IT 4982
13 oktober 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht

 
IT 5627
3 november 2026
Uitspraak

Softwareovereenkomst rechtsgeldig gesloten per e-mail en stilzwijgend verlengd

 
IT 5624
3 november 2026
Uitspraak

Bezwaar tegen AVG-inzagebesluit terecht niet-ontvankelijk, korting op proceskostenvergoeding onterecht

 
IT 5627

Softwareovereenkomst rechtsgeldig gesloten per e-mail en stilzwijgend verlengd

Rechtbank Gelderland 24 jun 2026, IT 5627; ECLI:NL:RBGEL:2026:5661 (LVP tegen Veluvine), https://www.itenrecht.nl/artikelen/softwareovereenkomst-rechtsgeldig-gesloten-per-e-mail-en-stilzwijgend-verlengd

Rb. Gelderland 24 juni 2026, IT 5627; ECLI:NL:RBGEL:2026:5661 (LVP tegen Veluvine). In deze zaak tussen L.V.P. Reserveringssystemen (LVP) en Stichting Veluvine Cultuur Nunspeet (Veluvine) staat een overeenkomst voor de afname van het planningssysteem Ovatic Planning centraal. LVP heeft in december 2021 per e-mail een offerte uitgebracht, waarop de directeur-bestuurder van Veluvine per e-mail akkoord heeft gegeven. De offerte vermeldt een minimale contractduur van drie jaar, met telkens een stilzwijgende verlenging van twee jaar en een opzegtermijn van drie maanden. Veluvine betwist dat een overeenkomst tot stand is gekomen, omdat deze niet is ondertekend en haar directeur-bestuurder volgens haar niet vertegenwoordigingsbevoegd was.

IT 5624

Bezwaar tegen AVG-inzagebesluit terecht niet-ontvankelijk, korting op proceskostenvergoeding onterecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 jun 2026, IT 5624; ECLI:NL:RBZWB:2026:8180 ([eiser] tegen het college van B&W Breda), https://www.itenrecht.nl/artikelen/bezwaar-tegen-avg-inzagebesluit-terecht-niet-ontvankelijk-korting-op-proceskostenvergoeding-onterecht

Rb. Zeeland-West-Brabant 11 juni 2026, IT 5624; ECLI:NL:RBZWB:2026:8180 ([eiser] tegen het college van B&W Breda). In deze zaak tussen [eiser] en het college van B&W van Breda staat een AVG-inzageverzoek centraal. [eiser] heeft het college verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens. Nadat het college het verzoek aanvankelijk niet had ingewilligd vanwege een lopend adresonderzoek, heeft het alsnog inzage verleend. [eiser] maakt bezwaar tegen de door het college gehanteerde aanvraagdatum, omdat deze van belang is voor de verschuldigdheid van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Later voert hij alsnog inhoudelijke bezwaren aan tegen de verstrekte informatie, waaronder de onvolledigheid daarvan en het zwartlakken van gegevens.

IT 5605

Werkgever handelt ernstig verwijtbaar door privé-WhatsAppberichten van werknemers te gebruiken

Rechtbank Noord-Holland 9 dec 2025, IT 5605; ECLI:NL:RBNHO:2025:14641 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen [verweerder]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/werkgever-handelt-ernstig-verwijtbaar-door-prive-whatsappberichten-van-werknemers-te-gebruiken

Rb. Noord-Holland 9 december 2025, IT 5605; ECLI:NL:RBNHO:2025:14641 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen [verweerder]). Twee koks verzoeken de kantonrechter om ieder een billijke vergoeding van € 30.000 wegens het niet voortzetten van hun arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Aanleiding is dat een leidinggevende via WhatsApp Web op een zakelijke laptop toegang heeft gekregen tot een privégesprek tussen de werknemers, waarin zij zich negatief uitlieten over collega's en leidinggevenden. De leidinggevende heeft het gesprek doorzocht, foto's van berichten gemaakt en deze met anderen binnen de onderneming gedeeld. Vervolgens heeft de werkgever besloten de arbeidsovereenkomsten niet te verlengen vanwege een vertrouwensbreuk. Volgens de werknemers is sprake van een ongerechtvaardigde inbreuk op hun privacy en ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De kantonrechter stelt voorop dat WhatsApp-gesprekken in beginsel privé zijn en onder de bescherming van artikel 8 EVRM vallen. Werknemers mogen erop vertrouwen dat hun privécommunicatie niet door hun werkgever wordt gelezen, ook wanneer deze via WhatsApp Web op een zakelijke laptop toegankelijk is.

