IT 2913

Onrechtmatige waardering zorgverlener ZorgkaartNederland

Rechtbank 9 okt 2019, IT 2913; ECLI:NL:RBOVE:2019:3754 (Eiseres tegen ZorgkaartNederland), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onrechtmatige-waardering-zorgverlener-zorgkaartnederland

Rechtbank Overijssel 9 oktober 2019, IT&R 2913 ;ECLI:NL:RBOVE:2019:3754 (Eiseres tegen ZorgkaartNederland) AVG. Eiseres is medisch specialist in een ziekenhuis. De Patiëntenfederatie vertegenwoordigt patiëntenorganisaties en exploiteert onder de naam ZorgkaartNederland. Via de website kunnen waarderingen geplaatst worden over zorgverleners. ZorgkaartNederland hanteert een gedragscode waaraan waarderingen moeten voldoen en de redactie kan ervoor kiezen een waardering niet te plaatsen of te verwijderen. Er is een waardering geplaatst over eiseres op de website. Op elk onderdeel werd zij gewaardeerd met een ‘2’. Eiseres heeft aan ZorgkaartNederland via een mail gevraagd haar naam en alle beoordelingen te verwijderen van de website. ZorgkaartNederland weigert dit te doen. Eiseres vordert onder andere onrechtmatigheid van de verwerking van haar persoonsgegevens op de website, op grond van de AVG. De vordering wordt toegewezen.

IT 2912

Beheer facebookpagina komt toe aan werkgever

Rechtbank 18 okt 2019, IT 2912; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/beheer-facebookpagina-komt-toe-aan-werkgever

Rechtbank Gelderland, 19 oktober 2019, IEF 18767, IT&R 1912; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde) Kort geding. Beheer Facebookpagina. Gedaagde was in dienst bij het Dierenopvangtehuis en had vanuit haar persoonlijke account op Facebook een facebookpagina aangemaakt van het dierenasiel. Hierop plaatste zij regelmatig haar eigen mening met betrekking tot producten of diensten van en voor het asiel. De voorzitter van het asiel had via een mail verzocht om dit na te laten en dit alleen via haar eigen facebookpagina te doen, omdat dit het asiel problemen op zou kunnen leveren. Gedaagde weigert uiteindelijk de facebookpagina over te dragen aan het bestuur en doet op twitter enkele uitspraken over het bestuur. Dierenopvangtehuis vordert op straffe van dwangsom het beheer van de facebookpagina en de gegevens hiervan te krijgen van gedaagde. De vordering wordt toegewezen. Het beheer van de facebookpagina komt toe aan de werkgever, omdat de facebookpagina door de voormalige werknemer voor de werkgever is aangemaakt. De uitlatingen van de voormalige werknemer zijn niet onrechtmatig jegens werkgever.

IT 2911

Angad-Gaur: 'De waarde van auteursrecht'

Toespraak door Erwin Angad-Gaur, voorzitter Platform Makers, tijdens de bijeenkomst 'De waarde van Auteursrecht' op 10 oktober jl.
"Geen week lijkt voorbij te gaan zonder dat wij direct of indirect over het auteursrecht horen,  op 10 oktober jl. Een fotografenstaking, een geruchtmakende plagiaatzaak, afkoop van rechten door De Persgroep, vertalers die de noodklok luiden, de inkomenspositie van kunstenaars, door zowel de SER als de Raad voor Cultuur op de agenda geplaatst; de Arbeidsmarktagenda Cultuur. Maar ook het debat over ‘artikel 13’ (inmiddels artikel 17) in de nieuwe Europese Auteursrechtrichtlijn, discussies over handhaving en Stichting BREIN, de stijgende omzet van platenmaatschappijen uit streamingdiensten – en de achterblijvende inkomsten van artiesten. Het auteursrecht lijkt aanweziger en dichterbij dan ooit. Maar toch – in al zijn details en nuances – vaak onbekend, bij zowel beleidsmakers als consumenten, gebruikers en veel makers zelf.

