IT 3911

HvJ EU: nietigverklaring Polen slaagt niet, art. 17 DSM blijft overeind

HvJ EU 26 april 2022, IEF 20679, IT 3911, IEFbe 3429; ECLI:EU:C:2022:297 (Polen tegen Europees Parlement en Raad van Europese Unie) Met invoering van de richtlijn 2019/790 betreffende auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt, hierna de DSM-richtlijn, is er een nieuw regime inzake de aansprakelijkheid van grote platformen geïntroduceerd in art. 17. Aanbieders kunnen op grond van dit artikel direct aansprakelijk gesteld worden voor content die is geüpload door gebruikers van het platform. Op grond van art. 17 lid 4 onder b en c DSM-richtlijn kunnen deze platformen deze aansprakelijkheid vermijden door actief toezicht te houden op de geüploade content. Polen heeft hiertegen een beroep op de nietigverklaring van lid 4 sub b en c van dit artikel ingesteld. Hiervoor stelt zij dat de automatische filtersoftware die wordt gebruikt door deze grote platformen voorzien is van te weinig waarborgen om het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie te verzekeren. De grote kamer van het Hof verwerpt dit beroep van Polen en oordeelt dat er voldoende waarborgen zijn ingebouwd om ervoor te zorgen dat er een passend evenwicht wordt gecreëerd tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op intellectuele eigendom.

De Uniewetgever heeft namelijk, ten eerste, een duidelijke en nauwkeurige grens gesteld aan de maatregelen die kunnen worden genomen ter uitvoering van die verplichtingen, door in het bijzonder maatregelen uit te sluiten die rechtmatige content bij het uploaden filteren en blokkeren. Ten tweede moeten de lidstaten er krachtens richtlijn 2019/790 voor zorgen dat gebruikers de mogelijkheid hebben om door gebruikers gegenereerde content te uploaden en beschikbaar te stellen voor de specifieke doeleinden van citeren, kritiek, recensie, karikatuur, parodie of pastiche. Bovendien moeten aanbieders hun gebruikers meedelen dat zij beschermde werken en ander beschermd materiaal kunnen gebruiken op grond van uitzonderingen of beperkingen op het auteursrecht en naburige rechten waarin het Unierecht voorziet. Ten derde kunnen aanbieders slechts aansprakelijk worden gesteld indien de betrokken rechthebbenden hun de nodige toepasselijke informatie over de betrokken content verstrekken. Ten vierde impliceert artikel 17 van deze richtlijn, waarvan de toepassing niet leidt tot een algemene toezichtverplichting, dat de aanbieders niet kunnen worden verplicht te voorkomen dat content wordt geüpload en voor het publiek beschikbaar wordt gesteld waarvan zij de onrechtmatigheid enkel kunnen vaststellen indien zij de inhoud autonoom beoordelen. In dit verband kan het voorkomen dat pas na kennisgeving door de rechthebbenden kan worden vermeden dat niet-toegelaten content beschikbaar komt. Ten vijfde voert richtlijn 2019/790 meerdere procedurele waarborgen in, met name de mogelijkheid voor gebruikers om een klacht in te dienen wanneer zij van mening zijn dat de toegang tot geüploade content ten onrechte is geblokkeerd, alsook de toegang tot efficiënte rechtsmiddelen en tot mechanismen voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting. Ten zesde draagt deze richtlijn de Europese Commissie op om dialogen met belanghebbenden te organiseren om beste praktijken te bespreken voor de samenwerking tussen de aanbieders en rechthebbenden, en om richtsnoeren te verstrekken voor de toepassing van het specifieke aansprakelijkheidsmechanisme.