IT 2800

Verwijdering BKR-registratie afgewezen vanwege openstaande schuld

Rechtbank Amsterdam 2 mei 2019, IT 2800; ECLI:NL:RBAMS:2019:3355 (X tegen ING) Eiser heeft sinds 2003 voor zijn eenmanszaak bij ING een zakelijke rekening met een kredietfaciliteit. Eind 2012 vond een overschrijding van de kredietlimiet plaats. ING heeft met eiser afspraken gemaakt, waaronder een aflosregeling. In 2014 heeft ING de kredietfaciliteit opgezegd en eiser gesommeerd het debetsaldo van ruim € 170.000,00 aan ING te voldoen. Als gronden noemde ING het niet nakomen van de aflosregeling en het feit dat er niet of nauwelijks omzet plaatsvond over de rekening, waardoor bij ING vrees bestond voor discontinuïteit van de onderneming en twijfel over de algehele terugbetaling van het krediet. De verwijdering van de BKR-wordt registratie afgewezen vanwege de openstaande schuld van € 72.000. De rechtbank is ontvankelijk ondanks de overschrijding van de 6-wekentermijn, artt 35 lid 2 UAVG en 12 lid 3 AVG.

2.3.
Toen niet werd betaald heeft Vesting Finance namens ING op 16 juli 2014 [eiser bij dagvaarding] gesommeerd binnen tien dagen te betalen, bij gebreke waarvan het totaalbedrag direct zou worden opgeëist en de achterstand zou worden gemeld bij het BKR. Aan deze sommatie heeft [eiser bij dagvaarding] niet voldaan.
[eiser bij dagvaarding] heeft gesteld dat hij als gevolg van de BKR-registratie geen externe financiering kan krijgen voor noodzakelijke investeringen in zijn bedrijf. Het spoedeisend belang bij zijn vorderingen is daarmee gegeven.

4.13.
Afweging van de belangen leidt niet tot toewijzing van de vordering, alleen al omdat een groot bedrag, ruim € 72.000,00, nog niet is afgelost. Pas als de schuld is afgelost kan een einddatum worden geregistreerd, waarna normaal gesproken na vijf jaar de registratie vervalt. De afbetaling kan nog ongeveer drie jaar duren als [eiser bij dagvaarding] de betalingsregeling nakomt. De uitstaande schuld maakt dat [eiser bij dagvaarding] te vroeg is met zijn verzoek.

4.14.
De door [eiser bij dagvaarding] aangedragen argumenten maken dat niet anders. Van een stabiele financiële situatie is nog geen sprake. Hij is niet steeds de betalingsregeling stipt nagekomen; in 2015 heeft hij door een zakelijke tegenvaller enige tijd een achterstand gehad. Dat kan bij een volgende tegenvaller of de extra schuld die hij wil aangaan weer gebeuren. In dit verband is ook van belang dat voldoende aannemelijk is geworden dat [eiser bij dagvaarding] nog andere schulden heeft, in ieder geval een schuld van rond € 85.000,00 aan de Belastingdienst wegens naheffingsaanslagen BTW en IB over 2014 en 2015. De BKR-registratie dient er ook toe om een financiële instelling in staat te stellen het kredietverleden van [eiser bij dagvaarding] mee te wegen bij de beoordeling van de krediet- en betalingsrisico’s naar aanleiding van een aanvraag van een financiering. Het zou strijdig zijn met het doel van de registratie om de informatie over het kredietverleden aan mogelijke kredietverstrekkers te onthouden. Het belang om een zakelijke financiering aan te gaan om het kantoorpand te verbouwen of voor bedrijfsuitbreiding in het algemeen, weegt daar niet tegenop. Daarbij komt dat weliswaar aan [eiser bij dagvaarding] één lening is geweigerd vanwege de registratie, maar niet is aangetoond dat er geen alternatieven zijn en/of dat hij zijn bedrijf nu niet meer kan uitoefenen.

4.15.
De slotsom is dat hier de belangen van een maatschappelijk verantwoorde financiële dienstverlening en de bescherming van de kredietregistratie zwaarder wegen dan het belang van [eiser bij dagvaarding] bij verwijdering van de coderingen in het CKI. De gevraagde voorzieningen zijn daarom niet toewijsbaar. Omdat [eiser bij dagvaarding] in het ongelijk wordt gesteld, zal hij in de proceskosten en de nakosten worden veroordeeld zoals verzocht door ING.