IT 5358
15 juli 2026
Uitspraak

Ontslag van bij strafrechtelijk onderzoek betrokken directielid niet toerekenbaar aan adviseurs

 
IT 5355
15 juli 2026
Uitspraak

Geen aansprakelijkheid van bestuurders en groepsvennootschappen voor onverhaalbare boetevordering

 
IT 5357
14 juli 2026
Uitspraak

Online kansspelovereenkomst zonder vergunning niet nietig op grond van art. 3:40 BW

 
IT 5358

Ontslag van bij strafrechtelijk onderzoek betrokken directielid niet toerekenbaar aan adviseurs

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026,, IT 5358; ECLI:NL:RBAMS:2026:6444 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ontslag-van-bij-strafrechtelijk-onderzoek-betrokken-directielid-niet-toerekenbaar-aan-adviseurs

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IT 5358; ECLI:NL:RBAMS:2026:6444 ([eiser] tegen [gedaagden]). In deze zaak oordeelt de rechtbank Amsterdam dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat de vennootschappen van zijn communicatieadviseur en advocaat jegens hem toerekenbaar zijn tekortgeschoten dan wel onrechtmatig hebben gehandeld bij hun advisering over het commentaar dat hij aan een journalist van het FD heeft gegeven. Voor de vorderingen tegen de communicatieadviseur en advocaat persoonlijk geldt dat geen persoonlijk ernstig verwijt is komen vast te staan. [eiser] was directielid bij [bedrijf] en werd vanaf 2021 verdacht van het mededelen van en handelen met voorwetenschap. Het strafrechtelijk onderzoek naar hem eindigde in een transactie met het Openbaar Ministerie. Nadat een journalist van het FD hem in dat verband om wederhoor vroeg voor een artikel, schakelde [eiser] de vennootschappen van een communicatieadviseur en een advocaat in om hem te adviseren over de vraag of, en zo ja welk, commentaar hij aan de journalist moest geven. In het uiteindelijk aan de journalist gegeven commentaar stond onder meer dat geen sprake was van het bewust delen of gebruiken van verboden informatie, maar dat een familielid zonder medeweten van [eiser] had gehandeld op basis van een onschuldig bedoeld gesprek. Die passage werd overgenomen in het FD-artikel. Kort daarna werd [eiser] door [bedrijf] op non-actief gesteld en later op staande voet ontslagen. Volgens [eiser] kon de passage worden opgevat als een bekentenis dat hij voorwetenschap had gedeeld. Hij stelt dat hij ondeugdelijk is geadviseerd en dat de bewuste passage heeft bijgedragen aan zijn ontslag. Hij vordert schadevergoeding uit hoofde van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.

IT 5355

Geen aansprakelijkheid van bestuurders en groepsvennootschappen voor onverhaalbare boetevordering

Rechtbank Den Haag 27 mei 2026,, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-aansprakelijkheid-van-bestuurders-en-groepsvennootschappen-voor-onverhaalbare-boetevordering

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.). Talisman Software B.V. en Lemontree Interim Solutions B.V. (LIS) hadden een mantelovereenkomst gesloten voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor ICT-diensten. In strijd met het daarin opgenomen exclusiviteitsbeding leende LIS een via Talisman ingezette arbeidskracht zonder toestemming rechtstreeks uit aan een klant. LIS werd daarom bij vonnis van 14 februari 2024 veroordeeld tot betaling van € 193.000 aan contractuele boetes, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Nadat de bedrijfsactiviteiten van LIS waren beëindigd en tot liquidatie was besloten, stelde Talisman Lemontree Holding B.V., Lemontree B.V., de indirect bestuurder en een gevolmachtigde aansprakelijk voor het niet kunnen verhalen van haar vordering. Volgens Talisman hadden zij toegelaten dat LIS haar contractuele verplichtingen schond, LIS bewust leeggehaald of betalingsonmacht gecreëerd, een op Lemontree Holding als moedervennootschap rustende zorgplicht geschonden en misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V.

