IT 2924

Computerrecht 2019 - 5

Computerrecht 2019, afl. 5

EDITORIAL
173   Cookie cookie on the wall …. Tell me tell me about them all / 
p. 311​ 
E.J. Kindt

ARTIKELEN
174  Elektronische identificatie en ondertekening conform eIDAS / 
p. 313
De eIDAS-verordening heeft een juridisch kader geïntroduceerd dat de betrouwbaarheid en acceptatie van elektronische transacties binnen de EU moet vergroten. Hiervoor wordt een gelijk speelveld beoogd waarin burgers en bedrijven binnen de EU met hun eigen nationale elektronische ID zich ook digitaal kunnen identificeren bij openbare instanties uit andere lidstaten. Daartoe worden uniforme eisen gesteld aan de betrouwbaarheidsniveaus van deze elektronische ID’s. De eIDAS-verordening bevat daarnaast een kader voor de verschillende types elektronische handtekeningen. Gebruik van elektronische handtekeningen vereist analyse van het benodigde type handtekening en de bruikbaarheid daarvan voor de beoogde transacties. Deze bijdrage beschrijft verschillende aspecten die voortvloeien uit de hierboven omschreven onderwerpen en is bedoeld als praktische handreiking voor diegenen die gebruik maken, of willen maken, van elektronische ID’s of elektronische handtekeningen.
S.R.P. Bastiaans, M.T. Spuijbroek & C. Michielsen

175   Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie – een analyse / p. 323
Begin 2019 is de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie ingediend bij de Tweede Kamer die het mogelijk maakt om op te treden tegen ongewenste zeggenschap in de telecomsector. Het kabinet acht de bestaande maatregelen die de Telecommunicatiewet biedt ter bescherming van de veiligheid en integriteit van de Nederlandse telecominfrastructuren en -diensten onvoldoende om de nationale veiligheid en openbare orde te beschermen en om te voorkomen dat partijen met geopolitieke motieven zeggenschap verwerven in de telecomsector. Het wetsvoorstel is bedoeld om deze leemte op te vullen. In dit artikel worden de belangrijkste aspecten van het wetsvoorstel besproken, wordt stilgestaan bij de vraag in hoeverre het bestaande wettelijk kader überhaupt aanvulling behoeft en worden nog enkele andere kanttekeningen bij het wetsvoorstel besproken.
K. Berg

RECHTSPRAAK

NEDERLAND
176   Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 3 april 2019, ECLI:NM:RVS:2019:1046, m.nt. M.M. Groothuis / p. 329
Geautomatiseerde ketenbesluitvorming. Beoordeeld moet worden of de Belastingdienst/Toeslagen bij herziening van het kindgebonden budget terecht is uitgegaan van de inschrijving van [persoon] in de Basisregistratie personen (BRP). Door vast te houden aan de in de Uitvoeringsregeling Awir opgenomen uitzonderingen op het gebruik van adresgegevens uit de BRP en op grond van objectieve gegevens vast te stellen onjuiste adresgegevens uit de BRP te gebruiken bij het bepalen van hoogte van het kindgebonden budget, heeft de Belastingdienst de inhoud en strekking van art. 1.7 van de Wet basisregistratie personen miskend. Schending van art. 3:4 Awb (evenredigheidsbeginsel).

177   Rechtbank Overijssel, 28 mei 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:1827, m.nt. Q. Tjeenk Willink & L. Van Sloten / p. 334
Artikel 82 van de AVG laat onverlet dat voor de toekenning van een schadevergoeding aansluiting mag en moet worden gezocht bij het Nederlands rechtsbestel; door verspreiding van zijn persoonsgegevens is sprake geweest van een schending van de privacy van eiser; rechtbank acht schadevergoeding van € 500,- billijk.

178   Rechtbank Rotterdam, 3 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5339, m.nt. J.J. Oerlemans / p. 338
Deze veroordeling voor grootschalige drugshandel en witwassen volgt na de digitale infiltratieoperatie op ‘Hansa Market’. Tijdens deze operatie heeft de Nederlandse politie onder leiding van het openbaar ministerie een darknet market overgenomen en 27 dagen lang gerund, teneinde bewijs te verzamelen over de verkopers en kopers van de markt. De advocaat van de verdachte stelt dat de infiltratieoperatie onrechtmatig is. Deze annotatie gaat uitvoerig in op de mogelijke verweren en de juridische basis voor de operatie.

BELGIE
179   Hof van Beroep Brussel, 8 mei 2019, 2018/AR/410, m.nt. J. Clinck / p. 346
Belgische rechtbanken en hoven zijn internationaal bevoegd ten aanzien van Facebook Belgium, maar niet ten aanzien van Facebook Ireland en Facebook Inc. Het hof van beroep kan zich niet uitspreken over inbreuken die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en tegen de welke de huidige Gegevensbeschermingsautoriteit thans optreedt. Wat betreft de bevoegdheid van het hof ten aanzien van een vordering ingesteld door de Gegevensbeschermingsautoriteit voor feiten die hebben plaatsgevonden na 25 mei 2018, stelt het hof van beroep een aantal prejudiciële vragen. Deze hebben allen betrekking op de draagwijdte van het “een-loketmechanisme” uit de AVG.

180-193 TELECOMMUNICATIE / p. 375

194-200 PRIVACYBESCHERMING / p. 380

201-210 STRAFRECHT / p. 384

211-212 KORT NIEUWS / p. 388

Computerrecht is een uitgave van Wolters Kluwer.