IT 277

Aanbesteden en (tevoren) praten met marktpartijen: een reactie op de eerdere bijdrage van Walter van Holst “Europees aanbesteden: een paar vermijdbare valkuilen”

Met dank aan Menno Weij & Anke Verhoeven, SOLV Advocaten voor deze bijdrage.

Recent verscheen op ITenRecht.nl (red. IT 251) een bijdrage van Walter van Holst, waarin hij drie veel voorkomende valkuilen bij Europese aanbestedingstrajecten bespreekt, namelijk (i) praten met marktpartijen, (ii) disproportionele selectie- en gunningscriteria en (iii) onevenwichtigheid in het aanbestedingsteam. Met betrekking tot zijn bespreking van de eerste valkuil, praten met marktpartijen, zijn ons inziens enkele aanvullingen op zijn plaats.

 

Volgens Van Holst is de conclusie dat er in het geheel geen contact met de markt mag zijn, onterecht en een bron van aanbestedingsgeschillen. Als gevolg daarvan zouden volgens Van Holst veel aanbestedingsbestekken een volledig van de commerciële, technische en juridische werkelijkheid losgezongen programma van eisen bevatten, al dan niet gelardeerd met lacunes.

Uiteraard delen wij de visie van Van Holst dat het van belang is dat het aanbestedingsbestek aansluit op de commerciële en technische werkelijkheid en geen lacunes bevat. Vaak is daarvoor inderdaad enig overleg met marktpartijen vereist althans gewenst. Maar dat de soep niet zo heet gegeten wordt, zoals Van Halst stelt, zien wij toch anders.

Contact met marktpartijen brengt voor alle betrokkenen wel degelijk de nodige risico’s met zich mee. Het klopt dat de regel is dat alle informatie die in het kader van een marktconsultatie van marktpartijen verkregen wordt, voor alle marktpartijen toegankelijk dient te zijn. Maar het is niet altijd zo makkelijk als het lijkt, om aannemelijk te maken dat het consulteren van een marktpartij niet heeft geleid tot een ongelijk speelveld voor de andere deelnemers.

Casuïstische rechtspraak

De lagere rechtspraak over de toelaatbaarheid van betrokkenheid van marktpartijen in het voortraject van een aanbesteding is bovendien sterk casuïstisch. Zo oordeelden de Rechtbank Amsterdam en de Rechtbank Leeuwarden bijvoorbeeld kort na elkaar geheel anders in vrijwel identieke gevallen. In beide gevallen was sprake van een deelnemer die zowel het bestek als de raming van de opdrachtwaarde had opgesteld, terwijl dat laatste niet ter kennis van de overige deelnemers was gebracht.

De Rechtbank Leeuwarden oordeelde dat het enkele feit dat een deelnemer het bestek heeft opgemaakt, en daarmee de inhoud van het bestek kende, niet leidt tot een relevante voorsprong, omdat ook de andere deelnemers het bestek kenden. Dat de maker van het bestek de inhoud eerder kende dan de andere deelnemers betekende volgens de rechtbank niet dat sprake was van een relevante voorsprong, zodat de deelnemer niet van de aanbesteding uitgesloten hoefde te worden1.

Voor de Rechtbank Amsterdam was de betrokkenheid bij het opstellen van het bestek en de kostenraming wél aanleiding om te concluderen dat sprake was van een ontoelaatbare concurrentievoorsprong. Het feit dat het bestek aan alle inschrijvers ter beschikking stond was niet voldoende om de voorkennis van de deelnemer te neutraliseren, omdat deze veel beter en langer dan de andere deelnemers op de hoogte was van de wensen van de aanbesteder2

Niet alle informatie kan in bestek opgenomen worden

Uit het bovenstaande blijkt ook dat het niet altijd voldoende is om alle informatie die in het kader van een marktconsultatie uitgewisseld wordt met de andere marktpartijen te delen. Alleen al het feit dat een deelnemer éérder op de hoogte was kan kennelijk al leiden tot een ontoelaatbare concurrentievoorsprong en dus uitsluiting van de aanbesteding. De kennisvoorsprong van een huidige contractant is daarom bijvoorbeeld erg moeilijk te neutraliseren.

Daarnaast is het lang niet altijd mogelijk om alle informatie voor de overige marktpartijen toegankelijk te maken. En hoe monitor je dat?

Het is voor de aanbestedende dienst niet altijd even eenvoudig om te beoordelen welke informatie zou kunnen leiden tot een ontoelaatbare concurrentievoorsprong, en aldus gedeeld dient te worden met alle marktpartijen. Ook is het voor de overige deelnemers lastig om te kunnen beoordelen of ze alle relevante uitgewisselde informatie hebben gekregen. Enige achterdocht is bepaald niet uit te sluiten wanneer gegund wordt aan een partij die in het voortraject van de aanbesteding geraadpleegd is.

Bereidheid tot procederen

In dat kader bestaat er dan ook een (grote) bereidheid tot procederen. Een partij die als tweede eindigt bij een aanbesteding, en weet dat er in het voortraject van de aanbesteding contact is geweest tussen de aanbestedende dienst en de partij waaraan gegund is, zal zich al snel wenden tot de rechter. Zeker gezien de waarde van de opdrachten en het huidige economische klimaat, is de drempel voor de inschrijvers op de aanbesteding om naar de rechter te stappen laag.

Risicobeperking

De aanbestedende dienst die in het voortraject gepraat heeft met marktpartijen loopt dus altijd een zeker risico, evenals de marktpartij(en) zelf. Om dit risico zoveel mogelijk te minimaliseren is het ons inziens - naast de opties die Van Holst aangeeft - verstandig dat de aanbestedende dienst zich zo terughoudend en zo passief mogelijk opstelt tijdens gesprekken met marktpartijen in het voortraject van de aanbesteding. Een ontoelaatbare concurrentievoorsprong zal immers in de regel veroorzaakt worden door informatie die de aanbestedende dienst zelf verstrekt. Het is dus minder problematisch wanneer het de marktpartij is die informatie geeft.

