IT 2579

Mogelijke belangenverstrengeling met decaan universiteit: niet onbegrijpelijk dat naam verzoekster wordt genoemd in zoekresultaten

Rechtbank Midden Nederland 24 mei 2017, IT 2579; ECLI:NL:RBMNE:2017:6893 (Belangenverstengeling decaan universiteit) Geen verwijdering zoekresultaat Google. Verzoekster voerde in de periode 2004 tot en met 2010 opdrachten uit voor een universiteit. Enkele opdrachten zijn verstrekt in de periode dat de echtgenoot van verzoekster als decaan werkzaam was op die universiteit. Onderzoeksbureau PwC heeft onderzocht of er sprake was van belangenverstrengeling. Verzoekster wil dat Google bepaalde zoekresultaten verwijdert of afschermt. Deze zoekresultaten verwijzen naar verschillende artikelen die berichten over kwestie(s) waarbij verzoekster een rol heeft gespeeld. Dat de auteurs van de artikelen achter de URL’s het nieuwswaardig hebben geacht om in de artikelen ook de naam van verzoekster te noemen is niet onbegrijpelijk. Het verzoek wordt afgewezen.

4.10. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek niet voldoet aan de vereisten van artikel 36 Wbp en reeds daarom dient te stranden. Het is de rechtbank niet gebleken dat het zoekresultaat onjuist, irrelevant of bovenmatig is. De zoekresultaten verwijzen naar een artikel van [krant] , een publicatie van [universiteit] en een publicatie op [website] . De artikelen achter de URL’s berichten (onder andere) over [verzoekster] en haar professionele handelingen als (mede-)eigenaar van [eenmanszaak] en [bedrijf] . Gebleken is dat [verzoekster] en voornoemde ondernemingen een rol hebben gespeeld in, althans (actief) betrokken waren bij de kwestie(s) waarover de artikelen achter de URL’s berichten. Dat het rapport van PwC het tegendeel zou aantonen, acht de rechtbank onjuist. De inhoud van het rapport draagt de conclusie, dat er geen sprake zou zijn geweest van belangenverstrengeling, niet. Uit het rapport blijkt (onder meer) dat er geen specifieke regels op de verstrekking van opdrachten van toepassing waren en de echtgenoot van [verzoekster] initiatiefnemer was van projecten in het kader waarvan de bedrijven van [verzoekster] werden ingeschakeld. De auteurs van de artikelen achter de URL’s hebben het nieuwswaardig geacht om in de artikelen ook de naam van [verzoekster] te noemen, hetgeen de rechtbank niet onbegrijpelijk voorkomt.

4.11. Het voorgaande leidt ertoe dat Google het verzoek van [verzoekster] om de betreffende URL’s te verwijderen of af te schermen in redelijkheid heeft kunnen afwijzen.