IT 5357

Online kansspelovereenkomst zonder vergunning niet nietig op grond van art. 3:40 BW

Hoge Raad 3 jul 2026,, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 (Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/online-kansspelovereenkomst-zonder-vergunning-niet-nietig-op-grond-van-art-3-40-bw

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad 3 juli 2026, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 ([deelnemers] tegen TSG en Electraworks). De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland over de civiele geldigheid van overeenkomsten met aanbieders van online kansspelen zonder Nederlandse vergunning. In de onderliggende procedures vorderen twee deelnemers terugbetaling van hun gokverliezen van respectievelijk TSG, aanbieder van PokerStars, en Electraworks, exploitant van onder meer partycasino.com. Beide aanbieders beschikten niet over een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok) om in Nederland online kansspelen aan te bieden. De deelnemers stellen dat de kansspelovereenkomsten nietig of vernietigbaar zijn wegens strijd met art. 1 lid 1 onder a Wok en art. 3:40 BW. De prejudiciële vragen zien in de kern op de vraag of het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen meebrengt dat de met deelnemers gesloten overeenkomsten civielrechtelijk nietig of vernietigbaar zijn, en of deelnemers hun verloren inzetten daarom als onverschuldigd betaald kunnen terugvorderen.

IT 5354

Rb. Noord-Holland voegt samenhangende AVG-zaken en wijst inzageverzoek bij gebrek aan belang af

Rechtbank Noord-Holland 3 jul 2026,, IT 5354; ECLI:NL:RBNHO:2026:8057 ([verzoeker] tegen ICS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-noord-holland-voegt-samenhangende-avg-zaken-en-wijst-inzageverzoek-bij-gebrek-aan-belang-af

Rb. Noord-Holland 3 juli 2026, IT 5354; ECLI:NL:RBNHO:2026:8057 ([verzoeker] tegen ICS). In een tussenbeschikking beoordeelt de Rechtbank Noord-Holland twee incidentele verzoeken in een procedure tussen een verzoeker en International Card Services B.V. (ICS). ICS verzocht de zaak op grond van artikel 285 lid 2 Rv te voegen met een andere, eveneens tussen dezelfde partijen aanhangige procedure. De verzoeker verzette zich daartegen en stelde dat de procedures verschillende rechtsvragen betroffen: enerzijds de naleving van onder meer de artikelen 12 en 15 AVG en anderzijds de rechtmatigheid van een CAAML-registratie. De rechtbank oordeelt dat voor voeging voldoende is dat tussen de onderwerpen een zodanige samenhang bestaat dat gezamenlijke behandeling uit doelmatigheidsoverwegingen gerechtvaardigd is. Beide procedures spelen tussen dezelfde partijen, lopen in de tijd gelijk en zijn volgens de inleidende processtukken gebaseerd op de gestelde onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door ICS. De rechtbank wijst het verzoek tot voeging daarom toe.

IT 5353

Rechtbank Amsterdam beveelt verstrekking van klant- en transactiegegevens in verband met gestelde cryptofraude

Rechtbank Amsterdam 18 jun 2026,, IT 5353; ECLI:NL:RBAMS:2026:6092 ([eiser] tegen Kyrrex Ltd en Rex Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-beveelt-verstrekking-van-klant-en-transactiegegevens-in-verband-met-gestelde-cryptofraude

Rb. Amsterdam 18 juni 2026, IT 5353; ECLI:NL:RBAMS:2026:6092 ([eiser] tegen Kyrrex Ltd en Rex Ltd). Een belegger stelde dat hij tussen juni en augustus 2025 slachtoffer was geworden van online beleggingsfraude via het platform Horizons28. Personen die zich voordeden als medewerkers van dat platform zouden hem ertoe hebben bewogen meer dan € 650.000 over te maken voor de aankoop van cryptovaluta, die vervolgens naar door hen opgegeven blockchainadressen werden verzonden. Toen de belegger zijn vermeende belegging wilde opnemen, bleek dit niet mogelijk en deed hij aangifte van fraude. Volgens door hem verricht blockchainonderzoek was een aanzienlijk deel van de cryptovaluta via een zogenoemde nested-serviceconstructie terechtgekomen op depositadressen die konden worden herleid tot het Kyrrex-platform, dat volgens hem door Kyrrex Ltd en Rex Ltd werd geëxploiteerd. De belegger verzocht daarom op grond van artikel 196 Rv om verstrekking van de bij deze ondernemingen bekende identificerende gegevens van de aan de depositadressen en transactiecodes gekoppelde accounthouder(s), waaronder naam, geboortedatum, adres, identiteitsbewijs, foto of gezichtsscan, IP-adres, telefoonnummer en e-mailadres. Daarnaast verzocht hij om de mutatieoverzichten vanaf 26 juni 2025, zodat hij zijn rechtspositie kon bepalen en kon beoordelen of hij een vordering uit onrechtmatige daad kon instellen tegen de ontvangers van de cryptovaluta of tegen Kyrrex Ltd en Rex Ltd zelf.

