IT 5366
22 juli 2026
Uitspraak

Dynamisch streamingaanbod kwalificeert als digitale dienst

 
IT 5372
22 juli 2026
Uitspraak

AP mocht afzien van nader onderzoek naar AVG-inzageklacht

 
IT 5368
22 juli 2026
Uitspraak

Kantonrechter wil AVG-inzageverzoek verwijzen naar verzoekschriftprocedure

 
IT 5366

Dynamisch streamingaanbod kwalificeert als digitale dienst

HvJ EU 9 jul 2026,, IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dynamisch-streamingaanbod-kwalificeert-als-digitale-dienst

HvJ EU 9 juli 2026, RB 4061; IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich tegen Verein für Konsumenteninformation). Sky Österreich biedt streamingabonnementen aan waarmee consumenten via een hyperlink of applicatie televisieprogramma’s live, op aanvraag en in bepaalde gevallen na download offline kunnen bekijken. Bij het online afsluiten van een abonnement moeten consumenten ermee instemmen dat Sky al tijdens de herroepingstermijn met de uitvoering begint en erkennen dat zij daardoor hun herroepingsrecht verliezen. De Oostenrijkse consumentenorganisatie VKI bestrijdt dit beding. Volgens VKI is het streamingabonnement geen levering van digitale inhoud, maar een digitale dienst. De uitzondering op het herroepingsrecht voor niet op een materiële drager geleverde digitale inhoud uit artikel 16, eerste alinea, onder m), van Richtlijn 2011/83 zou daarom niet van toepassing zijn.

IT 5372

AP mocht afzien van nader onderzoek naar AVG-inzageklacht

Overige instanties 10 jun 2026,, IT 5372; ECLI:NL:RVS:2026:3333 ([appellant] tegen AP), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ap-mocht-afzien-van-nader-onderzoek-naar-avg-inzageklacht

RvS 10 juni 2026, IT 5372; ECLI:NL:RVS:2026:3333 ([appellant] tegen AP). Een betrokkene dient bij de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht in tegen een administratiekantoor, omdat dit volgens hem niet volledig heeft voldaan aan zijn inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG. De AP kan op basis van een globaal bureauonderzoek niet vaststellen dat sprake is van een AVG-overtreding. Omdat daarvoor nader onderzoek nodig zou zijn, beoordeelt zij aan de hand van haar Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek of zij dat onderzoek zal uitvoeren. De AP besluit daarvan af te zien en wijst de klacht af. De rechtbank oordeelt dat de AP redelijkerwijs mocht uitgaan van de verklaring van het administratiekantoor dat alle opgevraagde stukken waarin persoonsgegevens van de betrokkene waren verwerkt, waren verstrekt. Ook mocht de AP volgens de rechtbank met toepassing van haar prioriteringsbeleid afzien van nader onderzoek.

IT 5368

Kantonrechter wil AVG-inzageverzoek verwijzen naar verzoekschriftprocedure

Rechtbank Rotterdam 22 mei 2026,, IT 5368; ECLI:NL:RBROT:2026:6839 ([eiser] tegen Woonexpress B.V.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kantonrechter-wil-avg-inzageverzoek-verwijzen-naar-verzoekschriftprocedure

Rb. Rotterdam 22 mei 2026, IT 5368; ECLI:NL:RBROT:2026:6839 ([eiser] tegen Woonexpress B.V.). Een consument vraagt Woonexpress om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Volgens de consument heeft Woonexpress niet tijdig op dat verzoek gereageerd. Hij vordert onder meer een verklaring voor recht dat Woonexpress in strijd met de AVG heeft gehandeld, volledige inzage op grond van artikel 15 AVG op straffe van een dwangsom en € 1.500 aan immateriële schadevergoeding op grond van artikel 82 AVG. Woonexpress stelt in een incident dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft en dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevoegd is. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Op grond van artikel 79 lid 2 AVG kan een procedure tegen een verwerkingsverantwoordelijke worden ingesteld in de lidstaat waar deze een vestiging heeft of waar de betrokkene woont. Woonexpress heeft vestigingen in Nederland en de consument woont in Nederland. De rechtbank Rotterdam is relatief bevoegd, omdat de consument daar woont en de vorderingen, hoewel zij niet rechtstreeks op de consumentenovereenkomst zijn gebaseerd, daarvan niet los kunnen worden gezien. Woonexpress wordt veroordeeld tot betaling van € 130,50 aan proceskosten in het incident.

