IT 3397

Naheffingsaanslag kansspelbelasting

Hof 's-Hertogenbosch 29 januari 2021, IEF 19744, IT 3397; ECLI:NL:GHSHE:2021:210 (Bv tegen Belastingdienst) Belanghebbende is kansspelbelasting ad € 13.500.000 verschuldigd. Op internet werden tot 2013 via 7 websites kansspelen aangeboden, gericht op de Nederlandse markt. De websites waren in werkelijkheid van een in Nederland gevestigde besloten vennootschap, maar de ondernemingsstructuur was zo opgezet dat het leek alsof de spelen werden georganiseerd vanuit het buitenland door buitenlandse rechtspersonen. Bij een grootschalig politieonderzoek in binnen- en buitenland werden grote hoeveelheden documenten en data in beslaggenomen. Een van de in beslaggenomen databases bevatte informatie over de 7 websites die betrokken zijn bij deze zaak. Toen bleek dat voor de websites in Nederland geen kansspelbelasting werd voldaan.

Aan de hand van ontvangen financiële gegevens heeft de belastinginspecteur een naheffingsaanslag van 13,5 miljoen euro berekend. De belastinginspecteur heeft voor het hof voldoende aannemelijk gemaakt dat de Nederlandse besloten vennootschap de daadwerkelijke beslissingen nam over de organisatie van de via de goksites aangeboden kansspelen. Daarnaast heeft het hof beslist dat de naheffingsaanslag niet te hoog is vastgesteld. Omdat partijen een enorme hoeveelheid aan stukken op digitale wijze hadden overgelegd heeft het hof op basis van artikel 8:32a Awb alleen stukken waar partijen rechtstreeks naar verwezen en die voor het hof leesbaar waren bij zijn beslissing betrokken. Uit de stukken die de belastinginspecteur heeft overgelegd blijkt dat de belastinginspecteur de werkelijkheid heeft proberen te benaderen op basis van objectieve en verifieerbare gegevens. De Nederlandse besloten vennootschap heeft niet aannemelijk gemaakt dat de berekeningen van de inspecteur niet kloppen. De Nederlandse besloten vennootschap is de volledige naheffingsaanslag alsnog verschuldigd.

4.20.
Voor de periode november 2008 tot en met oktober 2009 beschikt de inspecteur niet over gegevens van de platformdatabase. Aan de hand van gegevens betreffende de geldstromen via de PSP’s heeft de inspecteur gepoogd de werkelijkheid te benaderen en de juiste grondslag voor de kansspelbelasting te berekenen (zie nader 2.66 en 2.67). Uit de toelichtingen en uitleg van de inspecteur volgt dat de berekeningen zijn gebaseerd op objectieve gegevens en geen sprake is van extrapolatie van opbrengsten uit een andere periode. Verder zijn de beschikbare gegevens uit verschillende bronnen met elkaar vergeleken en op die manier op juistheid en nauwkeurigheid gecontroleerd. De inspecteur heeft terughoudendheid betracht bij de selectie van bedragen als bruto spelopbrengsten, zodat de grondslag voor de kansspelbelasting eerder te laag dan te hoog zou zijn. Zo heeft de inspecteur voor de omrekening van de netto ontvangsten op de bankrekeningen naar bruto opbrengsten rekening gehouden met het percentage uit de voor belanghebbende meest gunstige periode. Ook is de inkomende geldstroom bij [I] met 5,89% naar beneden bijgesteld. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat, ook al is sprake van enige ruwheid in de berekeningen, de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de grondslag voor de kansspelbelasting in de periode november 2008 tot en met oktober 2009 niet te hoog is vastgesteld.

4.21.
Belanghebbende heeft tegen de berekeningen van de inspecteur enkel ingebracht dat ten onrechte gebruik is gemaakt van extrapolatie (periode november 2008 tot en met oktober 2009) en het eindsaldo op de spelersaccounts niet in mindering is gebracht op de grondslag voor de kansspelbelasting (periode november 2009 tot en met april 2013). Zoals uit de overwegingen hiervoor is af te leiden, kunnen deze stellingen niet slagen. Het had op de weg van belanghebbende gelegen om nadere gronden aan te voeren tegen de berekeningen. Met het door de inspecteur gegeven inzicht in en de toelichtingen op de berekening van de naheffingsaanslag had belanghebbende (ook zonder een deskundige) haar betwisting van die berekening nader kunnen motiveren (zie hierna 4.25 tot en met 4.27), maar elke poging daartoe heeft zij nagelaten.