IT 5356

Ziggo-overeenkomst rechtsgeldig vernietigd wegens schending informatieplichten en misleidende omissie

Rechtbank Midden-Nederland 17 jun 2026,, IT 5356; ECLI:NL:RBMNE:2026:3796 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ziggo-overeenkomst-rechtsgeldig-vernietigd-wegens-schending-informatieplichten-en-misleidende-omissie

Rb. Midden-Nederland 17 juni 2026, RB 4050; IT 5356; ECLI:NL:RBMNE:2026:3796 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een bewoner sprak met zijn buurman af dat deze een Ziggo-abonnement voor internet en televisie voor hem zou afsluiten, waarvoor hij maandelijks € 92,50 betaalde. De kantonrechter merkt de buurman aan als handelaar, omdat het zakelijke abonnement was afgesloten op naam van zijn eenmanszaak, waarvan de activiteiten mede bestonden uit IT-dienstverlening, en hij naast de abonnementskosten kosten voor het inboeken en btw doorberekende. Dat de afspraak tussen buren was gemaakt, doet daaraan niet af. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte tot stand was gekomen, moest de handelaar vooraf duidelijke en begrijpelijke informatie verstrekken over onder meer de prijs en de wijze van betaling en de overeenkomst vervolgens op papier of, met toestemming, op een andere duurzame gegevensdrager bevestigen. Hij kon niet bewijzen dat hij aan deze verplichtingen had voldaan. Ook had hij onvoldoende duidelijk gemaakt dat het abonnement een looptijd van 36 maanden had, hoe het maandbedrag was samengesteld en dat hij een commercieel oogmerk had. Het weglaten of onduidelijk verstrekken van deze essentiële informatie vormt volgens de kantonrechter een misleidende omissie en daarmee een oneerlijke handelspraktijk.

IT 5352

Rb. Den Haag: Kindred en Risepoint moeten spelers inzage geven in Unibet-transactiegegevens

Rechtbank Den Haag 13 jul 2026,, IT 5352; ECLI:NL:RBDHA:2026:15919 (eisers tegen KINDRED GROUP PLC en RISEPOINT LIMITED), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-kindred-en-risepoint-moeten-spelers-inzage-geven-in-unibet-transactiegegevens

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5352; ECLI:NL:RBDHA:2026:15919 (eisers tegen KINDRED GROUP PLC en RISEPOINT LIMITED). Elf spelers vorderden op grond van artikel 15 AVG inzage in de persoonsgegevens die waren verwerkt bij hun deelname aan online kansspelen via Unibet vóór 1 oktober 2021. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 79 lid 2 AVG bevoegd. Niet in geschil was dat de gevraagde transactiegegevens persoonsgegevens zijn en dat Risepoint, voorheen Trannel, verwerkingsverantwoordelijke is. De rechtbank oordeelt dat ook Kindred als verwerkingsverantwoordelijke gold voor de inzageverzoeken die tussen mei en eind oktober 2024 waren ingediend. Kindred oefende toen via het centrale privacybeleid, het OneTrust-platform en het Kindred Privacy Team mede beslissende invloed uit op het doel en de wezenlijke middelen van de verwerking. De hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke moet worden beoordeeld naar de feitelijke situatie op het moment waarop het inzageverzoek wordt gedaan. Na het vertrek van Risepoint uit de Kindred-groep eind oktober 2024 bepaalde Risepoint zelfstandig het doel en de middelen van de verwerking. Daarom hoefde Kindred niet te voldoen aan de pas daarna ingediende verzoeken van eisers 5 en 9, terwijl Risepoint tegenover alle eisers verantwoordelijk bleef.

IT 5351

Rb. Noord-Nederland wijst inzageverzoek Chipsoft gedeeltelijk toe en beveelt voorlopig getuigenverhoor over gezamenlijk EPD

Rechtbank Noord-Nederland 22 jun 2026,, IT 5351; ECLI:NL:RBNNE:2026:2437 (Chipsoft tegen UMCG), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-noord-nederland-wijst-inzageverzoek-chipsoft-gedeeltelijk-toe-en-beveelt-voorlopig-getuigenverhoor-over-gezamenlijk-epd

