IT 2310

Nieuw ICT Modelcontract: Offerte en aanbesteding, offerte-aanvragen

Auteur: Hans van der Perk
Trefwoorden: Offerte, aanbesteding, Request For Proposal, RFP, offerte-aanvragen
Samenvatting:
Een offerte-aanvraag, vaak request for proposal (RFP) komt even­als een offerte, niet zonder grote inspanningen tot stand. Het is de weergave van een (ICT) behoefte van de organisatie en vormt, even los van een mogelijk request for information (RFI), de start van een inkoopproces. Het einde van dat proces is in een meer professionele organisatie niet het getekende con­tract. Een relatie loopt immers pas af als sprake is van het uitfaseren van het ingekochte product of dienst. Dat betekent dat er in de RFI- en RFP-fase al aandacht zou moeten zijn voor de gehele life cycle over alle aspecten zoals technisch, financieel en contractueel beheer.

IT 2309

Opiniestukken Solo di Pueblo maken geen privacy-inbreuk

Overige instanties 14 jun 2017, IT 2309; ECLI:NL:OGEAA:2017:457 (Rectificatie Solo di Pueblo), http://www.itenrecht.nl/artikelen/opiniestukken-solo-di-pueblo-maken-geen-privacy-inbreuk

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 14 juni 2017,IEF 16900; IT 2309; ECLI:NL:OGEAA:2017:457 (Rectificatie Solo di Pueblo) Mediarecht. Civiel recht. Insure-to-Study was betrokken bij een openbare aanbesteding die zag op verzekeringen voor Arubaanse studenten. De Ruijter schreef herhaaldelijk opiniërende stukken over belangenverstrengeling in nieuwsblad Solo di Pueblo. In kort geding werd rectificatie afgewezen en dit wordt later bevestigd: er is geen sprake van onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.

IT 2308

Meerkosten subsidie melkrobots op juiste wijze berekend

Overige instanties 19 dec 2016, IT 2308; ECLI:NL:CBB:2016:434 (Melkrobot), http://www.itenrecht.nl/artikelen/meerkosten-subsidie-melkrobots-op-juiste-wijze-berekend

CvB 19 december 2016, IT 2308; ECLI:NL:CBB:2016:434 (Melkrobot) Subsidiabele kosten. Melkrobot. KWIN-norm. Melkstalsysteem. Ongegrond. Appellante heeft subsidie aangevraagd voor de bouw van ligboxenstal voor 139 melkkoeien en verkregen, maar heeft vervolgens een wijzigingsverzoek ingediend. De subsidieverlening was ingediend met twee melkrobots van Lely, deze was goedgekeurd, er is nadien echter gekozen voor de melkrobot van Driehoeven omdat deze plaats biedt voor 150 melkkoeien. Het geschil gaat over de vraag of verweerder de subsidiabele meerkosten van de investering op juiste wijze heeft berekend en of verweerder bij de berekening van de normkosten mocht uitgaan van de KWIN-norm voor een 28 stands draaimelkstal. Het betoog van appellante, dat haar melkrobot valt binnen de tweede categorie slaagt niet, nu het melkstalsysteem dat bij deze categorie hoort een capaciteit heeft van 120 koeien en dus niet toereikend is voor het aantal te melken koeien dat is begroot op 135 tot 140. Dat betekent dat verweerder terecht aansluiting heeft gezocht bij de daaropvolgende derde categorie ‘28 stands draaimelkstal’ met de daarbij behorende KWIN-norm.