IT 5373

Dertig maanden gevangenisstraf voor openen bankrekeningen met deepfakes

Rechtbank Amsterdam 17 jun 2026,, IT 5373; ECLI:NL:RBAMS:2026:6093 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dertig-maanden-gevangenisstraf-voor-openen-bankrekeningen-met-deepfakes

Rb. Amsterdam 17 juni 2026, IEF 23705; IT 5373; ECLI:NL:RBAMS:2026:6093 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). De verdachte opent tussen 20 maart en 13 november 2025 op frauduleuze wijze 47 bankrekeningen bij ABN AMRO. Tijdens het digitale identificatie- en verificatieproces gebruikt hij gemanipuleerde selfies en identiteitsdocumenten om de controles van de bank te omzeilen. Daarbij worden onder meer met deepfaketechnologie gezichtskenmerken van de verdachte en van slachtoffers gecombineerd. Op zijn telefoon worden identiteitsgegevens van slachtoffers aangetroffen, evenals informatie, zoekopdrachten en aankopen die verband houden met het omzeilen van digitale identiteitscontroles. De rechtbank acht zijn verklaring dat hij vóór 28 september 2025 niet wist waarvoor zijn beeldmateriaal en de gegevens werden gebruikt ongeloofwaardig. De oplichting is voltooid doordat ABN AMRO de rekeningen heeft geopend en daarmee een dienst heeft verleend; dat enkele betaalpassen niet zijn geactiveerd, doet daaraan niet af. De verdachte wordt als alleenpleger veroordeeld voor oplichting, het vervalsen van meerdere identiteitsbewijzen en het verschaffen en voorhanden hebben van afbeeldingen van identiteitsdocumenten waarvan hij wist dat zij voor oplichting waren bestemd. Van het ten laste gelegde medeplegen wordt hij vrijgesproken, omdat geen voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander is bewezen.

IT 5371

Verwijdering BKR-registraties afgewezen wegens onbetaalde schuld

Rechtbank Rotterdam 12 jun 2026,, IT 5371; ECLI:NL:RBROT:2026:6799 ([verzoeker 2] tegen BMW), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwijdering-bkr-registraties-afgewezen-wegens-onbetaalde-schuld

Rb. Rotterdam 12 juni 2026, IT 5371; ECLI:NL:RBROT:2026:6799 ([verzoeker 2] tegen BMW). Een vennoot van een vof verzoekt BMW Financial Services om verwijdering van twee negatieve BKR-registraties: een A-code wegens een betalingsachterstand en een code 2 wegens opeising van de vordering. De registraties houden verband met een Operational Lease Agreement tussen de vof en BMW. Nadat betalingsachterstanden waren ontstaan, ontbond BMW de leaseovereenkomst en bleef de eindfactuur onbetaald. In een eerdere procedure waren de vof en haar vennoten hoofdelijk tot betaling veroordeeld en was bepaald dat zij vanaf 23 december 2024 in verzuim verkeerden. BMW wijzigde daarop de ingangsdatum van de A-code naar die datum. Dat de kantonrechter de maandelijkse vergoeding in het eerdere vonnis als “huur” aanduidde, betekent volgens de rechtbank niet dat geen sprake is van krediet. De operational-leaseovereenkomst kwalificeert materieel en juridisch als een zakelijke kredietovereenkomst. BMW moest daarom de overeenkomst en de betalingsonregelmatigheden bij het BKR registreren.

