IT 2116

Huurkoop van website met domeinnaam, dus kantonrechter is bevoegd

Rechtbank Noord-Holland 17 augustus 2016, IEF 16200; IT 2116; ECLI:NL:RBNHO:2016:6239 (Marron tegen De Media Groep) Eiser in het incident stelt met succes dat sprake is van huurkoop (7A:1576h BW) zodat de zaak verwezen moet worden naar de sectie kanton. Verweerster in het incident stelt dat geen sprake is van huurkoop omdat de overeenkomst betrekking heeft op een website met daarbij behorende domeinnamen. Dit zijn geen voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (3:2 BW). In 7A:1576 vijfde lid zijn de bepalingen van die titel ook van toepassing verklaard op vermogensrechten. De rechtbank oordeelt dat een website en domeinnaam kunnen worden aangemerkt als vermogensrechten in de zin van 3:6 BW. De rechtszaak wordt verwezen naar de kantonrechter.

2.8. (...) Het gaat derhalve alleen om de vraag of een website en een domeinnaam als een vermogensrecht in de zin van artikel 3.6 BW kunnen worden gekwalificeerd, derhalve als rechten die (…) overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel zijn vermogensrechten.

2.9. Uit de omstandigheid dat zowel de website als de domeinnamen zijn verkocht valt af te leiden dat zij voor de eigenaar ervan een bepaalde waarde vertegenwoordigen en dat het (exclusief) beheer/gebruik van de website en het exclusief gebruik van de domeinnaam kunnen worden overgedragen aan een derde tegen betaling. De rechtbank is daarom van oordeel dat zowel een website als domeinnamen daarmee vallen onder definitie van vermogensrechten zoals deze in artikel 3:6 BW is verwoord. Het recht op de website en het recht op de domeinnamen zijn overdraagbaar en strekken ertoe de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen. Immers een website of het gebruik van domeinnamen zijn veelal bedoeld om potentiële klanten te interesseren en naar zich toe te lokken. Dit valt aan te merken als het indirect verkrijgen van stoffelijk voordeel. Om die reden wordt geoordeeld dat de vordering van Marron Jachtbouw een onderwerp betreft dat op grond van art. 93 onder c Rv. door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. Daarom zal de zaak worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.