IT 2307

ACM heeft terecht last onder dwangsom opgelegd wegens niet-naleving informatievordering

Rechtbank 22 mei 2017, IT 2307; ECLI:NL:RBROT:2017:3849 (Wise Men Media BV. tegen ACM), http://www.itenrecht.nl/artikelen/acm-heeft-terecht-last-onder-dwangsom-opgelegd-wegens-niet-naleving-informatievordering

Rechtbank Rotterdam 22 mei 2017, IT 2307, RB 2900; ECLI:NL:RBROT:2017:3849 (Wise Men Media BV. tegen ACM) Bestuursrecht. De ACM had informatie opgevraagd bij Wise Men Media in het kader van de verkooppraktijk van het bedrijf. Er werden ‘gratis’ producten met betaalde vervolgzendingen aangeboden. Wise Men Media gaf geen gehoor aan de vordering, waarna de ACM vervolgens een last onder dwangsom oplegde wegens niet-nalaving van de informatievordering [besluit]. Eiseres betoogt zonder succes dat ACM ten onrechte een last onder dwangsom heeft opgelegd. Beroep wordt afgewezen.

IT 2306

Bewijsopdracht is geen bindende eindbeslissing, tenzij...

Rechtbank 7 jun 2017, IT 2306; ECLI:NL:RBROT:2017:4720 (bewijsopdracht is geen eindbeslissing), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bewijsopdracht-is-geen-bindende-eindbeslissing-tenzij
hamer CC0

Rechtbank Rotterdam 7 juni 2017, IEF 16884; IT 2306; ECLI:NL:RBROT:2017:4720 (bewijsopdracht is geen eindbeslissing) Procesrecht. Bewijs. Een bewijsopdracht is als zodanig geen bindende eindbeslissing, tenzij bij de opdracht uitdrukkelijk en zonder voorbehoud is overwogen hoe over de zaak zal worden beslist ingeval het opgedragen bewijs wel respectievelijk niet geleverd wordt. De rechtbank is in een eerder tussenvonnis teruggekomen op een dergelijke bindende eindbeslissing door te overwegen dat een deel van de bewijsopdrachten ruimer moest worden opgevat. De rechtbank heeft ten onrechte verzuimd partijen voorafgaand aan dat tussenvonnis in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het voornemen om de bewijsopdrachten ruimer op te vatten. Dit verzuim is hersteld door de nadere brieven van partijen.

 

IT 2305

Prej. vragen over bedrijfsgeheimen van een geprivatiseerde bank en toegang tot overheidsinformatie

Hof van Jusitie EU 11 apr 2017, IT 2305; (Nova KBM tegen Slovenië), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prej-vragen-over-bedrijfsgeheimen-van-een-geprivatiseerde-bank-en-toegang-tot-overheidsinformatie
nbkm

Prej. vragen aan HvJ EU 11 april 2017, IEF 16877; IEFbe 2213; IT 2305; C-215/17 (Nova KBM tegen Slovenië) Openbaarheid. Overheidsinformatie. Auteursrecht. Hergebruik. Verzoekster (bank) heeft verzocht om herziening van een uitspraak op een verzoek van een journaliste tot openbaarmaking van een lijst van de consultancyfirma’s, advocatenkantoren en vennootschappen die intellectuele prestaties leveren waarmee verzoekster in de periode van 01-10-2012 tot en met 17-04-2014 overeenkomsten heeft gesloten. De lijst zou ook inhoudelijke gegevens van de overeenkomsten moeten bevatten. Volgens de SLV wetgeving zijn deze gegevens absoluut openbaar waarbij aangetekend dat het belang van het publiek bij openbaarmaking niet zwaarder weegt dan het belang van de tot openbaarmaking verplichte persoon om de toegang tot de gevraagde informatie te beperken. Dit geldt met name voor (rechts)personen die onder de overheersende invloed staan dan wel de laatste vijf jaar hebben gestaan van publiekrechtelijke lichamen, zoals in casu verzoekster, waarin SLV een meerderheidsaandeel had en die door SLV in beduidende mate is geherkapitaliseerd. Met name dit laatste vergroot het openbaar belang van controle. Sinds 21-04-2016 is verzoekster een privaatrechtelijke vennootschap op aandelen. Zij staat niet meer onder de overheersende invloed van de Staat maar is nog wel verplicht vijf jaar lang gegevens te verstrekken op grond van de Wet op de toegang tot overheidsinformatie.