IT 2908

Aantasting eer en goede naam influencer door vlogger

Rechtbank 14 okt 2019, IT 2908; ECLI:NL:RBNHO:2019:8457 (Influencer tegen vlogger), http://www.itenrecht.nl/artikelen/aantasting-eer-en-goede-naam-influencer-door-vlogger

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 14 oktober 2019, IT 2908; ECLI:NL:RBNHO:2019:8457 (Influencer tegen vlogger) Eiser is influencer, gedaagde is vlogger. Gedaagde heeft op Instagram en Youtube diverse publicaties geplaatst die betrekking hebben op eiser, de personen rondom eiser dan wel producten van eiser. Eiser vordert verwijdering van geplaatste publicaties. Gedaagde heeft de grenzen van het toelaatbare overschreden. De publicaties hebben de eer en goede naam van eiser aangetast. Gedaagde wordt daarom op straffe van een dwangsom veroordeeld tot het verwijderen en verwijderd houden van alle door hem omtrent eiser geplaatste publicaties. Eveneens op straffe van een dwangsom wordt het hem verboden om (nadere) negatieve uitlatingen te doen over eiser en wordt hij veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie. De vordering tot betaling van schadevergoeding wordt afgewezen bij gebrek aan voldoende onderbouwing van die vordering.

IT 2910

Managementboek 'Everything Transaction'

The management book Everything Transaction by Shikko Nijland, Douwe Lycklama and Chiel Liezenberg is available as an English-language hard copy and e-book since this week. In the book, the authors address themes such as platforms, digital trust and data sharing. The authors' intention with 'Everything Transaction' is to support business leaders in achieving better navigation in the digital world. They do this based on the vision that trust and cooperation between companies are the key to a sustainable solution for digital transactions in the future. The Dutch version of the book was awarded the title 'Management Book of the Year 2019'.

IT 2909

Leidt openbaarmaking van MIDI-files via een website tot inbreuk auteursrecht?

3 apr 2019, IT 2909; (Buma/Stemra tegen Younique), http://www.itenrecht.nl/artikelen/leidt-openbaarmaking-van-midi-files-via-een-website-tot-inbreuk-auteursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 april 2019, IEF 18764, IT 2909; (Buma/Stemra tegen Younique) Tussenvonnis. Buma/Stemra exploiteert en handhaaft auteursrechten met betrekking tot muziekwerken op basis van overeenkomsten van overdracht met componisten, schrijvers en uitgevers en wederkerigheidsovereenkomsten met zusterorganisaties in het buitenland. Buma exploiteert en handhaaft daarbij de openbaarmakingsrechten, Stemra de verveelvoudigingsrechten. Buma/Stemra verleent licenties aan online aanbieders van downloadbare muziekbestanden. Younique produceert met name MIDI-files, vaak gebruikt voor live optredens van muzikanten, van bekend repertoire. Een MIDI (Musical Instrument Digital Interface) file is een digitaal muziekwerk dat tot stand komt doordat een door Younique ingehuurde muzikant verschillende instrumentenpartijen inspeelt. Hierbij wordt het geluid digitaal verwerkt en opgeslagen als MIDI-bestand. Daarnaast produceert Younique ook MP3-bestanden die gebruikt worden om muziekwerken aan te bieden. Buma/Stemra vordert staking van iedere openbaarmaking of verveelvoudiging in Nederland van een door Buma/Stemra vertegenwoordigd muziekwerk of een gedeelte daarvan zonder dat daarvoor auteursrechtelijke toestemming is verkregen, voornamelijk als het gaat om exploitatie van de website van Younique. De Geschillencommissie auteursrechten wordt om uitleg verzocht teneinde meer duidelijkheid te verkrijgen over hoe in deze zaak moet worden beslist. De zaak is na dit tussenvonnis geschikt.

