IT 5425
11 augustus 2026
Uitspraak

SaaS-overeenkomst niet rechtsgeldig vernietigd, ontbonden of opgezegd na vastgelopen softwareproject

 
IT 5428
11 augustus 2026
Uitspraak

Booking moet inzicht geven in eerdere kennis van onjuiste locatiegegevens bij accommodatie

 
IT 5421
11 augustus 2026
Uitspraak

Gebruik van ChatGPT kan vertrouwelijkheid van verschoningsgerechtigde informatie doorbreken

 
IT 5425

SaaS-overeenkomst niet rechtsgeldig vernietigd, ontbonden of opgezegd na vastgelopen softwareproject

Rechtbank Amsterdam 4 mrt 2026,, IT 5425; ECLI:NL:RBAMS:2026:7528 (RB tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/saas-overeenkomst-niet-rechtsgeldig-vernietigd-ontbonden-of-opgezegd-na-vastgelopen-softwareproject

Rb. Amsterdam 4 maart 2026, IT 5425; ECLI:NL:RBAMS:2026:7528 (RB tegen [gedaagde]). RB B.V., een parfumonderneming, sloot met [gedaagde] B.V. een overeenkomst voor minimaal twaalf maanden. Hoewel de overeenkomst was aangeduid als een SaaS Agreement, ging het volgens de rechtbank om een combinatie van het beschikbaar stellen van een bestaand SaaS-platform en het ontwikkelen van maatwerkapplicaties, waaronder een website, marketplace, metaverse, NFT-designs en tokenoplossingen. RB zou daarvoor € 9.990 exclusief btw per maand betalen. De samenwerking liep na ongeveer vijf maanden vast. RB stopte uiteindelijk met betalen en stelde dat zij de overeenkomst wegens bedrog en dwaling kon vernietigen. De rechtbank volgt dat niet. De gedragingen waarop RB haar beroep op bedrog grotendeels baseerde, hadden plaatsgevonden ná het sluiten van de overeenkomst en konden haar dus niet tot het aangaan daarvan hebben bewogen. Ook het beroep op vermeende nepreviews slaagt niet, omdat de reviews onder de eigen namen van de oprichters en bestuurders van [gedaagde] waren geplaatst en RB wist wie zij waren. Van dwaling is evenmin sprake. Latere interne WhatsApp-berichten, waarin onder meer over het “maximaal melken” van maandelijkse inkomsten werd gesproken, tonen volgens de rechtbank niet aan dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst al die intentie had. Ook is niet gebleken dat [gedaagde] destijds onvoldoende expertise had om het project uit te voeren. De overeenkomst is daarom niet rechtsgeldig wegens bedrog of dwaling vernietigd.

IT 5428

Booking moet inzicht geven in eerdere kennis van onjuiste locatiegegevens bij accommodatie

Rechtbank Amsterdam 3 aug 2026,, IT 5428; ECLI:NL:RBAMS:2026:7389 ([verzoeker] tegen Booking), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/booking-moet-inzicht-geven-in-eerdere-kennis-van-onjuiste-locatiegegevens-bij-accommodatie

Rb. Amsterdam 10 juli 2026, RB 4069; ECLI:NL:RBAMS:2026:7389 ([verzoeker] tegen Booking). Via Booking.com werd voor € 2.540 een accommodatie in Griekenland geboekt. In de advertentie stond dat de accommodatie op slechts enkele tientallen meters van Komi Beach lag en op de kaart werd zij direct aan zee weergegeven. Bij aankomst bleek de accommodatie volgens de boekers op aanzienlijke afstand van het strand en in een afgelegen gebied te liggen. Na annulering werd slechts € 132 terugbetaald. De aanspraken van de boeker en de betaler zijn vervolgens gecedeerd aan de verzoeker, die in de Europese procedure voor geringe vorderingen betaling van het resterende bedrag van € 2.408 vordert. Hij stelt dat de advertentie misleidend was en beroept zich op een oneerlijke handelspraktijk, dwaling en non-conformiteit. De kantonrechter acht de Nederlandse rechter bevoegd omdat Booking in Amsterdam is gevestigd. Op grond van de rechtskeuze in de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing, zonder dat de consument de bescherming verliest die hij aan dwingend Spaans recht ontleent.
 

