IT 5228
23 april 2026
Uitspraak

Misbruik van toegangsrechten, computervredebreuk en poging tot afdreiging

 
IT 5227
23 april 2026
Uitspraak

Rb. Oost-Brabant zet een streep door ChatGPT-analyse als bewijs in een civiele procedure

 
IT 5079
23 april 2026
Artikel

Volg deLex op LinkedIn

 
IT 5228

Misbruik van toegangsrechten, computervredebreuk en poging tot afdreiging

Gerechtshof Amsterdam 16 apr 2026, IT 5228; ECLI:NL:GHAMS:2026:1003 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/misbruik-van-toegangsrechten-computervredebreuk-en-poging-tot-afdreiging

Hof Amsterdam 16 april 2026, IT 5228; ECLI:NL:GHAMS:2026:1003 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). Het hof vernietigt het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland, omdat het hof tot een deels andere bewijsconstructie, een op detail afwijkende bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt, en verklaart vervolgens feit 1 primair en feit 2 bewezen. Het hof acht bewezen dat de verdachte, destijds tweedelijns helpdeskmedewerker bij [bedrijf], op 27 maart 2021 opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een server van [bedrijf] waarop medische gegevens van patiënten van [stichting] stonden, door onbevoegd gebruik te maken van een toegangscertificaat en wachtwoord waarover hij uit hoofde van zijn functie wel kon beschikken, maar die hij voor dit doel niet mocht gebruiken. Vervolgens heeft hij die gegevens overgenomen door ze te downloaden en op zijn privé-USB-stick op te slaan. Daarnaast acht het hof bewezen dat hij in de periode van 2 april 2021 tot en met 22 april 2021 heeft getracht [stichting] door bedreiging met openbaarmaking van die gegevens te dwingen tot afgifte van bitcoins. Het hof verwerpt zowel het verweer dat een derde de apparatuur van verdachte op afstand zou hebben gehackt als het juridische verweer dat geen sprake was van binnendringen met een “valse sleutel”. Uit de combinatie van het afwijkende IP-adres, de Postman-activiteit, de koppeling tussen desktop, Acer-laptop, Lumia-telefoon, Samsung-telefoon en hotspot, het aantreffen van de datasets, het certificaat en wachtwoord, en de op meerdere gegevensdragers gevonden concepten van de dreigberichten leidt het hof af dat de verdachte zelf de dader was. Het onbevoegd gebruiken van certificaat en wachtwoord levert volgens het hof, conform vaste rechtspraak, binnendringen met een vals gebruikte sleutel op. Het bewezenverklaarde kwalificeert het hof als computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, en als poging tot afdreiging.

IT 5227

Rb. Oost-Brabant zet een streep door ChatGPT-analyse als bewijs in een civiele procedure

Rechtbank Oost-Brabant 8 apr 2026, IT 5227; ECLI:NLRBOBR:2026:2232 ((AIH tegen UMS)), https://www.itenrecht.nl/artikelen/rb-oost-brabant-zet-een-streep-door-chatgpt-analyse-als-bewijs-in-een-civiele-procedure

Rb. Oost-Brabant 8 april 2026, IT 5227; ECLI:NLRBOBR:2026:2232 (AIH tegen UMS). De rechtbank Oost-Brabant heeft zich in een betalingsgeschil expliciet uitgesproken over de rol van ChatGPT als onderbouwing van juridische stellingen. In de procedure beriep gedaagde UMS zich in belangrijke mate op een door ChatGPT gegenereerde analyse om te betogen dat een door eiseres AIH opgesteld businessplan inhoudelijk tekortschiet en betaling daarom mocht worden opgeschort. De rechtbank kent aan deze analyse echter geen waarde toe. Doorslaggevend is dat de totstandkoming van de ChatGPT-output onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. Zo kon de gebruikte prompt niet worden gereconstrueerd en was onduidelijk welke instellingen zijn gebruikt. Daarnaast bleek dat ChatGPT niet was gevoed met de definitieve versie van het businessplan, maar met een eerdere conceptversie zonder bijlagen. Ook was niet uitgesloten dat processtukken in de input waren verwerkt, terwijl de output wel stellige juridische conclusies bevatte over de rechtmatigheid van opschorting en betalingsweigering.