Rb. Noord-Nederland 22 juni 2026, IT 5351; ECLI:NL:RBNNE:2026:2437 (Chipsoft tegen UMCG). Chipsoft verzocht om voorlopige bewijsverrichtingen ter onderbouwing van haar stelling dat de voorgenomen aansluiting van Treant en het Ommelander Ziekenhuis Groningen (OZG) op het Epic-EPD van het UMCG in strijd is met aanbestedingsrechtelijke en mogelijk staatssteunrechtelijke regels. Chipsoft is ontvankelijk, hoewel inmiddels een bodemprocedure liep, omdat zij het verzoek had ingediend voordat die zaak op de rol was ingeschreven. Voor inzage op grond van de artikelen 194 en 196 Rv hoeft de gestelde rechtsbetrekking nog niet vast te staan, maar moeten wel concrete aanknopingspunten voor het mogelijke bestaan daarvan worden gegeven. Die aanknopingspunten zijn er volgens de rechtbank ten aanzien van het UMCG, omdat de overeenkomsten ten tijde van de behandeling nog niet waren aangepast aan de voorwaarden waaronder volgens het gerechtshof geen sprake zou zijn van een wezenlijke wijziging van de in 2015 aanbestede opdracht. Daarmee is niet vastgesteld dat het UMCG onrechtmatig heeft gehandeld, maar heeft Chipsoft voldoende belang bij beperkte inzage. Voor een rechtsbetrekking met OZG en Treant heeft Chipsoft onvoldoende aanknopingspunten aangevoerd: de rechtbank sluit voor OZG aan bij het voorlopige oordeel dat zij geen aanbestedende dienst is en de gestelde betrokkenheid van Treant bij omzeiling van aanbestedings- of staatssteunregels is onvoldoende concreet onderbouwd.

IT 5350

Rb. Rotterdam beveelt KPN gedeeltelijk identificerende gegevens achter anonieme reviews te verstrekken

Rechtbank Rotterdam 24 jun 2026,, IT 5350; ECLI:NL:RBROT:2026:7699 (HBL tegen KPN), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-rotterdam-beveelt-kpn-gedeeltelijk-identificerende-gegevens-achter-anonieme-reviews-te-verstrekken

Rb. Rotterdam 24 juni 2026, IT 5359; ECLI:NL:RBROT:2026:7699 (HBL tegen KPN). Helder bij Letselschade B.V. (HBL) verzocht bij wijze van voorlopige bewijsverrichting om inzage in gegevens van de KPN-klant aan wie op 21 april 2022 een bepaald IP-adres was toegewezen. HBL stelde dat sinds 2025 via verschillende nepaccounts ongeveer honderd lasterlijke en smadelijke reviews over haar waren geplaatst en dat zij de gebruiker van het IP-adres moest kunnen identificeren om deze in rechte aan te spreken. KPN verzette zich niet tegen verstrekking op grond van een rechterlijk bevel, maar vroeg het bevel te beperken tot de noodzakelijke identificerende gegevens. De rechtbank toetst het verzoek aan de artikelen 197, 196 en 194 Rv. De door HBL gestelde onrechtmatige daad kan als rechtsbetrekking in de zin van artikel 194 Rv gelden. Voor toewijzing is niet vereist dat de onrechtmatigheid al in rechte vaststaat of dat HBL haar vordering in deze fase al voldoende aannemelijk maakt.

IT 5349

Rb. Rotterdam: AP onderzocht AVG-klacht over contactloos betalen door ING in passende mate

Rechtbank Rotterdam 24 jun 2026,, IT 5349; ECLI:NL:RBROT:2026:7263 (eisers tegen de AP), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-rotterdam-ap-onderzocht-avg-klacht-over-contactloos-betalen-door-ing-in-passende-mate

Rb. Rotterdam 24 juni 2026, IT 5349; ECLI:NL:RBROT:2026:7263 (eisers tegen de AP). Twee rekeninghouders van ING dienden bij de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht in over de verwerking van hun persoonsgegevens bij contactloos betalen. Volgens hen bleef de NFC-chip in hun betaalpassen ook werken als een pas was geblokkeerd of verlopen, of als contactloos betalen was uitgeschakeld. Dit zou veiligheidsrisico’s opleveren en leiden tot verwerking zonder geldige grondslag. Nadat een eerdere beslissing op bezwaar wegens schending van de hoorplicht was vernietigd, hoorde de AP de rekeninghouders en nam zij een nieuwe beslissing. De AP concludeerde dat zij de klacht in passende mate had onderzocht en dat op basis van het dossier geen overtreding van de AVG door ING kon worden vastgesteld. De rekeninghouders stelden in beroep dat de AP nader technisch onderzoek had moeten doen en zo nodig andere toezichthouders had moeten inschakelen.