IT 2814

Conclusie AG: geen aanvaarding van gebruiksvoorwaarden op website Ryanair

Conclusie AG HR 24 mei 2019, IEF 18557, IT 2814; ECLI:NL:PHR:2019:718 (Ryanair heeft PR Aviation) Contractenrecht. Deze databankzaak loopt inmiddels 11 jaar. Het gaat om de vraag of PR Aviation de gebruiksvoorwaarden op de site van Ryanair heeft geaccepteerd. Het Haagse hof [IEF 17459] oordeelde eerder dat de gebruiksvoorwaarden naar het toepasselijke Ierse recht niet zijn overeengekomen. Het enkel doorklikken op de website is onvoldoende voor de conclusie dat een redelijk persoon de voorwaarden wilde aanvaarden. In deze tweede cassatie betoogt Ryanair dat dit oordeel in strijd is met art. 9 van de Richtlijn elektronische handel.

De AG concudeert tot verwerping van het cassatieberoep. De Richtlijn heeft geen directe werking tussen private partijen en de mogelijkheid van aanvaarding van gebruiksvoorwaarden door het doorklikken op een site is niet in algemene zin verworpen door het hof. Bovendien kan een technische maatregel ervoor zorgen dat de gegevens pas toegankelijk zijn als de bezoeker eerst expliciet akkoord gaat met die voorwaarden. Het digitaal sluiten van contracten wordt dus niet belemmerd. Dat er geen sprake is van een aanvaarding is toereikend gemotiveerd. Ook het oordeel dat de grondslag onrechtmatige daad buiten de grenzen van de rechtsstrijd na verwijzing valt, wordt bestreden.

2.1
Het cassatiemiddel bestaat uit vier onderdelen. De eerste twee zijn gericht tegen rov. 79-81 waarin het hof heeft gemotiveerd waarom naar Iers recht geen sprake is van aanvaarding van de gebruiksvoorwaarden door PR Aviation en dus naar Iers recht geen sprake is van een (rechtskeuze-)overeenkomst. Het derde onderdeel komt op tegen het oordeel in rov. 18, 22 en 101 dat de grondslag onrechtmatige daad buiten de grenzen van de rechtsstrijd na verwijzing valt. Het vierde onderdeel is een louter voortbouwende klacht.

Slotsom

2.54
Indien deze tot verwerping strekkende conclusie wordt gevolgd, is de uitkomst dat de beperkende voorwaarden van de website van Ryanair niet als aanvaard gelden. Maar gezien werd dat dat (in een zaak met andere feiten) mogelijk wel het geval kan zijn naar Iers (of Nederlands) recht in geval van click-wrapping of zelfs onder omstandigheden bij browse-wrapping. In zo’n (ander) geval blijft dan ten gevolge van de Luxemburgse uitspraak in deze databankzaak (ECLI:EU:C:2015:10) de situatie mogelijk dat toegang tot een niet auteursrechtelijk of databankrechtelijk beschermde (niet onder de Databankenwet vallende) databank contractueel aan restricties kan worden gebonden, welke restricties bij een wel “beschermde” databank krachtens dwingend recht onmogelijk zouden zijn. Dat wringt en in zo’n situatie blijft het naar ik meen een open kwestie of dit uit oogpunten van mededingingsrecht, consumentenrecht en mogelijk grondrechten niet problematisch moet worden geoordeeld (vgl. in deze zin mijn conclusie na prejudiciële verwijzing onder 2.8 en 2.9, ECLI:NL:PHR:2015:2347, waarover in onze procedure na verwijzing ook partijdebat is gevoerd, vgl. PR Aviations memorie na cassatie en verwijzing 10.10-10.14, plta Haagse hof PR Aviation 58-63 en plta Haagse hof Ryanair 5.3-5.5). Omdat we in mijn optiek niet in die situatie zullen belanden in onze zaak, laat ik die kwestie hier verder rusten.