IT 3655

Ontbinding na niet nakoming implementatie software

SGOA

SGOA 2021, vonnis 43, IT 3655; (Afnemer tegen leverancier) Afnemer drijft haar onderneming in de vorm van een groothandel in de sector 'automotive'. Leverancier levert softwareoplossingen, waaronder het ERP product 'softwarepakket X'. Derde betrokkene is Bedrijf F. Zowel Afnemer als Bedrijf F aanvaarden een offerte en sluiten een overeenkomst met Leverancier, met als doel het invoeren van de nieuwe software, het onderdeel 'Projectsamenstelling'. Oorspronkelijk zou Leverancier de software tegelijk bij beide bedrijven invoeren, maar dit bleek complexer dan partijen hadden voorzien. Bedrijf F nam in 2018 als eerst de software in gebruik. Aan Afnemer levert Leverancier echter niet, ook niet na sommatie. Afnemer vordert dat Leverancier wordt veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde aankoopsom voor het onderdeel Projectsamenstelling. Leverancier stelt in haar verweer dat de projecten bij Bedrijf F en Afnemer onterecht vermengd worden. De schuld van het uitstel van de livegang van de nieuwe software ligt volgens Leverancier bij Afnemer. Het scheidsgerecht oordeelt dat Leverancier tekort is geschoten in het nakomen van het onderdeel Projectsamenstelling van de overeenkomst. Dit wordt dan ook ontbonden. 

Ten aanzien van het onderdeel Projectsamenstelling voldoet de Sommatie aan het bepaalde in artikel 6:80 lid 1 sub c en is de reactie van [LEVERANCIER] op die Sommatie, zoals vastgelegd in de brief van haar raadsman d.d. 5 juni 2019 ontoereikend. Hierdoor kon bij [AFNEMER] goede grond blijven bestaan te vrezen dat [LEVERANCIER] ten aanzien van deze diensten niet zou (kunnen) nakomen en is [LEVERANCIER] reeds op dat moment ten aanzien van (de wezenlijke verplichtingen voortvloeiende uit) deze onderdelen van de Overeenkomst tekortgeschoten. De door [AFNEMER] gevorderde terugbetaling van € 61.200 exclusief BTW is gestoeld op de ontbinding die automatisch zou intreden 14 dagen na de Ingebrekestelling, dus op 5 juni 2019, als niet aan de in de Ingebrekestelling gestelde eisen zou worden voldaan. Het scheidsgerecht acht het aannemelijk dat in die gevorderde terugbetaling besloten ligt een vordering tot het treffende van een minder verstrekkende voorziening, te weten het toewijzen van de terugbetalingsvordering voor een lager bedrag dan € 61.200 exclusief BTW. Mede in het licht daarvan acht het scheidsgerecht het mogelijk de aan die terugbetalingsvordering ten grondslag liggende ontbinding gedeeltelijk effect te doen sorteren. Aangezien [LEVERANCIER] tekort is geschoten ten aanzien van het onderdeel “Projectsamenstelling”, sorteert de ontbinding effect voor dat onderdeel. Deze ontbinding heeft tot gevolg dat partijen met ingang van 5 juni 2019 bevrijd zijn van hun verbintenissen ten aanzien van het onderdeel Projectsamenstelling.