IT 5494
4 september 2026
Uitspraak

Rechtbank: politie handelt onrechtmatig door politiegegevens met ANWB te delen

 
IT 5490
4 september 2026
Uitspraak

Vrijspraak voor oplichting, gekwalificeerde diefstal en computervredebreuk wegens onvoldoende bewijs van onbevoegd inloggen

 
IT 5500
4 september 2026
Artikel

Het verschil tussen een tomaat en Mickey Mouse

 
IT 5494

Rechtbank: politie handelt onrechtmatig door politiegegevens met ANWB te delen

Rechtbank Den Haag 29 jul 2026,, IT 5494; ECLI:NL:RBDHA:2026:21977 ([eisers] tegen de politie), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-politie-handelt-onrechtmatig-door-politiegegevens-met-anwb-te-delen

Rb. Den Haag 29 juli 2026, IT 5494; ECLI:NL:RBDHA:2026:21977 ([eisers] tegen de politie). De rechtbank oordeelt dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld door in 2022 politiegegevens over een ondernemer met de ANWB te delen. De politie heeft de ANWB meegedeeld dat de ondernemer werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk de Opiumwet te overtreden en heeft conclusies uit een proces-verbaal met restinformatie gedeeld. Volgens de rechtbank vond deze gegevensverstrekking plaats op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) en niet op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Artikel 19 Wpg staat incidentele verstrekking van politiegegevens aan derden slechts toe voor bepaalde wettelijke doeleinden en indien dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, waarbij ook aan proportionaliteit en subsidiariteit moet zijn voldaan. De politie heeft onvoldoende onderbouwd hoe de verstrekking aan de ANWB kon bijdragen aan de bestrijding van drugscriminaliteit of het voorkomen van reputatieschade bij de ANWB. Daarbij weegt mee dat de politie de ANWB ook wilde bewegen de licentieovereenkomst met de ondernemer te heroverwegen en daarmee probeerde in te grijpen in hun civielrechtelijke relatie. Ook mondeling of informeel verstrekte persoonsgegevens vallen onder de Wpg.

IT 5490

Vrijspraak voor oplichting, gekwalificeerde diefstal en computervredebreuk wegens onvoldoende bewijs van onbevoegd inloggen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 jul 2026,, IT 5490; ECLI:NL:GHARL:2026:4573 (het Openbaar Ministerie tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/vrijspraak-voor-oplichting-gekwalificeerde-diefstal-en-computervredebreuk-wegens-onvoldoende-bewijs-van-onbevoegd-inloggen

Hof Arnhem-Leeuwarden 15 juli 2026, IT 5490; ECLI:NL:GHARL:2026:4573 (het Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden spreekt verdachte vrij van oplichting, subsidiair gekwalificeerde diefstal en computervredebreuk. Vaststaat dat op 13 december 2023 via het bedrijfsaccount van [benadeelde] goederen zijn besteld en dat deze de volgende dag op het woonadres van verdachte zijn afgeleverd. Verdachtes telefoonnummer stond op de pakbon en de bezorger heeft via dat nummer specifieke afleverinstructies gekregen. Het hof acht het daarom bewezen dat verdachte de bezorger telefonisch te woord heeft gestaan, hem heeft opgewacht en de goederen in ontvangst heeft genomen. Voor een bewezenverklaring van de tenlastegelegde oplichting moest echter óók kunnen worden vastgesteld dat verdachte degene was die onbevoegd op het bedrijfsaccount had ingelogd en daarmee de bestelling had geplaatst. Dat kan het hof niet vaststellen. Onderzoek aan zijn telefoon heeft niet uitgewezen dat daarmee van de bestelapplicatie gebruik is gemaakt en van onderzoek naar andere apparaten waarmee verdachte mogelijk had kunnen inloggen, is niet gebleken. Nu bovendien ieder ander technisch digitaal spoor ontbreekt dat verdachte aan het onbevoegde inloggen en plaatsen van de bestelling koppelt, ontbreekt voldoende bewijs voor het primair tenlastegelegde.

IT 5500

Artikel door prof. mr. Dirk Visser. Oorspronkelijk verschenen op AI-Forum.

Het verschil tussen een tomaat en Mickey Mouse

Prof. mr. D.J.G. Visser is hoogleraar IE in Leiden (d.j.g.visser@law.leidenuniv.nl) en advocaat in Amsterdam.

