IT 2726

Mondelinge overeenkomst overdragen Ergonnederland.eu buitengerechtelijk vernietigt nu tegen gemotiveerde betwisting niets is aangedragen

8 mrt 2019, IT 2726; ECLI:NL:RBGEL:2019:1141 (Trademark tegen Ergon), http://www.itenrecht.nl/artikelen/mondelinge-overeenkomst-overdragen-ergonnederland-eu-buitengerechtelijk-vernietigt-nu-tegen-gemotive

Ktr. Rechtbank Gelderland 8 maart 2019, IEF 18308; IT 2726; ECLI:NL:RBGEL:2019:1141 (Trademark tegen Ergon) Domeinnaamrecht. Trademark heeft telefonisch contact met Ergon opgenomen met betrekking tot de levering van de domeinnaam www.ergonnederland.eu. Tussen partijen is een mondelinge overeenkomst tot stand gekomen voor de levering van genoemde domeinnaam voor de duur van 10 jaar. Ergon heeft deze factuur onbetaald gelaten. Ergon heeft bij brief buitengerechtelijk vernietiging van de overeenkomst ingeroepen op grond van dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden. Nu Trademark niet reageert op de gemotiveerde betwisting van haar standpunten, wordt geconcludeerd dat zij deze niet langer wenst te handhaven. Afwijzing vordering van Trademark. Misbruik van procesrecht door Trademark en de door Ergon verzochte integrale kostenveroordeling in redelijkheid wordt begroot op € 1.500,00.

IT 2724

Facebookgroep en -pagina behoren toe aan hen die deze hebben aangemaakt

Rechtbank 7 mrt 2019, IT 2724; ECLI:NL:RBROT:2019:1800 (Beheer Facebookpagina), http://www.itenrecht.nl/artikelen/facebookgroep-en-pagina-behoren-toe-aan-hen-die-deze-hebben-aangemaakt
Facebook

Rechtbank Rotterdam 7 maart 2019, IT 2724; ECLI:NL:RBROT:2019:1800 (Beheer Facebookpagina). Eiseres is een politieke partij. Gedaagde was campagneleider van deze partij hield zich in deze hoedanigheid o.a. bezig met het posten van berichten op de Facebookpagina van de politieke partij. Gedaagde heeft een nieuwe huisstijl ontworpen voor de partij, en deze ook op de Facebookpagina toegepast. Gedaagde heeft vanuit zijn persoonlijke Facebookaccount een openbare Facebookgroep aangemaakt ter ondersteuning van de pagina van de politieke partij. Vervolgens is gedaagde wegens omstandigheden uit de partij gezet en geroyeerd als lid van de vereniging. Eiseres heeft gedaagde verzocht om de inloggegevens van het Facebookaccount aan haar te verstrekken. Hierop heeft gedaagde het Facebookaccount veranderd in de zin dat de spot werd gedreven met de partij en het volgersaantal terug werd gebracht. Nu vordert eiser voor de rechter de inloggegevens van de Facebookgroep en de Facebookpagina. De Facebookpagina behoort toe aan de politieke partij, de Facebookgroep aan gedaagde. Nu beide partijen deels in het gelijk zijn gesteld is er geen aanleiding de proceskosten te compenseren.

IT 2725

Sale and Marketing Agreement ook ná faillissement nog geldig

Rechtbank 13 mrt 2019, IT 2725; (Allgeier tegen GAC), http://www.itenrecht.nl/artikelen/sale-and-marketing-agreement-ook-n-faillissement-nog-geldig

