IT 4982
13 oktober 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht

 
IT 5567
13 oktober 2026
Uitspraak

Tussentijdse beëindiging software-implementatie toegestaan; geen wanprestatie IT-leverancier

 
IT 5574
13 oktober 2026
Uitspraak

Tekortkoming bij hosting van bitcoinminers rechtvaardigt ontbinding, maar geen terugbetaling van investering

 
IT 5567

Tussentijdse beëindiging software-implementatie toegestaan; geen wanprestatie IT-leverancier

Rechtbank Overijssel 20 feb 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/tussentijdse-beeindiging-software-implementatie-toegestaan-geen-wanprestatie-it-leverancier

Rb. Overijssel 20 februari 2019, IT 5567; ECLI:NL:RBOVE:2019:1387 (TeamM tegen TMZ). Stichting TriviumMeulenbeltZorg (TMZ) gaf softwareontwikkelaar TeamM opdracht het cloudgebaseerde rooster- en planningspakket Uurwerk te leveren en te implementeren, inclusief koppelingen met bestaande applicaties. Tijdens de implementatie bleek het project complexer en arbeidsintensiever dan TMZ had verwacht en deden zich bij het testen fouten voor. TMZ verloor het vertrouwen in Uurwerk en beëindigde het project. De rechtbank legt de bepaling in de offerte dat het contract kon worden “ontbonden” als Uurwerk niet voldeed aldus uit dat TMZ de overeenkomst ook na de pilot tussentijds mocht beëindigen wanneer Uurwerk voor haar niet voldeed. Daarvoor was niet vereist dat sprake was van een tekortkoming in de zin van artikel 6:265 BW; de rechtbank vindt voor deze uitleg tevens steun in artikel 7:408 lid 1 BW, nu de implementatie als overeenkomst van opdracht kwalificeert. TMZ was daarom gerechtigd de overeenkomst tussentijds te beëindigen. Dat laat onverlet dat zij de vóór die beëindiging uitdrukkelijk overeengekomen factuur van € 70.180 verschuldigd bleef. Voor twee latere facturen, waaronder licentiekosten over 2018 en kosten voor de integratie van Google Maps, ontbrak na de beëindiging een voldoende juridische grondslag.

IT 5574

Tekortkoming bij hosting van bitcoinminers rechtvaardigt ontbinding, maar geen terugbetaling van investering

Rechtbank Amsterdam 23 sep 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital), https://www.itenrecht.nl/artikelen/tekortkoming-bij-hosting-van-bitcoinminers-rechtvaardigt-ontbinding-maar-geen-terugbetaling-van-investering

Rb. Amsterdam 23 september 2026, IT 5574; ECLI:NL:RBAMS:2026:9730 ([eiser] tegen Delos Digital). De rechtbank oordeelt in een geschil tussen een investeerder en Delos Digital B.V., een aanbieder van hosting- en exploitatiediensten voor bitcoinmining, dat Delos Digital is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Partijen hadden een overeenkomst gesloten voor de aanschaf en exploitatie van negen bitcoinminers in een datacenter in de Verenigde Arabische Emiraten, waarbij een uptime van 95% per maand was gegarandeerd. Nadat de miners gedurende meerdere perioden offline waren geweest, heeft de investeerder de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en terugbetaling van haar investering en schadevergoeding gevorderd. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst aan de hand van de Haviltex-maatstaf als een gemengde overeenkomst, bestaande uit lastgeving (artikel 7:414 BW) voor de aanschaf van de miners en opdracht (artikel 7:400 BW) voor de hosting en exploitatie. Of de uptimegarantie een inspannings- of resultaatsverplichting inhoudt, kan volgens de rechtbank in het midden blijven. Delos Digital heeft onvoldoende onderbouwd dat de uitval werd veroorzaakt door omstandigheden die buiten haar verantwoordelijkheid vielen, terwijl op haar een verzwaarde motiveringsplicht rustte. De tekortkoming raakt een kernverplichting en rechtvaardigt daarom de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst van opdracht. De lastgevingsovereenkomst blijft echter bestaan, omdat onvoldoende is onderbouwd dat beide onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De investeerder behoudt daardoor de eigendom van de miners en heeft geen recht op terugbetaling van de aanschafkosten. Ook de gevorderde terugbetaling van de kosten voor plaatsing, aansluiting en elektriciteit wordt afgewezen, omdat de waarde van de reeds geleverde prestaties volgens de rechtbank overeenkomt met de daarvoor betaalde bedragen.