IT 5079

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

IT 5225

Verstrekking van strafrechtelijke gegevens door OvJ aan Veilig Thuis in dit geval onrechtmatig jegens verdachte

Gerechtshof Amsterdam 7 apr 2026, IT 5225; ECLI:NL:GHDHA:2026:561 ([eiser] tegen de Staat), https://www.itenrecht.nl/artikelen/verstrekking-van-strafrechtelijke-gegevens-door-ovj-aan-veilig-thuis-in-dit-geval-onrechtmatig-jegens-verdachte

Hof Den Haag 7 april 2026, IT 5225; ECLI:NL:GHDHA:2026:561 ([eiser]) tegen de Staat). Het hof Den Haag heeft in een arrest van 7 april 2026 geoordeeld dat het OM onrechtmatig heeft gehandeld door strafrechtelijke gegevens van een verdachte te delen met Veilig Thuis en door haar te laat te informeren over de intrekking van het hoger beroep.De zaak betreft een vrouw die herhaaldelijk meldingen deed bij Veilig Thuis over haar ex-partner. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek deelde de officier van justitie met Veilig Thuis dat zij werd verdacht van onder meer belaging en smaad. Ook werd privacygevoelige informatie verstrekt, waaronder gegevens over de wijze van conceptie van haar kind. Hoewel het hof erkent dat er in redelijkheid een verdenking kon bestaan, oordeelt het dat de wijze waarop deze informatie is gedeeld niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals neergelegd in artikel 39f Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Het voorzienbare effect van de mededelingen, namelijk dat de vrouw zou afzien van het doen van meldingen, werd als te verstrekkend en onvoldoende gerechtvaardigd aangemerkt. Ook het delen van zeer gevoelige persoonsgegevens werd onrechtmatig geacht wegens het ontbreken van een voldoende rechtvaardiging.

IT 5224

WhatsApp-berichten als bewijs voor bekendheid met vonnis

Hoge Raad 10 mrt 2026, IT 5224; ECLI:NL:PHR:2026:227 (Het OM tegen [verdachte]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/whatsapp-berichten-als-bewijs-voor-bekendheid-met-vonnis

Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2026, IT 5224; ECLI:NL:PHR:2026:227 (het OM tegen [verdachte]). In deze strafzaak staat de vraag centraal of de verdachte te laat hoger beroep heeft ingesteld en of hij eerder op de hoogte was van zijn veroordeling via WhatsApp. Het gerechtshof had het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat uit overgelegde WhatsApp-berichten tussen de verdachte en zijn raadsman zou blijken dat de verdachte al geruime tijd wist dat hij was veroordeeld. Volgens de wet (art. 408 lid 2 Sv) begint de termijn voor hoger beroep namelijk te lopen op het moment dat zich een omstandigheid voordoet waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is. In de bewuste berichten stuurde de verdachte onder meer een screenshot van de "Berichtenbox" van MijnOverheid en vroeg hij zijn advocaat om uitleg over de status van zijn zaak.

IT 5223

Conclusie A-G Rantos inzake Meta/Commissie

HvJ EU 26 feb 2026, IT 5223; ECLI:EU:C:2026:117 (Meta Platforms Ireland Ltd tegen Europese Commissie ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-rantos-inzake-meta-commissie

Conclusie A-G Hof van Justitie EU 26 februari 2026, IT 5223; IEFbe 4194; ECLI:EU:C:2026:117 (Meta tegen Europese Commissie). In deze hogere voorziening vecht Meta arresten van het Gerecht aan over besluiten van de Europese Commissie om grote hoeveelheden interne documenten op te vragen voor mededingingsonderzoeken naar Facebook Marketplace en data-gebruik. De Commissie gebruikte hiervoor brede zoektermen, wat volgens Meta leidde tot het verzamelen van talloze irrelevante en privé-documenten. Meta stelt dat het 'noodzakelijkheidsbeginsel' is geschonden en dat de Commissie onvoldoende waarborgen biedt voor persoonsgegevens in zogenoemde 'gemengde documenten' (documenten met zowel zakelijke als persoonlijke informatie). De kern van de juridische discussie is of de Commissie redelijkerwijs mag aannemen dat dergelijke brede zoekopdrachten nodig zijn om inbreuken op het mededingingsrecht op te sporen, zelfs als er veel 'bijvangst' is.