IT 2303

VMC Studiemiddag: Trump: Informatievoorziening en gegevensbescherming in 140 tekens

Vrijdagmiddag 23 juni: Advocatenkantoor NautaDutilh, Beethovenstraat 400 Amsterdam. 14.30-17.00 uur (inloop 14.00 uur)

Het behoeft geen betoog dat het aantreden van Donald Trump als nieuwe president van de Verenigde Staten tot de nodige commotie heeft geleid. Zijn werkwijze en gedachtengoed roepen veel vragen op, zeker waar het gaat om fundamentele rechten zoals de vrijheid van meningsuiting en privacy. De VMC-studiemiddag wil twee invalshoeken belichten: de rol die de media spelen (kritiek op bestaande instituties, introductie van twitter als middel voor overheidscommunicatie en het fenomeen van ‘nepnieuws’) en de impact op de uitwisseling van gegevens tussen de VS en Europa. Wat is bijvoorbeeld de houdbaarheid van het nieuwe privacy shield? 

Twee sprekers zullen tijdens de studiemiddag een introductie verzorgen over deze vragen:

- Dr. Tarlach McGonagle, senior onderzoeker Instituut voor Informatierecht (IViR) en adviseur Raad van Europa.
- Mr. Quirine Tjeenk Willink, partner bij advocatenkantoor Bird & Bird

De inleidingen worden gevolgd door een paneldiscussie. Naast de sprekers, nemen hieraan deel: Evelien Wijkstra (beleidsadviseur Free Press Unlimited) en Ton Siedsma (Bits of Freedom).

VMC-bestuurslid Nico van Eijk zal de middag voorzitten en de discussie leiden.

De studiemiddag begint om 14.30 uur (inloop vanaf 14.00 uur) en wordt om 17.15 uur afgesloten met een borrel. Omdat de vaste VMC locatie - het Trippenhuis - gerenoveerd wordt, zal de bijeenkomst plaats vinden bij advocatenkantoor NautaDutilh, Beethovenstraat 400, 1082 PR Amsterdam. Bereikbaar via tramlijn 5 en metrolijnen 50/51. Er is in beperkte mate parkeergelegenheid beschikbaar (kenbaar maken bij aanmelding).

Aanmelding kan plaatsvinden door een email te sturen naar: studiemiddag@mediaforum.nl

Toegang is voor leden gratis. Niet-leden betalen € 20,=.

Indien u advocaat bent krijgt u ter plekke een deelname-certificaat om de gevolgde Studiemiddag voor twee opleidingspunten te kunnen opgeven bij de NOvA.

IT 2301

HvJ EU: Indexeringssite met zoekmotor The Pirate Bay doet mededeling aan het publiek

Hof van Jusitie EU 14 jun 2017, IT 2301; ECLI:EU:C:2017:456 (Stichting Brein tegen Ziggo-XS4ALL), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-indexeringssite-met-zoekmotor-the-pirate-bay-doet-mededeling-aan-het-publiek

HvJ EU 14 juni 2016, IEF 16859; IEFbe 2198; IT 2301, zaak C‑610/15; ECLI:EU:C:2017:456 (Stichting Brein tegen Ziggo BV, XS4ALL Internet BV) Zie eerder IEF 16572, IEF 15422; IEF 14976 en IEF 13467. Auteursrecht. Peer-to-peer. Indexeringssite met behulp waarvan beschermde werken zonder toestemming van rechthebbenden kunnen worden gedeeld – Artikel 8, lid 3 – Gebruik door een derde van diensten van een tussenpersoon om inbreuk te maken op het auteursrecht – Verzoek om een verbod. Uit het persbericht: De beschikbaarstelling en het beheer van een online platform voor het delen van beschermde werken als „The Pirate Bay” kunnen een inbreuk op het auteursrecht vormen De betrokken werken worden weliswaar geüpload door de gebruikers van dat platform, maar toch spelen de beheerders een onontkoombare rol bij de beschikbaarstelling van deze werken. HvJ EU:

Het begrip „mededeling aan het publiek”, in de zin van artikel 3, lid 1, van [InfoSocRl] moet aldus worden uitgelegd dat, in omstandigheden als die van het hoofdgeding, het beschikbaar stellen en het beheer, op internet, van een platform voor de uitwisseling van bestanden dat, door de indexering van meta-informatie inzake beschermde werken en de verstrekking van een zoekmotor, de gebruikers van dit platform in staat stelt deze werken te vinden en deze in het kader van een peer-to-peernetwerk te delen, hieronder valt.

IT 2302

Tele2 Nederland mag overeenkomst met klant buitengerechtelijk ontbinden i.v.m. wanprestatie

Rechtbank 3 mei 2017, IT 2302; ECLI:NL:RBLIM:2017:4017 (Tele2 Nederland tegen X), http://www.itenrecht.nl/artikelen/tele2-nederland-mag-overeenkomst-met-klant-buitengerechtelijk-ontbinden-i-v-m-wanprestatie

Ktr. Rechtbank Limburg 3 mei 2017, IT 2302; ECLI:NL:RBLIM:2017:4017 (Tele2 Nederland tegen X) Verbintenissenrecht. Internetprovider Tele2 Nederland ontbindt de overeenkomst buitengerechtelijk in verband met wanprestatie en vordert betaling van achterstallige termijnen. Gedaagde stelt de overeenkomst te hebben opgezegd, maar toont dit niet aan. Aan dit verweer wordt daarom voorbij gegaan. Het beroep op de Wet van Dam brengt gedaagde evenmin soelaas omdat deze wet op het moment van verlenging nog niet in werking was getreden en als dit al wel zo was, een opzegtermijn van één maand geldt en gedaagde niet heeft aangetoond te hebben opgezegd. De vordering van eiseres wordt integraal toegewezen.

IT 2300

Zoom.in moet CMS weer toegankelijk maken voor managen van YouTubekanalen

Rechtbank 1 jun 2017, IT 2300; (Music Nations Network tegen Zoom.in), http://www.itenrecht.nl/artikelen/zoom-in-moet-cms-weer-toegankelijk-maken-voor-managen-van-youtubekanalen
zoomintv

Vzr. Rechtbank Amsterdam 1 juni 2017, IEF 16857; IT 2300 (Music Nations Network tegen Zoom.in) Contractenrecht. Auteursrecht. Zoom.in verleent diensten aan videomakers die hun eigen filmpjes uploaden bij YouTube. MN richt zich op exploitatie van YouTubekanalen gerelateerd aan muziek en biedt muzikanten de mogelijkheid om filmpjes via YouTube te verspreiden in ruil voor reclame-inkomsten. Partijen werken samen, maar er zijn bij aankondiging van nieuwe policy van Zoom.in geschillen ontstaan of MN als sub-network of als affiliate moet worden aangemerkt. MN vordert toegang tot het CMS om de bij MN aangesloten creators te managen en haar inkomsten te beheren. Dat YouTube hanteert een stringenter beleid ten aanzien van sub-networks, maar de stelling dat MN als affiliate moet worden aangemerkt moet zeker niet als bij voorbaat kansloos worden bestempeld. Van gerechtvaardigde opschorting en tijdelijke noodmaatregel is geen sprake. Het is voldoende aannemelijk dat de rechter in een eventuele bodemprocedure zal oordelen dat Zoom.in geen goede gronden heeft om de Overeenkomst niet langer na te komen. In reconventie heeft Zoomin onvoldoende specifiek kenbaar gemaakt waarin MN tekortschiet op het punt van garanties ter voorkoming van auteursrechtinbreuken. MN moet binnen 24 uur onvoorwaardelijk de toegang tot het gehele CMS krijgen, met dezelfde mogelijkheden om kanalen te managen met het recht op eigen inkomsten te beheren.