In het verlengde daarvan ligt ook de aanbeveling om eventuele gesprekken met marktpartijen zoveel mogelijk te documenteren en vast te leggen. Gespreksverslagen waaruit de passieve houding van de aanbestedende dienst blijkt en waaruit blijkt dat de aanbestedende alle verstrekte informatie heeft opgenomen in het bestek, kunnen zeer waardevol zijn. Enerzijds om een procedure te voorkomen en anderzijds als bewijsmiddel, mocht het toch tot een procedure komen.

Voetnoten
1 Rb Leeuwarden 24 november 2010, LJN:BO7626
2 Rb Amsterdam 8 april 2010, LJN:BM1229

Dit artikel is een reactie op Walter van Holst, Europees aanbesteden: een paar vermijdbare valkuilen, IT 251, 28 februari, ITenRecht.nl.

IT 276

Auteursrecht op de broncode niet gerespecteerd

Rb Zwolle 24 november 2010, LJN: BP5690, 176850 / KG ZA 10-477 (Purple Pigeon v. Quinarx; publicatie 11 maart 2011).

Feiten: Purple Pigeon is ontwikkelaar en houder van de intellectuele eigendomsrechten op de softwareproducten 'Eigen Chatbox', 'WebAgenda Multi-User', 'WebEnquete PRO', 'Web to Go Personal' en 'Web To Go Professional'. Quinarx is distributeur van diverse software en handelt onder de naam Invender. Een exclusieve Beneluxdistributie-ovk is gesloten, opgevolgd door een contractbeëindigingsovk & broncodegebbruikovk waarin staat ten allen tijde "Copyright(c)Purple Pigeon B.V." te  vermelden. Nu blijkt dit niet te gebeuren, maar wordt een copyright-vermelding van Quinarx gebruikt.

de voorzieningenrechter veroordeelt Quinarx om te staken en gestaakt te (doen) houden iedere inbreuk op de auteursrechten van Purple Pigeon door het (doen) aanbieden van de in deze procedure bedoelde softwarepakketten van Purple Pigeon en door het openbaar maken en verspreiden van de niet volledig gecodeerde broncode(s) van Purple Pigeon; met een dwangsom van €10,000 per dag of gedeelte, tot maximum van €150.000; en veroordeling in de proceskosten á €10.887,44.

 

4.12.  Quinarx heeft niet (voldoende) gemotiveerd weersproken dat zij de broncode vrijwel onversleuteld heeft verspreid en daarmee openbaar heeft gemaakt.

4.13.  Quinarx heeft zich verweerd met de stelling dat zij de betreffende softwarepakketten al 4 jaar op dezelfde wijze aanbiedt met een beveiligingsmethode die volgens Quinarx vele malen effectiever is dan de door Purple Pigeon zelf gebruikte en bedongen beveiligingsmethode. In dit verband heeft Quinarx vermeld dat zij, alvorens zij de producten op de markt heeft gebracht, drie grote beveiligingsgaten van Purple Pigeon heeft gedicht.
Deze stelling kan Quinarx niet baten, want - wat er in het algemeen ook zij van de gestelde effectiviteit van de gebruikte beveiligingsmethode - vast staat dat, ondanks deze beveiliging, de broncode van de Purple Pigeon producten door het handelen van Quinarx openbaar is gemaakt en voor derden toegankelijk is geworden.

4.14.  Het verweer van Quinarx dat de broncode niet geheel kon worden versleuteld, omdat daarmee ook de copyrightvermeldingen in alle bestanden onleesbaar zouden worden, slaagt niet. Purple Pigeon heeft dit verweer weersproken met de stelling dat het technisch goed mogelijk is om de broncode te versleutelen met handhaving van de copyrightvermeldingen. [directeur Quinarx] (directeur van Quinarx) heeft desgevraagd ter zitting de juistheid van deze stelling van Purple Pigeon bevestigd. Hij heeft weliswaar toegevoegd dat de software (technisch gezien) niet op deze wijze was aangeleverd door Purple Pigeon, maar daar staat tegenover dat Purple Pigeon onweersproken heeft gesteld dat dit eenvoudig had kunnen worden opgelost als Quinarx er één telefoontje richting Purple Pigeon aan had gewaagd. De wijze waarop de software oorspronkelijk aan Quinarx is aangeleverd, kan dan ook naar het oordeel van de voorzieningenrechter het openbaar maken van de broncode niet rechtvaardigen.

4.15.  Quinarx heeft zich ten slotte verweerd met de stelling dat Purple Pigeon afstand heeft gedaan van een eventueel recht om zich op haar auteursrecht te beroepen, omdat Purple Pigeon zelf in de betreffende software gebruik heeft gemaakt van zogenoemde 'open source software'. Purple Pigeon heeft dit verweer weerlegd met de stelling dat deze open licenties in alle gevallen buiten de codering kunnen blijven. Als dit het argument zou zijn geweest om de broncode niet te coderen, dan had Quinarx dit moeten meedelen, omdat het ongeveer twee minuten kost om deze paar componentjes buiten de overige software te plaatsen, aldus Purple Pigeon. Nu deze stelling niet door Quinarx is weersproken en zij heeft nagelaten haar verweer vervolgens nader te onderbouwen, kan ook dit verweer Quinarx niet baten.

4.16.  Hetgeen hiervoor is overwogen (rechtsoverwegingen 4.9 tot en met 4.15) brengt mee dat de gestelde inbreuk op de auteursrechten van Purple Pigeon in dit kort geding voldoende is komen vast te staan. Dit betekent dat de vordering sub a - niet in de (te) ruime zin zoals gevorderd, maar wel zoals in het dictum te melden - voor toewijzing in aanmerking komt.