IT 5222

Hof van Justitie EU verduidelijkt consumentenbegrip bij gemengde energiecontracten

HvJ EU 8 mei 2025, IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-van-justitie-eu-verduidelijkt-consumentenbegrip-bij-gemengde-energiecontracten

Hof van Justitie EU 8 mei 2026, RB 4002; IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.). In deze zaak stond de vraag centraal of een landbouwer, die een elektriciteitscontract met vaste looptijd had gesloten voor zowel zijn boerderij als zijn privéwoning, als 'consument' kon worden aangemerkt onder Richtlijn 93/13. De landbouwer had het contract voortijdig opgezegd, waarna de leverancier een contractuele boete van ruim € 1.100 vorderde. De nationale rechter twijfelde over de status van de landbouwer bij deze 'gemengde overeenkomst', mede omdat het contract expliciet vermeldde dat het voor niet-consumenten bestemd was. Daarnaast rees de vraag of de Poolse energiewet, die boetes bij voortijdige opzegging toestaat, wel verenigbaar is met de Europese regels voor de elektriciteitsmarkt (Richtlijn 2009/72), die een hoog niveau van consumentenbescherming en het recht op kosteloze leverancierswisseling voorschrijven.

IT 5221

CBb bevestigt marktanalysebesluit ACM: toezeggingen KPN en Glaspoort maken regulering overbodig

Overige instanties 10 feb 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/cbb-bevestigt-marktanalysebesluit-acm-toezeggingen-kpn-en-glaspoort-maken-regulering-overbodig

CBb 10 februari 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM). In deze zaak stond het marktanalysebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) centraal betreffende lokale wholesaletoegang op telecommunicatienetwerken. De ACM concludeerde dat de geografische retailmarkten voldoende concurrerend zijn, mede door de vrijwillige toezeggingen van KPN en Glaspoort om hun glasvezelnetwerken open te stellen voor andere aanbieders. Op basis hiervan stelde de ACM vast dat er geen risico is op aanmerkelijke marktmacht (AMM) en dat verdere regulering van de wholesalemarkt daarom niet noodzakelijk is. Telecomaanbieder Youca vocht dit besluit aan en stelde dat de ACM ten onrechte doorslaggevende betekenis had toegekend aan deze toezeggingen en dat de analyse van de retailmarkt gebrekkig en onvolledig was, met name wat betreft de positie van kabel- en glasvezelnetwerken.

IT 5220

Leemte in energiecontract: redelijkheid en billijkheid bepalen verdeling WKK-opbrengsten

Rechtbank Den Haag 4 mrt 2026, IT 5220; ECLI:NL:RBDHA:2026:5904 ([eiseres] tegen [gedaagden]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/leemte-in-energiecontract-redelijkheid-en-billijkheid-bepalen-verdeling-wkk-opbrengsten

Rb. Den Haag 4 maart 2026, IT 5220; ECLI:NL:RBDHA:2026:5904 ([eiseres] tegen [gedaagden]) In dit geschil stond de vraag centraal hoe de opbrengsten van een warmtekrachtkoppeling-installatie (WKK) verdeeld moesten worden tussen glastuinbouwbedrijf [eiseres] en de eigenaren van de netaansluiting ([gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]). Partijen waren oorspronkelijk overeengekomen de inkomsten uit de zogenaamde 'noodvermogen-markt' op 50/50-basis te delen. Toen [eiseres] de WKK echter primair ging inzetten voor de onbalansmarkt om haar kassen te verwarmen, claimde zij de volledige netto-opbrengst hiervan omdat hierover geen expliciete afspraken waren gemaakt. [gedaagen] weigerden betaling van de facturen (totaal ruim € 240.000), stellende dat zij door dit gewijzigde gebruik inkomsten uit de noodvermogen-pool misliepen en dat [eiseres] wanprestatie pleegde.