IT 5409
5 augustus 2026
Uitspraak

OM handelt onrechtmatig door herleidbaar persbericht over zedenverdenking zonder vereiste toestemming

 
IT 5412
5 augustus 2026
Uitspraak

Verwijdering van negatieve Google-review afgewezen ondanks ontbreken zakelijke klantrelatie

 
IT 5402
5 augustus 2026
Uitspraak

Stelselmatige AVG-inzageverzoeken met financieel oogmerk leveren misbruik van recht op

 
IT 5409

OM handelt onrechtmatig door herleidbaar persbericht over zedenverdenking zonder vereiste toestemming

Rechtbank Den Haag 24 jun 2026,, IT 5409; ECLI:NL:RBDHA:2026:19054 ([eiser] tegen de Staat), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/om-handelt-onrechtmatig-door-herleidbaar-persbericht-over-zedenverdenking-zonder-vereiste-toestemming

Rb. Den Haag 24 juni 2026, IT 5409; ECLI:NL:RBDHA:2026:19054 ([eiser] tegen de Staat). De politie publiceerde op 31 maart 2023, in afstemming met het Openbaar Ministerie, een persbericht waarin stond dat de eigenaar van een nachtclub in een bepaalde plaats werd verdacht van aanranding en verkrachting van twee minderjarige meisjes en dat eerder vergelijkbare meldingen over hem waren binnengekomen. De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van de betrokken politie- en OM-functionarissen vast dat het primaire doel van het bericht het vergroten van de meldingsbereidheid van mogelijke andere slachtoffers was. Het bericht was dus gericht op waarheidsvinding en moest als opsporingsberichtgeving worden beoordeeld, niet uitsluitend als algemene publieksvoorlichting. Het OM had met de aanduiding “eigenaar van een nachtclub” bewust beoogd de verdachte herkenbaar te maken voor potentiële slachtoffers. Daarmee was zijn identiteit in ieder geval voor deze groep derden herleidbaar en was in die zin sprake van het vrijgeven van zijn identiteit. Hiervoor was volgens de toepasselijke Aanwijzing opsporingsberichtgeving toestemming van de hoofdofficier van justitie vereist. Omdat vaststond dat deze toestemming niet was verleend, ontbrak van meet af aan een rechtvaardiging voor de inzet van dit opsporingsmiddel en handelde het OM onrechtmatig jegens eiser in de zin van artikel 6:162 BW. De vordering, voor zover gebaseerd op het handelen van de politie, wordt afgewezen, omdat de politie een van de Staat te onderscheiden rechtspersoon is. De rechtbank beoordeelt niet meer afzonderlijk of de mededeling over eerdere meldingen zelfstandig onrechtmatig was of dat de verwerking in strijd was met de AVG, omdat eiser geen afzonderlijke schade als gevolg daarvan had gesteld.

IT 5412

Verwijdering van negatieve Google-review afgewezen ondanks ontbreken zakelijke klantrelatie

Rechtbank Amsterdam 28 mei 2021,, IT 5412; ECLI:NL:RBAMS:2021:2868 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verwijdering-van-negatieve-google-review-afgewezen-ondanks-ontbreken-zakelijke-klantrelatie