Als ik ChatGPT vraag om een “fotorealistische weergave van een tomaat” krijg ik het volgende resultaat:

IT 5489

Gemeente Amsterdam moet zoekslag naar persoonsgegevens beter motiveren

Rechtbank Amsterdam 1 jul 2026,, IT 5489; ECLI:NL:RBAMS:2026:6773 (eiser tegen het college), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gemeente-amsterdam-moet-zoekslag-naar-persoonsgegevens-beter-motiveren

Rb. Amsterdam 1 juli 2026, IT 5489; ECLI:NL:RBAMS:2026:6773 (eiser tegen het college). De rechtbank oordeelt in een tussenuitspraak dat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het heeft gezocht naar persoonsgegevens van eiser naar aanleiding van diens inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG. Eiser, voormalig werknemer van de gemeente Weesp, stelde dat zijn personeelsdossier meer documenten moest bevatten dan het college had verstrekt. Tijdens de procedure bleek na een nieuwe zoekslag dat nog drie documenten uit 2008 en 2009 waren aangetroffen. Volgens vaste rechtspraak geldt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat bepaalde documenten niet of niet meer onder hem berusten en die mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het vervolgens aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat de documenten toch onder het bestuursorgaan berusten. Daarvoor moet het bestuursorgaan wel voldoende inzichtelijk maken hoe de zoekslag is uitgevoerd. Dat heeft het college hier niet gedaan: uit de besluitvorming blijkt niet in welke systemen is gezocht, welke zoektermen zijn gebruikt, bij welke personen navraag is gedaan en welke vragen daarbij zijn gesteld. Ook de latere toelichting dat in het fysieke dossier en in Decos is gezocht, acht de rechtbank onvoldoende. Het bestreden besluit is daarom in strijd met het motiveringsbeginsel.

IT 5493

Rechtbank: voormalig vrijwilligster moet beheerdersrechten Facebookpagina overdragen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 jul 2026,, IT 5493; ECLI:NL:RBZWB:2026:7232 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-voormalig-vrijwilligster-moet-beheerdersrechten-facebookpagina-overdragen

Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juli 2026, IT 5493; ECLI:NL:RBZWB:2026:7232 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter oordeelt dat een voormalig vrijwilligster de beheerdersrechten van een Facebookpagina aan de eisende organisatie moet overdragen. De vrijwilligster beheerde de pagina tijdens de samenwerking, maar weigerde na beëindiging daarvan de beheerdersrechten, waaronder de inlogcodes, te verstrekken omdat zij zich op het standpunt stelde rechthebbende op de Facebookpagina te zijn. De voorzieningenrechter acht voldoende spoedeisend belang aanwezig. De betreffende pagina heeft ongeveer 41.000 volgers en de organisatie heeft met verklaringen van donateurs voldoende onderbouwd dat het ontbreken van toegang tot de pagina gevolgen heeft voor de donaties. Voor de beantwoording van de vraag aan wie de beheerdersrechten toekomen, is volgens de voorzieningenrechter niet doorslaggevend wie volgens Facebook over die beheerdersrechten beschikt.

IT 5497

Rechtbank Amsterdam bevoegd in Google Shopping-schadezaak; Google NL kan als ankergedaagde dienen

Rechtbank Amsterdam 26 aug 2026,, IT 5497; ECLI:NL:RBAMS:2026:8656 (Dooyoo c.s. tegen Google c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-bevoegd-in-google-shopping-schadezaak-google-nl-kan-als-ankergedaagde-dienen

