gezin. Dit heeft gedaagde 'willens en wetens' gedaan. Het verzenden van onder haar geheimhoudingsplicht vallende gegevens naar derden en het na haar schorsing en ontslag tegen de instructies van JBRA in contact zoeken met betrokken gezinnen passen een professionele gezinsmanager niet en leveren een ernstige schending van de op gedaagde rustende geheimhoudings- en privacybeschermingsverplichtingen op. Daarnaast lijdt JBRA schade door de handelwijze van gedaagde. Vanwege de recente gebeurtenissen wordt een dwangsom verbonden aan de verboden.

IT 2401

Sterke schijn dat mobiel abonnement met identiteit van ander is afgesloten

Rechtbank 8 nov 2017, IT 2401; ECLI:NL:RBLIM:2017:10844 (Direct Pay Services tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/sterke-schijn-dat-mobiel-abonnement-met-identiteit-van-ander-is-afgesloten

Rechtbank Limburg 8 november 2017, IT&R 2401; ECLI:NL:RBLIM:2017:10844 (Direct Pay Services tegen gedaagde). Contract. In 2015 zijn in een T-Mobile winkel een toestelcontract en een telefoonabonnement afgesloten. De contractuele handelingen zijn volgens een identiteitskaart en bankpas op naam van gedaagde gesloten. Er is een sterke schijn dat iemand zich de identiteit van gedaagde toegeëigend heeft met het doel zonder eigen financiële verantwoordelijkheid een kostbaar mobiel toestel te verwerven en op kosten van een ander te bellen. Hiertoe zijn onder andere een ander e-mailadres, een andere handtekening en een nieuw geopende betaalrekening redengevend toe. Het is denkbaar dat er sprake is van samenspanning tussen gedaagde en de onbekende persoon, maar uit het bewijs valt niet af te leiden dat gedaagde zelf in de winkel van T-Mobile de overeenkomsten is aangegaan.

IT 2400

Ontbinding vanwege niet werkende koppeling voor real-time boeken

Hof 28 jun 2017, IT 2400; ECLI:NL:GHSHE:2016:2614 (vennootschap tegen Duitse vennootschap), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ontbinding-vanwege-niet-werkende-koppeling-voor-real-time-boeken

Hof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2614 (vennootschap tegen Duitse vennootschap) Over software en koppelingen die real-time boeken mogelijk maakt. Bij de koppelingen gaat het om een zogenaamde XML-koppeling, een uitwisselingsprotocol waarbij, zo begrijpt het hof, gegevens uit het ene systeem in het gekoppelde systeem niet andermaal behoeven te worden ingevoerd, maar rechtstreeks kunnen worden ingelezen. In de Nederlandse reisbranche bestaat de universele G7-koppeling welke in systemen kan worden ingebouwd. Na bewijsopdracht in tussenarrest [ ECLI:NL:GHSHE:2016:846] komen twee tekortkomingen vast te staan.

De ontbinding leidt tot afwijzing van de vordering in reconventie – welke inhield: betaling van nog niet betaalde, doch wel uitgevoerde – werkzaamheden, ofwel omdat deze voortvloeiden uit de ontbonden overeenkomst, ofwel omdat deze betrekking hadden op vergeefse herstelpogingen. Terugbetaling van hetgeen reeds betaald.

IT 2399

Einde samenwerkingsovereenkomst betekent niet per se einde licentie op software

Rechtbank 9 okt 2017, IT 2399; ECLI:NL:RBGEL:2017:5705 (Lizard Apps tegen Haerst en Autodidact), http://www.itenrecht.nl/artikelen/einde-samenwerkingsovereenkomst-betekent-niet-per-se-einde-licentie-op-software

Vzr. Rechtbank Gelderland 9 oktober 2017, IEF 17246; IT&R 2399; ECLI:NL:RBGEL:2017:5705 (Lizard Apps tegen Haerst en Autodidact). Lizard Apps is een IT-bedrijf dat verschillende diensten aanbiedt. Autodidact houdt zich onder andere bezig met de ontwikkeling en levering van leermiddelen aan educatieve instellingen en binnen het technisch beroepsonderwijs. De oprichters van Haerst hebben het idee opgevat om een diagnostische camera binnen de psychiatriepraktijk te introduceren en ontwikkelen. Haerst heeft in 2014 Autodidact benaderd voor de ontwikkeling van de hardware van de camera en Lizard Apps voor de ontwikkeling van de software voor de camera, waarbij Haerst zelf als projectleider zou fungeren. Medio 2017 wordt door Haerst de samenwerking met Lizard Apps beëindigd. Lizard Apps vordert schadevergoeding en het staken van het gebruik van de software door haar geleverd. Het einde van de samenwerkingsovereenkomst brengt niet mee dat de licentieovereenkomst eveneens automatisch opgezegd wordt. De licentieovereenkomst heeft te gelden als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Haerst is nimmer overgegaan tot opzegging van de licentieovereenkomst, de aard van de overeenkomst staat er aan in de weg dat Lizard Apps een rechtsgeldige opzegging van de overeenkomst kan doen. De camera functioneert enkel met de software van Lizard Apps en dus moet Haerst in de gegeven omstandigheden dan ook toegestaan worden om de software gedurende enige tijd te blijven gebruiken, zodat zij door een ander bedrijf vervangende software kan laten ontwikkelen. Haerst gebruikt de software ontwikkeld door Lizard Apps dus niet onrechtmatig en maakt daarmee geen inbreuk op de auteursrechten van laatstgenoemde.