 

IT 2299

Betaling licentie software reëel, maar de zakelijkheid van de hoogte niet overtuigend bewezen

24 nov 2016, IT 2299; ECLI:NL:GHSHE:2016:5276 (aftrek softwarelicenties), http://www.itenrecht.nl/artikelen/betaling-licentie-software-re-el-maar-de-zakelijkheid-van-de-hoogte-niet-overtuigend-bewezen

Hof 's-Hertogenbosch 24 november 2016, IT 2299; ECLI:NL:GHSHE:2016:5276 (aftrek softwarelicenties) Belasting. Geschil over aftrek licentiebedragen wegens beweerdelijk gebruik softwareprogramma. Licenties betaald aan in het buitenland gevestigde stichting. Nieuw feit. Omkering bewijslast. Hof acht overtuigend bewezen dat verplichting tot betaling licenties reëel is, maar acht de zakelijkheid van de hoogte van de licentiebedragen niet overtuigend bewezen. Omdat de verplichting tot licentiebetaling reëel is, acht het Hof het integraal schrappen van de aftrek van licentiebetalingen door de inspecteur onredelijk. Het Hof stelt een redelijke schatting van de aftrek vast. Voorts oordeelt het Hof dat de inspecteur met toepassing van de foutenleer de in het verleden ten onrechte afgetrokken licentiebedragen mag corrigeren.

IT 2298

EACA position on the EU ePrivacy proposal

EACA position on the EU e-Privacy proposal. EACA welcomes the proposal for the ePrivacy Regulation (the Proposal) of the European Commission. EACA a nd its member agencies and national associations are keen to engage with legislators so that th e final text meets the needs of European society: appropriate prot ection of consumers’ private lives and the ability of European data - driven companies to compete on an equal footing within Europe and beyond. This document first presents the main points of concern for European advertisi ng agencies about the P roposal, before going into a more detailed article - by - article analysis and proposing solutions.

IT 2297

Eweka handelt in strijd met maatschappelijke zorgvuldigheidsplicht door identificerende gegevens niet te verschaffen

Rechtbank 7 jun 2017, IT 2297; ECLI:NL:RBNHO:2017:4435 (Stichting BREIN tegen Eweka Internet Services), http://www.itenrecht.nl/artikelen/eweka-handelt-in-strijd-met-maatschappelijke-zorgvuldigheidsplicht-door-identificerende-gegevens-nie

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 7 juni 2017, IEF 16847; IT 2297; ECLI:NL:RBNHO:2017:4435 (Stichting BREIN tegen Eweka Internet Services) Zie eerder IEF 16054. Usenet is een online platform voor het uitwisselen van digitaal materiaal, zoals teksten, foto's, films, e-books en muziekbestanden. Eweka is een commerciële Usenetprovider. Een voormalige klant van Eweka heeft ongeautoriseerde werken op het Usenet geüpload, die zijn via Eweka geüpload. BREIN vordert Eweka te gebieden de identificerende gegevens te verschaffen van haar voormalige klant. BREIN baseert haar vordering tot het verstrekken van gegevens primair op een maatschappelijke zorgvuldigheidsplicht en niet op de Auteurswet c.q. de Handhavingsrichtlijn. Eweka is verplicht de verzochte identificerende gegevens aan BREIN te verstrekken.