IT 2907

'Nieuwe beperking' gerechtvaardigd door voorkoming identiteits- en documentfraude

HvJ EU 3 okt 2019, IT 2907; http://www.itenrecht.nl/artikelen/nieuwe-beperking-gerechtvaardigd-door-voorkoming-identiteits-en-documentfraude

HvJ EU 3 oktober 2019, IT 2907; IEFbe 2969; ECLI:EU:C:2019:823 (Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen A, B en P)  Namens twee Turkse onderdanen, A en B, zijn aanvragen ingediend inzake een machtiging tot voorlopig verblijf voor het verrichten van arbeid in loondienst dan wel voor gezinshereniging in Nederland. De staatssecretaris heeft de aanvragen ingewilligd onder de voorwaarde dat A en B biometrische gegevens afstaan, met name een opname van gezicht en vingerafdrukken. A en B hebben hieraan meegewerkt en de verzochte machtigingen gekregen. P, de echtgenote van B, is woonachtig in Nederland en heeft zowel de Turkse als Nederlandse nationaliteit. A, B en P hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit (de voorwaarde) van de staatssecretaris.

Een nationale regeling die voorziet in het afnemen, vastleggen en bewaren van biometrische gegevens van onderdanen van derde landen in een centraal bestand vormt een “nieuwe beperking" in de zin van artikel 7 van besluit nr. 2/76 en artikel 13 van besluit nr. 1/80. Een dergelijke beperking is verboden, tenzij de beperking om dwingende reden van algemeen belang gerechtvaardigd is. Aangezien de regeling in kwestie een legitiem doel nastreeft en geschikt is om dat doel te bereiken, rijst de vraag of in het onderhavige geval het afnemen, vastleggen en bewaren van biometrische gegevens onder de 'nieuwe beperking' valt en zo ja, of deze evenredig is aan het nagestreefde doel. Er is wel degelijk sprake van een 'nieuwe beperking'. Deze is echter gerechtvaardigd door het doel document- en identiteitsfraude te voorkomen en te bestrijden.

Prejudiciële antwoorden:

70      Gelet op een en ander moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 13 van besluit nr. 1/80 aldus moet worden uitgelegd dat een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf aan onderdanen van derde landen, waaronder Turkse onderdanen, afhankelijk stelt van de voorwaarde dat hun biometrische gegevens worden afgenomen, vastgelegd en bewaard in een centraal bestand, een „nieuwe beperking” in de zin van die bepaling vormt. Die beperking wordt echter gerechtvaardigd door het doel om identiteits- en documentfraude te voorkomen en te bestrijden.

[…]

73      In dat verband zij eraan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak de rechtvaardiging van een verzoek om een prejudiciële beslissing niet is gelegen in het formuleren van rechtsgeleerde adviezen over algemene of hypothetische vraagstukken, maar in de behoefte aan de werkelijke beslechting van een geschil dat verband houdt met het Unierecht (arrest van 21 december 2016, Tele2 Sverige en Watson e.a., C‑203/15 en C‑698/15, EU:C:2016:970, punt 130 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

74      In casu blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale regeling in wezen bepaalt dat het beschikbaar stellen van biometrische gegevens van onderdanen van derde landen, waaronder Turkse onderdanen, aan derden met het oog op het opsporen en vervolgen van strafbare feiten alleen is toegestaan wanneer het gaat om strafbare feiten waarvoor een maatregel van voorlopige hechtenis kan worden opgelegd, wanneer op zijn minst het vermoeden bestaat dat een onderdaan van een derde land een dergelijk strafbaar feit heeft gepleegd.

75      Uit de verwijzingsbeslissing blijkt echter niet dat A en B ervan verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd en dat hun biometrische gegevens aan derden beschikbaar zijn gesteld op grond van artikel 107, leden 5 en 6, van de Vreemdelingenwet. Overigens heeft de Nederlandse regering ter terechtzitting voor het Hof bevestigd dat de biometrische gegevens van A en B niet zijn gebruikt in strafrechtelijke procedures.