IT 2398

Geen spoedeisend belang bij afgifte broncode

Rechtbank 2 nov 2017, IT 2398; ECLI:NL:RBLIM:2017:10735 (Giant Publicity tegen Nettt), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-spoedeisend-belang-bij-afgifte-broncode

Rechtbank Limburg 2 november 2017, IT&R 2398; ECLI:NL:RBLIM:2017:10735 (Giant Publicity tegen Nettt). Contractenrecht. Broncode. Giant Publicity is een online groothandel in relatiegeschenken, promotieartikelen en promotioneel textiel. Nettt is een full service internet- en mediabureau. Eind 2016 hebben partijen gesproken over een offerte voor diverse werkzaamheden voor Premiumgids.nl en Premiumgids.be, domeinnamen toebehorend aan Giant Publicity. In de overeenkomst is overeengekomen dat extra uren tijdig aangegeven moeten worden. Giant Publicity weigert een tweede factuur betreffende extra uren te willen betalen waarop Nettt haar werkzaamheden heeft opgeschort. Nettt heeft aangevoerd dat alle offertes met Giant Publicity is verwezen naar de toepasselijkheid van de FENIT-voorwaarden. In artikel 23.3 van de FENIT-voorwaarden is bepaald dat de broncode van de programmatuur en de bij de ontwikkeling van de programmatuur voortgebrachte technische documentatie niet aan cliënt ter beschikking worden gesteld, ook niet indien cliënt bereid is voor die terbeschikkingstelling een financiële vergoeding te voldoen. Verder staat in het artikel dat de cliënt erkent dat de broncode een vertrouwelijk karakter heeft en dat deze bedrijfsgeheimen van leverancier bevat. Vorenbedoelde bepaling staat in beginsel in de weg aan afgifte van (een kopie van) de broncode, zoals door Giant Publicity is gevorderd. Het is door Giant Publicity niet aannemelijk heeft gemaakt dat er op dit moment acute of te verwachten problemen met de software zijn. De broncode staat op de server van Giant Publicity en hoewel zij geen kopie kan maken heeft zij toegang tot de broncode. Er kan dus onderhoud plaatsvinden door bijvoorbeeld derden. Giant Publicity is hiermee niet afhankelijk van Nettt.

IT 2397

Vermeende opzegging telefonie-abonnement blijkt niet uit aangevoerd bewijs

Hof 31 okt 2017, IT 2397; ECLI:NL:GHARL:2017:9475 (Eiser tegen Direct Pay Services), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vermeende-opzegging-telefonie-abonnement-blijkt-niet-uit-aangevoerd-bewijs

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 oktober 2017, IT&R 2397; ECLI:NL:GHARL:2017:9475 (Eiser tegen Direct Pay Services). Contractenrecht. Appellante heeft in 2012 twee overeenkomsten gesloten met Euphony op het gebied van mobiele telefonie en internet/televisie/vaste telefonie. Vlak na de sluiting van de overeenkomsten heeft appellante problemen gemeld met betrekking tot internet/telefonie. De facturen die Euphony heeft verzonden aan appellante zijn onvoldaan gebleven. Euphony heeft in 2014 een naamswijziging ondergaan en de vordering op eiser gecedeerd aan Direct Pay Services. Appellante stelt dat zij vanwege klachten over de dienstverlening de overeenkomsten eind 2012 heeft opgezegd. Direct Pay betwist de ontvangst van die mail. Het is aan appellante om te bewijzen dat het formulier (toenmalig) Euphony heeft bereikt. Appellante weet dit bewijs onvoldoende aan te dragen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat er sprake is geweest van telefoon- en internetgebruik na de gestelde opzegging. Tevens stelt appellante dat zij na de vermeende opzegging over is gestapt naar Tele2 en UPC, waaruit de opzegging zou moeten blijken, maar zij voert geen facturen of contracten aan ter staving van haar argument. Nu er geen voldoende concreet en specifiek bewijsaanbod is gedaan, toegespitst op de opzegging van de overeenkomst, wordt de vordering afgewezen.