4.18.  Purple Pigeon heeft op grond van artikel 1019h Rv gevorderd dat Quinarx wordt veroordeeld in de volledige kosten van de onderhavige procedure. Purple Pigeon heeft een gedetailleerde opgave gedaan van haar uurtarief en het aantal gewerkte uren met een concrete omschrijving van de verrichte werkzaamheden. Quinarx heeft zich tegen deze vordering enkel verweerd met de stelling dat zij de proceskosten aan de hoge kant vindt, maar heeft niet gemotiveerd gesteld welke posten te hoog zijn en waarom. De voorzieningenrechter zal de gevorderde proceskostenveroordeling dan ook toewijzen.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf)
Regeling: art. 10 lid 1 onder 12 van de Auteurswet; artikel 1019h Rv

IT 275

boete verspreider MSN-worm gehandhaafd

Rb Rotterdam 10 maart 2011, LJN BP7350, AWB 09/1412 TELEC-T1 (OPTA Spyware MSN)

Op 3 november 2008 heeft de OPTA twee personen een boete van respectievelijk €88.000 en €16.000 opgelegd wegens overtreding van het spywareverbod; art 4.1 lid 1 van Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen. De spyware werd via het programma Windows Live Messenger, ook wel bekend als MSN, op computers van ongeveer 180.000 gebruikers geplaatst. Gisteren heeft de Rechtbank Rotterdam de boete die telecomtoezichthouder OPTA aan één van de twee verspreiders van deze MSN-worm oplegde, grotendeels gehandhaafd. Grotendeels, want als gevolg van minderjarigheid tijdens een deel van de gedraging en (een) psychische stoornis(sen) moet verminderde verwijtbaarheid worden toegekend. Dit zorgt ervoor dat de aanvankelijke boete is gematigd tot een bedrag van € 14.000 in plaats van het aanvankelijke bedrag van €16.000.

Hoofdstuk 4. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
Artikel 4.1

1.Een ieder die door middel van elektronische communicatienetwerken toegang wenst te verkrijgen tot gegevens die zijn opgeslagen in de randapparatuur van een abonnee of gebruiker van openbare elektronische communicatiediensten dan wel gegevens wenst op te slaan in de randapparatuur van de abonnee of gebruiker van openbare elektronische communicatiediensten, dient voorafgaand aan de desbetreffende handeling de abonnee of gebruiker:
a. op een duidelijke en nauwkeurige wijze te informeren omtrent de doeleinden waarvoor men toegang wenst te verkrijgen tot de desbetreffende gegevens dan wel waarvoor men gegevens wenst op te slaan, en
b. op voldoende kenbare wijze gelegenheid te bieden de desbetreffende handeling te weigeren.

r.o. 2.4.5.6 De bevindingen van de deskundigen leiden dan ook tot het oordeel dat de gedragingen van eiser, als gevolg van (een) psychische stoornis(sen), minder verwijtbaar moeten worden geacht dan verweerder heeft aangenomen. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank een nadere matiging van de boete aangewezen en acht de rechtbank een boete van € 14.000,-- passend en geboden.

Lees meer hier, hier, hier en bij de OPTA.
Lees de uitspraak hier of hier(pdf)

IT 273

Ziggo niet gedwongen tot afgifte NAW-gegevens

Hof Amsterdam, 19 oktober 2010, LJN: BP7309; 200.051.728/01 (123video v. Ziggo). Eerder over bericht op IEF, vandaag gepubliceerd mét LJN.

Naar aanleiding van een kort geding heeft 123VIDEO internet provider Ziggo gedwongen tot afgifte NAW-gegevens van een klant. Er bestaat geen verplichting tot afgifte van deze klantgegevens door Ziggo in geval waarin een klant via een niet door die internetprovider beheerd “user-generated-content”-platform filmmateriaal publiceert dat auteursrechtinbreuk maakt op rechten van derden (Kim Holland, zie Hof Amsterdam 14 dec 2010; Rb Amsterdam, 24 november 2010). Vzr. Rb Amsterdam 29 okt 2009),Rb Amsterdam 5 aug 2009). Maatstaf voor deze buitencontractuele mededelingsplicht; subsidiariteit en noodzakelijkheid.

3.9 De belangen van Ziggo bij het niet verstrekken van de NAW-gegevens dienen in dit geval te prevaleren. 123 Video heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er in het onderhavige geval geen minder ingrijpende mogelijkheden bestonden de door haar benodigde gegevens van [ S ] te achterhalen. Het hof wijst er in dit verband in de eerste plaats op dat 123 Video ervoor heeft gekozen het door haar geëxploiteerde internetplatform (een "user generated video website") zo op te zetten dat deelnemers zich uitsluitend met een e mailadres behoeven te identificeren, alsmede met een niet zondermeer op de deelnemer te herleiden gebruikersnaam en met een geboortedatum. In hoeverre reeds deze omstandigheid eraan in de weg staat dat 123 Video persoonsgegevens opvraagt bij de provider van het betreffende e-mailadres, kan in dit geding in het midden blijven. Het hof gaat er namelijk voorshands van uit dat 123 Video in dit geval, op grond van de met [ S ] gevoerde e-mail correspondentie en op grond van de bij inschrijving verkregen gegevens, al over de juiste naam en geboortedatum van [ S ] beschikte. Aangenomen moet worden dat een door 123 Video ingeschakelde deurwaarder met behulp van deze gegevens in beginsel in staat zou zijn geweest het juiste adres van [ S ] ten behoeve van het uitbrengen van het exploot van oproeping in vrijwaring te achterhalen. Dat 123 Video deze weg heeft bewandeld en daarbij op problemen is gestuit is gesteld noch gebleken.

3.10 123 Video heeft nog naar voren gebracht dat (achteraf) niet is gebleken dat [ S ] bezwaar had tegen verstrekking van zijn persoonsgegevens. Ziggo heeft dit ter zitting bestreden en heeft toegelicht dat [ S ] in augustus 2009 desgevraagd geen toestemming heeft verleend voor verstrekking van zijn persoonsgegevens aan 123 Video. Het hof gaat er daarom voorshands vanuit dat niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 8, aanhef en onder a, Wbp dat [ S ] ondubbelzinnig zijn toestemming heeft verleend.