76      Derhalve dient de tweede prejudiciële vraag niet-ontvankelijk te worden verklaard.

77      Aangezien de tweede vraag niet-ontvankelijk is verklaard, behoeft de derde vraag niet te worden beantwoord.

Prejudiciële vragen:

31 Daarop heeft de Raad van State de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

1) a) [Moet] artikel 7 van besluit nr. 2/76 onderscheidenlijk artikel 13 van besluit nr. 1/80 aldus worden uitgelegd dat deze bepalingen zich niet
    verzetten tegen een nationale regeling die voorziet in het algemeen verwerken en bewaren van biometrische gegevens van onderdanen van derde
    landen, waaronder Turkse onderdanen, in een bestand in de zin van artikel 2, aanhef en onder a) en b), van richtlijn [95/46], omdat deze nationale 
    regeling niet verder gaat dan nodig is voor het verwezenlijken van het met deze regeling nagestreefde legitieme doel om identiteits‑ en 
    documentfraude te voorkomen en bestrijden? 

    b) Is daarbij van belang dat de duur van het bewaren van de biometrische gegevens is gekoppeld aan de duur van het legale en/of illegale verblijf 
    van onderdanen van derde landen, waaronder Turkse onderdanen?

2) Moet artikel 7 van besluit nr. 2/76 onderscheidenlijk artikel 13 van besluit nr. 1/80 aldus worden uitgelegd dat een nationale regeling geen beperking in de zin van deze bepalingen vormt, indien het effect van de nationale regeling op de toegang tot de werkgelegenheid, als bedoeld in deze bepalingen, te onzeker en indirect is om te kunnen aannemen dat deze toegang wordt belemmerd?

3)  a) Indien het antwoord op vraag 2 is dat een nationale regeling die het mogelijk maakt de biometrische gegevens van onderdanen van derde 
     landen, waaronder Turkse onderdanen, uit een bestand aan derden beschikbaar te stellen met het oog op voorkomen, opsporen en onderzoeken 
     van – al dan niet terroristische – misdrijven een nieuwe beperking is, moet artikel 52, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 7 en artikel 8 van
     het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dan aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een dergelijke nationale
     regeling?

     b) Is daarbij van belang dat deze onderdaan op het moment dat hij als verdachte van een misdrijf is aangehouden het verblijfsdocument, waarop 
     zijn biometrische gegevens zijn opgeslagen, bij
     zich heeft?”

IT 2905

Handhaving geschillen auteursrecht en contractuele aansprakelijkheid is aan nationale wetgever

12 sep 2019, IT 2905; (IT Development tegen Free Mobile), http://www.itenrecht.nl/artikelen/handhaving-geschillen-auteursrecht-en-contractuele-aansprakelijkheid-is-aan-nationale-wetgever

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18757, IT 2905, IEFbe 2968;C‑666/18 (IT Development tegen Free Mobile) Free Mobile is aanbieder van mobiele telefonie en licentiehouder van het computerprogramma “ClickOnSite“. Het auteursrecht van “ClickOnSite“ berust bij de vennootschap IT Development. De licentiehouder heeft zonder toestemming van de auteursrechthebbende wijzigingen in het computerprogramma aangebracht. De houder van het auteursrecht op dat computerprogramma heeft de licentiehouder vervolgens gedagvaard. De vordering in eerste aanleg was gebaseerd op de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en werd afgewezen. De Franse  appelrechter twijfelt of de gedraging van geïntimeerde een inbreuk op het op het programma rustende auteursrecht vormt ofwel een tekortkoming in de nakoming vormt. Naar Frans recht kan een vordering uit onrechtmatige daad slechts worden ingesteld indien tussen partijen geen contractsverhouding bestaat.

IT 2906

Niet correct overdragen dossier huisarts in strijd met continuïteit patiëntenhistorie

10 okt 2019, IT 2906; (Verdwenen dossier), http://www.itenrecht.nl/artikelen/niet-correct-overdragen-dossier-huisarts-in-strijd-met-continu-teit-pati-ntenhistorie

Het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg, Eindhoven 10 oktober 2019, IEF 18758;IT 2906, LS&R 1744; (Verdwenen dossier) Verweerder was tot 1 december 2017 werkzaam als huisarts. Hij heeft voor die datum zijn patiënten ervan op de hoogte gesteld dat zijn praktijk zal worden overgedragen aan zijn opvolgster. Klager was ongeveer dertig jaar patiënt van verweerder. Klager heeft  voor 1 december telefonisch aan de doktersassistente van verweerder laten weten dat hij niet wil overgaan naar de huisartsenpraktijk van de opvolger en dat zijn dossier moet worden overgedragen aan zijn nieuwe huisarts. Deze nieuwe huisarts heeft het dossier echter nooit ontvangen. De doktersassistente van verweerder stelt vervolgens dat ze op grond van de praktijkbeëindiging geen dossier meer van hem zou hebben en dat opvolgster zijn dossier zou moeten hebben. Ook opvolgster stelt dat zij geen dossier heeft van klager. Klager verwijt verweerder dat het medisch dossier niet correct is overgedragen aan de nieuwe huisarts, waardoor er dertig jaar medische historie van klager weg is. Verweerder heeft geen moeite gedaan om het medische dossier van klager te reconstrueren. De handelwijze van verweerder is onprofessioneel en de klacht gegrond.

