IT 2378

Vader moet afzien van plaatsen foto's minderjarig kind op social media

Rechtbank Overijssel 18 september 2017, IEF 17206; ECLI:NL:RBOVE:2017:3924 (Gezaghebbende Moeder) Mediarecht. Privacy. Vader heeft het kind, met toestemming van moeder, erkend. De moeder oefent alleen het gezag over het kind uit. Vader wilt foto's van zijn kind op Facebook plaatsen. Moeder heeft hier bezwaar tegen. De kinderrechter heeft geoordeeld dat als de met gezag belaste moeder dit niet wilt, vader dit niet moet doen. De Raad voor de Kinderbescherming deelt dit standpunt. De rechtbank overweegt dat het in het huidige digitale tijdperk gebruikelijk is dat allerlei zaken via internet te delen. Gezien de omstandigheden van het geval, o.a. een moeizame totstandkoming van een omgangsregeling, oordeelt de rechtbank dat een geschil omtrent het plaatsen van foto's op social media geen struikelblok moet vormen voor deze omgangsregeling. Vader moet afzien van het plaatsen van foto's op social media van zijn kind. Er staan alternatieven als een fotoboek of het tonen van foto's op computer of laptop aan familie/vrienden ter beschikking.

5.11 Wat betreft het gebruik van social media overweegt de rechtbank dat het in het huidige digitale tijdperk gebruikelijk is om allerlei zaken via internet, bijvoorbeeld op Facebook, Instagram of WhatsApp te delen. Dat vader af en toe foto’s van [minderjarige] op Facebook wil plaatsen kan de rechtbank dan ook begrijpen. Echter, op het moment dat een foto op Facebook staat, is deze eigendom van Facebook. Facebook kan de foto bijvoorbeeld doorverkopen aan derden. Zo kan het zijn dat een foto opeens opduikt in een reclamecampagne of voor andere doeleinden wordt gebruikt. Degene die de foto heeft geplaatst heeft er dan geen controle meer over. Dat is ook moeders bezwaar. Zij is principieel tegen het plaatsen van foto’s van [minderjarige] op het internet via social media. De rechtbank deelt het standpunt van de Raad dat ouders van ver zijn gekomen. Na een lange en moeizame weg zijn zij er uiteindelijk in geslaagd om overeenstemming te bereiken over hun geschilpunten. Zij hebben de erkenning van [minderjarige] door vader in onderling overleg geregeld, waardoor een DNA-onderzoek niet meer nodig is, en zij hebben beiden ingestemd met het raadsadvies betreffende een omgangsregeling tussen vader en [minderjarige] . Het mag dan niet zo zijn dat het plaatsen van foto’s van [minderjarige] op Facebook een -nieuw- struikelblok vormt. De rechtbank is van oordeel dat, nu moeder als de gezaghebbende ouder tegen het plaatsen van foto’s van [minderjarige] op social media is, vader daarvan moet afzien.
Er zijn voldoende alternatieven beschikbaar, zoals het gebruik maken van een plakboek, een telefoon of computer om als trotse vader foto’s van [minderjarige] aan familie en/of vrienden te laten zien. De rechtbank zal op grond van het vorenstaande bepalen dat er geen foto’s van [minderjarige] op het internet via Facebook of een andere social mediasite mogen worden geplaatst.