IT 5563

IT-leverancier schendt zorgplicht door gegevens niet vooraf veilig te stellen

Rechtbank Midden-Nederland 16 jan 2013, IT 5563; ECLI:NL:RBMNE:2013:BY7960 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/it-leverancier-schendt-zorgplicht-door-gegevens-niet-vooraf-veilig-te-stellen

Rb. Midden-Nederland 16 januari 2013, IT 5563; ECLI:NL:RBMNE:2013:BY7960 ([eiser] tegen [gedaagde]). [eiser] gaf [gedaagde] opdracht het besturingssysteem van zijn bijna zeven jaar oude Apple PowerBook te upgraden van Tiger naar Leopard. Daarbij had hij uitdrukkelijk aangegeven dat de gegevens op de laptop, waaronder een door hem geschreven boek, behouden moesten blijven. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] de crash van de harde schijf heeft veroorzaakt; gelet op de ouderdom van de laptop kon niet worden uitgesloten dat de harde schijf ook bij gebruik door [eiser] zelf zou zijn gecrasht. Wel is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in haar zorgplicht uit de overeenkomst van opdracht. Zij was de professionele partij, wist dat [eiser] weinig kennis van computers had, moest weten dat een upgrade risico op dataverlies meebracht en wist dat behoud van de gegevens voor [eiser] van groot belang was. Daarom had zij vóór aanvang van de werkzaamheden moeten proberen de gegevens veilig te stellen, bijvoorbeeld op een cd-rom, usb-stick of via webmail. De bepaling op het innameformulier dat [gedaagde] niet verantwoordelijk was voor verlies van data, bood haar geen bescherming, omdat die bepaling volgens de kantonrechter niet ziet op een tekortkoming in deze zorgplicht.

IT 5573

Onrechtmatig boetevoornemen AP veroorzaakte schade bij VoetbalTV, maar schadevergoeding afgewezen

Rechtbank Midden-Nederland 28 sep 2026, IT 5573; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP), https://www.itenrecht.nl/artikelen/onrechtmatig-boetevoornemen-ap-veroorzaakte-schade-bij-voetbaltv-maar-schadevergoeding-afgewezen

Rb. Midden-Nederland 28 september 2026, IEF 23921; IT 5573; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP). In deze zaak tussen VoetbalTV en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) staat de vraag centraal of VoetbalTV recht heeft op schadevergoeding vanwege een onrechtmatig boetebesluit en het daaraan voorafgaande voornemen van de AP. VoetbalTV exploiteerde een videoplatform waarop amateurvoetbalwedstrijden werden opgenomen en uitgezonden. De AP legde VoetbalTV op 16 juli 2020 een boete van € 575.000 op wegens het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens. Volgens de AP kon een zuiver economisch belang geen gerechtvaardigd belang vormen in de zin van artikel 6 lid 1 onder f AVG. De rechtbank vernietigde dit besluit in november 2020 wegens een onjuiste uitleg van het begrip gerechtvaardigd belang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in 2022. VoetbalTV verzoekt vervolgens om € 25.000 schadevergoeding wegens gederfde inkomsten uit sponsoring en nieuwe clubcontracten. Volgens VoetbalTV heeft het optreden van de AP ertoe geleid dat sponsoren afhaakten en zij haar bedrijfsactiviteiten moest staken. De rechtbank oordeelt dat niet alleen het vernietigde boetebesluit onrechtmatig is, maar ook het voornemen van 22 november 2019. De AP heeft dit voornemen gebaseerd op een onjuiste interpretatie van het begrip gerechtvaardigd belang en heeft daardoor ten onrechte geen noodzakelijkheidstoets en belangenafweging uitgevoerd. Daarmee heeft de AP onvoldoende rekening gehouden met de belangen van VoetbalTV.

IT 5566

Cap Gemini aansprakelijk voor ernstige tekortkoming bij ontwikkeling en invoering IT-systeem

Gerechtshof Amsterdam 22 nov 2001, IT 5566; ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7868 (Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe tegen Cap Gemini Benelux B.V.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/cap-gemini-aansprakelijk-voor-ernstige-tekortkoming-bij-ontwikkeling-en-invoering-it-systeem