Rechtbank Oost-Brabant 13 maart 2019, IEF 18313, IT 2725 (Allgeier tegen GAC) Auteursrecht. Software. Allgeier is een Duitse onderneming die software ontwikkelt en verhandelt. Zij is geautoriseerd partner van Microsoft Dynamics. GAC is een Nederlands IT-bedrijf, en eveneens geautoriseerd partner. GAC had een overeenkomst met het in 2005 failliet verklaarde BOG, op grond waarvan GAC gerechtigd was de software van BOG te verkopen. Het Duitse bedrijf Axol IT Kommunikations heeft de vermogensbestanddelen van BOG overgenomen en haar naam gewijzigd naar BOG IT Solutions GmbH, waarna zij is gefuseerd met Allgeier. Hieruit is eisende partij ontstaan. Zij vordert dat GAC een inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrechten die op de software rusten. GAC verweerd zich door te stellen dat Allgeier geen rechthebbende is op de auteursrechten, en zo wel dat zij een geldig gebruiksrecht heeft op grond van de Sales & Marketing Agreement die zij heeft gesloten met BOG. Een Sales & Marketing Agreement bestaat na faillissement van de licentiegever nog steeds rechtsgeldig voort, het faillissement doet daar niet aan af. Hetzelfde geldt voor de overdracht van de auteursrechten/exploitatierechten op de software na het faillissement van de oorspronkelijke licentiegever. Gedaagde is op grond van de Sales & Marketing Agreement gerechtigd om de software aan haar klanten in licentie te geven, te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen. Zij heeft daar voor geen toestemming van Allgeier nodig.

IT 2723

Jurisprudentielunch Privacyrecht

Ook dit jaar organiseert deLex de Jurisprudentielunch privacyrecht, op dinsdag 14 mei, onder leiding van prof. mr. Peter Blok. Volgens beproefd concept, met een compleet overzicht van de relevante rechtspraak op het gebied van privacyrecht en de bescherming van persoonsgegevens. Tijdens de lunch in slechts twee uur tijd weer volledig op de hoogte!

Voorbeelden van te behandelen uitspraken:

- HvJ EU, 5 juni 2018; Facebook 'fanpagina' (met o.a. wie is verwerker, jurisdictie toezichthouder), IT 2576
- HvJ EU, 10 juli 2018; gegevensverzameling door Jehova getuigen, IT 2477
- Uitspraak EHRM over de inlichtingendiensten

Prof. mr. Peter Blok is hoogleraar Octrooirecht en privacy en verbonden aan het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht (CIER) van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij raadsheer in het gerechtshof Den Haag. Hij is gespecialiseerd in het intellectueel eigendomsrecht, het privacyrecht en de bescherming van persoonsgegevens.

Accreditatie:     2 opleidingspunten in het kader van de Verordening op de vakbekwaamheid
Tijd:                  12:00 – 14:00 uur
Locatie:            Amsterdam

Houd voor meer informatie de website in de gaten: https://www.delex.nl/shop/opleidingen

IT 2722

Geen spoedeisend belang, nieuw verzoek omtrent verwijderen BKR-registratie is mogelijk

Rechtbank 28 feb 2019, IT 2722; ECLI:NL:RBDHA:2019:1988 (BKR-Registratie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-spoedeisend-belang-nieuw-verzoek-omtrent-verwijderen-bkr-registratie-is-mogelijk

Vzr Rechtbank Den Haag 28 februari 2019, IT 2722, ECLI:NL:RBDHA:2019:1988 (BKR-registratie). Procedure ex artikel 35 Uitvoeringswet AVG in verhouding tot de artikelen 79 en 21 AVG, alsmede in relatie met artikel 6:162 BW. Eiser heeft met ABN Amro (een van de gedaagden) een kredietovereenkomst gesloten. Eiser voldeed vanaf januari 2014 niet meer aan zijn betalingsverplichtingen. ABN Amro heeft hier toen melding van gemaakt bij o.a. het BKR. Ook vanuit de Rabobank (een van de gedaagden) en Hoist Finance (eveneens gedaagde) zijn meldingen gedaan bij het BKR over kredieten verstrekt aan eiser. Eiser heeft inmiddels al deze kredieten afgelost, en gedaagden verzocht de registraties te verwijderen. Gedaagden hebben hieraan geen gehoor gegeven. Gedaagden stellen dat dit in strijd is met primair de AVG en subsidiair art. 6:162 BW. Met betrekking tot de strijdigheid met de AVG: er is geen sprake gebleken van een spoedeisend belang. De aangevoerde omstandigheden zijn bij gedaagden verder ook onbekend. Eiser kan dus een nieuw verzoek indienen. Dit verzoek kan binnen redelijke tijd tot een nieuw besluit leiden. Met betrekking tot de vordering op grond van art. 6:162 BW: de wetgever heeft voor dit soort aangelegenheden een speciale regeling in het leven geroepen in de AVG. De vorderingen van eiser worden dus afgewezen.

