IT 5251
1 mei 2026
Artikel

Online update: Fictief makerschap op woensdag 20 mei

 
IT 5244
1 mei 2026
Uitspraak

Geen recht op netaansluiting bij congestie: TenneT hoeft traject niet te hervatten

 
IT 5246
30 april 2026
Artikel

Loop geen kortingen mis en meld u aan vóór morgen, vrijdag 1 mei

 
IT 5251

Online update: Fictief makerschap op woensdag 20 mei

Woensdag 20 mei neemt Peter Teunissen (Radboud Universiteit) u opnieuw mee in het fictief makerschap. Dit keer bespreekt hij het advies van de Commissie Auteursrecht over de impact van het ONB-arrest op fictief makerschap. Samen met u loopt hij door het advies heen en bespreekt wat erin staat en waarom het advies op die manier is ingericht. Hij bespreekt de drie scenario's en aandachtspunten. Hierbij is zeker ruimte voor vragen. Daarnaast gaat hij kort in op het makerschap in Europa. 

Meer weten of aanmelden?

IT 5244

Geen recht op netaansluiting bij congestie: TenneT hoeft traject niet te hervatten

Rechtbank Gelderland 29 apr 2026, IT 5244; ECLI:NL:RBGEL:2026:3358 (Goodman tegen TenneT), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-recht-op-netaansluiting-bij-congestie-tennet-hoeft-traject-niet-te-hervatten

Rb. Gelderland 29 april 2026, IT 5244; ECLI:NL:RBGEL:2026:3358 (Goodman tegen TenneT). In dit kort geding vordert projectontwikkelaar Goodman dat netbeheerder TenneT het aansluittraject voor een elektriciteitsaansluiting hervat en afrondt. Goodman stelt dat zij op basis van een ondertekende offerte, een voorloopopdracht en reeds verrichte betalingen als gecontracteerde afnemer moet worden beschouwd en aanspraak heeft op realisatie van de aansluiting.

IT 5243

Ruime bescherming voor vrijheid van meningsuiting politici: ‘beetje Andrew Tate vibes’ toegestaan

Rechtbank Midden-Nederland 24 apr 2026, IT 5243; ECLI:NL:RBMNE:2026:1870 ([eisende partij] tegen Volt en [gedaagde partij sub 2]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/ruime-bescherming-voor-vrijheid-van-meningsuiting-politici-beetje-andrew-tate-vibes-toegestaan

Rb. Midden-Nederland 24 april 2026, IEF 23511; IT 5243; ECLI:NL:RBMNE:2026:1870 ([eisende partij] tegen Volt en [gedaagde partij sub 2]). In dit kort geding staat de vraag centraal of uitlatingen van een politica tijdens een gemeenteraadsvergadering, en de daarna op social media, onrechtmatig zijn tegenover een verhuurder, [eisende partij]. De politica sprak onder meer over “Andrew Tate vibes” en kwalificeerde diens verhuurpraktijken als intimiderend. [eisende partij] verhuurde bijvoorbeeld enkel aan vrouwen.

IT 5252

Hof Den Haag: stakingsbevel wegens merkinbreuk op Uniemerk ICE niet geschorst; rectificatiebevel voorwaardelijk geschorst wegens disproportionele redactie

Gerechtshof Den Haag 7 apr 2026, IT 5252; ECLI:NL:GHDHA:2026:546 (Ice Labs tegen IEH), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-den-haag-stakingsbevel-wegens-merkinbreuk-op-uniemerk-ice-niet-geschorst-rectificatiebevel-voorwaardelijk-geschorst-wegens-disproportionele-redactie

Hof Den Haag 7 april 2026, IEF 23520; ECLI:NL:GHDHA:2026:546 (Ice Labs tegen IEH). Dit arrest van het Gerechtshof Den Haag (7 april 2026) betreft een schorsingsincident ex art. 351 Rv in hoger beroep tegen een kortgedingvonnis van de voorzieningenrechter Den Haag van 6 mei 2025, waarbij Ice Labs, die de cryptomunt "Ice Open Network" (ticker: ICE) op de markt brengt, bij voorlopig oordeel inbreukmakend werd bevonden op het Uniemerk ICE van Intercontinental Exchange Holdings, Inc. (IEH), en werd bevolen iedere inbreuk in de EU te staken, alle exchanges te verzoeken de naam en ticker te wijzigen, en een rectificatie te plaatsen op website en sociale media, op straffe van dwangsommen. Ice Labs vorderde in het incident primair schorsing tot aan de beslissing in de hoofdzaak, subsidiair voor 90 dagen na betekening. Het hof baseert zijn internationale bevoegdheid in dit incident op art. 125 lid 1 UMVo jo. art. 35 Brussel I-bis, nu een reële band met de Nederlandse rechtsorde bestaat; de in de hoofdzaak opgeworpen bevoegdheidskwestie blijft onbesproken. Het hof hanteert de maatstaf uit HR 20 december 2019: uitgangspunt is tenuitvoerlegging, schorsing is slechts gerechtvaardigd indien het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt, waarbij het hof uitgaat van de vaststellingen van de voorzieningenrechter tenzij sprake is van een kennelijke misslag, en, indien de uitvoerbaarheid bij voorraad is gemotiveerd, de veroordeelde nieuwe feiten of omstandigheden moet aanvoeren die zich na de uitspraak hebben voorgedaan en een ander oordeel kunnen rechtvaardigen.