IT 5421

Gebruik van ChatGPT kan vertrouwelijkheid van verschoningsgerechtigde informatie doorbreken

Rechtbank Rotterdam 11 aug 2026,, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gebruik-van-chatgpt-kan-vertrouwelijkheid-van-verschoningsgerechtigde-informatie-doorbreken

Rb. Rotterdam 12 juni 2026, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]). In een strafrechtelijk onderzoek waren meerdere digitale gegevensdragers in beslag genomen. Omdat daarop mogelijk informatie stond die onder het verschoningsrecht viel, liet de rechter-commissaris de gegevens voorafgaand aan vrijgave aan het onderzoeksteam filteren. Tijdens die controle werd een ChatGPT-gesprek aangetroffen waarin de beslagene via een prompt een reactie liet opstellen die kennelijk was bestemd voor een verschoningsgerechtigde. In de door ChatGPT gegenereerde tekst werd ook de naam van een verschoningsgerechtigde genoemd. De rechter-commissaris stelt voorop dat aan het verschoningsrecht het belang ten grondslag ligt dat iemand zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van vertrouwelijke informatie tot bepaalde beroepsbeoefenaren moet kunnen wenden voor bijstand en advies.

IT 5283

Voorbereiding op de Cyberbeveiligingswet: wat kan je nu al doen?

De NIS2-richtlijn introduceert een uniform Europees kader voor cyberbeveiliging in 18 kritieke sectoren. Lidstaten worden daarbij verplicht om nationale cyberbeveiligingsstrategieën vast te stellen en intensiever samen te werken binnen de EU, met name bij grensoverschrijdende incidentrespons en handhaving.

Cyberbeveiliging ziet op de bescherming van netwerk- en informatiesystemen, hun gebruikers en andere betrokkenen tegen cyberdreigingen en incidenten. Met Richtlijn 2022/2555 (NIS2) heeft de Europese wetgever de eerdere NIS1-richtlijn vervangen, als reactie op de toegenomen digitale kwetsbaarheid binnen Europa. NIS2 verhoogt het ambitieniveau door een breder toepassingsbereik, duidelijkere verplichtingen en versterkte toezicht- en handhavingsmechanismen. Lidstaten dienen hun capaciteiten te versterken en entiteiten in meer sectoren te onderwerpen aan risicobeheersmaatregelen, meldplichten en regels voor samenwerking en informatie-uitwisseling, aldus de Europese Commissie

IT 5420

Uitspraak ingezonden door Jeroen Boelens, Jesper Vrielink, Susanne Bijvank en Eline Wit, CMS.

Betaalde reviews leveren onrechtmatig concurrentievoordeel op

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026,, IT 5420; C/13/787737 (Hotelgiftcard.com tegen Experiencegift), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/betaalde-reviews-leveren-onrechtmatig-concurrentievoordeel-op

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IEF 23743; RB 4086; IT 5420; C/13/787737 (Hotelgiftcard.com tegen Experiencegift). In deze zaak vordert Hotelgiftcard.com B.V. in kort geding verschillende voorzieningen tegen concurrent Experiencegift B.V. wegens een handelswijze waarbij consumenten na aankoop van een HOTELGIFT-cadeaubon een vergoeding kregen in ruil voor het plaatsen van een beoordeling. Experiencegift bood consumenten € 5 terug en een donatie van 1.000 liter drinkwater aan een goed doel aan wanneer zij een review plaatsten en toonde daarbij op de bestelbevestigingspagina vijf sterren. In een eerder kort geding tussen partijen had Experiencegift toegezegd het aanbod van € 5 en de vijf sterren van haar website te verwijderen. De toen door Hotelgiftcard ingestelde reconventionele vorderingen werden afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk was dat Experiencegift op dat moment nog onrechtmatig handelde. Nadat de advocaat van Hotelgiftcard op 18 februari 2026, na opnieuw om de eerder aangeboden vergoeding te hebben verzocht, alsnog € 5 ontving, stelt Hotelgiftcard dat Experiencegift haar toezegging niet naleeft en bovendien nog steeds profiteert van de eerder verkregen betaalde beoordelingen. Hotelgiftcard vordert daarom onder meer een verbod voor Experiencegift om consumenten enige geldelijke of andere vergoeding aan te bieden teneinde hen te bewegen een beoordeling over HOTELGIFT te plaatsen, een bevel om Trustpilot en Google Reviews te verzoeken alle betaalde beoordelingen te verwijderen en verwijderd te houden, een controleerbaar overzicht van alle terugbetalingen die in ruil voor een beoordeling zijn gedaan en plaatsing van een rectificatie. Experiencegift voert aan dat zij haar werkwijze na het eerdere kort geding heeft aangepast, dat de betaling van € 5 op 18 februari een eenmalig incident was, dat de drinkwaterdonatie inmiddels uitsluitend aan de aankoop van een giftcard is gekoppeld en dat zij consumenten niet vraagt hun beoordeling te verhogen.