3.11 Dit leidt tot de slotsom dat redelijkerwijze niet kan worden geoordeeld dat het door Ziggo verstrekken van de persoonsgegevens van de gebruiker van het e-mailadres [ e-mailadres ] noodzakelijk is voor de behartiging van een gerechtvaardigd belang van 123 Video. Ziggo handelt derhalve niet in strijd met de in het maatschappelijk verkeer van haar te vergen zorgvuldigheid door te weigeren de NAW-gegevens en de geboortedatum van betrokkene aan 123 Video te verstrekken.

3.12 Het vorengaande brengt mee dat de in het bestreden vonnis gegeven voorlopige voorziening niet in stand kan blijven.

Lees de uitspraak hier en hier(pdf).

IT 272

Algemeen bekend: "meer disken is meer IOPS"

Voorzieningenrechter Rechtbank 's-Gravenhage 18 februari 2011 (SLTN-Ministerie van Veiligheid en Justitie), LJN: BP5747. Aanbesteding storage. SLTN biedt oplossing aan waarbij gebruik wordt gemaakt van bepaalde sizing tools. Ministerie mocht betrouwbaarheid betwijfelen, bewijslast bij SLTN. Aanbieding SLTN terecht gepasseerd. Met dank aan Polo van der Putt, Vondst Advocaten.

Uit het vonnis blijkt onder meer het volgende. Het ministerie heeft aan haar mantelpartners gevraagd om een offerte uit te brengen voor de storage omgeving ten behoeve van het project Landelijke Werkplek Standaard Dienst Justitiële Inrichtingen. Een storage omgeving bestaat uit verschillende opslagdisks (ook wel disken genoemd). Door de data te verdelen over meerdere disks wordt de snelheid voor de gebruikers om de data op te vragen en om deze op te slaan ('read' en 'write') vergroot, omdat de belasting over verschillende disks wordt verdeeld. Deze (read/write-) snelheid wordt uitgedrukt in "Input/Output Operations Per Second" (hierna: IOPS) De hoeveelheid IOPS bepaalt het prestatievermogen (de performance) van een storagesysteem.

SLTN doet een innovatieve oplossing waarbij door het gebruik van een sizing tool het aantal disks kan worden beperkt, maar volgens haar toch een hoge performance wordt gehaald. Het ministerie is niet overtuigd. Volgens de rechter geldt in zijn algemeenheid, zie r.o.,1.11, "meer disken is meer IOPS" [uit r.o. 3.5 volgt overigens dat SLTN dit heeft gesteld]. Het ministerie is van mening dat de benodigde performance niet geleverd gaat worden voor beschreven omgeving(en) door het lage aantal aangeboden disken. Daarnaast moeten aangeboden configuraties rekening houden met de functionele eis dat uitval van één controller (die de disks aansturen) niet leidt tot verstoring voor de cliëntsystemen. Het ministerie is van mening dat hier onvoldoende rekening mee is gehouden in de aanbieding. 

De voorzieningenrechter overweegt:

"3.4 [...] Gelet op dit verweer van gedaagde ligt het op de weg van eiseres om voldoende aannemelijk te maken dat zij met behulp van de Netapp sizer wel zou voldoen aan de gestelde eisen.

3.5. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat de hoeveelheid disken voor de performance van de aangeboden controller van geen enkele betekenis is omdat de verwerkingscapaciteit van de controller niet afhankelijk is van de hoeveelheid daarachter aangesloten disken. Daarbij heeft zij de controller vergeleken met een trechter die ervoor zorgt dat de daar achter aangesloten disken op basis van de NetApp sizer als het ware een multipliereffect bewerkstelligt waardoor de disks substantieel meer performance hebben dan zonder de NetApp sizer. Eiseres heeft echter daarmee niet de klacht van gedaagde kunnen wegnemen dat de NetApp sizer slechts een hulpmiddel is waarvan de betrouwbaarheid niet vast staat. Nu eiseres kennelijk de enige inschrijver is die de NetApp sizer een prominente, voor de performance doorslaggevende, rol in haar aanbieding toedicht wordt tot uitgangspunt genomen dat het hier in ieder geval niet gaat om een algemeen gangbare oplossing. Daarbij wordt mede betrokken dat ook eiseres zelf in haar offerte bij de presentatie van haar opties op pagina 11 vermeldt: "(...) meer disken is immers meer IOPS". Onder deze omstandigheden dient eiseres de werking en betrouwbaarheid van de NetApp sizer nader inzichtelijk te maken. Daarin is zij niet geslaagd. Geoordeeld wordt in dit verband dat eiseres over de door haar toegepaste ongebruikelijke oplossing geen gegevens op het punt van de betrouwbare werking heeft overgelegd. Nu eiseres bovendien noch in haar offerte en toelichting noch ter zitting onderbouwde berekeningen heeft gepresenteerd die overtuigend die betrouwbare werking aannemelijk maken, kan vooralsnog niet worden geconcludeerd dat eiseres heeft voldaan aan de eisen voor de benodigde performance. Ook heeft zij geen refertewerk in beeld gebracht waaruit die betrouwbaarheid zou kunnen blijken. De klacht van eiseres dat de RFP geen refertevereiste bevat, kan haar niet baten nu het op de weg van eiseres ligt om in geval van een ongebruikelijke oplossing de betrouwbaarheid van die oplossing te onderbouwen. De omstandigheid dat de winnende deelnemer dezelfde controller als eiseres heeft aangeboden legt, gelet op het voorgaande, onvoldoende gewicht in de schaal."