IT 5242

Geen aandelen, wel loon: opdrachtnemer krijgt €302.500 voor softwarewerkzaamheden

Rechtbank Amsterdam 12 mrt 2026, IT 5242; ECLI:NL:RBAMS:2025:1620 (Cimico tegen GLT), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-aandelen-wel-loon-opdrachtnemer-krijgt-302-500-voor-softwarewerkzaamheden

Rb. Amsterdam 12 maart 2026, IT 5242; ECLI:NL:RBAMS:2025:1620 (Cimico tegen GLT). In deze zaak vordert Cimico betaling voor werkzaamheden die zij gedurende ruim drie jaar heeft verricht voor softwarebedrijf GLT. Partijen hadden gesproken over beloning in de vorm van een aandelenbelang, maar daarover is nooit overeenstemming bereikt. Cimico stelt daarom recht te hebben op een redelijk loon.

IT 5249

A-G: registratie persoonsgegevens door ING in IVR en Gebeurtenissenadministratie niet in strijd met AVG

Hoge Raad 24 apr 2026, IT 5249; ECLI:NL:PHR:2026:435 ([eiser] tegen ING), https://www.itenrecht.nl/artikelen/a-g-registratie-persoonsgegevens-door-ing-in-ivr-en-gebeurtenissenadministratie-niet-in-strijd-met-avg

Parket bij de Hoge Raad 24 april 2026, IEF 23518; IT 5249; ECLI:NL:PHR:2026:435 ([eiser] tegen ING). Deze conclusie van A-G Drijber (zitting 24 april 2026) betreft een geschil tussen een ondernemer (eiser) en ING over de verwerking van zijn persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie en het Intern Verwijzingsregister (IVR) van ING. ING had de zakelijke bankrelatie beëindigd omdat zij onvoldoende kon uitsluiten dat eisers cashgelden betrokken waren bij heling, witwassen en andere criminele activiteiten, mede vanwege het ontbreken van een adequate inkoopadministratie en schending van de registratieplicht ex art. 437 Sr. Eiser vorderde verwijdering van zijn persoonsgegevens uit het IVR en de Gebeurtenissenadministratie. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vorderingen af. Het hof oordeelde dat de geregistreerde gegevens geen strafrechtelijke persoonsgegevens zijn in de zin van art. 10 AVG, de vastgelegde feiten en omstandigheden (grote cashuitgaven zonder verantwoording, het ontbreken van een adequate boekhouding en onvoldoende maatregelen om betrokkenheid bij strafbare feiten uit te sluiten) kunnen geen bewezenverklaring in de zin van art. 350 Sv dragen, en dat de verwerking een gerechtvaardigd doel dient op grond van art. 6 lid 1 onder f AVG (waarborging van de veiligheid en integriteit van de financiële sector, mede gelet op de Wwft-verplichtingen van ING), dat de persoonsgegevens uitsluitend intern toegankelijk zijn, dat eiser niet in zijn toegang tot financiële diensten elders is belemmerd, en dat de aantekening een correcte weergave vormt van de redenen voor de beëindiging van de bankrelatie.

IT 5245

"3 Coins" mist onderscheidend vermogen volgens het Gerecht EU

Overige instanties 29 apr 2026, IT 5245; ECLI:EU:T:2026:297 ((Wazdan tegen EUIPO)), https://www.itenrecht.nl/artikelen/3-coins-mist-onderscheidend-vermogen-volgens-het-gerecht-eu