IT 2904

Wetsvoorstel wijziging Wet toezicht auteursrecht

rijksover

Het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteursrechten en naburige rechten, de Memorie van toelichting op dit wetsvoorstel en het advies van het College van Toezicht Auteursrechten (CvTA).

Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) wil het toezicht op het collectief beheer van auteursrechten verder aanscherpen. Het College van Toezicht op Auteurs- en naburige rechten krijgt daartoe ruimere mogelijkheden om - waar nodig - op te treden tegen collectieve en onafhankelijke beheersorganisaties (zoals Vereniging Buma, Stichting Stemra en Sena). Het college houdt toezicht op de gang van zaken bij beheersorganisaties die voor onder meer schrijvers, componisten, kunstenaars en filmproducenten vergoedingen innen en verdelen voor het gebruik van hun werk.
Lees verder op Rijksoverheid.nl.

IT 2903

Bescherming van reputatie onderneming leidt niet tot beperking vrijheid van meningsuiting

Rechtbank 11 okt 2019, IT 2903; (V tegen Noordkaap), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bescherming-van-reputatie-onderneming-leidt-niet-tot-beperking-vrijheid-van-meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 11 oktober 2019, IEF 18756, IT 2903; (V tegen Noordkaap) V exploiteert samen met haar echtgenoot een uitvaartonderneming in Voorburg. Noordkamp heeft onderzoek naar de bedrijfsvoering van de uitvaartonderneming verricht en, na confrontatie van V met de onderzoeksresultaten, een uitzending vervaardigd voor het programma Undercover in Nederland. De opnames zijn gemaakt door Noordkaap en Spijker waarmee V gedurende enige tijd heeft samengewerkt. V vordert onder andere een verbod op uitzending door Noordkaap, althans de uitzending aan te doen passen aan door haar gestelde eisen. Kan dit verbod worden toegewezen, gezien het preventieve censuur verboden in artikel 7 van de Grondwet? Een dergelijk verbod worden gegeven, mits (i) de publicatie tot onherstelbare schade zou leiden, (ii) de publicatie achteraf onrechtmatig zou worden geacht en (iii) de gevolgen achteraf niet kunnen worden hersteld door middel van een op dat moment uitgesproken veroordeling tot rectificatie of vergoeding van schade. Daarnaast moet een afweging worden gemaakt tussen de belangen van Noordkaap in het verband met de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) en de belangen van V die worden beschermd door artikel 8 EVRM. In het onderhavige geval wegen de belangen bij openbaarmaking zwaarder dan het bedrijfsbelang van V.  Het gaat om de bescherming van de reputatie van V. De voorgenomen uitzending is niet onrechtmatig en er is geen grond voor inperking van de uitingsvrijheid van Noordkamp. Het reputatieverlies is te wijten aan het eigen handelen van de echtgenoot van V en niet aan de publicatie door Noordkaap.

IT 2902

Voorlichtingsfilms en boekje De waarde van het Auteursrecht

Afgelopen donderdag 10 oktober lanceerde Platform Makers, het samenwerkingsverband van beroepsorganisaties en vakbonden voor auteurs en artiesten, twee korte animatiefilms en het boekje “De waarde van het Auteursrecht”. Platform Makers voorzitter Erwin Angad-Gaur overhandigde beide uitgaven tijdens een debat in het Haagse Nieuwspoort aan Barbera Wolfensberger, directeur-generaal Cultuur en Media bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Daarnaast lanceerde Platform Makers de webpagina www.auteursrechtuitleg.nl, met een korte uitleg van het auteurs- en naburig recht.