Rb. Amsterdam 26 augustus 2026, RB 4125; IT 5497; ECLI:NL:RBAMS:2026:8656 (Dooyoo c.s. tegen Google c.s.). Dooyoo c.s. vordert in de hoofdzaak schadevergoeding van verschillende Nederlandse, Amerikaanse en andere buitenlandse Google-vennootschappen wegens het door de Europese Commissie vastgestelde misbruik van machtspositie door Google bij de bevoordeling van haar eigen prijsvergelijkingsdienst Google Shopping. In dit bevoegdheidsincident staat centraal of de rechtbank Amsterdam ook internationaal bevoegd is ten aanzien van de buitenlandse gedaagden. Voor Google NL en Google NL Holdings volgt de internationale bevoegdheid uit artikel 4 Brussel I-bis, omdat zij in Amsterdam zijn gevestigd. Voor de overige in de Europese Unie gevestigde gedaagden beoordeelt de rechtbank de bevoegdheid aan de hand van artikel 8, punt 1, Brussel I-bis en voor de in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten gevestigde gedaagden aan de hand van artikel 7 lid 1 Rv. Daarbij sluit zij aan bij het arrest van het HvJ van 16 april 2026 in de zaken Stroomkabels en Kartonverpakkingen. In het kader van de bevoegdheidsvraag hoeft nog niet definitief te worden vastgesteld dat de ankergedaagde met de andere Google-vennootschappen één economische eenheid vormt. Een prima facie-beoordeling volstaat: voldoende is dat niet is uitgesloten dat zij tot dezelfde onderneming behoren en dat aannemelijk is dat aan de Sumal-criteria is voldaan. Daarvoor moet onder meer een concreet verband bestaan tussen de economische activiteit van de dochtervennootschap en het voorwerp van de mededingingsinbreuk.

IT 5499

HvJ EU: socialmediapost kan auteursrechtelijk beschermd werk zijn; algemeen verbod op commercieel voordeel bij actualiteitsverslaggeving niet toegestaan

HvJ EU 3 sep 2026,, IT 5499; ECLI:EU:C:2026:682 (CY tegen Gândul Media Network SRL en HO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-socialmediapost-kan-auteursrechtelijk-beschermd-werk-zijn-algemeen-verbod-op-commercieel-voordeel-bij-actualiteitsverslaggeving-niet-toegestaan

HvJ EU 3 september 2026, IEF 23795; IT 5499; IEFbe 4288; ECLI:EU:C:2026:682 (CY tegen Gândul Media Network SRL en HO). CY, een Roemeense lerares, publiceert op Facebook een tekst van 22 regels waarin zij ouders laat weten geen cadeaus te willen ontvangen bij de start van het schooljaar. Enkele dagen later neemt journalist HO de tekst integraal over in een artikel op de website van het online dagblad Gândul, zonder voorafgaande toestemming van CY. Volgens de verwijzingsbeslissing worden haar naam en een hyperlink naar de Facebookpagina pas later toegevoegd. Nadat de Roemeense rechters in eerste aanleg en hoger beroep oordelen dat de tekst niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, vraagt de hoogste Roemeense rechter het Hof van Justitie om uitleg van artikel 2 onder a Richtlijn 2001/29. Het Hof oordeelt dat een tekst die op een sociaal netwerk is gepubliceerd en een mening over maatschappelijke praktijken bevat, onder het begrip ‘werk’ kan vallen wanneer hij een eigen intellectuele schepping vormt die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt. De lengte van de tekst, de online publicatie en het al dan niet behoren tot een bepaald literair genre zijn daarbij op zichzelf niet relevant. Het is aan de nationale rechter om na te gaan of CY bij het schrijven van de tekst vrije en creatieve keuzes heeft gemaakt die in de tekst tot uitdrukking komen.

IT 5498

Uitspraak ingezonden door Jurre Reus, Marco Moeskops en Lucy de Graaf, Houthoff.

51 eisers niet-ontvankelijk in AVG-inzagevorderingen tegen Risepoint wegens vertegenwoordiging door Dynamiet Nederland

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026,, IT 5498; C/09/697386 / HA ZA 26-52 (51 eisers tegen Risepoint Limited en Kindred Group Limited), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/51-eisers-niet-ontvankelijk-in-avg-inzagevorderingen-tegen-risepoint-wegens-vertegenwoordiging-door-dynamiet-nederland

Rb. Den Haag 2 september 2026, IT 5498,  C/09/697386 (51 eisers tegen Risepoint Limited en Kindred Group Limited). Een groep van 51 Nederlandse consumenten die vóór 1 oktober 2021 via Unibet deelnam aan door Risepoint geëxploiteerde online kansspelen, vordert op grond van artikel 15 AVG inzage in onder meer persoonsgegevens, contract- en accountgegevens, betaaltransacties en gegevens over hun gokgedrag. De vorderingen zijn na een zogenoemde spoorwissel uitsluitend nog tegen Risepoint gericht. De Rechtbank Den Haag acht zich bevoegd op grond van artikel 79 lid 2 AVG, omdat de eisers gewoonlijk in Nederland verblijven en Risepoint als verwerkingsverantwoordelijke geldt. Het beroep van Risepoint op Maltese regelgeving die onder omstandigheden beperkingen op AVG-rechten toestaat, staat niet zonder meer aan de inzagevorderingen in de weg. Ook naar Maltees recht kan het inzagerecht slechts worden beperkt als dat noodzakelijk en proportioneel is. Het enkele feit dat de gevraagde gegevens mogelijk worden gebruikt in een lopende of toekomstige procedure tegen Risepoint rechtvaardigt daarom niet automatisch een weigering. Risepoint heeft evenmin aangetoond dat sprake is van buitensporige inzageverzoeken die uitsluitend zijn gedaan om kunstmatig een AVG-schending te creëren.