Hof Amsterdam 22 november 2001, IT 5566; ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7868 (Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe tegen Cap Gemini Benelux B.V.). Liebeswerk Kirche in Not/Ostpriesterhilfe (KIN) had Cap Gemini opdracht gegeven een informatiesysteem te ontwikkelen dat op verschillende Europese vestigingen kon worden gebruikt. Nadat Cap Gemini had toegezegd dat het systeem gebruiksgereed zou zijn voor invoering in München, stelde KIN haar met een redelijke termijn in gebreke voor het geval dit op 1 juni 1987 niet het geval zou zijn. Uit het deskundigenbericht volgt dat het systeem op die datum hooguit het niveau van een bètaversie had: functioneel was het grotendeels gereed, maar operationeel nog niet geschikt om in productie te worden genomen. Voor herstel van de functionele tekortkomingen waren nog één tot twee manmaanden nodig en voor de operationele tekortkomingen drie tot zes manmaanden. Het hof oordeelt daarom dat Cap Gemini op 1 juni 1987 tekortgeschoten en in verzuim was. KIN mocht de overeenkomst vervolgens beëindigen en schadevergoeding verlangen. Bij de beoordeling van de ernst van de tekortkoming betrekt het hof tevens dat het systeem aanzienlijk later dan oorspronkelijk voorzien nog niet naar behoren functioneerde, verdere implementatie in andere landen nog aanzienlijke inspanningen vergde en de deskundigen hadden geoordeeld dat bij de uitvoering van het project tegen vrijwel alle basisregels van projectmanagement was gezondigd. De tekortkoming wordt daarom als ernstig aangemerkt.

IT 5562

Geen schadevergoeding voor gestelde tekortkomingen bij bouw en marketing van webshop

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 dec 2024, IT 5562; ECLI:NL:GHSHE:2024:3939 ([bedrijf A] tegen [bedrijf B]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-schadevergoeding-voor-gestelde-tekortkomingen-bij-bouw-en-marketing-van-webshop

Hof 's-Hertogenbosch 10 december 2024, IT 5562; ECLI:NL:GHSHE:2024:3939 ([bedrijf A] tegen [bedrijf B]). [bedrijf A], verkoper van onder meer tuin- en parkmachines, gaf [bedrijf B], een online marketing- en webbureau, opdracht een nieuwe webshop te bouwen en verrichtte later met haar ook online marketingwerkzaamheden. Na ingebruikname van de webshop stelde [bedrijf A] dat [bedrijf B] was tekortgeschoten vanwege onder meer technische gebreken, trage en instabiele hosting, problemen met koppelingen en facturering, gebrekkige online marketing en het verloren gaan van gegevens uit oude webshops en e-mailverkeer. De rechtbank wees haar vorderingen af. Ook in hoger beroep krijgt [bedrijf A] geen gelijk. Het hof oordeelt dat de webshop op 25 september 2019 door ingebruikname is opgeleverd en dat de algemene voorwaarden van [bedrijf B] op de overeenkomst van toepassing zijn. Voor bepaalde gestelde gebreken geldt dat [bedrijf A] die in eerste aanleg niet langer aan haar vordering ten grondslag had gelegd en daarop in hoger beroep niet kan terugkomen. Voor andere klachten acht het hof van belang dat [bedrijf B] herstelwerkzaamheden heeft verricht en [bedrijf A] vervolgens zelf had bericht dat de webshop goed werkte. [bedrijf B] verkeerde daarom op dat punt niet in verzuim. Ten aanzien van de later gestelde traagheid van de hosting heeft [bedrijf A] na de herstelwerkzaamheden niet tijdig opnieuw geklaagd, zodat zij daarop geen beroep meer kan doen. Bovendien is de daarvoor gevorderde schade onvoldoende onderbouwd.

IT 5559

Schipholwatch handelde onrechtmatig door nieuwe opdrachtgever van luchtvaartconsultant te benaderen

Rechtbank Amsterdam 2 sep 2026, IT 5559; ECLI:NL:RBAMS:2026:8689 ([eiser] tegen Schipholwatch c.s.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/schipholwatch-handelde-onrechtmatig-door-nieuwe-opdrachtgever-van-luchtvaartconsultant-te-benaderen

