Geen schadevergoeding na opzegging huur voor uitbreiding elektriciteitsnet
Rb. Oost-Brabant 30 april 2026, IT 5257; ECLI:NL:RBOBR:2026:2636 (Enexis tegn GCDT). In deze zaak oordeelt de kantonrechter over de vraag of netbeheerder Enexis een schadevergoeding moet betalen aan een golfvereniging na beëindiging van een huurovereenkomst wegens uitbreiding van een hoogspanningsstation. Golf- en Country Club De Tongelreep (hierna: GCDT) huurde sinds 1987 een perceel van Enexis waarop twee holes van de golfbaan waren gelegen. In het kader van de energietransitie en het oplossen van netcongestie was uitbreiding van het naastgelegen hoogspanningsstation noodzakelijk, waarvoor Enexis het perceel weer nodig had. De huurovereenkomst werd in 2024 opgezegd met een formele opzegtermijn van 17 maanden, terwijl GCDT feitelijk al sinds 2022 op de hoogte was van de voorgenomen beëindiging. GCDT vordert in reconventie een schadevergoeding van ruim €660.000 voor herinrichtingskosten en investeringen, stellende dat de opzegging zonder vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De kantonrechter wijst deze vordering af.
Uitspraak ingezonden door Remi van Mansfeld, Kennedy van der Laan.
Geen fatale termijn in agile-ontwikkeling: geen verzuim bij vertraagde oplevering app
Rb. Amsterdam 22 april 2026, IT5258; ECLI:NL:RBAMS:2026:3930 ([eiser] tegen DTT). In deze zaak stond een conflict centraal tussen [eiser], opdrachtgever en een softwareontwikkelaar (DTT) over de ontwikkeling van een nieuwe mobiele app en het onderhoud van bestaande native apps. De opdrachtgever stelde dat de ontwikkelaar toerekenbaar tekort was geschoten door het niet tijdig opleveren van de app, het overschrijden van de begrote kosten en het niet nakomen van een toezegging om de app kosteloos af te maken. Daarnaast werd gesteld dat ook het onderhoud van de bestaande apps ondeugdelijk was uitgevoerd.
Artikel geschreven door Edine Apeldoorn en Nienke de Bruijn, voor het Tijdschrift voor Internetrecht.
Opkomen tegen een ‘shadowban’ via invulling van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm
Dit artikel betreft een verkenning van huidige specifieke wet- en regelgeving op het gebied van shadowbanning: een potentieel nieuwe vorm van censuur. De effectiviteit van deze wet- en regelgeving blijkt beperkt omdat deze vooral transparantie- en motiveringsverplichtingen kent en niet effectief wordt gehandhaafd. Deze observatie leidt tot een op Urgenda en Shell/Milieudefensie geïnspireerde analyse van de mogelijkheid om tegen een shadowban op te komen via de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm (artikel 6:162 BW), ingevuld aan de hand van artikel 10 EVRM en soft law zoals UNGP en OESO. De dominante (economische) machtspositie van sociale media platformen en hun functie als infrastructuur van het publieke debat vragen dringend om zo een analyse.
Geen recht op verwijdering uit Schoolleidersregister onder AVG
Hof Amsterdam 14 april 2026, IT 5255; ECLI:NL:GHAMS:2026:1138 ([appellante] tegen [geïntimeerde]). In deze zaak oordeelt het Hof Amsterdam over een verzoek van een schoolleider tot verwijdering van haar persoonsgegevens uit het Schoolleidersregister Primair Onderwijs. Zij stelde dat de registratie onrechtmatig was en beriep zich onder meer op haar recht op gegevenswissing onder de AVG. Het hof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank (ECLI:NL:RBNHO:2025:1087), dat het verzoek moet worden afgewezen. De verwerking van persoonsgegevens door de beheerder van het register is rechtmatig op grond van artikel 6 lid 1 onder f AVG. Volgens het hof bestaat een gerechtvaardigd belang bij het registreren van schoolleiders, gelegen in het bewaken, stimuleren en borgen van de kwaliteit van schoolleiders en de professionalisering binnen het primair onderwijs. Deze registratie vloeit voort uit afspraken tussen sociale partners en voorwaarden die door de overheid zijn gesteld aan financiering van professionalisering.
Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht
In deze gratis nieuwsbrief vindt u de jurisprudentie van IT & Recht. Handig voor jurisprudentielunches en als u zelf besprekingen voorbereidt.
Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht
Artikel 15 AVG reikt niet tot interne besluitvorming en correspondentie van rechtbank
Rb. Rotterdam 13 maart 2026, IT 5253; ECLI:NL:RBROT:2026:2765 ([verzoeker] tegen het Gerechtsbestuur). In deze zaak verzoekt [verzoeker] om op grond van de AVG inzage in alle interne communicatie en documenten van de rechtbank Den Haag waarin zijn persoonsgegevens voorkomen, waaronder interne e-mails, notities en analyses rond zijn eerdere procedures en klachten. De rechtbank wijst het verzoek grotendeels af. Hoewel artikel 15 AVG recht geeft op inzage in persoonsgegevens, strekt dit recht niet zo ver dat ook volledige toegang moet worden verleend tot interne correspondentie en documenten. Het doel van het inzagerecht is dat betrokkene de verwerking van zijn persoonsgegevens kan controleren, en daaraan was in dit geval al voldaan doordat een overzicht van de verwerkte gegevens en relevante stukken was verstrekt.
Geen uitzendverbod voor tv-programma, wel beperking herkenbaarheid [eiser]
Rb. Amsterdam 29 oktober 2025; IEF 23522; IT 5254 ECLI:NL:RBAMS:2025:11439 ([eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding vordert een betrokkene een verbod op de uitzending van een aflevering van een televisieprogramma waarin hij wordt geconfronteerd met beschuldigingen van financiële misstanden en benadeling van derden. Volgens [eiser] is de voorgenomen uitzending onrechtmatig, omdat deze zou zijn gebaseerd op onjuiste informatie en omdat hem onvoldoende gelegenheid tot wederhoor zou zijn geboden.
HvJEU: Vaste staatsinkomsten uit frequentievergoedingen toegestaan, mits niet boven marktwaarde
HvJ EU 5 maart 2026, IT 5248; IEFbe 4210; ECLI:EU:C:2026:156 ( Elettronica Industriale SpA tegen Ministero delle Imprese e del Made in Italy). In deze prejudiciële zaak staat de vraag centraal of lidstaten bij het vaststellen van vergoedingen voor het gebruik van digitale televisiefrequenties rekening mogen houden met vooraf vastgestelde begrotingsdoelstellingen. Aanleiding vormt een Italiaans stelsel waarbij de hoogte van de vergoedingen mede wordt bepaald door een wettelijk vastgelegd minimum aan jaarlijkse inkomsten voor de staatsbegroting. Een netwerkexploitant betwistte de geldigheid van deze regeling, omdat zij zou neerkomen op een zuiver fiscale heffing die niet verenigbaar is met het Unierechtelijke kader voor elektronische communicatie.
Verbod op negatieve reviews: herhaaldelijk plaatsen onder verschillende namen onrechtmatig
Rb. Zeeland West-Brabant 17 april 2026, IEF 23515; IT 5247; ECLI:NL:RBZWB:2026:3455 ([eisende partij] tegen [gedaagde partijen]). In dit kort geding staat centraal of het plaatsen van meerdere negatieve online recensies over een vakantiewoning onrechtmatig is. Gedaagden hadden na klachten over hun verblijf herhaaldelijk negatieve reviews geplaatst op verschillende platforms, deels onder verschillende namen.
Online update: Fictief makerschap op woensdag 20 mei
Woensdag 20 mei neemt Peter Teunissen (Radboud Universiteit) u opnieuw mee in het fictief makerschap. Dit keer bespreekt hij het advies van de Commissie Auteursrecht over de impact van het ONB-arrest op fictief makerschap. Samen met u loopt hij door het advies heen en bespreekt wat erin staat en waarom het advies op die manier is ingericht. Hij bespreekt de drie scenario's en aandachtspunten. Hierbij is zeker ruimte voor vragen. Daarnaast gaat hij kort in op het makerschap in Europa.
Meer weten of aanmelden?






























