IT 2194

Schoonheidssalon vordert verwijdering persoonsgegevens in incidentenregister verzekeringsfraude

Rechtbank Gelderland 19 oktober 2016, IT 2194; LS&R 1405; ECLI:NL:RBGEL:2016:6690 (schoonheidssalon tegen VGZ) Onrechtmatige daad. VGZ aan de schoonheidssalon ter attentie van [eiseres] dat zij zich op het standpunt stelt dat de schoonheidssalon nota’s valselijk achteraf heeft opgesteld over de jaren 2010, 2011 en 2012, teneinde verzekerden bij VGZ vergoedingen te laten ontvangen waarop geen recht bestaat. De schoonheidssalon vordert ongedaanmaken an registratie van persoonsgegevens in het incidentenregister Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit en ANBOS wegens verdenking betrokkenheid bij fraude. Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI); 8Wbp; 16Wbp. Zaak komt weer op de rol voor akte over hetgeen in 4.12 vermeld.

4.11. VGZ heeft bij haar beroep op artikel 8 Wbp niet aan de orde gesteld of de verwerkte gegevens strafrechtelijke persoonsgegevens zijn in de zin van artikel 16 Wbp, te weten zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring in de zin van artikel 350 Sv kunnen dragen (vgl. HR 29 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH4720). De vraag of daar sprake van is komt aan de orde nu VGZ bij ANBOS melding heeft gedaan van fraude van klanten van [de schoonheidssalon] c.s. en de aan ANBOS verstrekte gegevens volgens VGZ betekenen dat de schoonheidssalon nota’s valselijk achteraf heeft opgesteld over de jaren 2010, 2011 en 2012, teneinde verzekerden bij VGZ vergoedingen te laten ontvangen waarop geen recht bestaat. ANBOS heeft de verstrekte gegevens van VGZ daarbij opgevat als een melding van fraude van de schoonheidssalon en schrijft in haar in 2.14 genoemde brief dat zij van VGZ een melding ontvangen over door de schoonheidssalon gepleegde fraude met declaraties.
Als de verstrekte gegevens aan te merken zijn als strafrechtelijke persoonsgegevens in de zin van artikel 16 Wbp, is verwerking en dus verspreiding verboden buiten de in artikel 22 en 23 Wbp genoemde uitzonderingen en zonder de daarin genoemde waarborgen.

4.12. Daar waar de discussie tussen partijen zich heeft geconcentreerd rond de vraag of in voldoende mate is komen vast te staan dat sprake is van fraude om de melding aan ANBOS te rechtvaardigen, is door partijen geen aandacht besteed aan de vraag of de aan ANBOS verstrekte gegevens strafrechtelijke persoonsgegevens zijn in de zin van artikel 16 Wbp, noch of in dat geval aan de in de Wbp genoemde eisen voor verwerking daarvan is voldaan.