IT 603

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Geannoteerde agenda Raad VTE

Geannoteerde agenda voor de Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie 13 december 2011, Kamerstukken 21 501-33, nr. 351.

De Raad zal naar verwachting een politiek akkoord bereiken over het radiospectrumbeleidsprogramma. Daarnaast bereikt de Raad mogelijk een gemeenschappelijke benadering over het voorstel voor modernisering en versterking van het Europese Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging (ENISA). De Raad zal voorts van gedachten wisselen over roaming, op basis van een voortgangsrapport van het voorzitterschap. Ook zal de Raad conclusies aannemen over netneutraliteit. Tot slot zal de Commissie de Raad informeren over de Digitale Agenda voor Europa. In de bijlage treft u per onderwerp een nadere toelichting.

1. Radiospectrumbeleidsprogramma
2. Europese Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging (ENISA)
3. Roaming
4. Netneutraliteit
5. Digitale agenda voor Europa

Radiospectrumbeleidsprogramma
Politiek akkoord

De Raad zal naar verwachting zonder verdere discussie een politiek akkoord bereiken over het voorstel voor een Radiospectrumbeleidsprogramma (RSPP) voor de periode 2012 – 2015. Het Europees Parlement stemde mei 2011 over dit voorstel.
Het voorstel voor het Radiospectrumbeleidsprogramma bevat beleidslijnen en doelstellingen voor spectrumgebruik voor de periode tot en met 2015. Het programma gaat onder andere in op het beschikbaar stellen van de 800 MHz band (digitaal dividend) voor elektronische communicatie, mededingingsaspecten bij het verlenen van spectrumrechten, het monitoren van spectrumgebruik en principes die gelden bij internationale onderhandelingen tussen de EU en derde landen.
In het politiek akkoord dat voorligt is de datum voor het vrijmaken van het digitaal dividend vastgesteld op 1 januari 2013. Voorts wordt een Europees monitorsysteem (inventaris) opgezet dat aansluit bij de huidige systematiek voor verzameling van informatie over spectrumgebruik. Op verzoek van het Europees Parlement is opgenomen dat alles in het werk wordt gesteld om uiterlijk in 2015 aan de hand van het inventaris ten minste 1 200 MHz van het spectrum te reserveren voor mobiel internet.
Nederland heeft belang bij een goede coördinatie van het spectrumbeleid in de EU. Een goed gecoördineerd spectrumbeleid kan leiden tot economische groei, innovatie en werkgelegenheid. Geharmoniseerd gebruik van spectrum kan de kwaliteit van de dienstverlening verbeteren en leiden tot lagere kosten van producten door economische schaalvoordelen. Harmonisatie mag echter niet leiden tot niet-gebruik van spectrum, bijvoorbeeld door een sterk verschillende vraag naar spectrum tussen lidstaten voor een specifieke toepassing. Dit zou voor Nederland het geval kunnen zijn door de aanwezigheid van veel draadgebonden infrastructuur, waardoor de vraag naar spectrum voor mobiel breedband minder kan zijn dan in andere EU-landen. Dit vereist dat ook gezocht moet worden naar alternatieve vormen van harmonisatie, zoals het vaststellen van keuzebanden («tuning ranges» van spectrum) of zachtere vormen van harmonisatie. Dit thema heeft al de aandacht van de Commissie. Nederland kan instemmen met het politiek akkoord.

