IT 3178

Advertentie via Google AdWords niet misleidend

Vzr. Rechtbank Limburg 10 juni 2020, IEF 19305, IT 3178; ECLI:NL:RBLIM:2020:4150 (Eiser tegen Hesi) Kort geding. Eiser heeft een eenmanszaak in technische installaties, waaronder luchtbehandelingsapparatuur. De onderneming draagt de handelsnaam [handelsnaam]. Hesi heeft een installatiebedrijf op het gebied van verwarming en luchtbehandeling. Zij voert de handelsnamen Hesi B.V. en Hesi Verhuur Limburg. Eiser stelt dat Hesi via Google AdWords adverteert op internet en daarbij gebruik maakt van de naam en vestigingsplaats van haar onderneming. Indien men in Google deze zoektermen intypt, verschijnt volgens eiser bovenaan de pagina de advertentie van Hesi. Volgens eiser klikken klanten door de misleidende advertentie van Hesi onbewust op deze advertentie.

Eiser stelt dat Hesi in strijd handelt met artikel 5 van de Handelsnaamwet, door zonder toestemming gebruik te maken van haar handelsnaam, althans van een omschrijving die daarvan in geringe mate afwijkt, waardoor er verwarring ontstaat. Dat laatste is met name aan de orde omdat beide partijen in dezelfde regio dezelfde activiteiten verrichten.

De vorderingen worden afgewezen. Hesi handelt niet in strijd met artikel 5 Hnw. Er is geen verwarringsgevaar, de URL - die zichtbaar wordt bij een zoekopdracht met de woorden: [A] , [B] , [C] en [vestigingsplaats] - vermeldt de naam van Hesi. Ook is er geen sprake van misleiding omdat het niet voor de hand ligt dat het publiek zal denken dat eiser en Hesi op enige wijze aan elkaar gelieerd zijn. Ten slotte heeft Hesi niet onrechtmatig gehandeld jegens eiser. Hesi heeft slechts gebruik gemaakt van onderdelen van de handelsnaam die een puur beschrijvend karakter hebben en het gebruik van die delen kan niet als onrechtmatig worden bestempeld.

 4.3. Anders dan [eiser] stelt, hebben de woorden die deel uitmaken van de handelsnaam van de onderneming van [eiser] en die Hesi wél in haar omstreden advertentie gebruikt, geen onderscheidend vermogen. Ze zijn namelijk enkel beschrijvend van aard. Met de woorden “ [A] ”, “ [B] ”, “ [C] ” en “ [vestigingsplaats] ” wordt immers enkel aangeduid welke zaken/diensten worden aangeboden en in welke regio, terwijl de plaatsaanduiding [vestigingsplaats] ook geen onderdeel uitmaakt van de handelsnaam van de onderneming van [eiser] . Hesi moet die woorden mogen gebruiken omdat zij anders niet duidelijk zou kunnen maken op welk handelsgebied zij actief is en binnen welk geografisch gebied. [eiser] kiest er kennelijk voor het enige deel van haar handelsnaam dat onderscheidend vermogen heeft, [D] , niet te gebruiken.

4.4. De voorzieningenrechter ziet verder geen verwarringsgevaar, nu uit de URL, die zichtbaar wordt bij een zoekopdracht met de woorden: [A] , [B] , [C] en [vestigingsplaats] , de naam van Hesi daarin wordt vermeld, zodat men weet dat men op basis van voormelde zoektermen wordt verwezen naar de onderneming van Hesi, en niet die van [eiser] (AB).

Op grond van het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat Hesi niet handelt in strijd met het bepaalde in artikel 5 Hnw.

4.5. Evenmin handelt Hesi in strijd met het bepaalde in artikel 5b Hnw. [eiser] stelt ook in dit verband ten onrechte dat Hesi zich bedient van de handelsnaam van de door hem gedreven onderneming. Wat hiervoor in het verband met het beweerdelijke handelen van Hesi in strijd met artikel 5 Hnw is overwogen, is in dit verband eveneens van toepassing. Uit het daar overwogene volgt dat er geen gevaar van misleiding is te duchten, omdat niet voor de hand ligt dat het publiek zal denken dat [eiser] en Hesi op enige wijze aan elkaar gelieerd zijn, of dat Hesi onderdeel uitmaakt van de onderneming van [eiser] .

4.6. Evenmin handelt Hesi in strijd met het bepaalde in artikel 6:194 lid 1 BW, omdat de omstreden advertentie niet misleidend is. Ook in dit verband is van belang dat Hesi in de advertentie niet de gehele handelsnaam van de onderneming van [eiser] gebruikt en de gedeeltes van de naam die hij wél gebruikt enkel beschrijvend van aard zijn. Hesi wekt ook niet de indruk zij de geadverteerde diensten en goederen niet zelf levert.

4.7. Ten slotte heeft Hesi met het omstreden handelen niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiser] . Ook in dit verband stelt [eiser] immers ten onrechte dat Hesi gebruik zou hebben gemaakt van de handelsnaam van de onderneming van [eiser] , terwijl, zoals hierboven is vastgesteld slechts gebruik is gemaakt van onderdelen van die naam die een puur beschrijvend karakter hebben en het gebruik derhalve van die delen niet als onrechtmatig kan worden bestempeld.