IT 5370

CBOX mocht overeenkomst niet op grond van opt-outregeling beëindigen

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026,, IT 5370; ECLI:NL:RBAMS:2026:6649 (DNZ tegen CBOX), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cbox-mocht-overeenkomst-niet-op-grond-van-opt-outregeling-beeindigen

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IT 5370; ECLI:NL:RBAMS:2026:6649 (DNZ tegen CBOX). De Nieuwe Zaak Ecommerce (DNZ) en CBOX sluiten een overeenkomst van opdracht voor de implementatie van een BigCommerce-platform. De offerte vermeldt een totale projectinvestering van € 144.500 exclusief btw. Op verzoek van CBOX nemen partijen een opt-outregeling op. Wanneer tijdens de Discoveryfase blijkt dat de investering voor de realisatiefase meer dan 20% afwijkt van het voorstel, moeten partijen overleggen over het vervolg. Alleen wanneer zij geen passende oplossing vinden, behoort beëindiging van de samenwerking tot de mogelijkheden. Na de Discoveryfase presenteert DNZ een geraamde projectinvestering van € 162.500. CBOX deelt vervolgens mee de samenwerking niet te willen voortzetten. DNZ stelt dat CBOX daardoor tekortschiet, ontbindt de overeenkomst buitengerechtelijk en vordert schadevergoeding. CBOX betoogt dat partijen na de Discoveryfase een algemeen go/no-go-moment waren overeengekomen en vordert in reconventie vergoeding van haar eigen schade.

IT 5367

Resterende collectieve vorderingen over coronadatalek afgewezen wegens onvoldoende belang

Rechtbank Amsterdam 9 jun 2026,, IT 5367; ECLI:NL:RBAMS:2026:6299 (ICAM tegen de Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/resterende-collectieve-vorderingen-over-coronadatalek-afgewezen-wegens-onvoldoende-belang

Rb. Amsterdam 9 juni 2026, IT 5367; ECLI:NL:RBAMS:2026:6299 (ICAM tegen de Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s.). Stichting ICAM voert een collectieve actie tegen onder meer de Staat, GGD GHOR en verschillende GGD’en naar aanleiding van het coronadatalek. Vaststaat dat medewerkers van GGD’en toegang hadden tot de systemen CoronIT en HPZone Lite en persoonsgegevens aan derden hebben verstrekt. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank de schadevergoedingsvorderingen al niet-ontvankelijk verklaard. Voor personen van wie niet vaststond dat hun gegevens daadwerkelijk in verkeerde handen waren gekomen, was niet gebleken van schade die voor vergoeding in aanmerking kwam. Voor de groep van wie gegevens wel door onbevoegden waren ingezien of verkregen, hadden de meeste betrokkenen een financiële tegemoetkoming geaccepteerd en afstand gedaan van verdere schadeclaims. Voor de beperkte resterende groep had ICAM onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij representatief was. Na intrekking van de vorderingen tot beëindiging van inbreuken en verbetering van de beveiliging resteerden alleen verklaringen voor recht over de verwerkingsverantwoordelijkheid en gestelde schendingen van onder meer de AVG en artikel 6:162 BW.

IT 5364

Aanmelden voor de Mr. S.K. Martens Academie

Belangstellenden kunnen zich nu aanmelden voor de volgende editie van de Mr. S.K. Martens Academie. Deze officiële specialisatieopleiding intellectueel eigendoms- en procesrecht is bedoeld voor advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun juridische kennis en praktische vaardigheden verder willen verdiepen. De opleiding bestaat uit acht masterclasses en vier live online sessies en start naar waarschijnlijkheid in het najaar 2026.

De nadruk ligt op de praktische bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deelnemers werken in kleine groepen met actuele jurisprudentie, recente praktijkvoorbeelden en concrete businesscases. Ook de invloed van AI op de rechtspraktijk maakt deel uit van het programma. De hoofddocenten zijn Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch.

Na succesvolle afronding van het mondelinge examen ontvangen deelnemers een certificaat in het intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding levert 54 tot 60 PO-punten op. Daarnaast krijgen deelnemers toegang tot het alumninetwerk en gedurende één jaar kosteloos toegang tot verschillende IE-publicaties en databanken van deLex, zoals AI-Forum, Auteursrecht, BMM Bulletin, Berichten Industriële Eigendom en Mediaforum. 