ENISA
Voortgangsrapport

Het voorzitterschap zal een voortgangsrapport presenteren over het voorstel voor versterking en modernisering van het Europese Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging (ENISA). De visie van het Europees Parlement wordt begin 2012 verwacht.
In het voorstel van de Commissie krijgt ENISA een mandaat voor 5 jaar en zijn er vijf belangrijke veranderingen ten opzichte van de huidige situatie van ENISA: 1) een bredere taakomschrijving; 2) betere afstemming met het beleid- en regelgevingproces van de EU; 3) meer interactie met relevante partijen o.a. in de strijd tegen cybercriminaliteit; 4) het versterken van de bestuursstructuur en 5) een geleidelijke toename van de middelen (qua financiën en mankracht).
De inhoud van het voortgangsrapport is nog niet bekend. Op veel punten bestaan overeenstemming binnen de Raad. Zo is er conform Nederlandse wens binnen de taakomschrijving van ENISA aandacht voor samenwerking van ENISA met ter zake relevante autoriteiten op het gebied van o.a. de bestrijding van cybercriminaliteit en dataprotectie. Daarmee wordt een brug geslagen, waarbij elkaars verschillende verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden gerespecteerd. Zo houdt ENISA zich bezig met preventie, terwijl andere organen zoals EUROPOL er zijn voor de bestrijding van misbruik via het faciliteren van opsporing en vervolging. De lidstaten behouden wel hun eigen verantwoordelijkheid voor de operationele uitvoeringsaspecten.
Nederland verwelkomt een verdere versterking en modernisering van ENISA omdat dit een gezamenlijke aanpak door EU-lidstaten van netwerk- en Informatiebeveiliging meer zal bevorderen. Hierdoor zal de effectiviteit van de maatregelen kunnen toenemen. Openstaand punt in de Raad is de lengte van het mandaat voor ENISA. Een aantal lidstaten pleit voor een onbeperkt mandaat. Een blokkerende minderheid van lidstaten, waaronder Nederland, steunt de Commissie en pleit tot nu toe voor een beperkte termijn van 5–7 jaar vanwege de snelle ontwikkelingen op het gebied van ICT en telecommunicatie. Daarnaast loopt een discussie over mogelijkheden om naast het hoofdkantoor van ENISA op Kreta daarbuiten filialen op te richten om efficiënter en effectiever te kunnen werken.
De uiteindelijke positie van Nederland zal afhangen van het totaalpakket, inclusief de lengte van het mandaat, een scherpe herzieningsclausule en eventueel de oprichting van een bijkantoor. Nederland zal ook kritisch kijken naar de voorstellen voor het toekomstig (extra) budget voor ENISA, die mede zullen voortvloeien uit de onderhandelingen over de nieuwe EU-meerjarenbegroting 2014–2020.

