IT 3658

Sms- en WhatsApp-berichten zijn documenten

Rechtbank Midden-Nederland 15 december 2020, IT 3658; ECLI:NL:RBMNE:2020:5875 (Eiseres tegen minister van VWS) Bestuursrecht. Deze uitspraak gaat over een Wob-verzoek dat eiseres op 9 maart 2016 bij verweerder heeft ingediend, betreffende de openbaarmaking van alle documenten die gaan over acties die zijn ondernomen tegen een derde partij naar aanleiding van financiële moeilijkheden. Eiseres stelt dat verweerder verplicht was om de aanwezige SMS- en WhatsApp-berichten die onder de reikwijdte van het Wob-verzoek vielen, veilig te stellen. De ABRvS oordeelt hier anders over. Het beroep dat eiseres vervolgens instelde, acht de rechtbank gegrond. Verweerder heeft er na de uitspraak van de rechtbank over het eerste deelbesluit onvoldoende voor gezorgd dat de sms- en WhatsApp-berichten die onder het Wob-verzoek vielen, niet vernietigd zouden worden. Daarmee is er niet voldaan aan de bewaarplicht die op verweerder rust. 

22. Het beroep van eiseres is gegrond, omdat verweerder er na de uitspraak van de rechtbank over het eerste deelbesluit onvoldoende voor heeft zorggedragen dat de sms- en WhatsApp-berichten die onder het Wob-verzoek vielen, niet vernietigd zouden worden. Hij heeft daarmee niet voldaan aan zijn bewaarplicht. Dit heeft tot gevolg dat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de rechtsgevolgen van dat besluit in stand kunnen blijven. Daarbij ligt de vraag voor of aannemelijk is dat verweerder nu niet meer over de sms- en WhatsApp-berichten beschikt uit de periode waarop het Wob-verzoek ziet. De rechtbank vindt aannemelijk dat verweerder de berichten inderdaad niet meer heeft en zij verwijst naar de redenering van de ABRvS in de uitspraak over het eerste deelbesluit. Verweerder heeft dus weliswaar onzorgvuldig gehandeld ten aanzien van haar bewaarplicht, maar voor het overige treffen de beroepsgronden van eiseres geen doel. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb, maar de rechtsgevolgen van dat besluit kunnen geheel in stand blijven.