IT 141

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Verliesmakende leverancier probeert tevergeefs contract te eindigen

Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 24 juni 2010 (Stichting Global Education/Itec), zaaknummer / rolnummer: 201140 / KG ZA 10-357 (LJN: BN2291). Itec heeft printers geleverd aan de Stichting en partijen zijn een onderhoudsovereenkomst aangegaan. De Stichting print veel in kleur, terwijl de prijs per print volgens Itec is gebaseerd op zwart/wit. Itec stelt €50.000 verlies te maken en wil van het contract af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze omstandigheid tot het normaal ondernemersrisico behoort. Met dank aan Polo van der Putt, Vondst Advocaten.

Itec wringt zich in duizenden bochten om van het contract af te komen, waarbij allerlei beëindigingsgronden door elkaar heen worden gebruikt. Zo stelt Itec ongemotiveerd dat zij opzegt op basis van de contractuele ontbindingsregeling van art. 9.1 (die voorziet in ontbinding bij wanprestatie, faillissement, etc.). De rechter overweegt:

"4.5 [...] De stelling van de Stichting dat geen sprake is van één van de situaties genoemd in artikel 9.1 onder a tot en met g, is door Itec niet weersproken, zodat voorshands van de juistheid van die stelling moet worden uitgegaan. Hieruit volgt dat Itec de overeenkomst niet heeft kunnen opzeggen met een beroep op artikel 9.1 van de toepasselijke algemene voorwaarden."

Ook beroept Itec zich op dwaling. Ook daar maakt de voorzieningenrechter korte metten mee:

"4.8.   Nog daargelaten dat Itec de overeenkomst niet heeft vernietigd maar heeft opgezegd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van een dwaling als bedoeld in art. 6:228 BW. De Stichting heeft ter zitting gesteld dat zij in de gesprekken met HOG heeft uitgesproken dat zij veel kleurenprints zou maken, dat een vlakdekking van 90% zou worden gehanteerd en dat ook in de testfase in het bijzijn van een monteur van Itec is geprint met een vlakdekking van 90%. Bovendien heeft Itec zelf in haar e-mails aan de Stichting van 29 juni 2009 en 21 augustus 2009 geschreven dat de prijs per afdruk, ongeacht het tonerverbruik, € 0,10 zou bedragen. Itec heeft ter zitting erkend dat er gesproken is over de vlakdekkingsgraad, maar stelt dat zij zich niet heeft gerealiseerd dat zo’n groot gedeelte van de prints van de Stichting met die dekkingsgraad zou worden geprint. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter behoort echter onder voornoemde omstandigheden de onjuiste voorstelling van zaken aan de zijde van Itec voor haar rekening en risico te blijven." 

Had Itec wellicht bedoeld zich te beroepen op art. 7:408 BW, zo vraagt de Voorzieningenrechter zich nog af:

"4.9.  Voor zover Itec zich niet heeft willen beroepen op dwaling maar heeft bedoeld te betogen dat zij de overeenkomst heeft opgezegd en dat zij dit vanwege de verliezen die Itec daarop leed mocht doen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Tussen de Stichting en Itec is sprake van een overeenkomst van opdracht. Op grond van art. 7:408 lid 2 BW heeft Itec als opdrachtnemer slechts de mogelijkheid de overeenkomst op te zeggen indien sprake is van gewichtige redenen. De Stichting betwist dat sprake is van een gewichtige reden voor opzegging van de overeenkomst. Itec heeft ter onderbouwing van haar opzegging slechts aangevoerd dat zij verlies maakt op de overeenkomst. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter behoort deze omstandigheid tot het normaal ondernemersrisico en is deze van onvoldoende gewicht om de opzegging te rechtvaardigen. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat ook namens Itec ter zitting is verklaard dat de prijs per afdruk wordt afgestemd op een gemiddelde verbruiksverwachting, waarbij eventueel bovengemiddeld verbruik op de koop toe wordt genomen."

Kortom, Itec zit vast aan het contract en zal het moeten uitdienen. De Stichting zit voor een dubbeltje op de eerste rang en mag daar dus blijven zitten.

Lees het vonnis hier.