Uitspraak ingezonden door Joris Deene, Everest.
Geen auteursrechtelijke bescherming en geen bewezen inbreuk: fotojournalist tegen UGent over online CLIM‑werkpakketten
Hof van beroep Gent 16 maart 2026, IEF 23398, IT 5154, IEFbe 4156; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT). Deze zaak gaat over een geschil tussen fotojournalist Peter‑Vincent Schuld, hoofdredacteur van het online tijdschrift FactsFound.news, en de Universiteit Gent (UGent) omtrent het online gebruik van 18 foto’s in twee CLIM‑werkpakketten (“Mag ik spelen?” en “Verhuizen? Wat is dat?”) die door het Steunpunt Diversiteit en Leren (vakgroep Taalkunde UGent) zijn ontwikkeld en in 2016 integraal en kosteloos online werden geplaatst. Schuld had in 2006–2007 foto’s geleverd aan de Uitgeverij De Boeck voor papieren educatieve uitgaven en verwijst naar facturen en een dading, maar bezorgt die stukken in hoger beroep niet effectief aan het hof. Vanaf 2020 stelt hij UGent herhaaldelijk in gebreke wegens “auteursrechtfraude” en dagvaardt hij in 2024 UGent voor de rechtbank van eerste aanleg Gent, met een vordering tot bescherming van zijn auteursrecht en tot vergoeding van materiële schade van 84.350 euro en morele schade van 10.000 euro. UGent betwist zowel auteurschap als rechthebbenschap, voert onder meer nietigheid van de dagvaarding, verjaring, afstand van recht/rechtsverwerking, en een exceptie van borgstelling aan en stelt dat de auteursvermogensrechten op de CLIM‑pakketten, inclusief de foto’s, bij Uitgeverij De Boeck liggen, gelet op de colofon met “© 2007 Uitgeverij De Boeck nv – Alle rechten voorbehouden”. De rechtbank verwerpt de wering‑ en ontvankelijkheidsverweren, oordeelt dat de vordering ontvankelijk maar ongegrond is omdat Schuld niet aantoont dat hij nog de vermogensrechten bezit, en legt de gerechtskosten voor vier vijfde ten laste van Schuld en voor één vijfde ten laste van UGent. Schuld stelt hoger beroep in en vraagt vernietiging van het vonnis in zoverre zijn vordering ongegrond is verklaard en veroordeling van UGent tot 94.350 euro plus proceskosten, terwijl UGent incidenteel beroep instelt en de vordering alsnog als ontoelaatbaar of minstens ongegrond wil zien afgewezen, met volledige kostenveroordeling van Schuld. In hoger beroep identificeert het hof op basis van de CLIM‑pakketten nauwkeurig de 18 betwiste foto’s, maar werpt de door Schuld op 8 december 2025 via e‑deposit neergelegde conclusie en het nieuwe stuk ambtshalve uit de debatten omdat ze, in strijd met artikel 747 §4 Ger.W. en artikel 740 Ger.W., niet tijdig aan UGent zijn overgemaakt; het hof houdt enkel rekening met de beroepsakte en de daarin opgesomde stukken, die Schuld uiteindelijk evenmin neerlegt.
Artikel geschreven door Fulco Blokhuis, Boekx.
Meta's AI Smartglasses
Meta's AI Smartglasses liggen gewoon bij de opticien. Je kan er mee opnemen. De beelden gaan naar Nairobi, Kenia.
'Bank details, sex and naked people who seem unaware they are being recorded' kopte het Zweedse dagblad die uitvoerig onderzoek deed.
“We see everything – from living rooms to naked bodies. Meta has that type of content in its databases. People can record themselves in the wrong way and not even know what they are recording. They are real people like you and me”. The workers describe videos where people’s bank cards are visible by mistake, and people watching porn while wearing the glasses. Clips that could trigger “enormous scandals” if they were leaked.
Laatste plekken voor het seminar: Consumentenrecht in de Digitale Sector | 2 april 2026
De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. Tegenwoordig bestellen we (bijna) alles via internet. Iedereen die dat wel eens heeft gedaan, kent de kortingsacties die gegeven worden. Van een countdown-timer tot een rad van fortuin: platforms zetten alles in om consumenten te laten klikken en kopen. De digitale wereld is voor consumenten hierdoor niet altijd overzichtelijk. Ook voor juristen is niet alles helder, vooral op de grijze gebieden. Via deceptive interface design ontstaat er een oneerlijke handelspraktijk. Wat betekent dit voor consumenten, retailers, e-tailers, platforms en influencers als dit wordt vastgesteld?
Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen, en meer, samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar.
Bent u erbij? Aanmelden kan alleen deze week nog.
