IT 2096

Kennisnemingsverzoek is te weinig concreet dat het een ontoelaatbare fishing expedition is

11 dec 2014, IT 2096; ECLI:NL:GHSHE:2014:5221 (appellanten tegen Rabobank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/kennisnemingsverzoek-is-te-weinig-concreet-dat-het-een-ontoelaatbare-fishing-expedition-is

Hof 's-Hertogenbosch 11 december 2014, IT 2096; ECLI:NL:GHSHE:2014:5221 (Appellanten tegen Rabobank)
Persoonsgegevens. Het HvJ EU heeft antwoord gegeven op prejudicieelgestelde vragen [IT 1557], waarbij de aanvrager van een verblijfstitel inzagerecht heeft. Volgens het Hof van Justitie zijn de gegevens over de aanvrager van een verblijfstitel die in de ‘minuut’ zijn weergegeven, en in voorkomend geval die welke in de juridische analyse in die minuut zijn weergegeven, “persoonsgegevens” in de zin van artikel 2, sub a, van de Richtlijn, maar kan die analyse als zodanig niet aldus worden gekwalificeerd.

Het inzagerecht heeft uitsluitend betrekking op de persoonsgegevens die in de betrokken stukken zijn weergegeven. Het kennisnemingsverzoek is zo weinig concreet dat gesproken moet worden van een ontoelaatbare ‘fishing expedition’. Het Hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep; ECLI:NL:RBLIM:2013:5018.

IT 2095

Ontbinding raamovereenkomst ziekenhuis- en apotheeksoftware en EPD

Rechtbank 29 jun 2016, IT 2095; ECLI:NL:RBOBR:2016:3387 (Alert tegen de ziekenhuizen), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ontbinding-raamovereenkomst-ziekenhuis-en-apotheeksoftware-en-epd

Rechtbank Oost-Brabant 29 juni 2016, IT 2095; ECLI:NL:RBOBR:2016:3387 (Alert tegen de ziekenhuizen)
Ontbinding. Opzegging. IT-zaak over software voor een ZIS en EPD voor vier ziekenhuizen en een apotheekorganisatie. Alert PT houdt zich bezig met het ontwikkelen, leveren en onderhouden van software ten behoeve van de gezondheidszorg. Voor ziekenhuizen biedt zij onder de naam “Alert® PFH” een integraal ICT-systeem bestaande uit een ziekenhuisinformatiesysteem (ZIS) en een elektronisch patiëntendossier van de derde generatie (EPD) aan. Alert sloot raamovereenkomsten met JBZ, Bernhoven, Atrium, ZANOB en TSZ. Bij deze Nederlandse klanten zette Alert “on site” teams in, die in de ziekenhuizen aanwezig waren voor de implementatie en ook ondersteuning konden bieden aan de medewerkers van de ziekenhuizen bij de werkzaamheden die door de ziekenhuizen zelf moesten worden verricht, zoals het testen van de software. Individuele beoordeling aan de hand van elke overeenkomst en de omstandigheden van het geval. Zaak wordt op de rol gezet voor nemen van nadere conclusie.

IT 2094

Geen verwijdering persoonsgegevens uit procesdossiers vanwege publieke taak

Rechtbank 25 apr 2016, IT 2094; ECLI:NL:RBGEL:2016:3350 (Verzoekster tegen Gerechtsbestuur Hof 's-Hertogenbosch), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-verwijdering-persoonsgegevens-uit-procesdossiers-vanwege-publieke-taak

Rechtbank Gelderland 25 april 2016, IT 2094; ECLI:NL:RBGEL:2016:3350 (verzoekster tegen Gerechtsbestuur Hof 's-Hertogenbosch)
Verzoekster heeft de Rechtbank Limburg en Hof 's-Hertogebosch alle dossiers rond haar gezin uit het archief te verwijderen. Op basis van de Archiefwet is een wettelijke plicht die niet door Wbp wordt opgegeven. Artikel 8e Wbp spreekt over noodzakelijke gegevensverwerking voor de uitoefening van de publieke taak. Het aanpassingsrecht uit artikel 36 Wbp beoogt niet om persoonsgegevens bestaande uit indrukken, meningen en conclusies te verwijderen. Verzoek wordt geweigerd.