Uit dit vonnis lijken in ieder geval twee lessen te kunnen worden getrokken door aanbieders die een innovatieve oplossing willen aanbieden:

(1) Als je van mening bent dat een marktstandaard niet langer meer de standaard hoeft te zijn, maak in je aanbieding dan duidelijk dat de standaard achterhaald is. Dus in plaats van te stellen "meer disken is immers meer IOPS" zou je dan kunnen zeggen: "Vroeger, toen de sizing technieken niet goed ontwikkeld waren, ging men er nog van uit dat meer disken meer IOPS opleveren. Een standpunt dat inmiddels is achterhaald", o.i.d.

(2) Als je een innovatieve techniek aanbiedt, is het verstandig extra aandacht te geven aan de onderbouwing van de betrouwbaarheid, ook al wordt een uitgebreide onderbouwing niet gevraagd.

Lees het vonnis hier (link) of hier (pdf).

IT 271

grootste privacyschenders bekend

De door digitale burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom (BOF) georganiseerde Big Brother Awards 2010 heeft haar resultaten gisterenavond gepresenteerd. De nominaties (IT 245) mondde uit in de volgende winnaars in de categoriën Overheid, bedrijven, personen en privacy-inbreukmakende voorstellen. Ook werd er een award voor positieve bijdrage aan de privacy uitgereikt

Winnaar OVERHEID

Het ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de huiscontroles door pandbrigades en de komende uitbreiding van die praktijk, waarbij alle uitkeringsgerechtigden worden verplicht huiscontroles te ondergaan. In Sp!ts licht Jurylid Antoinette Hertsenberg toe dat Haagse ambtenaren mensen moedwillig op het verkeerde been zetten: "mensen die weigeren, krijgen een dreigbrief waarin staat dat hun huis wordt opengebroken als ze niet meewerken. Terwijl dat juridisch helemaal niet mag. Nog erger is dat één op de drie huisbezoeken is ingegeven door gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie die niet blijken te kloppen. Lekker, als op basis van foute gegevens je huis wordt doorzocht" aldus het jurylid.

Winnaar BEDRIJVEN 
Trans Link Systems en OV-bedrijven vanwege het doorzetten van de OV-chipkaart, ondanks de vele constateringen dat de kaart onherstelbaar kapot is. Ondanks de negatieve uitstraling van de Award kwam TLS wel deze wel in ontvangst nemen. Saillant detail is dat de gehackte kaart in Amersfoort als officieel betaalmiddel wordt ingezet. Lees meer hier, hier, hier en hier.

Winnaar PERSONEN
Minister van Justitie Ivo Opstelten vanwege het voorstel om gescande kentekens vier weken te bewaren. Voorzitter BOF Ot van Dalen vind het geen toeval dat de overheid de grootste schender is: "De controletrein dendert voort en den Haag is de grote motor", zo staat in Sp!ts van vandaag.

Winnaar VOORSTELLEN
Onderzoek naar de inzet van Deep Packet Inspection, een permanente internettap op het verkeer van alle Nederlandse internetters. Iets wat diep ingrijpt in de privacy van de Nederlandse burgers.

Tot slot werd ook de Winston-award voor een positieve bijdrage aan de privacy uitgereikt aan Rop Gonggrijp; Hacker en oprichter XS4ALL. Jarenlang heeft hij met gedrevenheid zijn technologische kennis ingezet. Meer over Rop hier en hier.

IT 270

Zelftest internetondernemers

Via de site van de Belastingdienst kunnen internetondernemers een zelftest doen. De online verkoopkanalen zijn vaak te weinig conform de wettelijke voorwaarden; consumenten worden middels die bepalingen beschermd. De Consumentenautoriteit ziet daarop toe:

Verkoopsites zijn vaak gestart vanuit hobbyisme en doorgegroeid naar professionele kanalen met flinke omzetcijfers. Daarom hebben de Consumentenautoriteit en de Belastingdienst het initiatief genomen om de test te ontwikkelen en internetondernemers te informeren. Door vijf vragen te beantwoorden wordt duidelijk of zij hun website moeten aanpassen of dat deze voldoet. De test en informatie zijn te vinden op www.belastingdienst.nl/internetondernemers.

De bezoeker wordt in deze laagdrempelige site snel naar belangrijke informatie geleid. Bij wijze van proef zijn via e-mail de eerste 560 ondernemers geïnformeerd uitgenodigd om de zelftest te doen.

IT 269

Boekrecensie 'Hosting'

Lees verder voor een voorproefje van het boek, met dank aan ICTRecht.

Het boek Hosting van ICTRecht is een publicatie bedoeld voor vooral (kleine) ondernemers. Het boek leidt ondernemers in begrijpelijke taal langs de mogelijk juridische valkuilen rondom hosting. Zonder echt juridisch te worden, geeft het boek nuttige, praktische handvatten aan de ondernemer.

Vragen als ´hoe kom ik erachter of ik een klant als zakelijke klant of als consument - die veel meer beschermd is - moet behandelen´ worden met praktische (bedrijfs)tips beantwoord. Laatste jurisprudentie over merkenrecht, domeinnaamrecht en (ontoelaatbare) vergelijkende reclame wordt ook behandeld. De auteurs verliezen zich daarbij niet een diepgaande juridische analyses.  Uitspraken worden gebruikt ter illustratie van hoe iets niet moet en hoe het wel kan (zo worden o.a. Pretium v. Yiggers; IEF 21) en HvJ EU Google Adwords; IEF 8692; aangehaald).

Af en toe wordt er stevig stelling genomen omtrent de zin en onzin van wetten (bv. "Met name waar het de bewaarplicht voor internetgegevens betreft vinden wij deze wet een onzorgvuldig, contraproductief resultaat van angstpolitiek, waarbij politieke opportuniteit het klaarblijkelijk heeft gewonnen van wetenschappelijke rationaliteit" pagina 86).

Ook tref je in de publicatie handige checklists aan, zowel in de tekst verwerkt als achterin het boek. Welke informatie moet er minimaal op je website staan, hoe verwerk je site op de juiste wijze een bestelproces, voldoen je algemene voorwaarden aan wet en zijn ze duidelijk.