Negatieve recensies op social media van consument niet onrechtmatig
Rb. Limburg 11 september 2024, IEF 23376; IT 5147; ECLI:NL:RBLIM:2024:6062 (Beton Aparte tegen [gedaagde]). [gedaagde] plaatste negatieve recensies op onder meer Radar, Google en Yelp over betonproducten die volgens haar gebrekkig zijn, na blaasvorming en loslatende lagen kort na toepassing. Beton Aparte (de leverancier) weigert terugbetaling en stelt dat de schade het gevolg is van onjuiste verwerking. [gedaagde] laat herstelkosten begroten op circa € 4.000 en uit daarnaast kritiek op de communicatie van het bedrijf. Beton Aparte vordert een verklaring voor recht dat sprake is van onrechtmatige uitlatingen, schadevergoeding wegens reputatie- en omzetverlies, verwijdering van recensies en rectificatie.
HvJ EU: bindend EDPB-besluit op grond van art. 65 AVG vatbaar voor beroep
HvJ EU 10 februari 2025, IT 5151, IEFbe 4146; ECLI:EU:C:2026:81 (WhatsApp tegen EDPB, Bondsrepubliek Duitsland). In dit arrest oordeelt het Hof van Justitie dat een bindend besluit van het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) op grond van artikel 65 AVG zelfstandig vatbaar kan zijn voor beroep tot nietigverklaring bij de Unierechter. Het Hof vernietigt daarmee de eerdere beschikking van het Gerecht, dat het beroep van WhatsApp niet-ontvankelijk had verklaard. De zaak vindt haar oorsprong in een onderzoek van de Ierse toezichthouder naar de naleving door WhatsApp van de transparantie- en informatieverplichtingen uit de AVG. In de samenwerking tussen de Ierse autoriteit als leidende toezichthouder en andere betrokken toezichthouders ontstond onenigheid over onderdelen van het ontwerpbesluit. Daarop werd het geschil voorgelegd aan het EDPB, dat op grond van artikel 65 AVG een bindend besluit nam. Vervolgens stelde de Ierse toezichthouder een definitief besluit vast, waarin onder meer werd geoordeeld dat WhatsApp meerdere bepalingen van de AVG had geschonden en waarin een boete van 225 miljoen euro werd opgelegd. WhatsApp had niet alleen het definitieve Ierse besluit aangevochten bij de nationale rechter, maar ook rechtstreeks bij het Gerecht beroep ingesteld tegen het bindende EDPB-besluit. Het Gerecht verklaarde dat beroep niet-ontvankelijk, omdat het EDPB-besluit slechts een voorbereidende tussenhandeling zou zijn, zonder autonome rechtsgevolgen voor WhatsApp.
Article written by Elgar Weijtmans and Anna Guo.
How the international legal tech community is working together to streamline AI procurement
Everyone is reinventing the wheel
Two years ago, we at HVG Law started evaluating legal AI tools. At the time, there was no framework or playbook to follow, so we built everything from scratch (I described that process in a previous post). It worked, but it took an enormous amount of time and was far from perfect. One of the most humbling takeaways was discovering just how much you don’t know when you first try to seriously assess an AI tool.
In conversations with colleagues from other firms and companies, I noticed that virtually every legal team was wrestling with the same questions. How do you assess the output of an AI? What do you ask a supplier about data processing? How do you test security? Everyone was reinventing the wheel.
Roel Schrijvers was one of the people who decided to do something about it. He built a test matrix for evaluating legal AI tools and shared it with Anna Guo at Legal Benchmarks, planting the seed for what would become a much larger initiative.
Artikel geschreven door Gijs van Berkel, Holla.
Digitale Omnibus uitgelegd: de achtergrond (1/4)
Het digitale landschap staat op het punt te veranderen. De Uniewetgever haalt de bezem door de digitale regelgeving met de introductie van de Digitale Omnibus. Met dit pakket wordt bestaande wetgeving opgeschoond, geharmoniseerd en beter op elkaar afgestemd. Onder andere de AI-Verordening, de AVG en de Data Act worden aangepast.
Vierdelige blogreeks
In deze vierdelige blogreeks zetten wij op een rij wat er (mogelijk) verandert en wat dat voor jouw organisatie kan betekenen. In de volgende delen bespreken we de veranderingen binnen de AVG, de AI‑Verordening en de Data Act. In dit eerste deel zetten we uiteen waarom het Digitale Omnibus er komt en schetsen wij een tijdlijn.
HvJEU: "Koop op rekening” is een verkoopbevorderende aanbieding, transparantie vereist
HvJ EU 25 mei 2025, RB 3984; IT 5148; ECLI:EU:C:2025:352 (Verbraucherzentrale Hamburg tegen bonprix). In deze prejudiciële procedure staat de vraag centraal of een onlinereclame waarin een bijzondere betalingswijze (koop op rekening) wordt aangeboden, kwalificeert als een verkoopbevorderende aanbieding in de zin van artikel 6, onder c), van Richtlijn 2000/31/EG (e-commercerichtlijn). De Duitse consumentenorganisatie betoogt dat de reclame misleidend is, omdat niet direct wordt vermeld dat gebruik van deze betaalmethode afhankelijk is van een kredietwaardigheidscontrole.