IT 2093

IE Zomer Forum Congres - 'Hyperlinken, tussenpersonen en the value gap' - donderdag 7 juli

Volkshotel, Amsterdam, donderdag 7 juli 2016, 13.00 - 17.30 uur (inschrijven) Met onder meer Christiaan Alberdingk Thijm, Thijs van Aerde, Jens van den Brink, Remy Chavannes, Arnout Groen, Bernt Hugenholtz, Paul Keller, Sikke Kingma, Anja Kroeze, Joris van Manen, Antoon Quaedvlieg, Rita Zipora. De discussie staat onder leiding van en wordt opgestookt door Dirk Visser.

Als de conclusie van de Advocaat-Generaal [IEF 15842] in de Geen Stijl-Britt Dekker-zaak door het HvJ EU wordt gevolgd, is met winstoogmerk opzettelijk hyperlinken naar evident illegale bronnen straks geen auteursrechtinbreuk. Vermoedelijk is het naar Nederlands recht wel onrechtmatig. Maar wanneer precies? Hoe moet het verder met het auteursrecht als verveelvoudigingen overal en altijd plaatsvinden en het openbaarmakingsrecht (ook) te kort schiet? Loopt alles straks via de onrechtmatige daad en de aansprakelijkheid en de wettelijke verplichtingen van allerlei soort tussenpersonen die moeten helpen bij de bestrijding van illegaal aanbod? Hoe ver gaat die verantwoordelijkheid van tussenpersonen dan? Wie zijn allemaal tussenpersoon? En wat moet een tussenpersoon precies doen?

De lachende derden zijn momenteel platforms als YouTube en Facebook die veel geld verdienen, maar nauwelijks verantwoordelijkheid dragen voor inbreuken. Is er sprake van een lacune waardoor de waarde van het gebruik van beschermd werk weglekt en artiesten en auteurs te weinig verdienen?

Discussieer mee met de belanghebbenden, de deskundigen en alle anderen die er een mening over hebben.

Inschrijven

IT 2092

Ingehuurde IT-specialist Drechtsteden heeft niet bij de aanbesteding behorende mededingingsregels nageleefd

Rechtbank 8 jun 2016, IT 2092; ECLI:NL:RBROT:2016:4318 (Drechtsteden tegen IT-specialist), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ingehuurde-it-specialist-drechtsteden-heeft-niet-bij-de-aanbesteding-behorende-mededingingsregels-na

Rechtbank Rotterdam 8 juni 2016, IT 2092; ECLI:NL:RBROT:2016:4318 (Drechtsteden tegen IT-specialist)
Drechtsteden, een openbaar samenwerkingsverband van de gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht, Sliedrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Alblasserdam en Papendrecht, huurt een IT-specialist in. Vervolgens wordt door Drechtsteden een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de aanschaf van nieuwe servers. In deze aanbestedingsprocedure heeft de IT-specialist een adviserende rol. Hij beveelt Drechtsteden aan om servers van fabrikant Nutanix aan te schaffen en doet in dat verband het voorstel een proof of concept te houden om na te gaan of deze servers ook binnen de specifieke omvang van Drechtsteden goed functioneren. Ook stelt de IT-specialist voor om deze proof of concept te laten houden door Benelux Soft, een van de drie Nutanix-resellers in Nederland. Van de IT-specialist mocht verwacht worden dat hij in het belang van Drechtsteden zou toezien op de correcte naleving van de bij de aanbesteding behorende mededingingsregels en dat hij zélf geen inbreuk zou maken op deze regels en het belang van Drechtsteden. Dat heeft hij echter wél gedaan en derhalve heeft hij onrechtmatig gehandeld. Door uitsluitend Benelux Soft te benaderen voor het houden van een proof of concept en niet tevens (een van) de andere twee Nederlandse Nutanix-resellers, waarvoor een afdoende verklaring ontbreekt, heeft de IT-specialist immers in strijd gehandeld met (het door hem in acht te nemen zorgvuldigheidsbeginsel dat voortvloeit uit) de mededingingsregels die behoren bij een aanbestedingsprocedure.