IT 5419

Beschuldiging over grensoverschrijdend gedrag in Google-review deels onrechtmatig, maar geen schadevergoeding

Rechtbank Den Haag 1 jul 2026,, IT 5419; ECLI:NL:RBDHA:2026:18257 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beschuldiging-over-grensoverschrijdend-gedrag-in-google-review-deels-onrechtmatig-maar-geen-schadevergoeding

Rb. Den Haag 1 juli 2026, IT 5419; ECLI:NL:RBDHA:2026:18257 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een voormalig leerling plaatste op 3 juni 2025 na een conflict met haar rij-instructeur een éénsterrenreview op Google Reviews. Zij schreef daarin onder meer dat de instructeur tijdens de rijles meermaals haar dijen had aangeraakt, dat zij dit als grensoverschrijdend en onprofessioneel had ervaren en dat hij hetzelfde gedrag zou vertonen bij “bijna elke vrouwelijke leerling, ook bij minderjarige leerlingen”. Nadat de rijschoolhouder aangifte had gedaan van smaad en laster, wijzigde zij op 29 september 2025 die laatste zin in de mededeling dat hij hetzelfde gedrag bij “andere vrouwelijke leerlingen” vertoonde. Na het uitbrengen van de dagvaarding verwijderde zij de review op 11 december 2025. De rijschoolhouder stelde dat zijn eer en goede naam waren aangetast en vorderde, na vermindering van eis, € 27.006 aan gederfde winst wegens de gestelde omzetdaling. De rechtbank stelt voorop dat sprake is van een botsing tussen het belang van de rijschoolhouder bij bescherming van zijn eer en goede naam en de vrijheid van meningsuiting van de reviewer. Daarbij weegt mee dat een Google-review voor de lezer herkenbaar een persoonlijke ervaring en mening bevat. Een reviewer mag zich kritisch en waarschuwend uitlaten en daarbij stevige bewoordingen gebruiken en enigszins overdrijven, maar die vrijheid is niet onbeperkt.

IT 5418

Onvoldoende transparantie over CaseMatcher leidt tot vernietiging Dublinbesluit

Rechtbank Den Haag 7 aug 2026,, IT 5418; ECLI:NL:RBDHA:2026:22096 (eiser tegen de minister van Asiel en Migratie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/onvoldoende-transparantie-over-casematcher-leidt-tot-vernietiging-dublinbesluit

Rb. Den Haag 7 augustus 2026, IT 5418; ECLI:NL:RBDHA:2026:22096 (eiser tegen de minister van Asiel en Migratie). De minister nam de opvolgende asielaanvraag van een Somalische vreemdeling niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling daarvan. Eiser voerde onder meer aan dat de besluitvorming onvoldoende transparant, inzichtelijk en controleerbaar was, omdat daarbij mogelijk gebruik was gemaakt van CaseMatcher, een door de IND gebruikte zoek- en vindtool waarmee eerdere asielzaken kunnen worden gezocht, gefilterd en op relevantie gerangschikt. De minister stelde dat CaseMatcher in deze zaak niet was gebruikt en dat het systeem geen AI-systeem is. De rechtbank oordeelt echter dat de minister het gestelde niet-gebruik niet met stukken heeft onderbouwd en zijn toelichting daarover gedurende de procedure heeft gewijzigd. Daarom kan niet worden uitgesloten dat CaseMatcher toch is gebruikt en moet er volgens de rechtbank van worden uitgegaan dat mogelijk van CaseMatcher gebruik is gemaakt.

IT 5417

Odido moet griffierecht vergoeden na te late reactie op AVG-inzageverzoek

Rechtbank Den Haag 17 jul 2026,, IT 5417; ECLI:NL:RBDHA:2026:20161 ([verzoeker] tegen Odido), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/odido-moet-griffierecht-vergoeden-na-te-late-reactie-op-avg-inzageverzoek

Rb. Den Haag 17 juli 2026, IT 5417; ECLI:NL:RBDHA:2026:20161 ([verzoeker] tegen Odido). Een klant van Odido diende na een grootschalige cyberaanval een verzoek in om inzage in de persoonsgegevens die daarbij waren betrokken. Odido had haar klanten op 12 februari 2026 geïnformeerd dat cybercriminelen, bekend onder de naam Shinyhunters, klantgegevens uit haar klantcontactsysteem hadden buitgemaakt. Verzoeker diende op 2 maart 2026 een inzageverzoek in om te achterhalen welke persoonsgegevens van hem bij de cyberaanval waren betrokken. Nadat zijn verzoekschrift op 9 april 2026 door de rechtbank was ontvangen, liet Odido hem op 11 april weten meer tijd nodig te hebben. Op 24 april 2026 voldeed Odido alsnog aan het inzageverzoek. In de procedure op grond van artikel 35 UAVG verzocht de klant om inzage en om € 1.000 schadevergoeding wegens het niet naleven van de AVG-termijnen.