Geen rechtsgeldige ontbinding van overeenkomst tot appontwikkeling wegens ontbreken fatale termijn
Hof 's-Hertogenbosch 19 augustus 2025, IT&R 5145; ECLI:NL:GHSHE:2025:2269 ([X B.V.] tegen Myler). In dit hoger beroep stond een overeenkomst centraal waarbij [X B.V.] aan Myler Media B.V. opdracht had gegeven een app en een cms te ontwikkelen voor een digitale restaurantgids met een in-app purchase-model. In het vooraf opgestelde plan van aanpak was als “target date” of gewenste releasedatum 26 maart 2020 genoemd, maar partijen waren het erover eens dat daarmee géén fatale termijn was overeengekomen. Na de start van het project op 5 november 2019 volgde intensief overleg over ontwikkeling, planning en inhoud van de app. [X B.V.] schoof de beoogde releasedatum later zelf op naar 19 april 2020 en legde op 6 februari 2020 per e-mail vast dat op 27 februari een eerste testversie gereed zou zijn, dat eventuele technische en inhoudelijke aanpassingen daarna “zo spoedig mogelijk” zouden worden verwerkt en dat men “alles op alles” zou zetten om de app bij voorkeur uiterlijk 3 maart 2020 bij Apple aan te leveren. Myler reageerde daarop dat geen garanties konden worden gegeven voor een volledig crashvrije app. Nadat op 27 februari 2020 een testversie was gepresenteerd, meende [X B.V.] dat nog verschillende gebreken bestonden. Op 29 februari 2020 beëindigde zij de samenwerking, onder meer nadat was gebleken dat de testversie per ongeluk in de Google Play Store was geplaatst, en op 3 maart 2020 stelde zij Myler alsnog een laatste termijn tot 10 maart 2020 om de app volledig af te ronden, op straffe van buitengerechtelijke ontbinding. Myler betwistte dat zij tekortgeschoten was, reageerde inhoudelijk op de lijst met openstaande punten en wees erop dat voor afronding nog input, keuzes en toegang van [X B.V.] nodig waren. Nadat die uitbleven, ontbond Myler op 26 mei 2020 de overeenkomst partieel voor zover het de nog uit te voeren werkzaamheden betrof en vorderde zij betaling van het resterende loon. De rechtbank had geoordeeld dat de ontbinding door [X B.V.] geen werking had en dat de partiële ontbinding door Myler wel rechtsgeldig was; in hoger beroep bestreed [X B.V.] dat met onder meer grieven over ontbinding, zorgplichtschending, onjuiste advisering, dwaling, bedrog en onrechtmatige daad.
IT-leverancier moet BC-project hervatten en opleveren; opschorting wegens openstaande facturen faalt
Rb. Noord-Holland 24 december 2025, IT&R 5144; ECLI:NL:RBNHO:2025:15321 (De Nederlandse tegen DHS). In dit kort geding tussen De Nederlandse Fashion Support B.V. en Dynamic Hosting Services B.V. (DHS) stond een in mei 2023 gesloten opdrachtovereenkomst centraal, op grond waarvan DHS de bestaande logistieke processen van De Nederlandse, die waren ondergebracht in het systeem Fashion Partner en in Exact, moest overbrengen naar Dynamics 365 Business Central (BC) en moest uitbreiden met de benodigde WMS-functionaliteit. Oorspronkelijk was voorzien dat het project in december 2023 zou worden opgeleverd zodat het per 1 januari 2024 operationeel zou zijn, bij een indicatief budget van € 77.300 exclusief btw op basis van nacalculatie, maar die planning werd niet gehaald. Nadat partijen in september en oktober 2024 opnieuw afspraken hadden gemaakt over de nog uit te voeren werkzaamheden en de verdeling van de aanvullende kosten, liet De Nederlandse uitdrukkelijk weten dat BC uiterlijk per 1 januari 2025 operationeel moest zijn omdat de bestaande leverancier Insys zijn ondersteuning zou beëindigen; ook die datum werd niet gehaald. Vervolgens werden nieuwe tijdelijke oplossingen gezocht, terwijl DHS uiteindelijk haar werkzaamheden opschortte wegens onbetaald gelaten facturen van in totaal € 6.300. In het geding vorderde De Nederlandse onder meer onmiddellijke hervatting van de werkzaamheden, behoorlijke oplevering van het BC-project inclusief training van personeel, en afgifte van de broncode en het functioneel ontwerpdocument van BC; daarnaast vorderde zij ook voorzieningen met betrekking tot een eerder door zustervennootschap DSS geleverde Sorter. DHS voerde daartegen aan dat geen fatale oplevertermijn was overeengekomen, dat de vertraging mede aan De Nederlandse te wijten was omdat zij als voorzitter van de stuurgroep onvoldoende regie zou hebben gevoerd, en dat zij haar werkzaamheden mocht opschorten wegens de openstaande facturen.




