Rb. Amsterdam 28 mei 2021, IT 5412; ECLI:NL:RBAMS:2021:2868 ([eiseres] tegen [gedaagde]. De directeur van een watersportwinkel raakt in een privégeschil met een verkoper van computerspellen nadat een voor zijn zoontje gekocht spel volgens hem niet goed werkt. Tijdens de correspondentie gebruikt hij het zakelijke e-mailadres van zijn onderneming en worden aanvankelijk onder de naam van die onderneming negatieve reviews over het bedrijf van de verkoper geplaatst. De bestuurder van dat bedrijf plaatst daarop een éénsterrenreview bij de watersportwinkel, waarin hij de eigenaar dominant, agressief en onprofessioneel noemt en stelt dat deze door middel van “chantage” zijn zin probeert door te drijven. De watersportwinkel vordert in kort geding verwijdering van de review en een verbod op toekomstige reviews die niet zijn gebaseerd op een daadwerkelijke ervaring met haar producten of diensten. De voorzieningenrechter stelt voorop dat negatieve ervaringen online mogen worden gedeeld, mits de review berust op een daadwerkelijke ervaring met de aanbieder en niet feitelijk onjuist of onnodig grievend is. Ook telefoon- of e-mailcontact kan zo’n ervaring opleveren, maar dan moet die ervaring wel verband houden met de producten of diensten van de onderneming. Dat verband ontbreekt hier: de recensent heeft nooit een product of dienst van de watersportwinkel afgenomen en het conflict gaat over een privéaankoop. In zoverre kan de mededeling dat de watersportwinkel een onprettig bedrijf is om mee samen te werken volgens de voorzieningenrechter niet door de beugel.

IT 5402

Stelselmatige AVG-inzageverzoeken met financieel oogmerk leveren misbruik van recht op

Rechtbank Noord-Holland 21 jul 2026,, IT 5402; ECLI:NL:RBNHO:2026:9168 ([verzoeker] tegen Suitable), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/stelselmatige-avg-inzageverzoeken-met-financieel-oogmerk-leveren-misbruik-van-recht-op

Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5402; ECLI:NL:RBNHO:2026:9168 ([verzoeker] tegen Suitable). Verzoeker diende bij Suitable een verzoek in tot inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG. Suitable vroeg hem zijn identiteit te bevestigen door een kopie van een geldig identiteitsbewijs te verstrekken, maar verzoeker weigerde dat. Vervolgens sommeerde hij Suitable om alsnog aan het inzageverzoek te voldoen, maakte hij aanspraak op € 925 aan buitengerechtelijke kosten en stelde hij onder dreiging van een procedure een schikking van € 1.250 voor. In de procedure verzocht hij, na vermindering van zijn verzoek, alleen nog om Suitable op straffe van een dwangsom te bevelen inzage te verstrekken en haar in de proceskosten te veroordelen. Suitable voerde aan dat verzoeker zijn AVG-rechten niet gebruikte om de verwerking van zijn persoonsgegevens te controleren, maar om financieel voordeel te verkrijgen.

IT 5400

Hogeschool Rotterdam moet MaaS-opdracht heraanbesteden wegens onvoldoende gemotiveerde looptijd raamovereenkomst

Rechtbank Rotterdam 18 jun 2026,, IT 5400; ECLI:NL:RBROT:2026:7542 (Reisbalans tegen Stichting Hogeschool Rotterdam), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hogeschool-rotterdam-moet-maas-opdracht-heraanbesteden-wegens-onvoldoende-gemotiveerde-looptijd-raamovereenkomst

Rb. Rotterdam 18 juni 2026, IT 5400; ECLI:NL:RBROT:2026:7542 (Reisbalans tegen Stichting Hogeschool Rotterdam). In deze zaak staat een Europese openbare aanbesteding van Stichting Hogeschool Rotterdam voor de levering van ‘Mobility as a Service’ centraal. De opdracht omvat onder meer een mobiliteitskaart, een app, portaal en koppelingen met de financiële en HR-systemen van de Hogeschool. De overeenkomst heeft een initiële looptijd van vier jaar en kan tweemaal met maximaal 24 maanden worden verlengd, waardoor de totale looptijd acht jaar kan bedragen. Reisbalans schrijft op de aanbesteding in en biedt voor verschillende onderdelen een tarief van € 0,01. Nadat de Hogeschool aanvankelijk voornemens is de opdracht aan Reisbalans te gunnen, trekt zij deze gunningsbeslissing in en verklaart zij de inschrijving van Reisbalans ongeldig wegens de volgens haar irreële en symbolische tarieven. De Hogeschool is vervolgens voornemens de opdracht aan Mobility Concept B.V. te gunnen. Reisbalans vordert in kort geding primair dat de Hogeschool de aanbestedingsprocedure intrekt en, indien zij de opdracht nog steeds wil gunnen, een nieuwe aanbestedingsprocedure houdt.