Kortom een leuke publicatie die je (beginnende, online) MKB'ers zou aanbevelen. Niet vanwege de interessante juridische materie, maar vanwege de goede zelfhulpzaamheid.

Voor een voorproefje klik hier, en klik hier om te bestellen.

IT 268

Botnets: antwoord op 10 grootste vragen

In een publicatie rondom Botnets heeft het EU agentschap ENISA heeft de 10 grootste vragen behandeld. Botnets staan er bekend om computers en gebruikers achterna te zitten met spam, Denial-of-Service (DOS)-aanvallen, Adware, Spyware en click fraud. Het rapport is geeft een beknopte weergave van de ENISA consultatieronde onder top experts, inclusief Internet Service Providers (ISPs), onderzoekers, handhavers, Computer Emergency Response Teams (CERTs) en anti-virus verkopers.

Er komen vragen aan de orde als...

1 how much trust to put in published figures?
2 what are the main challenges associated with jurisdiction?
3 what should be the main role of the eu/national governments?
4 which parties should take which responsibilities?
5 where to invest money most efficiently?
6 what are key incentives for cooperative information sharing?
7 what are key challenges for cooperative information sharing?
8 are there unseen/undetected botnets?
9 which aspects are still missing in the fight against botnets?
10 what are future trends?

Klik hier Voor het volledige rapport "Botnets: 10 Tough Questions”.

IT 267

Internetfilter kinderporno werkt niet

Bits of Freedom, verdediger van digitale burgerrechten, heeft een brief van de Werkgroep Blokkeren Kinderporno gepubliceerd waarin duidelijk wordt dat Nederlandse providers stoppen met de internetfilter. Opmerkelijk is dat de brief middels een WOB-verzoek (van Rejo Zenger) pas aan het licht is gekomen, terwijl de werkgroep uitdrukkelijk vraagt om openbaarmaking.

“Op basis van de rapportage van het Meldpunt Kinderporno komen wij tot de voorlopige conclusie dat als gevolg van deze ontwikkelingen het blokkeren van websites met kinderporno via een zwarte lijst een voorziening is die thans niet meer als een probaat en effectief instrument kan dienen om bij te dragen aan de bestrijding van kinderporno op internet.”

Wat door Bits of Freedom al langer wordt verkondigd is dat filters het materiaal slechts verbergen, en dat het juist is om te verwijderen. Daarover heeft European Digital Rights (EDRi) ook eerder voor gepleit in haar stuk 'Internet Blocking - Crimes should be punished and not hidden'(pdf)

Op Europees niveau is dit een belangrijke ondersteuning om een Europees internetfilter als maatregel tegen soortgelijke websites te weren, datgeen wat de Europese commissie wil. Het Europees Parlement vind dit een vorm van symboolpolitiek, de lidstaten lijken zich tegen de keuze van het Parlement te weren.

Dit is een belangrijke steun in de rug van het Europees Parlement bij de onderhandelingen over een Europees internetfilter. De Europese Commissie wil dat lidstaten maatregelen nemen om websites met afbeeldingen van seksueel kindermisbruik te blokkeren. Het Europees Parlement heeft aan de Europese Commissie duidelijk gemaakt dat zij dit een vorm van symboolpolitiek vindt en nu keren vrijwel alle Europese lidstaten zich tegen deze keuze van het parlement. Misschien is dit wel de reden waarom het ministerie deze brief zo lang achter heeft gehouden.

B

BRON: BOF, webwereld, Emerce

 

IT 266

zelf koekjes regelen?

Commentaren die consumenten- en burgerrechtenorganisaties afgelopen weken aan Brussel kenbaar maakten, zorgden voor een door de EU gefaciliteerd overleg wat moet leiden tot een vorm van zelfregulering rondom de zogenoemde 'cookiewet'.

In Brussel komen woensdag 9 maart komen partijen vertegenwoordigd door koepelorganisaties als de DDMA, IAB, het Nederlands Uitgeversverbond en technologiebedrijven bij elkaar. Daar bespreken ze welke vorm van zelfregulering ze zichzelf gaan opleggen om aan een nieuwe Europese richtlijn te voldoen.

De Europese consumentenorganisaties en mediapartijen voeren deze, zodat de privacy van consumenten is gewaarborgd en tegelijkertijd commercie en innovatie op internet niet belemmerd. De EU-richtlijn bepaalt onder meer hoe adverteerders, uitgevers en technologiebedrijven met cookies moeten omgaan.

De Telecomwet is (nog) niet aangenomen, ondanks dat de implementatietermijn van de ePrivacy-richtlijn verstrijkt op 25 mei 2011. Het Nederlandse parlement wacht nog op de ontwikkeling op Europees niveau. Nu is het overleg gericht op zelfregulering.

Consumenten die vinden dat hun privacy wordt aangetast kunnen zich wenden tot de Stichting Reclame Code of de Consumentenautoriteit; het toezicht op de Telecomwet ligt bij de Opta.

IT 265

"Open source leidt bijna nooit tot claims"

Rondom de ARBIT is de laatste week veel te doen geweest. Intensief volgt ITenRecht het debat. Directeur Jeroen Verburg van OS leverancier Hippo meent dat opensource-implementaties in de praktijk vrijwel nooit tot auteursrechtelijke claims van derden leiden:

'Onze software heeft zijn oorsprong in de Apache Foundation. Elke partij die daar software vrijgeeft, neemt afstand van zijn rechten en kan niet meer claimen.' ook zegt hij: 

'Van Holst (red. IT 261) heeft het bij het juiste eind. De gehele Arbit is juist na die aanpassing voor beide partijen gelijk.'

 

 

 

ICT~Office heeft al vaker in de clinch gelegen vanwege Open Source aanbestedingen, omdat rijksoverheid alleen de dienstverlening had aanbesteed in 2009 zonder dus de software aan te besteden.

BRON: Computable.nl

 

IT 264

Amerikaanse overheid kaapt domeinnamen zonder waarschuwing: internetcensuur?

Met bijzondere dank aan Kim Crijns, SOLV voor deze bijdrage. Afgelopen maand heeft de Immigration and Customs Enforcement (ICE), onderdeel van het Department of Homeland Security (Binnenlandse Zaken) een groot aantal domeinnamen van vermeende “piraterijsites” in beslag heeft genomen.

De Amerikaanse overheid is een grootscheepse actie - “Operation in Our Sites” - begonnen tegen websites die zich schuldig zouden maken aan piraterij door auteursrechtelijk beschermd materiaal of namaakproducten aan te bieden. Bezoekers van deze websites krijgen dan de volgende mededeling te zien, waarbij wordt verklaard dat de domeinnaam in beslag is genomen door ICE:
 

Afgelopen Valentijnsdag zijn 18 domeinnamen in beslag genomen, omdat volgens ICE namaakproducten op de bijbehorende websites werden verkocht, zoals kettingen en armbanden van bekende merken van Tiffany & Co.en Chanel. Dit wordt door de ICE de “vierde fase” genoemd van de Operation in Our Sites, omdat ook al in februari 10 domeinnamen van sportsites die sportevenementen zouden gaan streamen in beslag genomen, in november 2010 maar liefst 82 domeinnamen in beslag werden genomen van websites met namaakproducten een website met links naar muziek, en in juni 2010 nog 9 domeinnamen in beslag werden genomen van websites waarop films werden aangeboden. In totaal zijn dus 119 domeinnamen in beslag genomen door de Amerikaanse overheid.

Wat is er mis met de inbeslagname van domeinnamen waarop (vermeende) illegale activiteiten worden verricht? In principe niets natuurlijk, tenzij deze inbeslagnames worden goedgekeurd door een federale rechter zonder vooraf een waarschuwing te geven aan de houder van de domeinnaam en bijbehorende website en er geen mogelijkheid wordt geboden aan de houders om zich (vooraf) hier tegen te verdedigen. Je kunt je ook afvragen in hoeverre het in beslag nemen van domeinnamen proportioneel is. Het gaat de ICE immers om het bestrijden van de illegale inhoud van de websites, niet om de domeinnamen zelf.

Opmerkelijk is ook dat zich in het lijstje van bovenstaande sportsites zich een Spaanse website bevond onder de domeinnamen rojadirecta.com en rojadirecta.org. De sportsite linkte naar verschillende streams van sportevenementen van grote Amerikaanse competities zoals de NBA, MLB en NFL. Hoewel de Spaanse rechter tot twee keer toe oordeelde dat de site legaal is, werd de site toch in beslag genomen door de Amerikaanse overheid.

Hoe dat kan? De topleveldomeinen .org, .net en .com worden allemaal gerund door Amerikaanse bedrijven, en vallen dus onder de Amerikaanse jurisdictie. Je kunt je wel afvragen hoe effectief deze blokkeringsacties van de Amerikaanse overheid daadwerkelijk zijn. Omdat alleen .com, .org en .net-domeinnamen in beslag worden genomen na gerechtelijk bevel door de ‘registry’, de beheerder van een topleveldomein, is een deel van de geblokkeerde sites weer bereikbaar onder URL’s die niet aan de VS toebehoren. De Spaanse website is nu namelijk nog wel bereikbaar via de domeinen rojadirecta.es, rojadirecta.me, rojadirecta.in.

Overigens is een ‘registry’, zoals de Public Interest Registry (PIR) bij die het org.domein beheert (vergelijkbaar met onze SIDN) met een bevel van de rechter gedwongen om per direct de IP-nummers die verwijzen naar de domeinnaam uit hun DNS-server te halen en te vervangen door een IP-adres van de ICE.

De senator Ron Wyden van de Democraten uitte zijn zorgen over het feit dat websites worden overgenomen door de ICE en domeinnamen per direct in beslag worden genomen zonder waarschuwing (via een gerechtelijk bevel) door de registry.

Hij stelt kritische vragen aan John Morton, de directeur van ICE, zoals of er vóór de inbeslagname rekening gehouden wordt met de legaliteit van een website, en welke standaarden buitenlandse landen moet hanteren voordat besloten wordt een domeinnaam in beslag te nemen op grond van schending van de Amerikaanse wet. Dezelfde senator stak overigens al eerder een stokje voor het omstreden wetsvoorstel Combating Infringement and Counterfeits Act.

Bovenstaande situatie doet mij denken aan de omstreden “Three-strikes-out-wet” in Frankrijk die nu van kracht is. In dit wetsvoorstel werd voorgesteld om een niet rechtelijke instantie, de Hadopi, de bevoegdheid te geven illegale filesharers van het internet zou halen voor een periode van maximaal een jaar. Dit laatste zou dan echter pas gebeuren na 2 waarschuwingen. De Franse Hoge Raad keurde het wetsvoorstel van de “three-strikes-out” goed, maar onder de voorwaarde dat de rechter –en dus niet Hadopi - beslist of iemand al dan niet van het internet afgesloten wordt, na 2 waarschuwingen. Zelfs bij deze omstreden three-strikes-out wet is dus sprake van 2 waarschuwingen die vooraf worden gegeven.

Ook in het Verenigd Koninkrijk heeft de Serious and Organised Crime Agency (SOCA) onlangs een plan bedacht om de bevoegdheid aan Nominet,de beheerder van de uk.domeinen, te geven domeinnamen zonder waarschuwing in beslag te nemen waarop websites actief zijn die illegale activiteiten zouden verrichten (zoals het verkopen van namaakproducten). Ik sluit dit bericht graag af met de wijze woorden van senator Ron Wyden:

In contrast to ordinary copyright litigation, the domain name seizure process does not appear to give targeted websites an opportunity to defend themselves before sanctions are imposed. As you know, there is an active and contentious legal debate about when a website may be held liable for infringing activities by its users. I worry that domain name seizures could function as a means for end-running the normal legal process in order to target websites that may prevail in full court. The new enforcement approach used by Operation In Our Sites is alarmingly unprecedented in the breadth of its potential reach.