IT 2721

Conclusie AG: Amazon kan niet worden verplicht om voor consumenten een telefoonnummer open te stellen

Hof van Jusitie EU 28 feb 2019, IT 2721; ECLI:EU:C:2019:165 (Amazon), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-amazon-kan-niet-worden-verplicht-om-voor-consumenten-een-telefoonnummer-open-te-stellen-1

Conclusie AG HvJ EU 28 februari 2019, IEFbe 2834; IT 2721; ECLI:EU:C:2019:165 (Amazon) Consumentenbescherming. Richtlijn 2011/83/EU. Informatieverplichtingen voor overeenkomsten op afstand of buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten. Informatie over communicatiemiddelen waarmee de consument snel contact met de handelaar kan opnemen en efficiënt met hem kan communiceren. Uit het persbericht:

Advocaat-generaal Pitruzzella stelt het Hof voor te verklaren dat een e-commerceplatform als Amazon niet kan worden verplicht om voor consumenten een telefoonnummer open te stellen. Wel moet worden gegarandeerd dat de consument uit meerdere communicatiemiddelen kan kiezen, snel contact met de handelaar kan opnemen en efficiënt met hem kan communiceren, en dat de informatie over deze middelen toegankelijk, duidelijk en begrijpelijk is.

IT 2719

SOLV en Deikwijs bundelen krachten

Per 1 maart a.s. treden Deikwijs-partners Douwe Linders en Eva de Vries als partners toe tot SOLV Advocaten. Met de komst van deze twee doorgewinterde specialisten en meekomend talent Jacintha van Dorp bevestigt SOLV haar positie als toonaangevend nichekantoor op het gebied van ICT, privacy, intellectueel eigendomsrecht en mediarecht.

IT 2720

Prejudiciële vragen aan HvJ EU: in hoeverre mag nationale wetgeving privacy beperken bij een opsporingsonderzoek?

Hof van Jusitie EU 18 jan 2019, IT 2720; (Telefoontap), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-aan-hvj-eu-in-hoeverre-mag-nationale-wetgeving-privacy-beperken-bij-een-opsporin

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 18 januari 2019, IEF 18276, IT 2720, IEFbe 2831; C-746/18 (Telefoontap) Via MinBuZa: Verzoeker is door de Estse rechter veroordeeld tot een gevangenisstraf. Bij het opsporingsonderzoek naar de strafbare feiten die verzoeker vermeend heeft begaan is door het Estse OM gebruik gemaakt van gegevens die zijn verstrekt door een telecommunicatiebedrijf. Deze gegevens heeft het OM opgevraagd op grond van de Estse wet inzake telecommunicatie. Mede op basis van deze gegevens is verzoeker in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaren. Tegen dit vonnis is verzoeker in hoger beroep gegaan. In hoger beroep is de rechter tot een min of meer gelijk vonnis gekomen. Hierna heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld, met als voornaamste argument dat het verkregen bewijs niet als bewijs had mogen dienen en dat verzoeker dus ten onrechte is veroordeeld. Hierbij zijn met name artikel 15(1) van richtlijn 2002/58/EG en het Handvest van belang, die meer ruimte laten voor de privacy voor de burgers van de EU. De Estse wetgeving laat dus minder ruimte voor privacy, en biedt onder meer de mogelijkheid de gegevens van bellers bij een telecommunicatie te onderzoeken. De vraag is of de Estse wetgeving in lijn is met artikel 15(1) van richtlijn 2002/58/EG en het Handvest.

IT 2718

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU: Zijn nationale bepalingen persoonsgegevens uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden in strijd met Handvest?