IT 2296

Geen auteursrechtelijke bescherming op website

Rechtbank 6 jun 2017, IT 2296; ECLI:NL:RBOVE:2017:2308 (Tuinmeubelshop), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-op-website

Vzr. Rechtbank Overijssel 6 juni 2017, IEF 16845; IT 2296; ECLI:NL:RBOVE:2017:2308 (Tuinmeubelshop) Kort geding. Eiseres houdt zich bezig met de detailhandel in tuinmeubelen, campingsport en vrijetijdskleding en de in- en export van tuinmeubelen. Gedaagde houdt zich bezig met de detailhandel via postorder en internet in huis- en tuinartikelen. Eiseres stelt dat zij auteursrechtelijke bescherming heeft op haar website en dat gedaagde inbreuk maakt hierop. Eiseres heeft gedaagde verzocht iedere inbreuk op haar auteursrechten te staken. De voorzieningenrechter stelt dat er geen sprake is van auteursrecht op de website van eiseres en daarmee geen inbreuk op het auteursrecht met het gebruik van de website in de vorm zoals gedaagde die thans gebruikt op www.tuinmeubelshop.nl.

IT 2295

Geen verzuim Flexper want fatale termijn op grond van artikel 6:83 BW of r&b is niet ingetreden

Hof 23 mei 2017, IT 2295; ECLI:NL:GHARL:2017:4391 (X tegen Flexper), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-verzuim-flexper-want-fatale-termijn-op-grond-van-artikel-6-83-bw-of-r-b-is-niet-ingetreden

Hof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2017, IT 2295; ECLI:NL:GHARL:2017:4391 (X tegen Flexper) Geen fatale termijn overeengekomen. Partijen een overeenkomst voor internet en vormgeving prestaties gesloten. Flexper heeft zich verplicht tot het ontwikkelen, onderhouden en hosten van een mobiele website/shop, het leveren van een tablet PC en het maken van een fotografische rapportage. Appellante verplicht zich tot een maandelijkse betaling. Centraal staat de vraag op Flexper in haar verplichtingen is tekortgeschoten. Artikel 6:83 BW is niet limitatief bedoeld, redelijkheid en billijkheid brengen in de gegeven omstandigheden niet mee dat verzuim ook zonder ingebrekestelling is ingetreden. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

IT 2294

Geen direct opeisbare boete voor ontbinding overeenkomst 'vermarkten van software' met wederzijdse instemming

Hof 20 dec 2016, IT 2294; ECLI:NL:GHAMS:2016:5495 (KAV tegen Verhuurt het en 24Rental), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-direct-opeisbare-boete-voor-ontbinding-overeenkomst-vermarkten-van-software-met-wederzijdse-ins

Hof Amsterdam 20 december 2016, IT 2294; ECLI:NL:GHAMS:2016:5495 (KAV tegen Verhuurt het en 24Rental) KAV en VH hebben op 1 mei 2012 een "samenwerkingsovereenkomst 24Rental" gesloten voor het gezamenlijk (laten) ontwikkelen van software (hierna: de samenwerkingsovereenkomst).  Ontbindingsverklaring met wederzijdse instemming ingetrokken. De eerste rechter oordeelde dat de appellante dit niet aldus mocht begrijpen dat de geïntimeerden daarmee aanvaardden dat zij een boete verbeurden voor 'vermarkten' van software. Bekrachtiging van het vonnis.

 

3.4. (...) Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank het, naar het oordeel van het hof terecht, zeer onaannemelijk geacht dat VH c.s. met hun voorstel om de ontbinding in te trekken accepteerden dat zij voor het verleden een boete van € 5.000 per dag verbeurd zouden zijn en ook voor de toekomst die boete nog zouden verbeuren voor het ontijdig vermarkten van de software.

