IT 2152

Ontbinding overeenkomst omdat gemaakte afspraken niet nagekomen kunnen worden

Proximedia

Hof Den Haag 6 september 2016, IEF 16302; ECLI:NL:GHDHA:2016:2509 (Proximedia tegen X) Informatie. Contract. Tijdens een verkoopgesprek zijn door vertegenwoordiger aan cliënte diverse toezeggingen gedaan die niet nagekomen kunnen worden, zoals een gratis laptop, gratis website en een pinautomaat. Nadat cliënte de getekende overeenkomst had doorgelezen, is er enkele dagen ná ondertekening van de overeenkomst telefonisch contact met opgenomen, waarbij is medegedeeld dat ze deze overeenkomst niet wilde en dat ze de overeenkomst wilde beëindigen. Tijdens het telefoongesprek is door Proximedia medegedeeld dat de vertegenwoordiger die de overeenkomst met cliënte had gesloten inmiddels was ontslagen, omdat hij onjuiste informatie verstrekt aan klanten. Daarnaast werd medegedeeld dat tussentijdse beëindiging van de overeenkomst niet mogelijk was, maar dat het contract wel omgezet kon worden naar een contract met alleen een website, derhalve zonder laptop. Enkel en alleen vanwege het feit dat was medegedeeld dat tussentijdse beëindiging niet mogelijk was, is cliënte akkoord gegaan met omzetting van de overeenkomst. Naar oordeel van het hof kon cliënte de overeenkomst vernietigen op grond van dwaling, nu de toezeggingen die telefonisch aan cliënte waren gedaan niet konden worden nagekomen.

16. Er moet naar het oordeel van het hof aldus van worden uitgegaan dat de vertegenwoordiger van Proximedia voorafgaand aan het sluiten van overeenkomst 1 toezeggingen aan [geïntimeerde] heeft gedaan die naderhand niet konden worden nagekomen. Dit impliceert dat [geïntimeerde] ten tijde van het sluiten van overeenkomst 1 als gevolg van door (de vertegenwoordiger van) Proximedia gedane uitlatingen een onjuiste voorstelling van zaken had. Nu Proximedia niet heeft bestreden dat [geïntimeerde] overeenkomst 1 bij een juiste voorstelling van zaken niet zou hebben gesloten, oordeelt het hof dat [geïntimeerde] overeenkomst 1 op de voet van artikel 6:228 aanhef en onder a BW had kunnen vernietigen op grond van dwaling.

21. Ingevolge het bepaalde in artikel 3:53 lid 1 BW werkt een vernietiging terug tot het tijdstip waarop de rechtshandeling is verricht. Dit betekent dat overeenkomst 2 als gevolg van het geslaagde beroep op de vernietiging daarvan door [geïntimeerde] geacht moet worden nietig te zijn geweest vanaf het moment waarop zij tot stand kwam.

22. Proximedia heeft echter verzocht om op grond van het bepaalde in artikel 3:53 lid 2 BW aan de vernietiging geheel of ten dele haar werking te ontzeggen. Dit gelet op het feit dat de reeds ingetreden gevolgen van de rechtshandeling bezwaarlijk ongedaan kunnen worden gemaakt: aan de overeenkomst is gedurende langere tijd uitvoering gegeven, en in dat kader is volgens Proximedia een website ontwikkeld en onderhouden waarvan [geïntimeerde] gebruik heeft gemaakt, is een domeinnaam geregistreerd en gehost, is een e-mailadres gecreëerd en is een catalogusmodule aan [geïntimeerde] verstrekt. Voorts heeft Proximedia coulancehalve diensten aan [geïntimeerde] verleend met betrekking tot het plaatsen van foto’s op de website. Met al deze werkzaamheden zijn, aldus Proximedia, aanzienlijke kosten gemoeid.

23. Het hof is van oordeel dat Proximedia zich er terecht op beroept dat de genoemde, reeds ingetreden gevolgen van de rechtshandeling bezwaarlijk ongedaan kunnen worden gemaakt. Het hof ziet hierin voldoende aanleiding om – indien [geïntimeerde] zou slagen in het bewijs omtrent het verloop van het telefoongesprek – aan de vernietiging van overeenkomst 2 haar werking gedeeltelijk te ontzeggen, in die zin dat Proximedia aanspraak kan blijven maken op de maandelijkse termijnbedragen tot 3 februari 2011. Eerst bij brief van 3 februari 2011 heeft [geïntimeerde] aan Proximedia kenbaar gemaakt dat hij zich niet langer aan de overeenkomst gebonden achtte. Het hof gaat er daarom vanuit dat hij tot die datum van de door Proximedia geleverde diensten gebruik heeft gemaakt. Dit betekent dat Proximedia nog aanspraak kan maken op betaling over de periode van juli 2010 tot februari 2011, zijnde € 824,67 (zeven maal € 117,81).