Hof van Jusitie EU 15 okt 2018, IT 2718; (Associated Newspapers), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-aan-hvj-eu-zijn-nationale-bepalingen-persoonsgegevens-uitsluitend-journa

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU 15 oktober 2018, IEF 18264; IEFbe 2829; IT 2718; C-687/18 (Associated Newspapers) Via MinBuza: Verweerster is uitgeefster van de kranten van onder andere de Daily Mail. Verzoeker heeft gedurende meerdere jaren geklaagd over uiteenlopende artikelen die verweerster had gepubliceerd. Verzoeker heeft ook geklaagd over het feit dat de Daily Mail persoonsgegevens had verzameld, opgeslagen en gebruikt.  Verzoeker heeft bij de Britse rechter beroep ingesteld tegen verweerster met betrekking tot de door verweerster gepubliceerde artikelen. Verweerster heeft op grond van section 32 DPA (Data Protection Act, dit artikel geeft een mogelijkheid om af te wijken van artikel 9 van de richtlijn 95/46/EG) een vordering tot schorsing van het geding ingediend. Volgens lid 4 van dit artikel moet de nationale rechter het rechtsgeding schorsen wanneer de persoonsgegevens worden verwerkt voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden en met het oog op de publicatie door een persoon van journalistiek, literair of artistiek materiaal dat 24 uur voor de peildatum niet eerder door de voor de verwerking verantwoordelijke was gepubliceerd. In casu staat vast dat aan beide voorwaarden is voldaan. Verzoeker verzet zich tegen de schorsing omdat deze in strijd zou zijn met het Unierecht (richtlijn 95/46/EG en Handvest van de grondrechten). 

IT 2717

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU: schendt videobewakingssysteem Unierecht?

Hof van Jusitie EU 2 okt 2018, IT 2717; (Asociaţia de Proprietari bloc M5A-ScaraA), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-aan-hvj-eu-schendt-videobewakingssysteem-unierecht

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 2 oktober 2018; IEF 18262; IEFbe 2828; IT 2717; C-708/18 (Asociaţia de Proprietari bloc M5A-ScaraA) Via MinBuza: Verweerster (de vereniging van eigenaren van het appartementencomplex) heeft een videobewakingssysteem geïnstalleerd in de gemeenschappelijke ruimten van het appartementencomplex. Verzoeker had ook ingestemd met het bewakingssysteem. De videobeelden zijn verwerkt zonder dat verweerster was geregistreerd als verantwoordelijke voor de verwerking. Deze gegevens zijn op verzoek van verweerster gewist, nadat er klachten waren ingediend door verzoeker. Later heeft een gespecialiseerd bedrijf de drie videocamera’s op verzoek van de vereniging van eigenaren gedemonteerd en overgedragen aan de verweerster. Zij heeft vervolgens geweigerd de camera's te demonteren. Verzoeker verzocht om een verklaring dat zijn recht op persoonlijke levenssfeer door verweerster is geschonden en om een bevel de camera’s te verwijderen en het hele videobewakingssysteem te ontmantelen, op straffe van een civielrechtelijke boete. Verzoeker voert aan dat het videobewakingssysteem vijf maanden na 21 oktober 2016 (de datum waarop de beelden zijn gewist) nog altijd aanwezig is. Verweerster heeft aangevoerd dat zij te goeder trouw, transparant en met de beste bedoelingen videocamera’s heeft geïnstalleerd met het doel het appartementencomplex M5A zo doelmatig mogelijk te beschermen. De verwijzende rechter verzoekt het hof daarom om uitlegging van de bepalingen van Unierecht, aangezien het recht op privéleven en familie- en gezinsleven van verzoeker niet in de kern mag worden aangetast door het aanbrengen van een videobewakingssysteem en het verwerken van gegevens door verweerster nadat deze de formaliteiten voor het verkrijgen van de status van voor de verwerking verantwoordelijke had vervuld.

IT 2715

Verbod om in de toekomst persoonsgegevens te verwerken en schadevergoeding voor immateriële schade moeten via dagvaarding

Rechtbank 31 jan 2019, IT 2715; ECLI:NL:RBAMS:2019:645 (Mega Media Producties), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verbod-om-in-de-toekomst-persoonsgegevens-te-verwerken-en-schadevergoeding-voor-immateri-le-schade-m

Rechtbank Amsterdam 31 januari 2019, IT 2715; ECLI:NL:RBAMS:2019:645 (Mega Media Producties) AVG. Via de domeinnaam [website] is een website kenbaar waarop onder meer de volledige naam en geboortedatum van [verzoeker] zijn genoemd. Verder zijn artikelen die (naar de rechtbank begrijpt:) eerder in een landelijk dagblad zijn gepubliceerd en een dossier van 28 pagina’s over [verzoeker] op de website geplaatst. Verwerking persoonsgegevens met een uitsluitend journalistiek doeleinde. Vordering verwijdering persoonsgegevens, toekomstig verbod en immateriele schadevergoeding niet door middel van verzoekschriftprocedure maar dagvaardingsprocedure. Wisselbepaling.