IT 2293

KPN mag opschorten met beroep op artikel 6:80 lid 1 sub c BW

Rechtbank 26 apr 2017, IT 2293; ECLI:NL:RBDHA:2017:4252 (Entropia tegen KPN), http://www.itenrecht.nl/artikelen/kpn-mag-opschorten-met-beroep-op-artikel-6-80-lid-1-sub-c-bw

Rechtbank Den Haag 26 april 2017, IT 2293; ECLI:NL:RBDHA:2017:4252 (Entropia tegen KPN) Zie ook de vonnissen ECLI:NL:RBDHA:2017:4250, ECLI:NL:RBDHA:2017:4253 en ECLI:NL:RBDHA:2017:4254. Citaat uit vonnis ECLI:NL:RBDHA:2017:4252. Entropia houdt zich onder andere bezig met de exploitatie van een TETRA radiocommunicatienetwerk. KPN en GVB hebben een overeenkomst gesloten met Entropia ter zake de levering, installatie en het onderheid van MOBNEXT. Met de opschorting door TetraNed had KPN vanaf dat moment goede gronden om te vrezen dat Entropia haar verplichtingen op grond van de Overeenkomst GVB niet zou kunnen nakomen omdat zij niet meer op de ondersteuning van TetraNed zou kunnen rekenen. De in de brief verwoorde weigering van Entropia maakt dat de gevolgen van haar niet-nakoming op grond van artikel 6:80 lid 1 aanhef en onder c BW reeds waren ingetreden voordat de vorderingen van KPN op grond van de Overeenkomst GVB opeisbaar werden. KPN was gerechtigd om de Overeenkomst GVB op de voet van artikel 6:265 lid 1 BW te ontbinden.

IT 2292

Hardware-AMvB's thuiskopie niet onverbindend

Hof 23 mei 2017, IT 2292; ECLI:NL:GHDHA:2017:1359 (HP, Dell, Imation en FAIR tegen Staat der Nederlanden en Stichting De Thuiskopie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hardware-amvb-s-thuiskopie-niet-onverbindend

Hof Den Haag 23 mei 2017, IEF 16819; IT 2292; ECLI:NL:GHDHA:2017:1359 (HP, Dell, Imation en FAIR tegen Staat der Nederlanden en Stichting De Thuiskopie) Thuiskopie ex 16c lid 1 Auteurswet. Bij AMvB zijn er, overeenkomstig het SONT-advies, nieuwe voorwerpen aangewezen ex 16c Aw en nieuwe thuiskopievergoedingen vastgesteld. De rechtbank verklaart dat de hardware-AMvB's in strijd zijn met het verbod op willekeur [IEF 14552]. Het Hof vernietigt het vonnis voorzover de vorderingen van HP c.s. zijn toegewezen en wijst de vorderingen af. Geen van de door HP aangedragen gronden kunnen haar vorderingen dragen: de 2012/2015-AMvB's kunnen niet strijdig worden geacht met de ARl, artikel 16c Aw, het willekeurverbod en/of het zorgvuldigheidsbeginsel. De AMvB's zijn niet onverbindend en de vaststelling en uitvaardiging daarvan door de Staat is niet onrechtmatig, zodat hij hierom niet schadeplichtig is. Er is niet onverschuldigd betaald. Het hof is tot deze beslissingen gekomen zonder de Copydan-kopieën mee te rekenen.

IT 2291

Prejudiciële vraag: Is een natuurlijke persoon die acht tweedehands-advertenties heeft geplaatst een handelaar?

Hof van Jusitie EU 16 feb 2017, IT 2291; (OLX verkoop Longines horloge), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vraag-is-een-natuurlijke-persoon-die-acht-tweedehands-advertenties-heeft-geplaatst-een