IT 5407

Onregelmatige beëindiging marketingovereenkomst rechtvaardigt ontbinding; laatste websitefactuur wel verschuldigd

Rechtbank Overijssel 14 jul 2026,, IT 5407; ECLI:NL:RBOVE:2026:3998 ([partij A] tegen [partij B]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/onregelmatige-beeindiging-marketingovereenkomst-rechtvaardigt-ontbinding-laatste-websitefactuur-wel-verschuldigd

Rb. Overijssel 14 juli 2026, IT 5407; ECLI:NL:RBOVE:2026:3998 ([partij A] tegen [partij B]). Partijen hadden twee afzonderlijke overeenkomsten van opdracht gesloten: een marketingovereenkomst voor maandelijkse werkzaamheden en een websiteovereenkomst voor de bouw van een nieuwe website. Het marketingbureau deelde op 2 juli 2025 mee dat het de samenwerking per augustus zou afronden, terwijl de marketingovereenkomst in ieder geval tot 31 oktober 2025 liep. Artikel 7:408 lid 2 BW stond niet centraal aan de beëindiging in de weg, omdat deze bepaling van regelend recht is en partijen daarvan in de algemene voorwaarden waren afgeweken. Op grond van die voorwaarden mocht het bureau echter alleen beëindigen wanneer de opdrachtgever haar verplichtingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakwam. Daarvan was geen sprake: de factuur voor juli was op 2 juli nog niet opeisbaar, de factuur voor de laatste websitefase was nog niet verzonden en er was niet onderbouwd dat de opdrachtgever zonder toestemming een derde had ingeschakeld. Het bureau schoot daarom tekort door de marketingovereenkomst zonder contractuele grond vroegtijdig te beëindigen. Uit de mededeling dat vanaf augustus geen marketingwerkzaamheden meer zouden worden verricht, mocht de opdrachtgever afleiden dat het bureau niet zou nakomen, zodat het op grond van artikel 6:83 onder c BW zonder ingebrekestelling in verzuim raakte. De opdrachtgever mocht de marketingovereenkomst daarom op grond van artikel 6:265 BW ontbinden en hoefde de factuur van € 1.064,80 voor juli niet te betalen. De gevorderde schadevergoeding van € 850 voor een online brochure wordt afgewezen, omdat onvoldoende was onderbouwd dat die brochure tot de overeengekomen werkzaamheden behoorde.

IT 5405

Geen aansprakelijkheid voor faillissementstekort, wel terugbetaling van onrechtmatige onttrekkingen en rekening-courantschuld

Rechtbank Noord-Holland 8 apr 2026,, IT 5405; ECLI:NL:RBNHO:2026:8315 (de curator tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-aansprakelijkheid-voor-faillissementstekort-wel-terugbetaling-van-onrechtmatige-onttrekkingen-en-rekening-courantschuld

Rb. Noord-Holland 8 april 2026, IT 5405; ECLI:NL:RBNHO:2026:8315 (de curator tegen [gedaagde]). De curator vorderde dat de enige bestuurder van de failliete vennootschap op grond van artikel 2:248 BW aansprakelijk zou worden gehouden voor het faillissementstekort. Hij stelde onder meer dat de bestuurder de administratieplicht van artikel 2:10 BW had geschonden en zonder rechtsgrond in totaal € 15.440 aan zichzelf en een gelieerde vennootschap had betaald. De rechtbank wijst de primaire vorderingen af. Hoewel de bestuurder lange tijd slechts een beperkt deel van de administratie aan de curator had verstrekt, bleek dat de administratie in Exact Online werd bijgehouden. De bestuurder had Exact uiteindelijk verzocht om de curator toegang tot deze digitale administratie te geven. Daarmee had hij voldaan aan zijn verplichting om de administratie voor de curator toegankelijk te maken. Nadat die toegang was aangeboden, rustte op de curator de eigen verantwoordelijkheid om de digitale administratie veilig te stellen, bijvoorbeeld door daarvan een kopie te maken. De curator had de door Exact aangeboden toegang op zijn eigen naam geweigerd en kon daarom niet uitsluitend uit het ontbreken van een door de bestuurder aangeleverde kopie afleiden dat de administratieplicht was geschonden. Pas na onderzoek van de online administratie kon worden vastgesteld of aan artikel 2:10 BW was voldaan. Het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW was daarom niet van toepassing. Ook had de curator onvoldoende onderbouwd dat de betalingen van € 15.440 een belangrijke oorzaak van het faillissement waren.