IT 2500

Individuele belang tot verwijdering BKR-registratie weegt zwaarder dan algemene kredietregistratiebelang

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 7 februari 2018, IT 2500; ECLI:NL:RBMNE:2018:640 (Eiser tegen Rabobank) Privacy. Persoonsgegevens. Er is een achterstand op de betaalrekening van eiser bij Rabobank ontstaan. Rabobank heeft in aangetekende brieven aan eiser vermeld dat indien betaling uitblijft, zij verplicht is het saldotekort te melden bij het BKR. Dit heeft niet tot het aanzuiveren van het tekort geleid, dus heeft Rabobank een BKR-melding gedaan. Eiser heeft in overleg met Rabobank gepoogd zijn financiën op orde te brengen. In samenspraak met de bank heeft hij zijn huis te koop gezet om lagere woonlasten te krijgen. Na aanzuivering van het tekort is de registratie afgemeld, maar blijft deze nog vijf jaar zichtbaar. Eiser vordert verwijdering van de BKR-registratie. Bij BKR-registraties moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De individuele belangen van eiser wegen zwaarder dan de algemene kredietregistratiebelangen. De vordering wordt toegewezen.

4.4. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 9 september 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ8097) overwogen dat de Wbp in overeenstemming met het bepaalde in artikel 8 EVRM moet worden uitgelegd en dat uit de wetsgeschiedenis van de Wbp volgt dat bij elke gegevensverwerking moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit brengt naar het oordeel van de Hoge Raad mee dat de inbreuk op de belangen van betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel, en dat dit doel in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige, wijze kan worden verwerkelijkt.

4.5. Ook bij de BKR-registraties moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Daarbij gaat het niet om de afweging van de belangen tussen [achternaam van eiser sub 1] en Rabobank maar om een afweging van de individuele belangen van [achternaam van eiser sub 1] bij de verwijdering van de onderhavige codering tegen het achterliggende belang van (de handhaving van) de BKR-registratie (en het met de BKR-melding te dienen doel).

4.10. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter wegen de individuele belangen van [achternaam van eiser sub 1] zwaarder dan de algemene kredietregistratiebelangen. Daarbij zijn de volgende omstandigheden meegewogen:

- uit de stukken, stellingen en toelichting van partijen ter zitting blijkt dat [achternaam van eiser sub 1] telkens alles in het werk heeft gesteld om in overleg met Rabobank zijn financiën op orde te brengen. In samenspraak met de bank heeft hij zijn huis te koop gezet om lagere woonlasten te krijgen. Bij eerdere BKR-waarschuwingen heeft hij in overleg met Rabobank naar oplossingen gezocht; zo hebben partijen in 2015 een betalingsregeling getroffen en in 2016 is de Spaar Optimaal Polis gebruikt om de ontstane achterstand van de hypothecaire lening in te lopen.
- niet uitgesloten is dat [achternaam van eiser sub 1] de zogenoemde vooraankondigingsbrieven van 3 juli 2017 en 31 juli 2017 niet heeft ontvangen. De brieven zijn niet aangetekend of per e-mail of via de berichtenbox verstuurd. De vooraankondiging strekt ertoe dat de betrokkene op de hoogte raakt van het voornemen van de kredietverstrekker zijn betalingsachterstand te laten registreren, zodat hij mede ter voorkoming van de nadelige gevolgen die een registratie voor hem kan meebrengen, beziet of de betalingsachterstand kan worden ingelopen. Op het moment dat [achternaam van eiser sub 1] op 13 oktober 2017 geconfronteerd werd met de BKR-melding heeft hij het saldotekort direct aangevuld.
- de roodstand waarop de BKR-melding betrekking heeft, betreft een relatief gering bedrag. Daar komt nog bij dat op de overige rekeningen die [achternaam van eiser sub 1] bij Rabobank heeft een positief saldo stond. [achternaam van eiser sub 1] is ook nooit opgehouden te betalen op de betaalrekening maar heeft de betalingen (volgens zijn eigen zeggen te laks) steeds te laat gedaan, waardoor er elke maand een roodstand ontstond.
- uit de door [achternaam van eiser sub 1] ingebrachte stukken blijkt verder dat zijn huidige financiële situatie, na overdracht van de woning en ook rekening houdend met de aankoop van zijn nieuwe woning, gezond is.

4.11. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat [achternaam van eiser sub 1] een financieel risico vormt voor kredietverleners of dat hij voor overkreditering en andere financiële problemen (problematische schuldsituaties) behoed dient te worden.

4.12. Dit leidt tot de slotsom dat de vordering van [achternaam van eiser sub 1] als na te melden toewijsbaar is en dat Rabobank de codering A2 dient te (laten) verwijderen.