Bewijsvermoeden dat dit onrechtmatig handelen van de IT-specialist tot schade heeft geleid voor Drechtsteden (vestiging van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad). De IT-specialist is bij tussenvonnis van 11 maart 2015 (ECLI:NL:RBROT:201:1798) toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen dit bewijsvermoeden. In het thans gewezen eindvonnis wordt het door de IT-specialist geleverde bewijs beoordeeld.

IT 2091

Prejudiciële vragen over vordering tot rectificatie en materiële schade als gevolg van internetpublicatie: in elke lidstaat of land met centrum van belangen?

Hof van Jusitie EU 23 mrt 2016, IT 2091; (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-vordering-tot-rectificatie-en-materi-le-schade-als-gevolg-van-internetpubli

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 23 maart 2016, IEF 16046; IEFbe 1838; IT 2091; C-194/16 (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel)
Minbuza: Verzoeksters hebben een vordering ingesteld tegen de Zweedse firma Svensk Handel (verweerster). Zij eisen rectificatie van onjuiste informatie die verweerster over verzoekster I heeft gepubliceerd alsmede een schadevergoeding, en voor verzoekster II vergoeding van immateriële schade. Verweerster heeft verzoeksters op een ‘zwarte lijst’ op haar website geplaatst wegens vermeend bedrog en oplichterij. Gevolg is dat verzoeksters bedreigd zijn (oproep tot geweld, een poederbrief) en dat hun activiteiten in Zweden nu nagenoeg stilliggen. Verweerster heeft geweigerd de informatie te verwijderen. Zij stelt dat er geen nauwe band is tussen het geding en de Estse rechter en er dan ook geen reden is af te wijken van artikel 4 van Vo. 1215/2012 en artikel 7, pt 2 toe te passen.

De rechter in eerste aanleg oordeelt zich onbevoegd omdat volgens de op de zaak toepasselijke Vo. 1215/2012 geen beroep kan worden gedaan op artikel 7, pt 2: de schade is niet in Estland ingetreden. De ‘onjuiste informatie’ is in het Zweeds gesteld en derhalve in Estland niet begrijpelijk. Schade in Estland is niet aangetoond. Verzoeksters gaan in beroep waarin de uitspraak in eerste aanleg wordt bevestigd. Zij stellen dan hoger beroep in bij de verwijzende rechter.

IT 2090

IE Zomer Forum Congres - 7 juli

Volkshotel, Amsterdam, donderdag 7 juli 2016, 13.00 - 17.30 uur (inschrijven)
Als de conclusie van de Advocaat-Generaal [IEF 15842] in de Geen Stijl-Britt Dekker-zaak door het HvJ EU wordt gevolgd, is met winstoogmerk opzettelijk hyperlinken naar evident illegale bronnen straks geen auteursrechtinbreuk. Vermoedelijk is het naar Nederlands recht wel onrechtmatig. Maar wanneer precies? Hoe moet het verder met het auteursrecht als verveelvoudigingen overal en altijd plaatsvinden en het openbaarmakingsrecht (ook) te kort schiet? Loopt alles straks via de onrechtmatige daad en de aansprakelijkheid en de wettelijke verplichtingen van allerlei soort tussenpersonen die moeten helpen bij de bestrijding van illegaal aanbod? Hoe ver gaat die verantwoordelijkheid van tussenpersonen dan? Wie zijn allemaal tussenpersoon? En wat moet een tussenpersoon precies doen?

IT 2089

Meewerken aan contractueel overeengekomen goedkeuringsprocedure voor software

Rechtbank 4 mei 2016, IT 2089; ECLI:NL:RBMNE:2016:2195 (Centrix tegen Gemeente Amersfoort), http://www.itenrecht.nl/artikelen/meewerken-aan-contractueel-overeengekomen-goedkeuringsprocedure-voor-software

Rechtbank Midden-Nederland 4 mei 2016, IT 2089; ECLI:NL:RBMNE:2016:2195 (Centric tegen Gemeente Amersfoort)
Tussenvonnis. Opdrachtgever (gemeente) heeft niet meegewerkt aan contractueel overeengekomen goedkeuringsprocedure voor software. Rechtbank toetst of sprake is van dermate ernstige gebreken dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat opdrachtnemer zich beroept op die contactuele verplichting van de gemeente.

IT 2088

Cloudrecht in ontwikkeling: wetgever, toezichthouder en rechter

Evenals computernetwerken heeft cloud computing zich nooit in een juridisch vacuüm bevonden; ICT-diensten maken deel van onze samenleving uit. Bovendien gaat het om bij cloud computing om een samenloop van reeds bestaande technieken. Dat laat rijzende vragen en bezorgdheid bij gebruikersorganisaties onverlet. Inmiddels zet spoedeisendheid de legislatieve toon, in hoofdzaak gedreven door economische belang en nationale veiligheid. Verder laten toezichthouders van zich horen. Van Autoriteit Persoonsgegevens tot De Nederlandse Bank. Onderbelicht is echter de jurisprudentie. De vooralsnog schaarse rechtspraak over clouddiensten biedt een interessante kijk op feitelijk gedrag met juridische consequenties.

IT 2087

Conclusie AG: Onder het uitleenrecht valt ook het uitlenen van e-books door bibliotheken

Hof van Jusitie EU 16 jun 2016, IT 2087; ECLI:EU:C:2016:459 (VOB tegen Stichting Leenrecht), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-onder-het-uitleenrecht-valt-ook-het-uitlenen-van-e-books-door-bibliotheken

Conclusie AG 16 juni 2016, IEF ; IEFbe; C-174/15; ECLI:EU:C:2016:459 (VOB tegen Stichting Leenrecht)
Zie eerder IEF 14164 en IEF 14829. Auteursrecht en naburige rechten. Verhuur- en uitleenrecht voor beschermde werken. E-Books. Openbare bibliotheken. Conclusie AG:

1) Artikel 1, lid 1, van [richtlijn 2006/115/EG], gelezen in samenhang met artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat onder het uitleenrecht in de zin van dit artikel mede wordt verstaan het voor beperkte tijd aan het publiek ter beschikking stellen van e‑books door bibliotheken. Lidstaten die de uitleenexceptie van artikel 6 van deze richtlijn willen invoeren voor de uitlening van e‑books dienen zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van die uitlening geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk en niet op ongerechtvaardigde wijze schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de auteurs.

IT 2086

EC publieke consultatie over de veiligheid van apps en niet-ge-embedde software

EC stakeholders publieke consultatie over de veiligheid van apps en niet-ge-embedde software, 9 juni - 15 september 2016.
Deze consultatie betreft software en apps die noch ge-embed zijn, noch op een tastbaar medium te verkrijgen zijn op het tijdstip van het in de markt zetten ervan, de verstrekking aan consumenten of wanneer ze op een andere manier beschikbaar gemaakt worden aan consumenten (niet-ge-embedde software). Voorbeelden omvatten gezondheidsapps die kunnen worden gebruik op een mobiel toestel, digitale modellen voor 3D-printen of apps die andere apparaten beheren (zoals electronische toepassingen).

IT 2085

Stelselmatige en verwijtbare nalatigheid in onderzoek foutmeldingen zet exoneratiebeding opzij

Rechtbank 9 mrt 2016, IT 2085; ECLI:NL:RBOVE:2016:1113 (gerechtsdeurwaarderskantoor tegen Tweco), http://www.itenrecht.nl/artikelen/stelselmatige-en-verwijtbare-nalatigheid-in-onderzoek-foutmeldingen-zet-exoneratiebeding-opzij

Rechtbank Overijssel 9 maart 2016, IT 2085; ECLI:NL:RBOVE:2016:1113 (gerechtsdeurwaarderskantoor tegen Tweco)
Contractenrecht. [X], een gerechtsdeurwaarderskantoor, heeft ten behoeve van haar bedrijf voor aanzienlijke bedragen computerapparatuur bij Tweco gekocht. Equinix, waar back-up data werd opgeslagen, mailde Tweco wekelijks, maar foutmeldingen zijn niet onderzocht; dat is een zo stelselmatige en verwijtbare nalatigheid, dat dit 'grove schuld' oplever in de zin van de AV van Tweco. Vast staat dat partijen in de ‘dienstovereenkomst’ betreffende de externe back-up de toepasselijkheid van die voorwaarden zijn overeengekomen. Tweco is aansprakelijk voor de schade, behoudens contractuele exoneratie. Een beroep op haar exoneratiebeding kan niet slagen. De schade van X voor het ontbreken van een back-up van 15 maart 2015 tot 16 april 2015 dient zij te vergoeden. De schade is veroorzaakt door beschadiging en verlies van bedrijfsmiddelen van [X] , namelijk digitale bedrijfsgegevens.

 

IT 2084

Klanten informeren op een neutrale, aanvaardbare wijze, zonder onterechte IE-inbreuksuggesties te doen

Rechtbank 7 mrt 2016, IT 2084; ECLI:NL:RBNHO:2016:1556 (Lead tegen Promptus), http://www.itenrecht.nl/artikelen/klanten-informeren-op-een-neutrale-aanvaardbare-wijze-zonder-onterechte-ie-inbreuksuggesties-te-doen

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 7 maart 2016, IEF 16007; IT 2084; ECLI:NL:RBNHO:2016:1556 (Lead tegen Promptus)
Onrechtmatige uitlatingen. Verbod en rectificatie. Gedaagde wekt naar derden de suggestie dat eisers inbreuk maken op IE-rechten met betrekking tot software, terwijl conform vaststellingsovereenkomst wordt gehandeld. Na verstrijken van het concurrentiebeding is het Promptus uiteraard toegestaan om te trachten haar klanten voor zich te behouden. De sfeer die in de e-mail wordt neergezet is er eentje die de suggestie wekt van ongeoorloofde praktijken aan de zijde van Carta Online en van inbreuk op de IE-rechten van Promptus. Dit blijkt onder meer uit een zin als ‘Carta Online is nota bene een kopie van Promptus dat hij bij zijn vertrek heeft meegenomen!!’. Promptus weert zich, maar had aan haar klanten op een neutrale, in het maatschappelijk verkeer aanvaardbare, wijze kunnen uitleggen hoe de vork in de steel zit, zonder daarbij allerlei onterechte suggesties te wekken en eiseres in een kwaad daglicht te stellen. Zij dient zich te onthouden van negatieve berichtgeving over LEAD en een rectificatie te zenden.

 

IT 2083

Begroting van schadevergoeding na ontbinding bitcoin-koopovereenkomst

Hof 31 mei 2016, IT 2083; ECLI:NL:GHARL:2016:4219 (Bitcoin-levering), http://www.itenrecht.nl/artikelen/begroting-van-schadevergoeding-na-ontbinding-bitcoin-koopovereenkomst

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4219; ITenRecht 2083 (Bitcoin-levering) Eerste aanleg: IT 1511

Eiser vordert schadevergoeding anders dan in geld, namelijk 1760 bitcoins welke gedaagde in 2012 nagelaten heeft naar de bitcoinrekening van eiser te sturen. Eiser hieromtrent in 2012 de koopovereenkomst ontbonden. Tussen het moment van aankoop en het moment van ontbinding is de bitcoin circa 1 euro in waarde gestegen. De rechtbank heeft in eerste aanleg een schadevergoeding van 1 euro per niet geleverde bitcoin toegewezen en de gedaagde bevolen de aankoopprijs van de 1760 bitcoins te retourneren.