IT 5488

Beide buren moeten camera verwijderen wegens ongerechtvaardigde privacy-inbreuk

Gerechtshof Amsterdam 28 jul 2026,, IT 5488; ECLI:NL:GHAMS:2026:2101 ([appellant] tegen [geïntimeerden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beide-buren-moeten-camera-verwijderen-wegens-ongerechtvaardigde-privacy-inbreuk

Hof Amsterdam 28 juli 2026, IT 5488; ECLI:NL:GHAMS:2026:2101 ([appellant] tegen [geïntimeerden]). Het Gerechtshof oordeelt in kort geding dat zowel de camera van [appellant] als die van [geïntimeerden] een ongerechtvaardigde inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de ander. Uitgangspunt is dat het bewoners in beginsel vrijstaat een camera te plaatsen ter bescherming van hun woning, perceel of eigendommen, maar dat deze vrijheid wordt begrensd door de privacy van anderen. Een camera mag daarom in beginsel niet tevens het perceel, de woning of de persoon van een ander in beeld brengen of kunnen brengen. Een dergelijke privacy-inbreuk is in beginsel onrechtmatig, tenzij daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat; daarvoor moeten de ernst van de inbreuk en de belangen die met het cameratoezicht worden gediend tegen elkaar worden afgewogen. Bij de camera van [appellant] acht het hof voldoende aannemelijk dat deze, mede door de beweegbaarheid en bedieningsmogelijkheden, het perceel van [geïntimeerden] in beeld brengt of kan brengen. Het door [appellant] gestelde belang bij bescherming van haar perceel, eigendommen en katten rechtvaardigt deze inbreuk niet, omdat zij onvoldoende heeft toegelicht waarom de camera op één hoog moet hangen en niet op een minder privacy-inbreukmakende plaats kan worden bevestigd. Het bevel om haar camera te verwijderen en het verbod om camera’s zo te plaatsen dat daarmee zicht wordt verschaft op het perceel of de woning van [geïntimeerden], blijven daarom in stand.

IT 5496

Publicatie over cyberbullying door schaakgrootmeester niet onrechtmatig; kort geding kwalificeert niet als SLAPP

Rechtbank Amsterdam 1 sep 2026,, IT 5496; ECLI:NL:RBAMS:2026:8773 ([eiser] tegen New in Chess c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/publicatie-over-cyberbullying-door-schaakgrootmeester-niet-onrechtmatig-kort-geding-kwalificeert-niet-als-slapp

Rb. Amsterdam 1 september 2026, IEF 23788; ECLI:NL:RBAMS:2026:8773 ([eiser] tegen New in Chess c.s.). Een gerenommeerde schaakgrootmeester en voormalig wereldkampioen vordert in kort geding van New In Chess c.s. onder meer verwijdering en rectificatie van een artikel, een verbod op toekomstige vergelijkbare uitlatingen en schadevergoeding. Het artikel behandelt de controverse in de internationale schaakwereld rond de inmiddels overleden schaakgrootmeester Daniel Naroditsky en neemt als uitgangspunt dat hij slachtoffer was van cyberbullying door eiser. De voorzieningenrechter stelt voorop dat toewijzing van de vorderingen een beperking van de uitingsvrijheid van New In Chess c.s. als bedoeld in artikel 10 EVRM zou opleveren. Die beperking is slechts gerechtvaardigd indien de publicatie jegens eiser onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. Daarbij moeten het belang van eiser om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen en aantasting van zijn eer en goede naam en het belang van New In Chess c.s. om zich als journalistiek medium kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend te kunnen uitlaten over zaken van publiek belang tegen elkaar worden afgewogen.