Roaming
Gedachtewisseling

De Raad zal van gedachte wisselen over roaming, op basis van een voortgangsrapport van het voorzitterschap. De besluitvorming over het voorstel moet voor juni 2012 worden afgerond, omdat dan de huidige Verordening afloopt.
De Commissie heeft juli 2011 een voorstel tot wijziging van de roamingverordening neergelegd. De Commissie stelt een aantal structurele maatregelen voor om te komen tot (meer) concurrentie in de roamingmarkt die weer moet leiden tot lagere prijzen in de markt. Het gaat om de volgende maatregelen:
• klanten moeten vanaf 1 juli 2014 de mogelijkheid krijgen om desgevraagd een apart roamingcontract af te sluiten bij een andere provider, los van het contract voor nationale mobiele diensten, met behoud van hetzelfde telefoonnummer.
• Mobiele exploitanten (inclusief zogenaamde virtuele mobiele exploitanten, die geen eigen netwerk hebben) krijgen het recht om netwerken van andere exploitanten in andere lidstaten te gebruiken tegen gereguleerde tarieven. Dit moet meer mobiele operators aanzetten tot concurrentie op de roamingmarkt.
• In afwachting van het volledig operationeel zijn van deze structurele maatregel worden de prijsplafonds voor de roamingtarieven spraak, sms- en en dataverkeer (wholesale en retail) als overgangsmaatregel gehandhaafd en verder naar beneden bijgesteld. Tevens wordt een dalend retailprijsplafond voor dataroaming geïntroduceerd. Voorzien wordt dat de tariefplafonds voor consumenten (retail) vanaf 1 juli 2016 worden beëindigd, voorafgegaan door een evaluatie. De tariefplafonds voor wholesale (de verrekenprijzen tussen de operators) blijven langer in stand, in ieder geval tot aan 30 juni 2018.
Uit de besprekingen in Raadskader tot nu toe blijkt dat veel lidstaten de hoofdlijnen van het voorstel van de Commissie steunen. Grootste discussiepunt is de mogelijkheid voor consumenten om voortaan een aparte roamingbundel op te zetten («ontkoppeling»). Een behoorlijk aantal lidstaten, waaronder Nederland, zien graag de technische details, uitvoerbaarheid en het kostenplaatje nog beter uitgedacht. Het Europees Platform voor regelgevers (BEREC) onderzoekt momenteel de technische mogelijkheden hiervoor en zal technische richtlijnen opstellen over hoe deze mogelijkheid in de markt gezet kan worden en het kostenoverzicht in kaart brengen. De Verordening zelf zal de nodige criteria moeten bevatten om deze richtlijnen van de juridische bandbreedtes te voorzien.
Nederland hecht, net als de Commissie, belang aan een verdere daling van de roamingtarieven richting nationale tarieven. Nederland is voorstander van structurele maatregelen om het gebrek aan concurrentie in de roamingmarkt aan te pakken. Deze structurele maatregelen dienen echter wel effectief te zijn en uitvoerbaar, betaalbaar en hanteerbaar voor bedrijfsleven en de consument. Nederland is daarom één van de landen die in Raadskader de uitvoerbaarheid van ontkoppeling aan de kaak heeft gesteld. Nederland vraagt zich onder andere af: of en hoe SIM-kaarten vervangen zullen moeten worden, wie verantwoordelijk gaat worden voor die kosten, hoe operators op één SIM-kaart moeten gaan samenwerken en of nummerbehoud en betrouwbaarheid van bellen in buitenland wel gewaarborgd kunnen worden. Nederland is van mening dat deze technische details, de kosten en baten, de gebruiksvriendelijkheid en effectiviteit voldoende duidelijk zouden moeten zijn voordat wordt gesproken over het regelgevend vastleggen van deze optie. Nederland zal er in de verdere onderhandelingen op inzetten dat in de verordening in elk geval principes ten aanzien van de gebruiksvriendelijkheid voor consument worden opgenomen (o.a. nummerbehoud, betrouwbaarheid netwerk, eenvoudig over kunnen stappen). Voorts wil Nederland dat de prijsplafonds worden gehandhaafd totdat de structurele maatregelen werkelijk effect hebben gesorteerd en niet zomaar worden afgeschaft in 2016.

Netneutraliteit
Raadsconclusies

De Raad zal conclusies aannemen over netneutraliteit, op basis van een mededeling van de Commissie van 19 april 2011 «open internet en netneutraliteit in Europa».
Op 19 april jl. presenteerde de Commissie een mededeling over de impact van markt- en technologische ontwikkelingen op netneutraliteit, op basis van een openbare raadpleging in 2010 over «het open karakter van internet en netneutraliteit in Europa». Netneutraliteit is het principe dat iedereen in principe toegang heeft tot alle diensten, toepassingen en content op het internet en dat internet service providers (ISP’s) daar niet zonder meer beperkingen in mogen aanbrengen, zeker niet zonder daar transparant over te zijn. In de mededeling kondigt de Commissie een nader onderzoek aan door BEREC, de EU-toezichthouder voor elektronische communicatie, naar ontwikkelingen in de markt die eventueel kunnen duiden op schendingen van netneutraliteit. Op basis hiervan zal de Commissie besluiten of nadere maatregelen nodig zijn. De resultaten van het onderzoek van BEREC worden begin 2012 verwacht.
De Raad benadrukt in haar conceptconclusies het belang van netneutraliteit om het open en neutrale karakter van internet te behouden. De Commissie wordt opgeroepen om te bezien of er, op basis van onderzoek van de Europese toezichthouder BEREC, nadere maatregelen of richtsnoeren nodig zijn om netneutraliteit te garanderen. In het bijzonder wordt de Commissie gevraagd te kijken naar de tarieven en voorwaarden die providers opleggen aan VoIP (spraakdiensten over internet, zoals SKYPE) en praktijken als het vertragen van content, toepassingen en diensten door providers. Daarnaast wordt de Commissie verzocht te kijken naar de discrepantie tussen geadverteerde en werkelijke breedbandsnelheden in de lidstaten.
Nederland kan de conceptconclusies ondersteunen. Op basis van feitenonderzoek door de Europese toezichthouder, BEREC, moet worden bezien of en waar schendingen van netneutraliteit mogelijk grond geven voor verdergaande inspanningen om deze schendingen tegen te gaan. Nederland heeft deze stap reeds gezet door netneutraliteit te borgen in het voorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet, welk op dit moment in de Eerste Kamer voorligt. Dit gebeurde nadat meerdere mobiele telecomaanbieders in Nederland innovatieve concurrerende diensten alleen nog in duurdere abonnementen voor internettoegang wilden toestaan.

