IT 2296

Geen auteursrechtelijke bescherming op website

Vzr. Rechtbank Overijssel 6 juni 2017, IEF 16845; IT 2296; ECLI:NL:RBOVE:2017:2308 (Tuinmeubelshop) Kort geding. Eiseres houdt zich bezig met de detailhandel in tuinmeubelen, campingsport en vrijetijdskleding en de in- en export van tuinmeubelen. Gedaagde houdt zich bezig met de detailhandel via postorder en internet in huis- en tuinartikelen. Eiseres stelt dat zij auteursrechtelijke bescherming heeft op haar website en dat gedaagde inbreuk maakt hierop. Eiseres heeft gedaagde verzocht iedere inbreuk op haar auteursrechten te staken. De voorzieningenrechter stelt dat er geen sprake is van auteursrecht op de website van eiseres en daarmee geen inbreuk op het auteursrecht met het gebruik van de website in de vorm zoals gedaagde die thans gebruikt op www.tuinmeubelshop.nl.

4.9. De voorzieningenrechter overweegt dat iedere auteur bij het scheppen van een werk gebruik maakt van reeds bestaande elementen. De website van [A] vormt daarop geen uitzondering. Zo is tijdens de mondelinge behandeling gebleken dat [A] bij de lay-out van haar website elementen heeft gebruikt die ook aangetroffen worden op de website van andere soortgelijke ondernemingen die – net zoals [A] – online tuinartikelen aanbieden. Reeds bestaand materiaal dat een auteur in zijn werk heeft verwerkt, de zogenaamde objectieve elementen in een werk, is auteursrechtelijk dan ook niet beschermd. Ditzelfde geldt voor openbare bronnen die door een ieder vrijelijk gebruikt kunnen worden (bijv. Genesis Framework en Basel thema). Een en ander volgt ook uit gemelde opinies van Headline Interactive en Condept. Zo staat daarin onder meer vermeld dat het gebruik van een – sfeerbepalende – (foto)slider zeer gebruikelijk is, hetgeen [A] niet heeft bestreden.
    4.10. Met [X] is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat [A] met de hiervoor in rechtsoverweging 4.3 weergegeven elementen onvoldoende heeft onderbouwd dat deze auteursrechtelijke bescherming genieten. Zij heeft immers slechts in algemene bewoordingen gesteld dat zij auteursrecht heeft op de door Adwise voor haar gemaakte werken en dat [X] daarop inbreuk maakt. Niet duidelijk is evenwel geworden wat [A] precies bedoelt. [A] heeft in de eerste plaats onvoldoende geconcretiseerd welke specifieke, door of namens haar ontwikkelde/ontworpen ‘zaken’ kunnen worden beschouwd als een werk in de zin van artikel 1 juncto artikel 10 Aw. Daarbij had [A] per element aannemelijk moeten maken dat en waarom deze zaken een eigen, oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen. Meer in het bijzonder had zij nader moeten concretiseren waarom die zaken het resultaat zijn van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes. Daarenboven heeft [A] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van auteursrechtelijk relevante verveelvoudigingen/ openbaarmakingen door [X] . In dit verband had het op de weg van [A] gelegen om aannemelijk te maken dat en waarom de beweerdelijk inbreukmakende werken van [X] in zodanige mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van haar werken vertonen dat de totaalindrukken die de werken maken te weinig verschillen voor het oordeel dat de werken van [X] als zelfstandige werken kunnen worden aangemerkt. De in het geding gebrachte producties bieden geen soelaas, nu het slechts gaat om “een aantal voorbeelden”, die “ter illustratie” zijn overgelegd.