Rb. Amsterdam 2 september 2026, IT 5559; ECLI:NL:RBAMS:2026:8689 ([eiser] tegen Schipholwatch c.s.). [eiser], een luchtvaartconsultant, en Stichting Schipholwatch en haar bestuurders plaatsen al jaren negatieve berichten over elkaar op sociale media. Nadat [eiser] op LinkedIn had aangekondigd dat hij via Edari een nieuwe opdracht bij Dubai Airports zou beginnen, stuurde Schipholwatch Edari een klacht over zijn uitlatingen op sociale media en waarschuwde zij voor mogelijke gevolgen voor Edari en Dubai Airports. Kort daarna startte Dubai Airports een intern legal and compliance-onderzoek en uiteindelijk ging de opdracht niet door. [eiser] vordert € 315.000 aan misgelopen inkomsten en € 50.000 aan immateriële schade. Partijen hebben op de mondelinge behandeling afgesproken dat de rechtbank in dit tussenvonnis uitsluitend over deze schadevordering beslist en dat zij daarna proberen hun overige geschilpunten via mediation op te lossen. Omdat de schadevordering alleen is gebaseerd op het contact van Schipholwatch met Edari, beoordeelt de rechtbank in dit vonnis niet de gestelde onrechtmatigheid van andere socialmediaberichten. De rechtbank oordeelt dat Schipholwatch met het benaderen van Edari onrechtmatig heeft gehandeld. Zij had zich moeten realiseren dat zij daarmee de relatie tussen [eiser] en zijn nieuwe opdrachtgever ernstig kon beschadigen, met mogelijke inkomensgevolgen. Schipholwatch had haar belang om [eiser] met zijn uitlatingen te laten stoppen bovendien op een minder schadelijke manier kunnen behartigen, bijvoorbeeld door een kort geding te starten. Door desondanks kort na de aankondiging van de nieuwe opdracht Edari rechtstreeks te benaderen, heeft Schipholwatch onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van [eiser] en daarmee gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

IT 5558

Eenjarig verbod op uitlatingen over advocatenkantoor na verstek

Rechtbank Midden-Nederland 15 sep 2026, IT 5558; ECLI:NL:RBMNE:2026:6352 ([eisende partij] tegen [gedaagde partij]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/eenjarig-verbod-op-uitlatingen-over-advocatenkantoor-na-verstek

Rb. Midden-Nederland 15 september 2026, IT 5558; ECLI:NL:RBMNE:2026:6352 ([eisende partij] tegen [gedaagde partij]). [eisende partij], een advocatenkantoor, vorderde in kort geding onder meer een verbod voor [gedaagde partij] om bepaalde uitlatingen over het kantoor te doen. [gedaagde partij] verscheen niet op de mondelinge behandeling, waarna tegen haar verstek werd verleend. Haar kort voor de zitting ingediende verweerschrift met producties en tegenvorderingen bleef buiten beschouwing, zowel vanwege het verleende verstek als omdat de stukken minder dan één werkdag voor de zitting waren ingediend en [eisende partij] daardoor onvoldoende gelegenheid had daarop te reageren. Bij verstek worden de vorderingen op grond van artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toegewezen, tenzij zij de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. [eisende partij] had gemotiveerd gesteld dat de Google-reviews van [gedaagde partij], waarin onder meer werd beweerd dat het kantoor niet volgens de beroeps- en gedragsregels handelde, bewust op escalatie aanstuurde en geschillen liet escaleren om meer geld te verdienen, onrechtmatig waren. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding om [gedaagde partij] gedurende één jaar te verbieden om zelf of via een derde, via onder meer e-mail, WhatsApp, Google Reviews, de pers of sociale media, uitlatingen van de in het vonnis omschreven strekking over [eisende partij] te doen. Aan iedere overtreding is een dwangsom van € 5.000 verbonden, tot een maximum van € 50.000.

IT 5572

Ruud van Herpen nieuwe voorzitter van de SGOA

Heemstede, 7 oktober 2026

Ruud van Herpen is benoemd tot voorzitter van de Stichting Geschillenoplossing Automatisering (SGOA). Hij volgt Chris Barbiers op, die het voorzitterschap zeven jaar lang vervulde. Ruud van Herpen is sinds 2011 aan de SGOA verbonden, eerst als mediator en later ook als arbiter. Ook was hij al enige tijd lid van het bestuur. Hij is een ervaren mediator en sinds 2000 geregistreerd bij het MfN. Daarnaast was hij medeoprichter en voorzitter van de Nederlandse Mediatorsvereniging en medeoprichter en co-voorzitter van het Platform Business Mediation.

“Ik ken de SGOA van binnenuit en heb gezien hoeveel waarde onafhankelijke, deskundige geschilbeslechting heeft voor de ICT-sector. Ik voel me vereerd met dit vertrouwen en wil de ingeslagen weg voortzetten: IT geschillen snel en vakkundig oplossen met partijen.” - Ruud van Herpen, voorzitter SGOA

Het bestuur en het bureau van de SGOA danken Chris Barbiers hartelijk voor zijn grote betrokkenheid en toewijding. Onder zijn leiding is de stichting verder geprofessionaliseerd.