IT 5414

Oorspronkelijk gepubliceerd op AI-Forum.

GEMA wint van Suno: memorisatie in een AI-model geldt opnieuw als auteursrechtinbreuk

Het Landgericht München I stelt de Duitse auteursrechtenorganisatie GEMA opnieuw in het gelijk. Ditmaal in haar zaak tegen Suno, aanbieder van de bekende generatieve AI-muziekdienst. Volgens de rechtbank heeft Suno zonder toestemming een reeks beschermde muziekwerken verveelvoudigd, waaronder in de AI-modellen zelf en via de gegenereerde output. Suno moet de inbreuken staken, informatie verstrekken en schadevergoeding betalen.

Vooral twee onderdelen vallen op. De Duitse rechter past Amerikaans auteursrecht toe op de training die in de Verenigde Staten plaatsvindt en verwerpt Suno’s beroep op fair use. Daarnaast beschouwt de rechtbank de ‘memorisatie’ van muziek in een AI-model opnieuw als auteursrechtelijk relevante verveelvoudiging. Daarmee kan het vonnis belangrijke gevolgen hebben voor aanbieders van generatieve AI. Terughoudendheid is echter geboden: de volledige motivering is nog niet gepubliceerd en de uitspraak is niet onherroepelijk.

IT 5410

Mr. S.K. Martens Academie 2026/2027

Belangstellenden kunnen zich nu aanmelden voor de volgende editie van de Mr. S.K. Martens Academie. Deze officiële specialisatieopleiding intellectueel eigendoms- en procesrecht is bedoeld voor advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun juridische kennis en praktische vaardigheden verder willen verdiepen. De opleiding bestaat uit acht masterclasses en vier live online sessies en start naar waarschijnlijkheid in het najaar 2026.

De nadruk ligt op de praktische bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deelnemers werken in kleine groepen met actuele jurisprudentie, recente praktijkvoorbeelden en concrete businesscases. Ook de invloed van AI op de rechtspraktijk maakt deel uit van het programma. De hoofddocenten zijn Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch.

Na succesvolle afronding van het mondelinge examen ontvangen deelnemers een certificaat in het intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding levert 54 tot 60 PO-punten op. Daarnaast krijgen deelnemers toegang tot het alumninetwerk en gedurende één jaar kosteloos toegang tot verschillende IE-publicaties en databanken van deLex, zoals AI-Forum, Auteursrecht, BMM Bulletin, Berichten Industriële Eigendom en Mediaforum. 

Aanmelden of een offerte op maat aanvragen kan via info@delex.nl

IT 5399

Prejudiciële vragen aan HvJ EU over openbaarmaking persoonsgegevens bij overtreding van antidopingregels

HvJ EU 14 jul 2026,, IT 5399; ECLI:EU:C:2026:579 (AR e.a. tegen Österreichische Datenschutzbehörde e.a.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-aan-hvj-eu-over-openbaarmaking-persoonsgegevens-bij-overtreding-van-antidopingregels

HvJ EU 14 juli 2026, LS&R 2425; IT 5399; ECLI:EU:C:2026:579 (AR e.a. tegen Österreichische Datenschutzbehörde e.a.). In deze zaak worden zeven prejudiciële vragen gesteld omtrent de openbaarmaking van persoonsgegevens van sporters die de antidopingregels hebben overtreden. AR, YT, DI en RN zijn vier sporters aan wie wegens overtreding van de Oostenrijkse antidopingregels een tijdelijke dan wel levenslange uitsluiting van deelname aan wedstrijden is opgelegd. Op grond van de Oostenrijkse antidopingwetgeving moet NADA Austria op haar website een lijst publiceren met onder meer de voor- en achternaam van de betrokken sporter, de beoefende sport, de begane overtreding, de opgelegde sanctie en de begin- en einddatum daarvan. De ÖADR publiceert deze gegevens daarnaast via persberichten op haar website. In oktober 2021 verzoeken de sporters NADA Austria en de ÖADR om hun namen en de betreffende sporten van de websites te verwijderen. Nadat hieraan geen gehoor wordt gegeven, dienen zij een klacht in bij de Oostenrijkse toezichthouder wegens schending van het recht op gegevenswissing uit artikel 17 AVG. Zij stellen onder meer dat sprake is van bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 9 AVG en van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten in de zin van artikel 10 AVG. Ook achten zij het Oostenrijkse systeem van algemene openbaarmaking niet noodzakelijk en onevenredig. De Oostenrijkse toezichthouder verklaart de klachten van AR, DI en RN ongegrond. Volgens de toezichthouder is de publicatie noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting, zodat op grond van artikel 17, derde lid, onder b, AVG geen recht op gegevenswissing bestaat. De klacht van YT wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang, omdat haar gegevens op dat moment nog niet waren gepubliceerd. De sporters stellen tegen deze beslissing beroep in bij het Bundesverwaltungsgericht. YT voert daarbij aan dat haar een uitsluiting van vier jaar is opgelegd en dat de publicatie van haar gegevens daarom ophanden is.

IT 5398

Online publicatie van strafvonnissen valt niet zonder meer onder journalistieke uitzondering AVG

HvJ EU 9 jul 2026,, IT 5398; ECLI:EU:C:2026:564 (ND tegen Legal Newsdesk Sweden AB), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/online-publicatie-van-strafvonnissen-valt-niet-zonder-meer-onder-journalistieke-uitzondering-avg

HvJ EU 9 juli 2026, IT 5398; ECLI:EU:C:2026:564 (ND tegen Legal Newsdesk Sweden AB). In deze zaak beheert Legal Newsdesk Sweden de databank Lexbase, waarin tegen betaling kan worden gezocht naar personen en ondernemingen die het voorwerp zijn geweest van strafprocedures voor Zweedse gerechten. ND is in 2011 strafrechtelijk veroordeeld. Legal Newsdesk Sweden publiceert het desbetreffende vonnis in Lexbase, waar het tot februari 2024 toegankelijk blijft. Nadat ND om verwijdering van zijn persoonsgegevens heeft verzocht, worden deze niet onmiddellijk verwijderd, maar pas later op grond van het interne bewaarbeleid van Legal Newsdesk Sweden. ND vordert daarop voor de Attunda tingsrätt een schadevergoeding van 300.000 Zweedse kroon wegens schending van de AVG. Legal Newsdesk Sweden betwist de vordering en beroept zich op een publicatiecertificaat dat grondwettelijke bescherming van de vrijheid van meningsuiting verleent aan de in Lexbase gepubliceerde informatie. Volgens de verwijzende rechter brengt het Zweedse recht mee dat de AVG in een dergelijk geval niet van toepassing is en dat de betrokkene slechts beschikt over de mogelijkheid van strafvervolging wegens laster of een schadevordering wegens laster. De verwijzende rechter vraagt het Hof daarom in wezen of artikel 85 lid 1 AVG lidstaten toestaat om, buiten de in artikel 85 lid 2 genoemde journalistieke doeleinden of academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen, van bepalingen van de AVG af te wijken ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting en informatie, of de rechtsbescherming van een betrokkene mag worden beperkt tot rechtsmiddelen wegens laster en of het tegen betaling online beschikbaar stellen van openbare strafrechtelijke veroordelingen zonder bewerking of aanpassing kan worden aangemerkt als verwerking voor journalistieke doeleinden. 

IT 5397

Geen algemeen stakingsbevel, wel afgifte gegevens achter frauduleuze F1-ticketwebsites

Rechtbank Den Haag 30 jul 2026,, IT 5397; ECLI:NL:RBDHA:2026:21021 (Formula 1 Companies tegen Metaregistrar en Mijndomein), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-algemeen-stakingsbevel-wel-afgifte-gegevens-achter-frauduleuze-f1-ticketwebsites

Rb. Den Haag 30 juli 2026, IEF 23726; IT 5397; ECLI:NL:RBDHA:2026:21021 (Formula 1 Companies tegen Metaregistrar en Mijndomein). In dit kort geding constateren de Formula 1 Companies dat via verschillende websites niet-bestaande tickets voor het FIA Formula One World Championship worden aangeboden en daarbij zonder toestemming gebruik wordt gemaakt van hun FORMULA 1- en F1-merken. Nadat een consument voor € 2.600 aan tickets voor de Grand Prix van Monza heeft betaald zonder deze te ontvangen, ontdekken de Formula 1 Companies meerdere vergelijkbare websites. De websites vertonen sterke overeenkomsten in vormgeving en contactgegevens en gebruiken onder meer gefingeerde namen. Mijndomein is hostingprovider van de betrokken websites en heeft bemiddeld bij de registratie van de domeinnamen, waarvoor Metaregistrar als registrar is ingeschakeld. Na verschillende notice-and-takedownverzoeken haalt Mijndomein de betrokken websites offline, maar weigeren gedaagden de identificerende gegevens van de domeinnaamhouders te verstrekken. De Formula 1 Companies vorderen in kort geding onder meer staking van de dienstverlening als tussenpersoon en verstrekking van de identificerende gegevens van de domeinnaamhouders.

IT 5401

Overeenkomst met IT-dienstverlener vernietigd wegens geschonden informatieplichten en oneerlijke handelspraktijken

Rechtbank Amsterdam 27 jul 2026,, IT 5401; ECLI:NL:RBAMS:2026:7689 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/overeenkomst-met-it-dienstverlener-vernietigd-wegens-geschonden-informatieplichten-en-oneerlijke-handelspraktijken

Rb. Amsterdam 23 juli 2026, RB 4070; IT 5401; ECLI:NL:RBAMS:2026:7689 ([eisers] tegen [gedaagde]). Twee consumenten sloten bij hen thuis mondeling een overeenkomst met een IT-dienstverlener voor een servicepakket van € 27,50 per maand. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte was gesloten, moest de dienstverlener voldoen aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m BW en de vormvoorschriften van artikel 6:230t BW. De vernietigingsvordering was niet verjaard, omdat de consumenten pas in februari 2024 daadwerkelijk bekend werden met de feiten en omstandigheden waarop zij de vernietiging baseerden. De dienstverlener had hen onvoldoende geïnformeerd over de voornaamste kenmerken van de diensten en zijn vergaande zeggenschap over onder meer de domeinnamen en digitale omgevingen, de wijze van betaling via automatische incasso, het herroepingsrecht, de duur van de overeenkomst en de opzeggingsvoorwaarden. Ook had hij de vereiste informatie en een bevestiging van de overeenkomst niet op papier of een andere duurzame gegevensdrager verstrekt. Daarmee schond hij de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1, onder a, g, h en o, en artikel 6:230t leden 1 en 2 BW. Voor de minimumduur als bedoeld in artikel 6:230m lid 1, onder p, BW bestond geen informatieplicht, omdat geen minimumduur was overeengekomen. De schendingen waren zo ernstig en betroffen zozeer de kern van de overeenkomst dat deze op grond van artikel 3:40 lid 2 BW vernietigbaar was. Het weglaten van de essentiële informatie vormde bovendien een misleidende omissie. De e-mails waarin de dienstverlener na de opzegging dreigde de ICT-diensten te blokkeren en druk uitoefende om het abonnement voort te zetten, leverden een agressieve handelspraktijk op. De overeenkomst was daarom ook op grond van artikel 6:193j lid 3 BW vernietigbaar.