IT 2714

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU: Doet verhuurder van auto met radio-ontvanger een mededeling?

Hof van Jusitie EU 30 nov 2018, IT 2714; (Stim et SAMI), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-doet-verhuurder-van-auto-met-radio-ontvanger-een-mededeling

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 15 november 2018, IEF 18245; IEFbe 2822; IT 2714; C-753/18 (Stim et SAMI) Via MinBuza: T 5909-17 – Fleetmanager Sweden AB verhuurt auto’s aan bedrijven als Sixt die ze vervolgens voor de kortetermijnverhuur gebruiken. Deze auto’s zijn uitgerust met een radio. Auteursrechtenvereniging Stim heeft een vordering ingesteld van 369.450,- SEK tegen Fleetmanager omdat door de kortetermijnverhuur andere exploitanten zonder toestemming van Stim muziek ter beschikking van het publiek (kunnen) stellen door de radio in de auto. Stim betoogde dat het ter beschikking stellen een inbreuk vormde op de rechten van auteurs of hun rechtsopvolgers overeenkomstig §2, leden 1 en 3, van de Wet op het auteursrecht. Fleetmanager betoogt o.a. dat een huurder van een huurauto niet kan worden gezien als “algemeen publiek”.

T 891-18 – Nordisk Biluthyrning AB verhuurt voertuigen, o.a. voor de korte termijn. De voertuigen zijn standaard met een radio uitgerust. 
SAMI is een auteursrechtenorganisatie. De twee partijen hadden een overeenkomst tussen 2011 en 2014. Nordisk Biluthyring beargumenteerde dat de rechter voor recht moet verklaren dat Nodrisk Biluthyring in 2015 en 2016 geen vergoeding moet betalen aan SAMI omdat o.a. de radio in een auto een integrerend deel van de uitrusting van die auto vormt en daarom geen bewuste handeling uit kan voeren, maar alleen de fysieke faciliteiten voor mededeling beschikbaar kan stellen. De rechter heeft geoordeeld dat de Wet op het auteursrecht richtlijnconform moet worden uitgelegd en dat dit overeenkomt met een “mededeling aan het publiek”. Verder verklaarde de rechter dat Nordisk Biluthyrning, door radio-ontvangers in huurauto’s beschikbaar te stellen, het voor de huurders mogelijk maakte fonogrammen te beluisteren, en dat er dus sprake was van een “mededeling”. 

IT 2713

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU: Verricht YouTube een mededeling?

Hof van Jusitie EU 13 sep 2018, IT 2713; (YouTube e.a.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-verricht-youtube-een-mededeling

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 13 september 2018, IEF 18242; IEFbe 2820; IT 2713; C-682/18; C-683/18 (YouTube e.a.) Via MinBuza: C-682/18 – Verzoeker is een muziekproducent en was mede-eigenaar van muziekuitgeverij “Petersongs Musikverlag KG”. Hij stelt ook eigenaar te zijn van “Nemo Studios”. Nemo Studio heeft met artieste ME een wereldwijd geldende exclusieve artiestenovereenkomst gesloten voor het gebruik van geluids- en video-opnamen. De artieste ME heeft een album uitgebracht en heeft opgetreden. Op YouTube zijn beelden en afbeeldingen van het optreden van de artieste ME verschenen. Verzoeker heeft toen Google verzocht om die beelden offline te halen. Later zijn op YouTube weer geluidsopnamen van uitvoeringen van de artieste op te vragen, die waren samengevoegd met stilstaande en bewegende beelden. Verzoeker eist van de eerste en de derde verweerster staking, verstrekking van inlichtingen en vaststelling van hun verplichting tot schadevergoeding. Deze eisen baseert hij op zijn eigen rechten als producent van de geluidsdrager „A Winter Symphony”, alsmede op eigen en van de artieste afgeleide rechten.