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 16 februari 2017, IEFbe 2187; IT 2291; RB 2870; C-105/17 (OLX verkoop Longines horloge) Consumentenbescherming. Oneerlijke handelspraktijken. Bij de Commissie voor consumentenbescherming (verweerster) is een klacht ingediend over levering van een tweedehands ‘longines’-horloge dat via een website van een aanbieder was gekocht onder de voorwaarden van verkoop op afstand. Het product wordt 20-10-2014 door een koerier afgeleverd met gegevens van de aanbieder (= verzoekster). De klant is niet tevreden met het product omdat het niet de eigenschappen bezit die op de website worden vermeld, waarna hij verzoekster belt om de overeenkomst te ontbinden. Daartoe is verzoekster echter niet bereid. Verweerster start een onderzoek en komt via de koeriersdienst en de exploitant van de website uit bij verzoekster. Zij blijkt acht advertenties op de website te hebben geplaatst voor verschillende producten (iPhones, een BMW, Turkse tegels). In geen van de advertenties worden gegevens van de aanbieder genoemd, noch de prijs, leveringsvoorwaarden, garanties en termijnen voor uitoefening van consumentenrechten. Verweerster besluit daarop 27-02-2015 tot vaststelling van een bestuursrechtelijke overtreding op grond van de BUL consumentenbeschermingswet, waartegen verzoekster 17-03-2015 bezwaar maakt omdat zij meent niet als handelaar in de zin van die wet te kunnen worden aangemerkt. Dit wordt afgewezen en verzoekster krijgt een boete. Zij vecht die aan bij de Rb Varna die vaststelt dat verzoekster niet de hoedanigheid van ‘handelaar’ in de zin van de uitvoeringsbepalingen van de wet heeft, en evenmin in de zin van RL 2005/29. Het boetebesluit wordt 22-03-2016 vernietigd. Verweerster gaat in cassatieberoep bij de verwijzende rechter.

IT 2290

Prejudiciële vragen over verantwoordelijkheid van zoekmachines en de verwerking van persoonsgegevens

Hof van Jusitie EU 24 feb 2017, IT 2290; (X tegen CNIL), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-verantwoordelijkheid-van-zoekmachines-en-de-verwerking-van-persoonsgegevens

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 24 februari 2017, IT 2290; IEFbe 2185; C-136/17 (X tegen CNIL) Bescherming persoonsgegevens. Recht op verwijdering koppelingen. De vier verzoekers hebben alle vier bij Google aangeklopt met verzoeken om verwijdering van ongewenste koppelingen van hun namen aan bijvoorbeeld filmpjes op YouTube of krantenartikelen. Als Google weigert wenden zij zich tot de FRA gegevensbeschermingsAut (CNIL) om Google tot actie te dwingen, maar CNIL sluit de klachten zonder actie te ondernemen af. Verzoekers starten daarop een procedure wegens bevoegdheidsoverschrijding. De verwijzende FRA rechter (Raad van State) stelt vast dat de FRA regelgeving (oorspronkelijke wet van 1978) de omzetting bevat van RL 95/46. Het HvJEU heeft in zijn arrest C-131/12 bepaald in welke gevallen informatie uit zoekmachines als ‘verwerking van persoonsgegevens’ moet worden gekwalificeerd. In de FRA wet is opgenomen dat de wet van toepassing is op verwerking van gegevens waarvan de verantwoordelijke op FRA grondgebied is gevestigd [in welke (rechts)vorm dan ook]. Google heeft een dochter in FRA en valt dus onder de werkingssfeer van de FRA wet. Er is ook een bepaling in de wet opgenomen betreffende het ‘recht op het laten verwijderen van koppelingen’ indien aan de voorwaarden daartoe is voldaan. In dat geval is de exploitant van de zoekmachine verplicht tot verwijdering over te gaan. In de punten 10 – 13 zet de rechter nader uiteen om welke te verwijderen koppelingen het in de vier zaken gaat. Hij citeert nogmaals uit arrest C-131/12 waarin het HvJEU voor recht verklaarde dat exploitanten aan de vereisten van RL 95/46 moeten voldoen opdat de daarin vervatte waarborgen hun volle werking kunnen krijgen en een doelmatige en volledige bescherming van betrokkenen, vooral wat betreft eerbieding privéleven, tot stand kunnen brengen en ziet daarin een uitlegprobleem van de RL. Deze vraag (en vervolgvragen) legt hij voor aan het HvJEU: