IT 4982
13 oktober 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht

 
IT 5606
4 november 2026
Uitspraak

Beroep over niet tijdig beslissen op Woo-verzoek naar AVG-documenten voortijdig ingesteld

 
IT 5632
4 november 2026
Uitspraak

Nederlandse rechter bevoegd in collectieve claim tegen Booking.com en Agoda

 
IT 5606

Beroep over niet tijdig beslissen op Woo-verzoek naar AVG-documenten voortijdig ingesteld

Rechtbank Noord-Holland 7 sep 2026, IT 5606; ECLI:NL:RBNHO:2026:12871 (eiser tegen Raad voor Plantenrassen), https://www.itenrecht.nl/artikelen/beroep-over-niet-tijdig-beslissen-op-woo-verzoek-naar-avg-documenten-voortijdig-ingesteld

Rb. Noord-Holland 7 september 2026, IT 5606; ECLI:NL:RBNHO:2026:12871 (eiser tegen Raad voor Plantenrassen). Een verzoeker vraagt de Raad voor Plantenrassen op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van informatie over de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) over de periode vanaf 2018. Nadat volgens verzoeker niet tijdig op zijn verzoek is beslist, stelt hij de Raad in gebreke. De Raad vraagt hem vervolgens op 6 oktober 2025 om zijn verzoek nader te concretiseren en schort de beslistermijn met twee weken op. Op 15 oktober 2025 stuurt de Raad de privacyverklaring en de verwerkersovereenkomst met Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw) aan verzoeker door en vraagt opnieuw om concretisering. Een dag later stelt verzoeker beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Volgens hem zijn zowel de beslistermijn als de termijn na ingebrekestelling verstreken.

IT 5632

Nederlandse rechter bevoegd in collectieve claim tegen Booking.com en Agoda

Rechtbank Amsterdam 28 okt 2026, IT 5632; ECLI:NL:RBAMS:2026:10574 (Stichting Consumenten Competition Claims tegen Booking.com en Agoda), https://www.itenrecht.nl/artikelen/nederlandse-rechter-bevoegd-in-collectieve-claim-tegen-booking-com-en-agoda

Rb. Amsterdam 28 oktober 2026, RB 4178; IT 5632; ECLI:NL:RBAMS:2026:10574 (Stichting Consumenten Competition Claims tegen Booking.com en Agoda). In deze zaak tussen Stichting Consumenten Competition Claims en Booking.com c.s. staat een collectieve schadeclaim centraal wegens vermeend mededingingsbeperkende en misleidende handelspraktijken op online hotelboekingsplatforms. De Stichting stelt dat Booking.com met pariteitsclausules hotels heeft beperkt in hun mogelijkheden om via andere verkoopkanalen lagere prijzen of gunstigere voorwaarden aan te bieden, waardoor consumenten te veel zouden hebben betaald. Daarnaast zouden Booking.com en Agoda gebruikmaken van dark patterns: misleidende patronen en uitlatingen op hun websites die het boekingsgedrag van consumenten beïnvloeden. Booking Holdings Inc. en Agoda betwisten dat de Nederlandse rechter bevoegd is om over de tegen hen ingestelde vorderingen te oordelen.

IT 5596

Geen afdwingbare samenwerkingsovereenkomst voor ontwikkeling en exploitatie sportapp

Rechtbank Midden-Nederland 14 jul 2026, IT 5596; ECLI:NL:RBMNE:2026:4756 ([eiser sub 1] en [eiser sub 2] tegen [gedaagden c.s]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-afdwingbare-samenwerkingsovereenkomst-voor-ontwikkeling-en-exploitatie-sportapp

Rb. Midden-Nederland 14 juli 2026, IT 5596; ECLI:NL:RBMNE:2026:4756 ([eiser sub 1] en [eiser sub 2] tegen [gedaagden c.s]). Twee eisers vorderen in kort geding nakoming van een volgens hen tot stand gekomen samenwerkingsovereenkomst over de verdere ontwikkeling en exploitatie van een digitaal platform met bijbehorende app die getalenteerde sporters verbindt met trainers, clubs en scouts. Partijen waren sinds april 2024 in gesprek over een samenwerking en volgens de eisers was uiterlijk op 13 november 2025 een bindende overeenkomst tot stand gekomen. De voorzieningenrechter acht echter onvoldoende aannemelijk dat partijen overeenstemming hadden bereikt over de essentiële onderdelen van de samenwerking. Met name bestond onenigheid over de financiële inbreng van de eisers. Volgens hen was afgesproken dat ieder € 60.000 zou investeren, terwijl de wederpartij vasthield aan € 100.000 per investeerder. De eisers hebben niet met stukken kunnen onderbouwen dat de wederpartij met het lagere bedrag had ingestemd. Daarnaast bestond onenigheid over de aflossing van een eerdere lening en de geschiktheid van de kantoorruimte. Dat partijen concepten van aandeelhouders- en managementovereenkomsten hadden uitgewisseld, maakt dit niet anders. Het betrof grotendeels oningevulde standaardovereenkomsten waarover nog nader overleg moest plaatsvinden.

IT 5627

Softwareovereenkomst rechtsgeldig gesloten per e-mail en stilzwijgend verlengd

Rechtbank Gelderland 24 jun 2026, IT 5627; ECLI:NL:RBGEL:2026:5661 (LVP tegen Veluvine), https://www.itenrecht.nl/artikelen/softwareovereenkomst-rechtsgeldig-gesloten-per-e-mail-en-stilzwijgend-verlengd

Rb. Gelderland 24 juni 2026, IT 5627; ECLI:NL:RBGEL:2026:5661 (LVP tegen Veluvine). In deze zaak tussen L.V.P. Reserveringssystemen (LVP) en Stichting Veluvine Cultuur Nunspeet (Veluvine) staat een overeenkomst voor de afname van het planningssysteem Ovatic Planning centraal. LVP heeft in december 2021 per e-mail een offerte uitgebracht, waarop de directeur-bestuurder van Veluvine per e-mail akkoord heeft gegeven. De offerte vermeldt een minimale contractduur van drie jaar, met telkens een stilzwijgende verlenging van twee jaar en een opzegtermijn van drie maanden. Veluvine betwist dat een overeenkomst tot stand is gekomen, omdat deze niet is ondertekend en haar directeur-bestuurder volgens haar niet vertegenwoordigingsbevoegd was.

IT 5624

Bezwaar tegen AVG-inzagebesluit terecht niet-ontvankelijk, korting op proceskostenvergoeding onterecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 jun 2026, IT 5624; ECLI:NL:RBZWB:2026:8180 ([eiser] tegen het college van B&W Breda), https://www.itenrecht.nl/artikelen/bezwaar-tegen-avg-inzagebesluit-terecht-niet-ontvankelijk-korting-op-proceskostenvergoeding-onterecht

Rb. Zeeland-West-Brabant 11 juni 2026, IT 5624; ECLI:NL:RBZWB:2026:8180 ([eiser] tegen het college van B&W Breda). In deze zaak tussen [eiser] en het college van B&W van Breda staat een AVG-inzageverzoek centraal. [eiser] heeft het college verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens. Nadat het college het verzoek aanvankelijk niet had ingewilligd vanwege een lopend adresonderzoek, heeft het alsnog inzage verleend. [eiser] maakt bezwaar tegen de door het college gehanteerde aanvraagdatum, omdat deze van belang is voor de verschuldigdheid van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Later voert hij alsnog inhoudelijke bezwaren aan tegen de verstrekte informatie, waaronder de onvolledigheid daarvan en het zwartlakken van gegevens.