Het hof ziet geen aanleiding om de vordering toe te wijzen nu dit wezenlijk zou betekenen dat de gedaagde verplicht wordt na te komen, terwijl deze verplichting door de ontbinding door eiser is komen te vervallen. Daarnaast is het hof van oordeel dat het niet voor de hand ligt om schadevergoeding anders dan in geld toe te wijzen op grond van artikel 6:125 lid 1 BW nu de koopprijs van de bitcoins (en de ongedaanmakingsverplichting) uitgedrukt was in euro's.

Het hof wijst al het gevorderde af.

IT 2082

Rabobank is ex Wft gehouden persoonsgegevens in BKR bij te houden

Hof 31 mei 2016, IT 2082; ECLI:NL:GHARL:2016:4289 (appellant tegen Rabobank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/rabobank-is-ex-wft-gehouden-persoonsgegevens-in-bkr-bij-te-houden

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 mei 2016, IT 2082; ECLI:NL:GHARL:2016:4289 (appellant tegen Rabobank)
Wet Bescherming Persoonsgegevens. BKR. Appellant heeft gevorderd Rabobank op straffe van een dwangsom te veroordelen haar meldingen met betrekking tot appellant uit het register van BKR te (laten) verwijderen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en in hoger beroep wordt dit oordeel bekrachtigt. Rabobank is een aanbieder van krediet in de zin van art. 1 Wet financieel toezicht (Wft). Ingevolge art. 4:32 lid 1 Wft is Rabobank gehouden deel te nemen aan een stelsel van kredietregistraties. Dat stelsel is het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) dat door BKR wordt bijgehouden. Rabobank is deelnemer aan het CKI en als deelnemer aan het door BKR vastgestelde Algemeen Reglement CKI gebonden.

IT 2081

Vragen aan HvJ EU over 'dezelfde handelingen' en rechtsmacht online merkgebruik

Hof van Jusitie EU , IT 2081; (MERCK), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-dezelfde-handelingen-en-rechtsmacht-online-merkgebruik

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU IEF 15994; IT 2081; IEFbe 1819; C-231/16 (MERCK)
Merkenrecht. Procesrecht. Rechtsmacht. Over de rechtsmacht over een aantal Britse en internationale woordmerken MERCK. Artikel 109 Richtlijn EUTM. Is er sprake van dezelfde handeling als het gaat om onderhoud en wereldwijd gebruik van identieke online internet presentie op dezelfde domeinnaam? Wanneer voor rechterlijke instanties van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde handelingen vorderingen wegens inbreuk worden ingesteld, en de ene rechterlijke instantie op grond van een Uniemerk en de andere rechterlijke instantie op grond van een nationaal merk wordt aangezocht, moet de rechterlijke instantie de partijen verwijzen naar de eerst-aanhangig gemaakte zaak of kan de uitspraak aanhouden.

IT 2080

HR creërt rechterlijk overgangsrecht voor de aanhangigheid en proceskosten na intrekken kort geding

Hoge Raad 3 jun 2016, IT 2080; ECLI:NL:HR:2016:1087 (Wieland tegen Gia Systems), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hr-cre-rt-rechterlijk-overgangsrecht-voor-de-aanhangigheid-en-proceskosten-na-intrekken-kort-geding