IT 2712

Ziggo hoeft gegevens van abonnementhouders niet af te staan aan Dutch Filmworks

Rechtbank 8 feb 2019, IT 2712; ((Dutch Filmworks B.V. tegen Ziggo c.s.) ), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ziggo-hoeft-gegevens-van-abonnementhouders-niet-af-te-staan-aan-dutch-filmworks

Rechtbank Midden-Nederland 8 februari 2019, IEF 18224; IT&R 2712 (Dutch Filmworks B.V. tegen Ziggo c.s.) Privacyrecht. Mediarecht. Dutch Filmworks vordert van Ziggo c.s. de (identificerende) gegevens van de abonnementhouders van IP-adressen die gebruikt zijn bij het illegaal uitwisselen van de film 'The Hitman's Bodyguard' via BitTorrent-netwerken. Ziggo c.s. handelt volgens DFW onrechtmatig door deze gegevens niet af te geven. Voor de beantwoording van de vraag onder welke omstandigheden deze gegevens door Ziggo c.s. moeten worden afgegeven wordt door de voorzieningenrechter getoetst aan de hand van het toetsingskader van het arrest Lycos/Pessers. Als uitgangspunt heeft daarbij volgens de voorzieningenrechter te gelden dat degene die via een BitTorrent-netwerk de Film illegaal downloadt onrechtmatig handelt jegens de intellectueel eigendomsgerechtigde. Om effectief te kunnen optreden tegen illegale downloaders heeft DFW in beginsel ook een reëel belang bij het verkrijgen van de gegevens van de houder van de IP-adressen, via welke de Film illegaal gedownload is. DFW heeft ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat een minder ingrijpende mogelijkheid om de NAW-gegevens te achterhalen niet aan de orde is. De onduidelijkheid wat de abonnementhouders te wachten staat nadat DFW over hun gegevens beschikt maakt dat de belangenafweging alsnog in het nadeel van DFW uitvalt. De vordering tot afgifte wordt om die reden afgewezen.

IT 2711

Conclusie AG over art. 5 lid 3 Auteursrechtrichtlijn

Hof van Jusitie EU 10 jan 2019, IT 2711; ECLI:EU:C:2019:16 (Spiegel Online tegen Volker Beck), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-over-art-5-lid-3-auteursrechtrichtlijn

Conclusie AG 10 januari 2019, IEF 18207; IEFbe 2812; IT 2711; C‑516/17; ECLI:EU:C:2019:16 (Spiegel Online tegen Volker Beck) Auteursrecht. AG stelt voor dat het hof de prejudiciële vragen van het Bundesgerichthof als volgt beantwoordt. Lidstaten zijn verplicht in hun nationale recht bescherming te waarborgen van de uitsluitende rechten zoals in art. 2 t/m 4 Auteursrechtrichtlijn. Die rechten kunnen enkel worden beperkt door toepassing van de beperkingen en restricties die uitputtend zijn beschreven in artikel 5 van die richtlijn. De lidstaten blijven echter vrij in hun keuze van de middelen die zij passend achten om die verplichting na te komen. Gebruik van een werk van letterkunde in kader van verslag actuele gebeurtenis valt niet onder beperking art. 5 lid 3 onder c Auteursrechtrichtlijn indien met het gebruik beoogde doel lezing van het gehele werk of deel daarvan vereist. Art. 5 lid 3 onder d Auteursrechtrichtlijn n.v.t. indien werk zonder toestemming in geheel beschikbaar wordt gesteld als los in te zien en te downloaden bestand. Art. 11 Handvest EU vormt geen begrenzing van uitsluitende rechten auteur om reproductie en mededeling aan publiek van zijn werk toe te staan of verbieden, en biedt geen rechtvaardiging voor beperking van of inbreuk van die rechten. Geldt eveneens in situatie waarin auteur betrokken werk een publieke functie uitoefent en dat werk zijn overtuiging openbaart ten aanzien van kwesties van algemeen belang, voor zover dat werk reeds voor het publiek beschikbaar is.