IT 5605

Werkgever handelt ernstig verwijtbaar door privé-WhatsAppberichten van werknemers te gebruiken

Rechtbank Noord-Holland 9 dec 2025, IT 5605; ECLI:NL:RBNHO:2025:14641 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen [verweerder]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/werkgever-handelt-ernstig-verwijtbaar-door-prive-whatsappberichten-van-werknemers-te-gebruiken

Rb. Noord-Holland 9 december 2025, IT 5605; ECLI:NL:RBNHO:2025:14641 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen [verweerder]). Twee koks verzoeken de kantonrechter om ieder een billijke vergoeding van € 30.000 wegens het niet voortzetten van hun arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Aanleiding is dat een leidinggevende via WhatsApp Web op een zakelijke laptop toegang heeft gekregen tot een privégesprek tussen de werknemers, waarin zij zich negatief uitlieten over collega's en leidinggevenden. De leidinggevende heeft het gesprek doorzocht, foto's van berichten gemaakt en deze met anderen binnen de onderneming gedeeld. Vervolgens heeft de werkgever besloten de arbeidsovereenkomsten niet te verlengen vanwege een vertrouwensbreuk. Volgens de werknemers is sprake van een ongerechtvaardigde inbreuk op hun privacy en ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De kantonrechter stelt voorop dat WhatsApp-gesprekken in beginsel privé zijn en onder de bescherming van artikel 8 EVRM vallen. Werknemers mogen erop vertrouwen dat hun privécommunicatie niet door hun werkgever wordt gelezen, ook wanneer deze via WhatsApp Web op een zakelijke laptop toegankelijk is.

IT 5595

Geen vergoeding voor omzetverlies na ongeldige opzegging importeursovereenkomst wegens ontbreken causaal verband

Rechtbank Oost-Brabant 28 jan 2026, IT 5595; ECLI:NL:RBOBR:2026:467 ([eiser] tegen DAF), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-vergoeding-voor-omzetverlies-na-ongeldige-opzegging-importeursovereenkomst-wegens-ontbreken-causaal-verband

Rb. Oost-Brabant 28 januari 2026, IT 5595; ECLI:NL:RBOBR:2026:467 ([eiser] tegen DAF). Een Turkse importeur van DAF-trucks vordert in een schadestaatprocedure ruim € 122 miljoen schadevergoeding van DAF Trucks wegens de gevolgen van een ongeldige opzegging van hun importeursovereenkomst. DAF had de overeenkomst in november 2013 opgezegd tegen 30 november 2014, met een beroep op een verkorte opzegtermijn van één jaar vanwege een voorgenomen reorganisatie van haar distributienetwerk in Turkije. Deze opzegging was niet rechtsgeldig. Een tweede opzegging, tegen 9 januari 2016 met inachtneming van de reguliere opzegtermijn van twee jaar, was dat wel. In de eerdere procedure is vastgesteld dat DAF toerekenbaar is tekortgeschoten door zich vanaf augustus 2014 te gedragen alsof de eerste opzegging rechtsgeldig was. De importeur stelt hierdoor schade te hebben geleden door teruglopende truckverkopen, daarmee samenhangende omzetverliezen en het mislopen van een importeurschap voor Volvo. De rechtbank oordeelt echter dat het vereiste causaal verband tussen de tekortkoming van DAF en de gestelde schade ontbreekt. Hoewel aannemelijk is dat de onrust op de Turkse markt heeft geleid tot lagere verkopen, moet de oorzaak van die onrust volgens de rechtbank overwegend worden gezocht in het optreden van de importeur zelf. De importeur had zich openlijk tegen de beëindiging van de samenwerking verzet en de strijd met DAF publiekelijk gevoerd. Volgens de rechtbank zou deze situatie zich ook hebben voorgedaan wanneer DAF direct met inachtneming van de juiste opzegtermijn had opgezegd. Bij vergelijking met die hypothetische situatie kan de gestelde schade daarom niet aan de tekortkoming van DAF worden toegerekend.

IT 5625

Tekortkomingen bij levering digitaal schadeherstelplatform rechtvaardigen tussentijdse beëindiging en gedeeltelijke ontbinding overeenkomst

Rechtbank Amsterdam 16 sep 2026, IT 5625; ECLI:NL:RBAMS:2026:9150 (Fixico tegen VinFast), https://www.itenrecht.nl/artikelen/tekortkomingen-bij-levering-digitaal-schadeherstelplatform-rechtvaardigen-tussentijdse-beeindiging-en-gedeeltelijke-ontbinding-overeenkomst

Rb. Amsterdam 16 september 2026, IT 5625; ECLI:NL:RBAMS:2026:9150 (Fixico tegen VinFast). In deze zaak tussen Fixico en VinFast staat een overeenkomst centraal voor het gebruik van een digitaal schadeherstelplatform en het opzetten en beheren van een netwerk van gecertificeerde schadeherstelbedrijven. VinFast is op grond van deze overeenkomst jaarlijks € 360.000 aan licentievergoedingen verschuldigd. Fixico vordert betaling van € 720.000 aan achterstallige vergoedingen over 2025 en 2026. VinFast weigert het volledige bedrag te betalen, omdat Fixico volgens haar tekortschiet in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Zo heeft Fixico slechts 22 van de overeengekomen 43 schadeherstellocaties beschikbaar gesteld.

IT 5622

Rb. Amsterdam: geen schadevergoeding na online beleggingsfraude wegens onduidelijkheid over werkwijze oplichters

Rechtbank Amsterdam 8 jul 2020, IT 5622; ECLI:NL:RBAMS:2020:3457 ([eiseres] tegen ABN AMRO), https://www.itenrecht.nl/artikelen/rb-amsterdam-geen-schadevergoeding-na-online-beleggingsfraude-wegens-onduidelijkheid-over-werkwijze-oplichters

Rb. Amsterdam 8 juli 2020, IT 5622; ECLI:NL:RBAMS:2020:3457 ([eiseres] tegen ABN AMRO). In deze zaak tussen [eiseres] en ABN AMRO staat de vraag centraal of de bank aansprakelijk is voor schade die [eiseres] heeft geleden door online beleggingsfraude en of ABN AMRO haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor deze vorm van fraude. [eiseres] werd in oktober 2018 telefonisch benaderd door een vrouw die zich voordeed als medewerker van beleggingsmaatschappij Get Financial. Zij besloot € 250 te beleggen en installeerde op verzoek van de vrouw het programma AnyDesk, waarmee een computer op afstand kan worden bediend. Vervolgens werden vanaf haar privé- en zakelijke bankrekeningen in totaal € 98.877,64 aan betalingen verricht. [eiseres] stelt dat zij slechts enkele betalingen zelf heeft goedgekeurd en dat de overige bedragen zonder haar medeweten zijn overgemaakt. Zij vordert schadevergoeding van ABN AMRO wegens schending van haar zorgplicht.

IT 5623

Beschuldigingen over exploitatie van muziekrechten niet onrechtmatig vanwege zakelijke context en feitelijke onderbouwing

Gerechtshof Amsterdam 20 okt 2026, IT 5623; ECLI:NL:GHAMS:2026:3034 ([appellant] tegen [geïntimeerden]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/beschuldigingen-over-exploitatie-van-muziekrechten-niet-onrechtmatig-vanwege-zakelijke-context-en-feitelijke-onderbouwing

Hof Amsterdam 20 oktober 2026, IEF 23980; IT 5623; ECLI:NL:GHAMS:2026:3034 ([appellant] tegen [geïntimeerden]) In deze zaak tussen [appellant] en [geïntimeerden] staat de vraag centraal of [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld door in e-mails aan onder meer muziekdistributeurs, advocaten en zakelijke relaties beschuldigingen te uiten over de exploitatie van muziekrechten. Partijen zijn verwikkeld in een langdurig geschil over de rechten op een muziekcatalogus. [appellant] stelt dat [geïntimeerden] muziekwerken exploiteren zonder over de benodigde rechten te beschikken en beschuldigt hen onder meer van fraude, oplichting en belastingontduiking. De rechtbank oordeelde dat de uitlatingen onrechtmatig waren [IEF 22875].