Gerecht EU 29 april 2026, IEF23512, IT5245, ECLI:EU:T:2026:297 (Wazdan tegen EUIPO). In deze zaak heeft het Gerecht van de Europese Unie uitspraak gedaan in het beroep van Wazdan Innovations tegen het EUIPO over de aanvraag van het Uniewoordmerk “3 Coins”. De aanvraag zag op speeljetons, gezelschapsspellen, dobbelstenen, draagbare videospelconsoles, elektronische spellen en diverse softwarediensten in de klassen 28 en 42. De vierde kamer van beroep had geoordeeld dat het teken voor alle betrokken waren en diensten elk onderscheidend vermogen mist. De weigering had geen betrekking op de dienst “ontwerp van onlinespellen” in klasse 42. Wazdan verzocht het Gerecht primair om de bestreden beslissing te wijzigen en subsidiair om vernietiging daarvan. Het Gerecht oordeelde echter dat het niet bevoegd is om de beslissing zodanig te wijzigen dat het merk wordt ingeschreven, en beperkte zich daarom tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot vernietiging. Centraal stond de vraag of het teken “3 Coins” onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 7, lid 1, onder b, van Verordening (EU) 2017/1001. Het Gerecht herhaalde dat een merk onderscheidend vermogen heeft wanneer het geschikt is om de betrokken waren of diensten te identificeren als afkomstig van een bepaalde onderneming en deze te onderscheiden van die van andere ondernemingen. Deze beoordeling moet plaatsvinden in het licht van de aard van de betrokken 'waren en diensten' en de perceptie van het relevante publiek. Dat publiek bestaat uit het algemene publiek dat geïnteresseerd is in games, kans- en gokspellen, met daarnaast voor bepaalde diensten in klasse 42 een professioneel publiek. Het Gerecht benadrukte dat een teken ook zonder strikt beschrijvend te zijn niet-onderscheidend kan zijn. Het was dus niet vereist dat EUIPO aantoont dat “3 Coins” een concreet kenmerk van de betrokken waren of diensten rechtstreeks beschrijft, zolang het relevante publiek het teken niet als aanduiding van commerciële herkomst zal opvatten. In dit verband oordeelde het Gerecht dat het element “coin” in de spelcontext een gangbaar en betekenisvol begrip is, bijvoorbeeld als middel om een spel te starten, als speleenheid, als beloning of als (virtuele of crypto) valuta.

IT 5240

Ook zonder contract aansprakelijk: echtgenoot moet energierekening betalen ondanks echtscheiding

Rechtbank Rotterdam 12 mrt 2026, IT 5240; ECLI:NL:RBROT:2026:2522 (e-Energy Europe B.V. tegen [gedaagde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/ook-zonder-contract-aansprakelijk-echtgenoot-moet-energierekening-betalen-ondanks-echtscheiding

Rb. Rotterdam 12 maart 2026, IT 5240; ECLI:NL:RBROT:2026:2522 (e-Energy tegen [gedaagde]). In deze zaak vordert energieleverancier e-Energy betaling van een openstaande energierekening. De overeenkomst was alleen gesloten door de (aanstaande) ex-vrouw van gedaagde. Gedaagde stelt dat hij niet aansprakelijk is, omdat de huwelijksgemeenschap al was ontbonden door het indienen van een echtscheidingsverzoek.

IT 5241

Wazdan Innovations tegen EUIPO: "1 Coin" mist onderscheidend vermogen voor gaming- en gokdiensten

Overige instanties 29 apr 2026, IT 5241; ECLI:EU:T:2026:296 ((Wazdan Innovations tegen EUIPO)), https://www.itenrecht.nl/artikelen/wazdan-innovations-tegen-euipo-1-coin-mist-onderscheidend-vermogen-voor-gaming-en-gokdiensten

Gerecht EU 29 april 2026, IEF23507, IT5241, ECLI:EU:T:2026:296 (Wazdan tegen EUIPO). In deze zaak heeft het Gerecht van de Europese Unie uitspraak gedaan in het beroep van Wazdan Innovations Ltd tegen het European Union Intellectual Property Office. Het geschil betrof de weigering om het Uniewoordmerk “1 Coin” in te schrijven voor onder meer spellen, gaming-software en gokdiensten. EUIPO had de aanvraag grotendeels afgewezen wegens het ontbreken van onderscheidend vermogen in de zin van artikel 7 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001, ook nadat de lijst van waren en diensten was beperkt. De weigering had geen betrekking op de dienst “ontwerp van online spellen” (conception de jeux en ligne) in klasse 42. Wazdan verzocht het Gerecht primair om de bestreden beslissing te wijzigen en subsidiair om vernietiging daarvan. Het Gerecht oordeelde echter dat het niet bevoegd is om zelf een Uniemerk in te schrijven en beperkte zich daarom tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot vernietiging. Ten aanzien van het onderscheidend vermogen oordeelde het Gerecht dat het relevante publiek, bestaande uit het algemene publiek dat geïnteresseerd is in games, kansspelen en gokdiensten, en deels professionele afnemers met een hoger aandachtsniveau, het teken “1 Coin” zal opvatten als een verwijzing naar spelmechaniek, zoals inzet, spelregels of beloningen. Het element “coin” wordt in de gaming- en gokcontext algemeen gebruikt, onder meer voor fysieke of virtuele munten. Daardoor zal het teken niet worden gezien als een aanduiding van commerciële herkomst, maar als informatieve aanduiding. Het Gerecht bevestigde dat een teken ook zonder strikt beschrijvend te zijn toch niet-onderscheidend kan zijn.