IT 2710

Onderbreken onderhandelingen IT-project onrechtmatig: gerechtvaardigd vertrouwen resultaatsverbintenis

Rechtbank 3 okt 2018, IT 2710; ECLI:NL:RBROT:2018:8583 (Escrow-systeem), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onderbreken-onderhandelingen-it-project-onrechtmatig-gerechtvaardigd-vertrouwen-resultaatsverbinteni

Rechtbank Rotterdam 3 oktober 2018, IT 2710; ECLI:NL:RBROT:2018:8583 (Escrow-systeem) Contractrecht. Mislukt project om te komen tot een veilige wijze van verrichten van (vooruit)betalingen voor reizen, in het kader waarvan eiseres 1 - een speciaal voor dit doel opgezette rechtspersoon- en gedaagde een IT-ontwikkeling waren overeengekomen. SGR en de in ANVR verband georganiseerde reiswereld zag nut en noodzaak van een derdengelden platform, met gebruikmaking van een escrow-systeem. Het platform diende erin te voorzien dat betalingen verricht door consumenten op de juiste plaats terecht zouden komen zodat de reisbranche geen schade meer op zou oplopen als een reisbureau ten gevolge van zijn deconfiture de reisorganisator die de reisovereenkomst richting consument moet nakomen, niet meer zou kunnen betalen. Partijen verwijten elkaar over en weer de mislukking. Geen van partijen wenst voortzetting. Uitleg overeenkomst. Onderhandelingen mochten niet afgebroken worden door gerechtvaardigd vertrouwen.

IT 2709

Vordering recht om vergeten te worden afgewezen, info heeft betrekking op activiteiten in professionele zin

Rechtbank 22 okt 2018, IT 2709; ECLI:NL:RBGEL:2018:5600 (Eisers tegen Google), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-recht-om-vergeten-te-worden-afgewezen-info-heeft-betrekking-op-activiteiten-in-professione

Vzr. Rechtbank Gelderland 22 oktober 2018, IEF 18203; IT 2709; ECLI:NL:RBGEL:2018:5600 (Eisers tegen Google) Mediarecht. Privacy. Google verwijst naar een link van een artikel van Quote waarin wordt verwezen naar een persbericht van de FIOD over een groot onderzoek naar witwaspraktijken waarbij een 46-jarige hoofdverdachte en zijn 42-jarige vriendin zijn aangehouden en in verzekering zijn gesteld. Ze worden verdacht van o.a. witwassen. Eisers vorderen dat Google deze link zal verwijderen uit de zoekresultaten bij een zoekopdracht op de naam van eisers. Voorstelbaar is dat de informatie waar de gewraakte zoekresultaat naar verwijst een impact heeft op het persoonlijke leven, maar deze informatie heeft betrekking op hun activiteiten in professionele zin en niet op hun handelswijze als privépersoon. Ze zijn te beschouwen als publieke personen in de zin dat zij een rol spelen in het openbare leven door hun eigen toedoen. De aanpak van witwassen heeft prioriteit voor de overheid, waardoor het handelen van eisers onderwerp is van actueel maatschappelijk debat. Bovendien is de gepubliceerde informatie niet onjuist en is het recent en actueel. Onvoldoende aannemelijk dat eisers hinder hebben ondervonden. Vorderingen afgewezen.

IT 2708

Perspublicatie politie rechtmatig, voorlichting huiszoeking voor de hand liggend

Hof 15 jan 2019, IT 2708; ECLI:NL:GHDHA:2019:8 (Perspublicatie politie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/perspublicatie-politie-rechtmatig-voorlichting-huiszoeking-voor-de-hand-liggend