HR 3 juni 2016, IEF 15988; IT 2080; RB 2730; ECLI:NL:HR:2016:1087 (Wieland tegen Gia Systems)
Procesrecht. Rechterlijk overgangsrecht. Wieland sommeert GIA tot staken merkgebruik en als nevenvordering rectificatie van merkgebruik en misleidende mededelingen. Nadat het kort geding wordt ingetrokken, wordt een bodemprocedure met nagenoeg identieke vorderingen ingesteld. GIA verzoekt de redelijke en evenredige proceskosten te vergoeden ex 249 jo. 250 jo. 1019h Rv ad € 32.978,00. Hoge Raad beantwoord prejudicieel gesteld vragen [IEF 15098]. dat art. 9.1 van het Procesreglement onverbindend is en stelt eigen regels op, geënt op wettelijke regeling van bodemprocedure. Mogelijkheid tot behandeling van vordering tot proceskostenveroordeling, dat vonnis is vatbaar voor hoger beroep en uitvoerbaarverklaring bij voorraad [deels anders: Conclusie AG].

IT 2079

Conclusie AG over tweedehands licentie computerprogramma op niet originele cd-rom

Hof van Jusitie EU 1 jun 2016, IT 2079; ECLI:EU:C:2016:384 (Ranks & Vasiļevičs), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-over-tweedehands-licentie-computerprogramma-op-niet-originele-cd-rom

Conclusie AG HvJ EU 1 juni 2016, IEF 15984; IEFbe 1815; IT&R 2079; ECLI:EU:C:2016:384; C‑166/15 (Ranks & Vasiļevičs)
Auteursrecht. Gebruikte licentie. Computerprogramma. Zie eerder IEF 14979. Verzoekers Aleksandrs Ranks en Jurijs Vasiļevičs worden vervolgd wegens illegale verkoop van auteursrechtelijk beschermd materiaal en illegaal en bewust gebruikmaken van andermans merk. De advocaat van de verdachten heeft verzocht aan het Hof van Justitie van de Europese Unie een prejudiciële vraag voor te leggen over de uitlegging van artikel 4, lid 2, en artikel 5, leden 1 en 2, van richtlijn 2009/24/EG betreffende rechtsbescherming van computerprogramma’s. Conclusie AG:

IT 2078

Conclusie AG: vestiging gegevensverwerker bepalend voor vaststelling toepasselijk recht

Hof van Jusitie EU 2 jun 2016, IT 2078; ECLI:EU:C:2016:388 ((Verein für Konsumenteninformation tegen Amazon)), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-vestiging-gegevensverwerker-bepalend-voor-vaststelling-toepasselijk-recht

Conclusie AG HvJ EU 2 juni 2016, IT 2078; C‑191/15; ECLI:EU:C:2016:388 (Verein für Konsumenteninformation tegen Amazon)  E-commerce - Bescherming van persoonsgegevens - Richtlijn 95/46/EG - Toepasselijk recht - Vestiging gegevensverwerker bepalend

Conclusie AG:

4)      Artikel 4, lid 1, onder a), van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens moet aldus worden uitgelegd dat een verwerking van persoonsgegevens slechts kan worden onderworpen aan het recht van één lidstaat. Deze lidstaat is die waarin degene die met deze verwerking belast is, een vestiging heeft, in de zin dat hij er reële en daadwerkelijke werkzaamheden verricht die via een duurzame vestiging worden uitgeoefend in het kader van de activiteiten waartoe de betrokken verwerking behoort. Het staat aan de nationale rechter om dit te beoordelen.

IT 2077

Akkoord in de Raad over de hoofdbeginselen portabiliteit van online content

Voorstel Europese Commissie voor een verordening 2015/0284 (COD) en de Gemeenschappelijke benadering
De Raad bereikte een algemene oriëntatie over een ontwerpverordening die moet zorgen voor de grensoverschrijdende portabiliteit van online-inhoudsdiensten in de interne markt. Dankzij dit akkoord kan de Raad krachtens de gewone wetgevingsprocedure onderhandelingen beginnen met het Europees Parlement, zodra het Parlement zijn onderhandelingsstandpunt heeft bepaald.