De animatiefilms kwamen tot stand dankzij een bijdrage van het Ministerie op voorspraak van de Regiegroep Arbeidsmarktagenda (Culturele en Creatieve Sector).

IT 2901

De bewijskracht van de ‘Blockchain-timestamp’ in auteursrechtelijke geschillen

Een maand geleden verzond minister Dekker het onderzoeksrapport Blockchain en het recht naar de Tweede Kamer. In opdracht van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) van het ministerie van Justitie, deed het Tilburg Institute for Law and Technology een verkennend onderzoek naar de kansen en risico’s van Blockchain-technologie vanuit een juridisch perspectief. In het onderzoek is onder meer aandacht besteed aan de juridische bewijskracht van in de Blockchain ondergebrachte transacties. De onderzoekers concluderen dat een Blockchain-transactie kan gelden als elektronische akte, die dezelfde bewijskracht heeft als een gewone schriftelijke akte (art. 156a Rv). Daarvoor is vereist dat een blockchain voor wat betreft de ondertekening van transacties gebruik maakt van een private-public key paar op basis van bijvoorbeeld het RSA-algoritme, waardoor kan worden gesproken van een zogenoemde geavanceerde elektronische handtekening in de zin van art. 26 eIDAS-Verordening. De rechter zal als vermoeden moeten aannemen dat de ondertekening met de private key bewijst dat de transactie is gegenereerd door de ‘eigenaar’ van de sleutel. De bewijsrechtelijke meerwaarde van de Blockchain is met name dat door gebruikmaking van de sleutel tevens vast komt te staan dat een transactie op een bepaald moment is verricht (timestamping). Een blockchain zou daarmee volgens de onderzoekers een vergelijkbare functie kunnen vervullen als de vroegere registratie van akten bij de Belastingdienst op grond van de Registratiewet. Zij onderkennen dus de kansen die de Blockchain in bewijsrechtelijk opzicht heeft te bieden.

IT 2899

Bewijsbeslag wegens databankinbreuk bij Havenbedrijf Rotterdam toch toegestaan

Dit artikel is ingezonden door advocaten Douwe Linders en Yentl van den Winkel. Zij staan de verzoekende partij bij.

Op 7 oktober publiceerde de Rechtspraak een afwijzende beschikking op een verzoek tot het leggen van digitaal bewijsbeslag bij het Havenbedrijf Rotterdam en haar dochteronderneming Portbase [IEF 18734 en IT 2891]. Dit terwijl inmiddels op grond van een tweede (aangepast) verzoek het verlof alsnog was toegewezen. De afwijzende beschikking is binnen vier weken na het uiteindelijke verlof gepubliceerd. Het was niet ondenkbaar dat op de datum van publicatie het verlof nog niet ten uitvoer was gelegd, waardoor de publicatie grote gevolgen had kunnen hebben voor de effectiviteit van het bewijsbeslag. In de afwijzende beschikking wordt bovendien de indruk gewekt dat het nauwelijks mogelijk is bewijsbeslag te leggen bij (semi)overheidsbedrijven. De advocaten van verzoekster vinden het voor de praktijk relevant dat voorgaande bekend is.

IT 2898

Inbreuk op auteursrechten leidt niet tot ontbinding arbeidsovereenkomst

Rechtbank 8 mei 2018, IT 2898; ECLI:NL:RBDHA:2018:16457 (Acacia tegen werknemer), http://www.itenrecht.nl/artikelen/inbreuk-op-auteursrechten-leidt-niet-tot-ontbinding-arbeidsovereenkomst

Rechtbank Den Haag 8 mei 2018, IEF 18747, IT 2898; ECLI:NL:RBDHA:2018:16457 (Acacia tegen werknemer) Acacia verwijt verweerder dat hij gebruik heeft gemaakt van gegevens - data, modellen en tools - wetende dat daarop het auteursrecht rust van Alterra. Verweerder had in zijn functie als senior onderzoeker van Acacia mededeling over de auteursrechten van Alterra moeten doen, zodat Acacia toestemming voor gebruik van de gegevens had kunnen verkrijgen of het gebruik ervan had kunnen verbieden. Omdat hij dit heeft nagelaten is hij tekortgeschoten in de verplichtingen die op grond van zijn arbeidsovereenkomst met Acacia golden. Werkgever Acacia verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:686 BW jo. 6:265 BW. Tekortkomingen in de nakoming van de verplichting uit de arbeidsovereenkomst door de werknemer zijn niet zodanig ernstig dat zij de ontbinding rechtvaardigen van de arbeidsovereenkomst.