IT 5595

Geen vergoeding voor omzetverlies na ongeldige opzegging importeursovereenkomst wegens ontbreken causaal verband

Rechtbank Oost-Brabant 28 jan 2026, IT 5595; ECLI:NL:RBOBR:2026:467 ([eiser] tegen DAF), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-vergoeding-voor-omzetverlies-na-ongeldige-opzegging-importeursovereenkomst-wegens-ontbreken-causaal-verband

Rb. Oost-Brabant 28 januari 2026, IT 5595; ECLI:NL:RBOBR:2026:467 ([eiser] tegen DAF). Een Turkse importeur van DAF-trucks vordert in een schadestaatprocedure ruim € 122 miljoen schadevergoeding van DAF Trucks wegens de gevolgen van een ongeldige opzegging van hun importeursovereenkomst. DAF had de overeenkomst in november 2013 opgezegd tegen 30 november 2014, met een beroep op een verkorte opzegtermijn van één jaar vanwege een voorgenomen reorganisatie van haar distributienetwerk in Turkije. Deze opzegging was niet rechtsgeldig. Een tweede opzegging, tegen 9 januari 2016 met inachtneming van de reguliere opzegtermijn van twee jaar, was dat wel. In de eerdere procedure is vastgesteld dat DAF toerekenbaar is tekortgeschoten door zich vanaf augustus 2014 te gedragen alsof de eerste opzegging rechtsgeldig was. De importeur stelt hierdoor schade te hebben geleden door teruglopende truckverkopen, daarmee samenhangende omzetverliezen en het mislopen van een importeurschap voor Volvo. De rechtbank oordeelt echter dat het vereiste causaal verband tussen de tekortkoming van DAF en de gestelde schade ontbreekt. Hoewel aannemelijk is dat de onrust op de Turkse markt heeft geleid tot lagere verkopen, moet de oorzaak van die onrust volgens de rechtbank overwegend worden gezocht in het optreden van de importeur zelf. De importeur had zich openlijk tegen de beëindiging van de samenwerking verzet en de strijd met DAF publiekelijk gevoerd. Volgens de rechtbank zou deze situatie zich ook hebben voorgedaan wanneer DAF direct met inachtneming van de juiste opzegtermijn had opgezegd. Bij vergelijking met die hypothetische situatie kan de gestelde schade daarom niet aan de tekortkoming van DAF worden toegerekend.

IT 5625

Tekortkomingen bij levering digitaal schadeherstelplatform rechtvaardigen tussentijdse beëindiging en gedeeltelijke ontbinding overeenkomst

Rechtbank Amsterdam 16 sep 2026, IT 5625; ECLI:NL:RBAMS:2026:9150 (Fixico tegen VinFast), https://www.itenrecht.nl/artikelen/tekortkomingen-bij-levering-digitaal-schadeherstelplatform-rechtvaardigen-tussentijdse-beeindiging-en-gedeeltelijke-ontbinding-overeenkomst

Rb. Amsterdam 16 september 2026, IT 5625; ECLI:NL:RBAMS:2026:9150 (Fixico tegen VinFast). In deze zaak tussen Fixico en VinFast staat een overeenkomst centraal voor het gebruik van een digitaal schadeherstelplatform en het opzetten en beheren van een netwerk van gecertificeerde schadeherstelbedrijven. VinFast is op grond van deze overeenkomst jaarlijks € 360.000 aan licentievergoedingen verschuldigd. Fixico vordert betaling van € 720.000 aan achterstallige vergoedingen over 2025 en 2026. VinFast weigert het volledige bedrag te betalen, omdat Fixico volgens haar tekortschiet in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Zo heeft Fixico slechts 22 van de overeengekomen 43 schadeherstellocaties beschikbaar gesteld.

