AVG-inzagegeschil tegen iBOOD moet via verzoekschriftprocedure worden behandeld
Rb. Noord-Holland 25 maart 2026, IT 5607; ECLI:NL:RBNHO:2026:13797 ([eiser] tegen Silver Ocean). Een eiser stelt dat Silver Ocean B.V., handelend onder de naam iBOOD.com, niet voldoet aan haar verplichtingen op grond van de artikelen 12 en 15 AVG. Volgens eiser heeft het bedrijf hem niet tijdig volledige inzage gegeven in de persoonsgegevens die het van hem verwerkt. Hij vordert een verklaring voor recht dat Silver Ocean in strijd met de AVG handelt, volledige inzage in zijn persoonsgegevens op straffe van een dwangsom en een immateriële schadevergoeding. Daarnaast vordert hij vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Eiser heeft de procedure aanhangig gemaakt door Silver Ocean te dagvaarden voor de kantonrechter. De kantonrechter stelt echter vast dat een geschil over de nakoming van het inzagerecht op grond van artikel 35 UAVG via een verzoekschrift moet worden voorgelegd aan een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank.
Tijdelijke aanbestedingsstop voor ICT-opdracht in afwachting van nieuwe praktijktest
Rb. Zeeland-West-Brabant 5 augustus 2025, IT 5597; ECLI:NL:RBZWB:2025:5147 (Pegamento tegen de Bevelandse Organisaties). Pegamento heeft in juli 2023 na een Europese openbare aanbesteding van vijf Zeeuwse gemeenten en de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking De Bevelanden een opdracht gekregen voor het ontwikkelen en implementeren van een telecommunicatieoplossing onder de naam ‘Telecommunicatie als een Dienst’. De overeenkomst bepaalde dat Pegamento vóór oplevering met een proof of concept (PoC) moest aantonen dat de ICT-prestatie voldeed aan de overeengekomen eisen. De Bevelandse Organisaties ontbonden de overeenkomst op 1 november 2024 buitengerechtelijk, omdat Pegamento volgens hen de oplossing niet vóór 1 april 2024 had geïmplementeerd. Pegamento betwist de rechtmatigheid van deze ontbinding en stelt dat de oplossing al in december 2023 aan de overeenkomst voldeed en gebruiksklaar was. Volgens Pegamento werden verdere tests vertraagd door aanvullende wensen en het handelen van de Bevelandse Organisaties. Zij vordert daarom in kort geding een zogenoemde standstill, zodat de opdracht niet opnieuw kan worden aanbesteed of aan een derde kan worden gegund voordat duidelijkheid bestaat over haar nakoming. De voorzieningenrechter oordeelt dat Pegamento een spoedeisend belang heeft, omdat de Bevelandse Organisaties voornemens zijn met een derde partij in zee te gaan. Of Pegamento tijdig en deugdelijk heeft gepresteerd en of de buitengerechtelijke ontbinding gerechtvaardigd was, kan echter niet zonder nader bewijs, eventueel door middel van een deskundigenonderzoek, worden vastgesteld. Het kort geding leent zich niet voor die bewijslevering.
Concurrentiebedingen blijven van kracht bij ontwikkeling AI-platform
Rb. Amsterdam 26 augustus 2026, IT 5628; ECLI:NL:RBAMS:2026:8461 ([eiser] tegen ACT Commodities). In deze zaak tussen [eiser] en ACT Commodities, Stichting Administratiekantoor Montauk III en Sustainable Market Solutions Holding staat de vraag centraal of concurrentie- en relatiebedingen de lancering van een AI-platform door een voormalig werknemer mogen beperken. [eiser] was werkzaam bij ACT, een onderneming die actief is op de energie- en milieumarkten en onder meer handelt in energiebesparingscertificaten (white certificates). Na beëindiging van zijn dienstverband wil [eiser] een AI-platform ontwikkelen waarmee gebruikers hun handelsactiviteiten kunnen automatiseren en optimaliseren en toegang krijgen tot de markt voor deze certificaten. Hij vordert daarom schorsing van de concurrentie- en relatiebedingen in zijn arbeidsovereenkomst en in een afzonderlijke overeenkomst over werknemersparticipatie.
