IT 2770

VOC-mentaliteit en de strijd om digitaal intellectueel eigendom

Nederland wordt aangevallen, zo klinkt het. De Chinezen hebben ons nationale paradepaardje ASML bestolen. Kan Nederland haar ‘VOC-mentaliteit’ tonen en terugslaan in de strijd om digitaal intellectueel eigendom?

Tweede Kamerleden van de coalitie vatten de koe onlangs in ieder geval bij de hoorns. Ze vonden dat we beter geen zaken meer zouden moeten doen met het Chinese technologieconcern Huawei in het kader van de te implementeren 5G technologie. Praktisch vrijwel onmogelijk (technologie van het concern zit bijvoorbeeld al in de Amsterdamse Internet Exchange) en economisch problematisch: 5G komt pas later en wordt veel duurder als er geen componenten van Chinese makelij meer in mogen zitten.

Ondertussen toonde ASML zich meer koopman dan dominee. Het bedrijf bagatelliseerde de diefstal van bedrijfsgeheimen door te zeggen dat het alleen een aantal eigen medewerkers met Chinese achtergrond betrof. Daarmee ontstond de suggestie dat de desbetreffende medewerkers verder geen band zouden hebben met de Chinese staat.

Het ASML voorval legt de complexiteit bloot van de informatie-oorlog die zich steeds verder verhevigt. Dat de handschoen inmiddels opgenomen is door de Chinezen en Russen, maar ook door de Amerikanen, zoveel is wel duidelijk.

De informatieoorlog richt zich op wie de grootste, beste en meest succesvolle natie kan zijn in het ontwikkelen van software en hardware. En dat op zoveel mogelijk deelgebieden, zoals het maken van computerchips, digitale platforms en componenten voor de ruggengraat van het internet. Zo wil China in 2025 bijvoorbeeld marktleider zijn op het gebied van kunstmatige intelligentie. De economische wetten van het internet schrijven voor dat in bijna elke arena de winnaar van de strijd alles naar zich toe kan trekken. Daarom zijn steeds meer naties zich ervan bewust dat alle middelen geoorloofd zijn. Vergelijk het met het beklimmen van een glibberige glijbaan. Moeilijk, maar degene die als eerste boven is, kan anderen gewoon met de voeten naar beneden duwen.

ASML maakt zelf ook gebruik van haar positie boven aan de glijbaan. Volgens topman Wennink stopt ASML simpelweg met leveren aan China zodra het land inbreuk maakt op het eigendom van ASML. China zou dan een groot probleem hebben, aangezien ASML als enige de technologie heeft om China te helpen een wereldspeler te worden in de chipproductie. Het is nog maar de vraag of dit bombastische dreigement werkt bij de op een na grootste economie van de wereld. De omzet van ASML is ruim 1000 keer lager dan het GDP van China.

Maar dit tactische kat- en muisspel geeft vooral de kwetsbare positie bloot van bedrijven die geen monopoliepositie bezitten maar waar wel geheimen te stelen vallen. Deze bedrijven hebben niet de marktmacht om te dreigen met het stoppen van zakendoen en hebben een uitermate zwakke onderhandelingspositie. Natuurlijk: bedrijven kunnen investeren in cyber security om diefstal te voorkomen. Helaas is de aanval makkelijker dan de verdediging in de digitale wereld. Er zullen dus hoe dan ook goed beveiligde bedrijven slachtoffer worden van de digitale diefstal van bedrijfsgeheimen.

Een gecombineerde kracht op nationaal of zelfs Europees niveau lijkt noodzakelijk voor de diefstal van cruciale informatie. Daarvoor is het belangrijk dat bedrijven die diefstal van data durven te melden aan de overheid. De overheid moet die informatie vervolgens bundelen en er dan ook daadwerkelijk wat mee doen. Bijvoorbeeld terughacken, de ambassadeur op het matje roepen of de dieven in kwestie tot persona non grata verklaren. Alleen dan kan Nederland zich staande houden in de steeds competitievere en gehaaidere digitale wereld.