IT 2897

Inbreuk op auteursrecht foto K3

9 okt 2019, IT 2897; ECLI:NL:RBGEL:2019:4427 (ANP tegen Body & Beauty), http://www.itenrecht.nl/artikelen/inbreuk-op-auteursrecht-foto-k3

Rechtbank Gelderland 9 oktober 2019, IEF 18746, IT 2897; ECLI:NL:RBGEL:2019:4427 (ANP tegen Body & Beauty) ANP beheert en exploiteert auteursrechten van fotografen, met inbegrip van het exploitatierecht en het recht om tegen auteursrechtelijke inbreuken op te treden. De genoemde auteursrechten zijn bij overeenkomst aan ANP overgedragen. Body & Beauty is een uitgeverij in de fitnessbranche en exploiteert het vakblad Body LIFE en de website www.bodylifebenelux.nl. Body & Beauty heeft op haar website een foto van de meidengroep K3 getoond zonder toestemming van de fotograaf en/of rechthebbende. Body & Beauty maakt inbreuk op het auteursrecht, gezien het feit dat zij geen toestemming had om die foto de publiceren en zij geen beroep heeft gedaan op een beperking van het auteursrecht. De vorderingen van ANP tot verwijdering van de foto van de server, schadevergoeding en betaling van de buitengerechtelijke (incasso)kosten worden toegewezen. De verhoging met 50% voor de inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht of ter ontmoediging van het plegen van inbreuk op auteursrechten gaat echter te ver, omdat het auteursrecht geen punitief karakter heeft.

IT 2896

Uitreiking Persprijs Jacques van Veen

De jury van de Persprijs Jacques van Veen heeft vier inzendingen genomineerd voor de Persprijs Jacques van Veen 2019:

•    Het fatale scooterongeluk door Hetty Nietsch
•    De Zweetvoetenman van Annet Huizing
•    Vierdelige serie ‘ De Schuldenindustrie bij de rechter’ door Tim Staal
•    Dienstreis naar Bangkok. Integriteitsschendingen binnen het OM door Marcel Haenen

IT 2895

ALAI European Author’s Right Award

ALAI European Author’s Right Award

In the spirit of inspiring the next generation of Intellectual Property experts, ALAI, with the support of GESAC, have launched an annual award for students.

The award, which ran its first edition in 2019, rewards the writer of the best essay that relates to authors’ rights. The essay should have a European dimension and include aspects related to the collective management of authors’ rights.

Students of all nationalities are welcome to apply. See here for the full eligibility criteria and prize details (French version).

This year’s winner will be selected by the following expert jury presided over by Prof. Frank Gotzen, President of ALAI:

  • Caroline Bonin, Head of Legal Affairs, SACEM
  • Gábor Faludi, outside Counsel for  Artisjus
  • Paul Torremans, Professor of Intellectual Property Law, University of Nottingham
  • Raquel Xalabarder, Catedràtica de Propietat Intel·lectual, Universitat Oberta de Catalunya

 

Timeline

17 November 2019

Deadline for students to write 1-page abstract on their essay

1 December 2019
Editorial Committee selects max. 10 abstracts that are eligible for the award

16 February 2020
Deadline for students to submit their essay into the designated format

1 April 2020
Editorial Committee selects winner(s)

Place and date TBC
Award ceremony

Application forms (French version), abstracts, essays and questions can be sent to alai.award@gesac.org.

ALAI is an independent learned society dedicated to studying and discussing legal issues arising in connection with the protection of the interests of creative individuals. Copyright and performing artists’ rights are today an integral part of fundamental human rights as enshrined in several international conventions, declarations and charters.