Bankgarantie rechtsgeldig ondertekend via chatbot met geavanceerde elektronische handtekening
Rb. Den Haag 17 juni 2026, IT 5626; ECLI:NL:RBDHA:2026:26100 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen [eiseres] en [gedaagde] staat de vraag centraal of een bankgarantieovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen door middel van een elektronische handtekening via een chatbot. [gedaagde] heeft een woning gekocht waarvoor een bankgarantie van € 43.000 moest worden gesteld. Een hypotheekadviseur heeft via een intermediair een bankgarantie aangevraagd, waarna de garantieopdracht digitaal is ondertekend via een chatbot. Nadat onregelmatigheden in de hypotheekaanvraag aan het licht kwamen, werd de hypotheek niet verstrekt en ging de aankoop niet door. De bankgarantie werd vervolgens ingeroepen en uitbetaald. [eiseres] vordert terugbetaling van het uitgekeerde bedrag, maar [gedaagde] betwist dat zij de garantieopdracht heeft ondertekend en stelt dat de digitale ondertekeningsmethode onvoldoende betrouwbaar is.
Maken en verspreiden pornografische deepfakes van (ex)collega's leidt tot ontbinding arbeidsovereenkomst
Rb. Limburg 22 oktober 2026, IEF 23989; IEFbe 5633; ECLI:NL:RBLIM:2026:11057 ([ex-werknemer] tegen [de N.V.]). In deze zaak tussen [ex-werknemer] en [N.V.] staat de vraag centraal of het maken en verspreiden van pornografische deepfake-afbeeldingen van onder meer (oud-)collega's een ontslag op staande voet en ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. [ex-werknemer] heeft tijdens zijn dienstverband bij een eerdere werkgever zonder toestemming gezichten van bestaande personen digitaal op pornografische afbeeldingen geplaatst en deze op een openbare website gepubliceerd. Onder de slachtoffers bevinden zich meerdere voormalige collega's, van wie één inmiddels bij zijn nieuwe werkgever [N.V.] werkzaam is. Bij zijn indiensttreding heeft [ex-werknemer] deze gedragingen en zijn eerdere aanhouding door de politie verzwegen, ondanks een door hem ondertekende integriteitsverklaring. Nadat de werkgever van de deepfakes op de hoogte raakt en aanwijzingen ontvangt dat [ex-werknemer] mogelijk opnieuw bij de verspreiding van dergelijke afbeeldingen betrokken is, wordt hij op staande voet ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat [ex-werknemer] na zijn eerdere aanhouding is doorgegaan met het vervaardigen en verspreiden van deepfakes. Hoewel er aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij een nieuw account, is nader onderzoek nodig om dit met voldoende zekerheid vast te stellen. Omdat ontslag op staande voet een uiterste middel is en de werkgever de werknemer al op non-actief had gesteld, houdt het ontslag geen stand.
Beroep over niet tijdig beslissen op Woo-verzoek naar AVG-documenten voortijdig ingesteld
Rb. Noord-Holland 7 september 2026, IT 5606; ECLI:NL:RBNHO:2026:12871 (eiser tegen Raad voor Plantenrassen). Een verzoeker vraagt de Raad voor Plantenrassen op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van informatie over de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) over de periode vanaf 2018. Nadat volgens verzoeker niet tijdig op zijn verzoek is beslist, stelt hij de Raad in gebreke. De Raad vraagt hem vervolgens op 6 oktober 2025 om zijn verzoek nader te concretiseren en schort de beslistermijn met twee weken op. Op 15 oktober 2025 stuurt de Raad de privacyverklaring en de verwerkersovereenkomst met Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw) aan verzoeker door en vraagt opnieuw om concretisering. Een dag later stelt verzoeker beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Volgens hem zijn zowel de beslistermijn als de termijn na ingebrekestelling verstreken.