IT 5622

Rb. Amsterdam: geen schadevergoeding na online beleggingsfraude wegens onduidelijkheid over werkwijze oplichters

Rechtbank Amsterdam 8 jul 2020, IT 5622; ECLI:NL:RBAMS:2020:3457 ([eiseres] tegen ABN AMRO), https://www.itenrecht.nl/artikelen/rb-amsterdam-geen-schadevergoeding-na-online-beleggingsfraude-wegens-onduidelijkheid-over-werkwijze-oplichters

Rb. Amsterdam 8 juli 2020, IT 5622; ECLI:NL:RBAMS:2020:3457 ([eiseres] tegen ABN AMRO). In deze zaak tussen [eiseres] en ABN AMRO staat de vraag centraal of de bank aansprakelijk is voor schade die [eiseres] heeft geleden door online beleggingsfraude en of ABN AMRO haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor deze vorm van fraude. [eiseres] werd in oktober 2018 telefonisch benaderd door een vrouw die zich voordeed als medewerker van beleggingsmaatschappij Get Financial. Zij besloot € 250 te beleggen en installeerde op verzoek van de vrouw het programma AnyDesk, waarmee een computer op afstand kan worden bediend. Vervolgens werden vanaf haar privé- en zakelijke bankrekeningen in totaal € 98.877,64 aan betalingen verricht. [eiseres] stelt dat zij slechts enkele betalingen zelf heeft goedgekeurd en dat de overige bedragen zonder haar medeweten zijn overgemaakt. Zij vordert schadevergoeding van ABN AMRO wegens schending van haar zorgplicht.

IT 5623

Beschuldigingen over exploitatie van muziekrechten niet onrechtmatig vanwege zakelijke context en feitelijke onderbouwing

Gerechtshof Amsterdam 20 okt 2026, IT 5623; ECLI:NL:GHAMS:2026:3034 ([appellant] tegen [geïntimeerden]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/beschuldigingen-over-exploitatie-van-muziekrechten-niet-onrechtmatig-vanwege-zakelijke-context-en-feitelijke-onderbouwing

Hof Amsterdam 20 oktober 2026, IEF 23980; IT 5623; ECLI:NL:GHAMS:2026:3034 ([appellant] tegen [geïntimeerden]) In deze zaak tussen [appellant] en [geïntimeerden] staat de vraag centraal of [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld door in e-mails aan onder meer muziekdistributeurs, advocaten en zakelijke relaties beschuldigingen te uiten over de exploitatie van muziekrechten. Partijen zijn verwikkeld in een langdurig geschil over de rechten op een muziekcatalogus. [appellant] stelt dat [geïntimeerden] muziekwerken exploiteren zonder over de benodigde rechten te beschikken en beschuldigt hen onder meer van fraude, oplichting en belastingontduiking. De rechtbank oordeelde dat de uitlatingen onrechtmatig waren [IEF 22875].

IT 5604

PWN moet NAW-gegevens van contractanten verstrekken voor rioolheffing ondanks beroep op AVG

Rechtbank Noord-Holland 24 feb 2026, IT 5604; ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 (Cocensus tegen PWN), https://www.itenrecht.nl/artikelen/pwn-moet-naw-gegevens-van-contractanten-verstrekken-voor-rioolheffing-ondanks-beroep-op-avg

Rb. Noord-Holland 24 februari 2026, IT 5604; ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 (Cocensus tegen PWN). Cocensus, een openbaar lichaam dat voor verschillende Noord-Hollandse gemeenten onder meer de rioolheffing verzorgt, vordert in kort geding dat drinkwaterbedrijf PWN de naam-, adres- en woonplaatsgegevens (NAW-gegevens) van haar contractanten verstrekt. PWN verstrekte deze gegevens voorheen samen met de waterverbruiksgegevens, maar is daar per 1 oktober 2024 uit privacyoverwegingen mee gestopt. Volgens PWN is het verstrekken van NAW-gegevens van alle contractanten in strijd met het beginsel van dataminimalisatie uit artikel 5 lid 1 onder c AVG, omdat niet iedere contractant ook degene is aan wie de aanslag rioolheffing moet worden opgelegd. Cocensus stelt daartegenover dat PWN op grond van het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (Bggb) verplicht is deze gegevens te verstrekken. De voorzieningenrechter volgt Cocensus. Op grond van artikel 5 Bggb moet PWN als informatieplichtige desgevraagd de NAW-gegevens verstrekken van personen die voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen gebruiken of genot hebben van gemeentelijke diensten. Hieronder vallen naar het voorlopig oordeel ook de contractanten van PWN. Daarbij is niet van belang of zij zelf feitelijk het water of het perceel gebruiken en of zij uiteindelijk degenen zijn aan wie een aanslag rioolheffing wordt opgelegd.

