IT 3157

Niet tijdig overdragen van domeinnamen

Vzr. Rechtbank Overijssel 20 mei 2020, IEF 19238, IT 3157; C/08/2471461 (Persistence tegen Aditum) Eind 2019 is tussen partijen een geschil ontstaan over de uitvoering van een tussen hen gesloten samenwerkingsovereenkomst, die ziet op de ontwikkeling van software teneinde zogenaamde secundary ticketing (doorverkoop tickets tegen woekerprijzen) te voorkomen [IEF 19048]. In dit tweede kort geding vorderde Persistence het staken van de executiemaatregelen in verband met het niet-overdragen van de domeinnamen en CMS codes. De vorderingen zijn afgewezen. Persistence heeft zich niet ten volle ingezet om (tijdig) de domeinnamen aan Aditum over te dragen, waartoe zij was veroordeeld.

5.11. Ten aanzien van de (meer) subsidiair gevorderde opheffing dan wel vermindering van de opgelegde dwangsommen  overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Ingevolge artikel 611d lid I  Rv kan de rechter die een dwangsom  heeft opgelegd, op vordering van de veroordeelde, de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom  verminderen, ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat voor zover de dwangsom verbeurd  was voordat de onmogelijkheid  intrad, de rechter haar niet kan opheffen of verminderen.
Ratio van dit artikel is dat er alleen dan plaats is voor een dwangsom, indien het voor de veroordeelde redelijkerwijs mogelijk  is om aan de veroordeling te voldoen en daarmee de verbeurte van dwangsommen te voorkomen.  Een dwangsom  dient een prikkel tot nakoming te zijn en geen straf voor niet-nakoming  in de situatie waarin het voor de veroordeelde niet mogelijk was om te voldoen aan hetgeen  waartoe hij was veroordeeld. Van onmogelijkheid om aan de veroordeling te voldoen, is
sprake indien zich een situatie voordoet  waarin de dwangsom als dwangmiddel zijn zin verliest (Benelux Gerechtshof 25 mei 1999, NJ 2000, 14). Van onmogelijkheid is ook sprake indien het onredelijk zou zijn meer inspanning en zorgvuldigheid te vergen dan de veroordeelde  heeft betracht (Hoge  Raad  13 juni 2003, NJ 2003, 521 ).

5.12. Anders dan  Persistence betoogt, is de voorzieningenrechter voorshands  van oordeel dat uit rechtsoverweging 5.4 volgt dat niet gezegd  kan worden dat Persistence zich ten volle heeft ingezet om (tijdig) de domeinnamen aan Aditum over te dragen, waartoe zij bij vonnis van 21 februari  2020 is veroordeeld. Van een onmogelijkheid in de hiervoor bedoelde zin is onvoldoende gebleken. Dit betekent dat ook het subsidiair gevorderde niet toewijsbaar  is.