Nederlandse rechter bevoegd in collectieve claim tegen Booking.com en Agoda
Rb. Amsterdam 28 oktober 2026, RB 4178; IT 5632; ECLI:NL:RBAMS:2026:10574 (Stichting Consumenten Competition Claims tegen Booking.com en Agoda). In deze zaak tussen Stichting Consumenten Competition Claims en Booking.com c.s. staat een collectieve schadeclaim centraal wegens vermeend mededingingsbeperkende en misleidende handelspraktijken op online hotelboekingsplatforms. De Stichting stelt dat Booking.com met pariteitsclausules hotels heeft beperkt in hun mogelijkheden om via andere verkoopkanalen lagere prijzen of gunstigere voorwaarden aan te bieden, waardoor consumenten te veel zouden hebben betaald. Daarnaast zouden Booking.com en Agoda gebruikmaken van dark patterns: misleidende patronen en uitlatingen op hun websites die het boekingsgedrag van consumenten beïnvloeden. Booking Holdings Inc. en Agoda betwisten dat de Nederlandse rechter bevoegd is om over de tegen hen ingestelde vorderingen te oordelen.
Geen afdwingbare samenwerkingsovereenkomst voor ontwikkeling en exploitatie sportapp
Rb. Midden-Nederland 14 juli 2026, IT 5596; ECLI:NL:RBMNE:2026:4756 ([eiser sub 1] en [eiser sub 2] tegen [gedaagden c.s]). Twee eisers vorderen in kort geding nakoming van een volgens hen tot stand gekomen samenwerkingsovereenkomst over de verdere ontwikkeling en exploitatie van een digitaal platform met bijbehorende app die getalenteerde sporters verbindt met trainers, clubs en scouts. Partijen waren sinds april 2024 in gesprek over een samenwerking en volgens de eisers was uiterlijk op 13 november 2025 een bindende overeenkomst tot stand gekomen. De voorzieningenrechter acht echter onvoldoende aannemelijk dat partijen overeenstemming hadden bereikt over de essentiële onderdelen van de samenwerking. Met name bestond onenigheid over de financiële inbreng van de eisers. Volgens hen was afgesproken dat ieder € 60.000 zou investeren, terwijl de wederpartij vasthield aan € 100.000 per investeerder. De eisers hebben niet met stukken kunnen onderbouwen dat de wederpartij met het lagere bedrag had ingestemd. Daarnaast bestond onenigheid over de aflossing van een eerdere lening en de geschiktheid van de kantoorruimte. Dat partijen concepten van aandeelhouders- en managementovereenkomsten hadden uitgewisseld, maakt dit niet anders. Het betrof grotendeels oningevulde standaardovereenkomsten waarover nog nader overleg moest plaatsvinden.
Softwareovereenkomst rechtsgeldig gesloten per e-mail en stilzwijgend verlengd
Rb. Gelderland 24 juni 2026, IT 5627; ECLI:NL:RBGEL:2026:5661 (LVP tegen Veluvine). In deze zaak tussen L.V.P. Reserveringssystemen (LVP) en Stichting Veluvine Cultuur Nunspeet (Veluvine) staat een overeenkomst voor de afname van het planningssysteem Ovatic Planning centraal. LVP heeft in december 2021 per e-mail een offerte uitgebracht, waarop de directeur-bestuurder van Veluvine per e-mail akkoord heeft gegeven. De offerte vermeldt een minimale contractduur van drie jaar, met telkens een stilzwijgende verlenging van twee jaar en een opzegtermijn van drie maanden. Veluvine betwist dat een overeenkomst tot stand is gekomen, omdat deze niet is ondertekend en haar directeur-bestuurder volgens haar niet vertegenwoordigingsbevoegd was.
Bezwaar tegen AVG-inzagebesluit terecht niet-ontvankelijk, korting op proceskostenvergoeding onterecht
Rb. Zeeland-West-Brabant 11 juni 2026, IT 5624; ECLI:NL:RBZWB:2026:8180 ([eiser] tegen het college van B&W Breda). In deze zaak tussen [eiser] en het college van B&W van Breda staat een AVG-inzageverzoek centraal. [eiser] heeft het college verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens. Nadat het college het verzoek aanvankelijk niet had ingewilligd vanwege een lopend adresonderzoek, heeft het alsnog inzage verleend. [eiser] maakt bezwaar tegen de door het college gehanteerde aanvraagdatum, omdat deze van belang is voor de verschuldigdheid van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Later voert hij alsnog inhoudelijke bezwaren aan tegen de verstrekte informatie, waaronder de onvolledigheid daarvan en het zwartlakken van gegevens.



























