IT 2726

Mondelinge overeenkomst overdragen Ergonnederland.eu buitengerechtelijk vernietigt nu tegen gemotiveerde betwisting niets is aangedragen

Ktr. Rechtbank Gelderland 8 maart 2019, IEF 18308; IT 2726; ECLI:NL:RBGEL:2019:1141 (Trademark tegen Ergon) Domeinnaamrecht. Trademark heeft telefonisch contact met Ergon opgenomen met betrekking tot de levering van de domeinnaam www.ergonnederland.eu. Tussen partijen is een mondelinge overeenkomst tot stand gekomen voor de levering van genoemde domeinnaam voor de duur van 10 jaar. Ergon heeft deze factuur onbetaald gelaten. Ergon heeft bij brief buitengerechtelijk vernietiging van de overeenkomst ingeroepen op grond van dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden. Nu Trademark niet reageert op de gemotiveerde betwisting van haar standpunten, wordt geconcludeerd dat zij deze niet langer wenst te handhaven. Afwijzing vordering van Trademark. Misbruik van procesrecht door Trademark en de door Ergon verzochte integrale kostenveroordeling in redelijkheid wordt begroot op € 1.500,00.

5.2. Ergon stelt – zakelijk weergegeven - dat de overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen op grond van dwaling, bedrog dan wel misbruik van omstandigheden. Als gevolg hiervan heeft Ergon buitengerechtelijk vernietiging van de overeenkomst ingeroepen. Ergon stelt dat de vordering van Trademark daarom moet worden afgewezen. Gezien de gemotiveerde betwisting van Ergon mag van Trademark verwacht worden dat zij daar het nodige tegenover stelt ter staving van haar standpunt. Daar ontbreekt het aan bij Trademark. Zij heeft in het geheel niet meer gereageerd op de stellingen van Ergon. De kantonrechter concludeert daaruit dat Trademark haar vordering niet langer handhaaft. De vordering van Trademark wordt daarom afgewezen. Gelet daarop behoeft de vordering van Ergon in reconventie op dit punt geen verdere behandeling.

5.5. De kantonrechter overweegt dat een vordering tot vergoeding van volledige proceskosten (in afwijking van het liquidatietarief) enkel toewijsbaar is in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM is terughoudendheid bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure gepast. Hiervoor is overwogen dat de vordering van Trademark geen stand houdt, nu Trademark niets heeft aangedragen om de gemotiveerde betwisting van Ergon te weerleggen. Trademark was reeds voor de onderhavige procedure bekend met het standpunt van Ergon. Op grond daarvan had Trademark op voorhand kunnen c.q. moeten begrijpen dat Ergon in procedure eveneens verweer zou voeren en dat zij zich (mogelijk) genoodzaakt zou zien zich tot haar gemachtigde te wenden. Desalniettemin heeft Trademark besloten de procedure te entameren om vervolgens in procedure niet meer te reageren. Ergon heeft aan de hand van een aantal vonnissen onweersproken gesteld dat Trademark deze handelingen eerder heeft laten zien met als logisch gevolg dat haar vordering vervolgens werd afgewezen. Ergon is door dit handelen c.q. nalaten van Trademark onnodig op hoge kosten gejaagd. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van misbruik van procesrecht door Trademark en ziet aanleiding om de door Ergon verzochte integrale kostenveroordeling in redelijkheid, op basis van de opgave van Ergon, te begroten op € 1.500,00, welk bedrag ten titel van proceskosten aan Ergon wordt toegewezen.