IT 5594

A-G HvJ EU: aantekening van kerkverlating in doopregister volstaat niet als gegevenswissing onder de AVG

HvJ EU 1 okt 2026, IT 5594; ECLI:EU:C:2026:803 (Bisdom Gent), https://www.itenrecht.nl/artikelen/a-g-hvj-eu-aantekening-van-kerkverlating-in-doopregister-volstaat-niet-als-gegevenswissing-onder-de-avg

HvJ EU Conclusie A-G 1 oktober 2026, IT 5594; ECLI:EU:C:2026:803 (Bisdom Gent). Een man die in 1955 als minderjarige werd gedoopt, heeft het bisdom Gent verzocht om zijn persoonsgegevens uit alle fysieke en digitale doopregisters en archieven te verwijderen. Het bisdom registreerde zijn uittreding uit de rooms-katholieke kerk en haalde zijn persoonsgegevens in het doopregister door, maar liet deze leesbaar. De man diende daarop een klacht in bij de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), die vaststelde dat het bisdom de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) had geschonden en het opdroeg de persoonsgegevens te wissen. Het bisdom stelde beroep in bij het hof van beroep Brussel, dat prejudiciële vragen stelde over het recht op gegevenswissing, de godsdienstvrijheid en de historische waarde van doopregisters. Advocaat-generaal Medina stelt dat iemand die als minderjarige is gedoopt en zich als volwassene van de betrokken religieuze gemeenschap wil distantiëren, op grond van artikel 17, lid 1, onder c, en artikel 21, lid 1, AVG in beginsel recht heeft op wissing van zijn persoonsgegevens, tenzij de verwerkingsverantwoordelijke dwingende gerechtvaardigde gronden voor verdere verwerking aantoont die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene. Daarbij moet een afweging worden gemaakt tussen het recht op bescherming van persoonsgegevens en de godsdienstvrijheid en autonomie van de kerk. De nationale rechter moet alle omstandigheden van het individuele geval beoordelen, waaronder de redenen voor het verzoek om gegevenswissing en de mogelijke gevolgen van een weigering voor de betrokkene.

IT 5620

Gemeente hoeft onvolledige aanvraag voor prioriteit op elektriciteitsnet niet alsnog te behandelen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 sep 2026, IT 5620; ECLI:NL:RBZWB:2026:10018 (Bulsink c.s tegen de gemeente), https://www.itenrecht.nl/artikelen/gemeente-hoeft-onvolledige-aanvraag-voor-prioriteit-op-elektriciteitsnet-niet-alsnog-te-behandelen

Rb. Zeeland-West-Brabant 30 september 2026, IT 5620; ECLI:NL:RBZWB:2026:10018 (Blusink c.s. tegen de gemeente).  In deze zaak tussen Limbus Holding B.V. en Bulsink Real Estate B.V. (Bulsink c.s.) en de gemeente Loon op Zand staat de vraag centraal of de gemeente een onvolledige aanvraag voor prioriteit bij de aansluiting op het elektriciteitsnet alsnog in behandeling moet nemen. Bulsink c.s. wil een woningbouwproject met dertien of veertien appartementen realiseren. Vanwege netcongestie kunnen woningbouwprojecten op een wachtlijst voor transportcapaciteit terechtkomen. De gemeente heeft daarom een procedure vastgesteld waarmee projectontwikkelaars prioriteit kunnen aanvragen bij netbeheerder Enexis. Aanvragen moesten uiterlijk op 4 september 2026 worden ingediend en voorzien zijn van onder meer een bestuursverklaring. Bulsink c.s. diende op 31 augustus 2026 een aanvraag in, maar liet de vereiste bestuursverklaring achterwege. De gemeente wees haar op de ontbrekende stukken en bood gelegenheid deze uiterlijk op 4 september 2026 aan te leveren. Bulsink c.s. verstrekte de volledig ondertekende verklaring echter pas op 29 september 2026, waarna de gemeente weigerde het project op de prioriteringslijst te plaatsen. Bulsink c.s. stelt dat de indieningstermijn alleen betrekking had op het indienen van de aanvraag en niet op het aanvullen daarvan.