Digitale Agenda voor Europa
Informatie van de Commissie

De Commissie zal de Raad informeren over de stand van zaken van de implementatie van de Digitale Agenda voor Europa. Het is op het moment van schrijven niet duidelijk wat het voorzitterschap en de Commissie precies voor ogen hebben met dit onderwerp. Mogelijk geeft de Commissie een toelichting op wat er in de recent gepresenteerde Annual Growth Survey is opgenomen over de Digitale Agenda.
In de Annual Growth Survey van 23 november 2011 geeft de Commissie in de bijlage een overzicht van de voortgang van de verschillende vlaggenschepen, waaronder de Digitale Agenda voor Europa. De Commissie ziet als meest urgente acties binnen de Digitale Agenda voor Europa het creëren van een echte digitale interne markt, wat kan leiden tot 4% extra BBP-groei de komende 10 jaar.
Het gaat volgens de Commissie allereerst om het stimuleren van snelle breedbandverbindingen. De Commissie wijst erop dat in Japan en Korea respectievelijk 40% en 50% van het netwerk bestaat uit glasvezel. In de EU is dit 5%. Investeringen in breedband zijn daarom cruciaal, met name door gebruik van nationale en regionale fondsen. Ook wijst de Commissie erop dat de groei van mobiel internet vraagt om een grotere beschikbaarheid van radiospectrum. Voorts wijst de Commissie op het groeipotentieel van de e-commerce markt in de EU. Slechts een klein deel van de markt is grensoverschrijdend. De Commissie wijst op het verschil met de VS, bijvoorbeeld het terrein van de online muziekmarkt. In de EU hebben digitale verkopen 19% van de muziekverkoop terwijl dat in de VS 49% is. Om de digitale interne markt te realiseren komt de Commissie in 2012 met voorstellen op het terrein van e-identificatie en e-handtekeningen, modernisering van het auteursrecht in het licht van het digitale tijdperk (pan-Europese licenties) en verbetering van de bescherming van persoonsgegevens. Daarnaast overweegt de Commissie maatregelen op het terrein van online betaalsystemen, op basis van een groenboek. Andere belangrijke voorstellen die volgend jaar volgen liggen op het terrein van cloud computing en een EU-strategie voor internetveiligheid.
Nederland ondersteunt de hoge ambitie van de Europese Digitale Agenda. ICT en het gebruik ervan wordt hiermee terecht als essentiële drijver voor economische groei en maatschappelijk nut gepositioneerd. Nederland staat ook achter het merendeel van de (101) acties. Juist in deze periode van crisis moet doorgepakt worden met investeren in ICT, zodat Europa straks sterker uit de crisis tevoorschijn komt en sneller herstelt. Zo wenst Nederland snelle voortgang op het punt van de digitale interne markt. Nederland steunt de doelstellingen met betrekking tot breedband van de Commissie en is daarbij van mening dat het primaat bij de markt ligt. Nederland heeft zelf ook een ambitieuze nationale digitale agenda en zet ICT grootschaliger in om regeldruk voor bedrijven substantieel te verminderen en arbeidsproductiviteit te verhogen. Eind dit jaar wordt een digitale implementatie agenda 2012–2015 naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarnaast wordt ICT in de uitwerking van het nieuwe bedrijfslevenbeleid als ICT als innovatie-as in alle topsectoren gepositioneerd. Hiertoe wordt een ICT roadmap opgesteld.