IT 3687

Geen reële dreiging tot ASI (anti suit injunction)

Vzr. Rechtbank Den Haag 18 oktober 2021, IEF 20255, IT 3687; ECLI:NL:RBDHA:2021:11312 (Ericsson tegen Apple) Kort geding. In het geschil tussen de twee partijen vordert Ericsson het opleggen van een bevriezende maatregel in afwachting van de behandeling van het kort geding. In dat kader beroept Ericsson zich op een dreiging dat Apple een anti-suit injection ergens ter wereld tegen Ericsson zal instellen. De verwachting van Ericsson is dat dit mede zal zien op procedures in Nederland over octrooien die hier gelding hebben. De voorzieningenrechter oordeelt dat het feit dat Apple c.s. niet bereid is een toezegging te doen geen ASI in te stellen tegen Ericsson, op zichzelf onvoldoende dreiging als vereist voor het treffen van een voorlopige maatregel is. De vorderingen worden afgewezen. 

2.5. Ericsson beroept zich in dat kader op een dreiging dat Apple c.s. een anti-suit injunction (hierna: ASI) ergens ter wereld tegen Ericsson zal instellen die mede zal zien op procedures in Nederland over octrooien die hier gelding hebben. Ericsson had bij dagvaarding gesteld dat die dreiging volgt uit het gegeven dat Apple c.s. in een geschil met Qualcomm in een procedure in de Verenigde Staten van Amerika in 2017 een ASI heeft ingesteld.1 Zoals uit de Order van de Southern District Court of California echter volgt (en zoals Apple c.s. ook naar voren heeft gebracht), was het in die procedure niet Apple c.s. maar Qualcomm die een ASI heeft gevraagd. Ericsson heeft ter zitting aangegeven dat haar stelling inderdaad op een foutieve aanname berust. Voor het overige heeft Ericsson niets gesteld waaruit een concrete dreiging volgt. De omstandigheid dat andere partijen dergelijke ASI’s hebben ingesteld in vergelijkbare omstandigheden betekent niet dat Apple c.s. dat zal doen. Dat Apple c.s. niet bereid is een toezegging te doen geen ASI in te stellen tegen Ericsson, is op zichzelf onvoldoende dreiging als vereist voor het treffen van een voorlopige maatregel. De voorzieningenrechter stelt voorop dat Ericsson geen recht heeft op een dergelijke toezegging. Het feit dat Apple c.s. deze toezegging niet wil geven, zou mogelijk als bijkomende omstandigheid gelden wanneer Apple c.s. in het verleden al daadwerkelijk een ASI tegen Ericsson/derde octrooihouder(s) heeft ingesteld of er andere omstandigheden zijn waaruit een dreiging daartoe kan worden afgeleid. Daarvan is in dit geval geen sprake. Bovendien heeft Apple c.s. tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij nog nooit een ASI heeft gevraagd en ook niet voornemens is dat te doen. De omstandigheid waar Ericsson ter zitting nog op wees dat Apple c.s. op haar website meldt dat zij van mening is dat in SEP-zaken geen verbod zou moeten worden opgelegd, maakt het voorgaande evenmin anders. Die mededeling brengt immers niet mee dat Apple c.s. die mening niet slechts defensief in een betreffende SEP-zaak maar ook offensief zal willen inzetten (tegen Ericsson) door middel van een ASI. Onder die omstandigheden is niet aannemelijk dat sprake is van een dreiging die een bevriezende maatregel in afwachting van de behandeling van het kort geding rechtvaardigt.