IT 2451

Geen website, geen maandelijks bedrag voor zoekmachineoptimalisatie

Ktr. Rechtbank Limburg 20 december 2017, IT 2451; ECLI:NL:RBLIM:2017:12407 (Sales Wizard tegen gedaagde) SEO. Sales Wizard en gedaagde zijn een overeenkomst tot zoekmachine optimalisatie aangegaan. Eisende partij ontwikkelt een nieuwe website, zal gedaagde partij beter vindbaar maken op Google en zal tevens de sociale media onderhouden. Gedaagde partij is in verzuim omdat de facturen niet betaald zijn. Van het bedrag van € 2.541,00 is slechts een termijn van € 508,20 voldaan, zodat een bedrag van € 2.032,80 kan worden toegewezen. Er is in het geheel geen website tot stand gekomen, zodat het gevorderde bedrag van €121,00 per maand zodra de website met één of meerdere zoekwoorden op de eerste pagina van Google terecht komt, wordt afgewezen.

 

4.7. Bij aanvang van de overeenkomst zijn partijen overeengekomen dat betaling in drie termijnen van respectievelijk 30%, 40% en 30% zou plaatsvinden. Vanaf de verzending van de eerste factuur verkeert gedaagde partij in verzuim. Gedaagde partij is immers niet overgegaan tot betaling van die factuur. Ook de facturen die zijn gestuurd naar aanleiding van de nadere betalingsafspraak zijn niet betaald.

Volgens artikel 7.3. van de algemene voorwaarden treedt bij niet betaling binnen een termijn van 14 dagen na factuurdatum verzuim in en is de factuur direct opeisbaar.

Het voorgaande brengt met zich dat gedaagde partij gehouden is een bedrag van € 2.541,00 inclusief btw aan eisende partij te voldoen. Hiervan is slechts een termijn van € 508,20 voldaan, zodat een bedrag van € 2.032,80 kan worden toegewezen.

4.8. Eisende partij vordert verder betaling van een bedrag van € 4.536,00. Dit bedrag is samengesteld uit 36 termijnen van telkens € 121,00. Dit bedrag van € 121,00 per maand is verschuldigd zodra de website met één of meerdere zoekwoorden op de eerste pagina van Google terecht komt.

Gedaagde partij heeft hiertegen aangevoerd dat er in het geheel geen website tot stand is gekomen, zodat het ter zake gevorderde bedrag moet worden afgewezen.

Gelet op het dit verweer had het op de weg van eisende partij gelegen om haar vordering nader toe te lichten. Eisende partij heeft echter in haar conclusie van repliek met geen woord gerept over dit deel van de vordering. Het ter zake gevorderde bedrag van € 4.356,00 wordt daarom bij gebrek aan onderbouwing afgewezen.