IT 2409

Totdat derde als getuige is gehoord mag beslag op haar telefoon voortduren

Gem. Hof van Justitie 6 november 2017, IT&R 2409; ECLI:NL:OGHACMB:2017:128 (Strafrechtelijk beslag telefoon). De telefoon van de vriendin van een verdachte in een strafrechtelijk proces is in beslag genomen. Deze telefoon kan veel informatie bevatten. Niet valt in te zien waarom de vriendin in haar bewegingsvrijheid wordt beperkt nu zij geen telefoon heeft. De vriendin zal na een verhoor als getuige haar in beslag genomen telefoon terugkrijgen. Het is voor het belang van de waarheidsvinding belangrijk dat de vriendin de informatie op de telefoon niet terug kan lezen. Nu de informatie op de telefoon en de telefoon zelf (het toestel) onlosmakelijk met elkaar verbonden, staat dat dus aan teruggave van het telefoontoestel in de weg.

Op grond van artikel 119 van het Wetboek van Strafvordering zijn voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen voor inbeslagneming vatbaar. De Officier van Justitie heeft afdoende toegelicht waarom de telefoon van betrokkene voor de waarheidsvinding nodig is. Betrokkene heeft dat niet weersproken. Betrokkene heeft benadrukt dat zij geen verdachte is, maar daarmee miskent zij dat in beslagneming ook mogelijk is onder niet-verdachten. Zonder toelichting, zie ontbreekt, is niet begrijpelijk waarom betrokkene in haar bewegingsvrijheid zou zijn beperkt door het niet hebben van een telefoon. Dat de privégegevens van betrokkene aan de buitenwereld zouden worden prijs gegeven, miskent dat de resultaten van het onderzoek zijn bedoeld voor het strafdossier in het onderzoek P en dat dat dossier niet aan de buitenwereld wordt prijs gegeven.

Het voortduren van het beslag tot op het moment dat betrokkene als getuige zal zijn gehoord, is naar het oordeel van de rechter-commissaris ook gerechtvaardigd. Het mag in het belang van de waarheidsvinding worden geacht dat betrokkene als getuige zal worden gehoord voordat dat zij de informatie op haar telefoon heeft kunnen nalezen. Nu de informatie op de telefoon en de telefoon zelf (het toestel) onlosmakelijk met elkaar verbonden, staat dat dus aan teruggave van het telefoontoestel in de weg. Van belang is daarbij nog dat niet is gebleken dat de Officier van Justitie onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Zoals de Officier van Justitie onweersproken heeft gesteld, is al getracht om betrokkene als getuige te horen, maar is het nog niet tot een afspraak daartoe gekomen. De Officier van Justitie heeft naar voren gebracht dat een verhoor van de getuige nog deze week zou kunnen plaatsvinden.