Aanmelden of een offerte op maat aanvragen kan via info@delex.nl

IT 5363

Uitspraak ingezonden door Jordi Bierens, Pels Rijcken

Verboden rond CBR-examenritten en persoonsgegevens van medewerkers uitvoerbaar bij lijfsdwang

Rechtbank Gelderland 16 jul 2026,, IT 5363; ECLI:NL:RBGEL:2026:5730 (CBR tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verboden-rond-cbr-examenritten-en-persoonsgegevens-van-medewerkers-uitvoerbaar-bij-lijfsdwang

Rb. Gelderland 16 juli 2026, IEF 23702; IT 5363; ECLI:NL:RBGEL:2026:5730 (CBR tegen [gedaagde]). In dit kort geding wijst de voorzieningenrechter de vorderingen van het CBR tegen [gedaagde] grotendeels toe en verklaart hij verschillende geboden en verboden uitvoerbaar bij lijfsdwang. [Gedaagde] dient voorafgaand aan de mondelinge behandeling stukken in, maar verschijnt niet op de zitting. De voorzieningenrechter verleent daarom verstek en slaat geen acht op de ingediende stukken. Op grond van art. 139 Rv worden vorderingen bij verstek toegewezen, tenzij zij de voorzieningenrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Omdat lijfsdwang een ingrijpende maatregel is, motiveert de voorzieningenrechter zijn beslissing uitgebreider dan bij verstek gebruikelijk is. Het CBR maakt voldoende aannemelijk dat [gedaagde] twee eerdere vonnissen uit 2023 niet naleeft, dat de daarin opgelegde dwangsommen niet inbaar zijn en dat hij door gemeenten opgelegde gebiedsverboden niet volledig naleeft. Ook blijft [gedaagde] structureel en veelvuldig examenauto’s volgen en houdt hij zich op bij of in de directe omgeving van CBR-locaties.

IT 5359

Kantonrechter toetst ambtshalve bestelknop, informatieplichten en mogelijk oneerlijke ontbindingsbedingen bij fietslease

Rechtbank Noord-Holland 2 jul 2026,, IT 5359; ECLI:NL:RBNHO:2026:8051 (Friesland Lease B.V. tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kantonrechter-toetst-ambtshalve-bestelknop-informatieplichten-en-mogelijk-oneerlijke-ontbindingsbedingen-bij-fietslease

Rb. Noord-Holland 2 juli 2026, IT 5359; ECLI:NL:RBNHO:2026:8051 (Friesland Lease B.V. tegen [gedaagde]). Friesland Lease vordert in een verstekprocedure betaling van € 3.626,39 van een consument, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten, op grond van een op afstand gesloten leaseovereenkomst. Ook wanneer de consument niet verschijnt, moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de handelaar heeft voldaan aan de consumentenrechtelijke informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v BW. Uit de stukken blijkt niet of de consument de overeenkomst heeft gesloten via een bestelknop of een soortgelijke functie en, zo ja, welke tekst daarop stond. Voor de beoordeling of aan artikel 6:230v lid 3 BW is voldaan, mag uitsluitend worden gekeken naar de woorden op de knop waarmee het bestelproces wordt afgerond. Uit die woorden moet ondubbelzinnig blijken dat het aanklikken een betalingsverplichting meebrengt. Friesland Lease krijgt daarom de gelegenheid hierover nadere informatie te verstrekken. Daarnaast heeft zij onvoldoende aangetoond dat de consument vóór het sluiten van de overeenkomst duidelijk en begrijpelijk is geïnformeerd over de wijze van levering, het herroepingsrecht en de verplichting om bij uitoefening daarvan redelijke kosten te vergoeden. Het opnemen van die informatie in de algemene voorwaarden is onvoldoende wanneer de consument er vooraf niet ten minste uitdrukkelijk op is gewezen dat de informatie daarin staat. Ook het na het sluiten van de overeenkomst verstrekte contractuele afschrift bevatte deze informatie niet volledig. De kantonrechter kondigt aan dat aan deze schendingen een sanctie zal worden verbonden, maar bepaalt in dit tussenvonnis nog niet welke sanctie dat zal zijn.