Hof Den Haag 15 januari 2019, IEF 18201; IT 2708 (Perspublicatie politie) Mediarecht. Privacy. Geïntimeerde is in zijn woning aangehouden op verdenking van heling van autoradio's. Na aanhouding is zijn woning met toestemming van de R-C doorzocht. De politie heeft hierover een persbericht geplaatst. De rechtbank stelt dat de politie deze bevoegdheid heeft maar rekening dient te houden met de belangen van de verdachte, in bijzonder zijn eer en goede naam en persoonlijke levenssfeer. Onschuldpresumptie door persbericht niet geschonden. Voorlichting over de huiszoeking en aanhouding, was gelet op de onrust in de gemeente, voor de hand liggend, terwijl transparantie over de aard van de (voor de directe omgeving kenbare) huiszoeking mede in het belang was van geïntimeerde. De politieactie had immers kunnen leiden tot speculatie bij buurtgenoten dat sprake was van een ernstiger verdenking dan (schuld)heling. Deze mogelijke speculatie is door de perspublicatie in de kiem gesmoord. Verder geldt dat de herleidbaarheid tot geïntimeerde bij zijn straatgenoten zijn oorzaak vindt in het rechtmatige politieoptreden. In ieder geval is er geen enkele aanwijzing dat, los van de (rechtmatig bevonden) huiszoeking en aanhouding, de identiteit van geïntimeerde was af te leiden uit het persbericht. Grieven slagen (gedeeltelijk).

IT 2707

Delen vertrouwelijke opname door journaliste rechtmatig, raadslid wordt geacht bewust te zijn van risico

Hof 11 dec 2018, IT 2707; ECLI:NL:GHARL:2018:10765 (Opnemen telefoongesprek raadslid), http://www.itenrecht.nl/artikelen/delen-vertrouwelijke-opname-door-journaliste-rechtmatig-raadslid-wordt-geacht-bewust-te-zijn-van-ris

Hof Arnhem-Leeuwarden 11 december 2018, IEF 18195; IT 2707; ECLI:NL:GHARL:2018:10765 (Opnemen telefoongesprek raadslid) Privacy. Mediarecht. Geintimeerde, aanwezig bij telefoongesprek journalist met een raadslid, heeft het gesprek opgenomen terwijl het op luidsprekerstand stond. Ze heeft de opname beschikbaar gesteld aan de gemeenteraad. De rechtbank heeft in een vonnis bewezenverklaard dat journaliste zich schuldig heeft gemaakt aan het zonder toestemming opnemen en dat zij strafbaar is, maar heeft geen straf of maatregel opgelegd. Dat door de journaliste met het schenden van het telefoongeheim strafrechtelijke grenzen zijn overschreden, betekent tot slot nog niet dat aan de verkregen informatie als zodanig geen waarde kan worden toegekend in de hier te maken afweging. De omstandigheid dat het raadslid niet wist dat het gesprek werd opgenomen, doet niet af aan het feit dat hij met het delen van vertrouwelijke informatie uit de school heeft geklapt op een wijze die niet past bij zijn rol als lid van de vertrouwenscommissie en openbaar bestuurder. Zwaarwegend publiek belang bij het naar buiten treden. Geintimeerde kon ook op andere wijze haar boodschap overbrengen, maar zij geniet als journaliste een ruime beoordelingsvrijheid. Als raadslid en fractievoorzitter - dus als publiek persoon bekend met de pers - had hij zich bewust moeten zijn van het risico dat ondanks de door hem gevraagde vertrouwelijkheid (delen van) het gesprek openbaar gemaakt zouden kunnen worden. Grieven falen.

IT 2706

Conclusie AG: exploitant zoekmachine moet verzoek tot verwijdering koppelingen naar gevoelige gegevens systematisch inwilligen

Hof van Jusitie EU 10 jan 2019, IT 2706; ECLI:EU:C:2019:14 (G.C. e.a. tegen CNIL), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-exploitant-zoekmachine-moet-verzoek-tot-verwijdering-koppelingen-naar-gevoelige-gegeven

Conclusie AG 10 januari 2019, IT 2706; IEFbe 2809;  C-136/17; ECLI:EU:C:2019:14 (G.C. e.a. tegen CNIL) Privacy. Via het persbericht. AG Szpunar stelt het Hof voor te beslissen dat de exploitant van een zoekmachine een verzoek tot verwijdering van koppelingen naar gevoelige gegevens systematisch moet inwilligen. De exploitant van de zoekmachine moet evenwel erop toezien dat het recht van toegang tot informatie en het recht op vrije meningsuiting worden beschermd. Lees verder.