IT 2396

Overeenkomst tot het bouwen van een app terecht ontbonden

Rechtbank 1 nov 2017, IT 2396; ECLI:NL:RBLIM:2017:10460 (Luco Alarm tegen Appcomm), http://www.itenrecht.nl/artikelen/overeenkomst-tot-het-bouwen-van-een-app-terecht-ontbonden

Rechtbank Limburg 1 november 2017, IT&R 2396 (Luco Alarm tegen Appcomm). Contractenrecht. Luco Alarm heeft in 2014 bij Appcomm een offerte aangevraagd voor de aanschaf van een mobiele app en een voorschot betaald. Een tweede factuur is verstuurd, maar onbetaald gebleven. Begin 2015 heeft Luco Alarm laten weten af te zien van aanschaf van de app, omdat er nog steeds geen goed werkende app is geproduceerd. Zij eist teruggave van het voorschot. Het blijkt dat Appcomm de opdracht heeft onderschat en onvoldoende op de hoogte was van de inhoud en omvang van de opdracht. Dit komt voor haar rekening nu zij deskundige is op het gebied van het bouwen van apps. Luco Alarm heeft verscheidene malen haar ongenoegen kenbaar gemaakt en aangegeven tegen welke problemen zij aanliep. Uiteindelijk heeft Luco Alarm Appcomm een termijn gesteld. Na afloop van deze termijn was er nog steeds geen goed werkende app. Er is daarom sprake van een onaanvaardbare tijdsoverschrijding en dit levert een aan Appcomm toe te rekenen tekortkoming op.

IT 2393

KG-procedure leent zich niet voor toetsing proportionaliteit hoeveelheid verzonden e-mails

Rechtbank 2 okt 2017, IT 2393; ECLI:NL:RBROT:2017:8041 (Loose Ends tegen Milestone c.s.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/kg-procedure-leent-zich-niet-voor-toetsing-proportionaliteit-hoeveelheid-verzonden-e-mails

Vzr. Rechtbank Rotterdam 2 oktober 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8041; IT&R 2393 (Loose Ends tegen Milestone c.s.). Rectificatie. E-mail. Loose Ends is een bedrijf dat zich o.a. bezig houdt met logistiek. Milestone c.s. is een logistiek dienstverlener. Eiser is via zijn onderneming Loose Ends op basis van een management services-overeenkomst werkzaamheden gaan verrichten voor Milestone c.s. In 2017 heeft Milestone c.s., na o.a. gesprekken met bedrijfsrechercheurs, de management services-overeenkomst met Loose Ends per direct beëindigd en daarnaast een e-mailbericht verstuurd naar contactadressen van zowel Milestone als eiser. In de ogen van eiser is deze e-mail onrechtmatig en onwettig. Gelet op hetgeen Milestone c.s. heeft aangevoerd is er thans onvoldoende reden om van de onjuistheid of onvolledigheid van het verweer van Milestone c.s. uit te gaan. Wel rijst de vraag of het proportioneel is dat het bericht van Milestone c.s. aan 3.130 contacten is verzonden, waaronder zoals eiser betoogt, aan privé-contacten van eiser. Milestone zegt voorafgaand aan het versturen van het e-mailbericht gekeken te hebben waar de e-mail naartoe zou gaan. Voor de beoordeling aan wie het bericht wel en aan wie het bericht niet gestuurd had moeten worden vergt nader onderzoek waarvoor de kort geding procedure zich niet leent. Ook de vordering jegens Milestone c.s. om zich in het vervolg niet negatief over eiser of Loose Ends uit te laten, wordt, gezien het aan de orde zijnde feitencomplex, afgewezen.

IT 2395

SGOA Academy 23 november 2017: IT-geschillen: lessen uit recente jurisprudentie

SGOA

Vanwege het grote succes vorig jaar organiseert de SGOA in samenwerking met deLex op donderdag 23 november opnieuw een SGOA Academy IT-geschillen: lessen uit recente jurisprudentie.

Sprekers: Joost Linnemann en Judica Krikke
Waar: Spaces Amsterdam Zuidas, Barbara Strozzilaan 201
Wanneer: Donderdag 23 november van 15.00 tot 17.00 uur met aansluitend borrel
Prijs: € 250,00 excl. btw
Deze SGOA Academy levert 2 PO-punten op. Inschrijven kan hier