Lees hier en hier het bericht van de ICE.
Lees hier het bericht van senator Ron Wyden.
Bronnen: www.ice.gov/index.htm, www.techdirt.com, www.wired.com, www.dhs.gov/index.htm, www.torrentfreak.com, www.arstechnica.com.

IT 263

SGOA en conflict procesbegeleiding

Stichting Geschillenoplossing Automatisering heeft haar website vernieuwd. Een interessant nieuw product van SGOA is procesbegeleiding. "Bij ICT conflict procesbegeleiding wordt een bovenpartijdige regierol ingericht om bestaande conflicten (binnen lopende projecten) op te lossen en/of dreigende conflicten te voorkomen. Een SGOA proces begeleider kan een in ICT gespecialiseerde jurist zijn, maar ook een ICT deskundige die ruime ervaring heeft met geschiloplossing in complexe ICT projecten; de vraag is waar partijen het accent op willen leggen." Voor meer informatie zie hier.

IT 262

'Kritiek op ARBIT komt vooral vanuit ICT~Office'

Branchevereniging ICT~Office heeft geen recht van spreken als de organisatie vindt dat de aangepaste voorwaarden voor ict-leveringen aan het Rijk (Arbit) onevenwichtig zijn. Dat meent ict-jurist Walter van Holst in een opiniestuk op Computable.nl (red. ook hier onder IT 261). In dat artikel verwijst hij indirect naar de ICT~Office-leveringsvoorwaarden die volgens veel mensen onevenwichtig zijn. Naast zijn werk bij dienstverlener Mitopics is Van Holst betrokken bij programmabureau Nederland Open in Verbinding (NOiV).

lees meer op: Computable

IT 261

Schrappen artikel 59 verbetert balans in ARBIT

met toestemming van Walter van Holst, Mitopics gepubliceerd, bedankt voor deze bijdrage van Computable.

De nu iets meer dan een week geleden gepubliceerde wijzigingen in de Arbit-modelovereenkomsten blijven de pennen beroeren. Daarbij worden vergaande uitspraken niet geschuwd, zoals afgelopen vrijdag toen op de Computable website door een tweetal advocaten van Kennedy van der Laan gesteld werd dat met name het buiten werking stellen van artikel 59 Arbit in strijd zou zijn met beleid en aanbestedingsrecht. In dit artikel een aantal fundamentele kanttekeningen bij deze stelling.

Allereerst een aantal feitelijke onjuistheden. De auteurs stellen dat open source een technologisch fenomeen is. Open source software is primair een juridisch en commercieel fenomeen: de voorwaarden voor het gebruiksrecht zijn fundamenteel anders. Dat heeft tot gevolg dat verdienmodellen een ander karakter krijgen. Twee tamelijk voor de hand liggende voorbeelden: het closed source kantoorautomatiseringspakket Oracle Open Office is grotendeels op dezelfde onderliggende broncode gebaseerd als het open source kantoorautomatiseringspakket LibreOffice. Ook de Websphere applicatieserver van IBM en Apache Geronimo delen op gelijksoortige wijze hun DNA.

Verder is een vrijwaring niet meer dan de garantie aan de afnemende partij dat in het geval derden menen aanspraken te hebben op de afnemer, leverancier dergelijke aanspraken af zal handelen. Het is dus altijd mogelijk om een dergelijke garantie af te geven, ook voor software die van derden afkomstig is. Natuurlijk brengt een dergelijke vrijwaring risico's met zich mee voor de leverancier. En als deze niet afgewenteld kunnen worden op een toeleverancier of verzekerd kunnen worden, kan er een restrisico overblijven wat voor een beursgenoteerde onderneming onaanvaardbaar is. Maar het zijn van een beursgenoteerde onderneming is een keuze. In essentie dus een commercieel/boekhoudkundig vraagstuk. Het door Sleeking en Westerdijk genoemde Red Hat heeft dit in zekere zin elegant opgelost door de vrijwaring in tijdsduur te relateren aan de duur van de onderhouds- en ondersteuningscontracten, maar er zijn ook andere oplossingen denkbaar.
Onbegrijpelijk is de stelling van Sleeking en Westerdijk dat het schrappen van uitsluitend voor open source leveranciers geldende aanvullende onderzoeksverplichtingen op de een of andere manier bevoordeling van dergelijke leveranciers zou zijn. Alle overige bepalingen in de ARBIT zijn namelijk net zo goed van toepassing op open source leveranciers als op die van meer klassiek gelicenseerde software.

De plank misslaan
Ook over de uitvoeringsagenda Nederland Open in Verbinding slaan de auteurs de plank helaas mis. Ik citeer doelstelling 3 van het Actieplan Nederland Open in Verbinding:

‘... bevorderen van een gelijk speelveld op de softwaremarkt en voorts het bevorderen van de innovatie en de economie door het gebruik van open source software krachtig te stimuleren en bij opdrachten de voorkeur te geven aan open source software bij gelijke geschiktheid.'

Hoe die voorkeur bij gelijke geschiktheid vormgegeven dient te worden is aan de betrokken overheden gelaten. Wellicht niet wat Sleeking en Westerdijk voor ogen hadden, maar het is denkbaar dat overheden het door hen aangesneden bezwaar tegen een onbeperkte vrijwaring voor open source software tegemoet komen door in die gevallen een andere vrijwaring te vragen dan de huidige van artikel 8 ARBIT en dus nog verder gaan dan de huidige volstrekt gelijke behandeling van leveranciers van klassiek gelicenseerde en die van open source gelicenseerde software.

Dat het sinds 2007 staande beleid verenigbaar is met het Europees aanbestedingsrecht staat buiten kijf, we hebben het immers over voorwaarden en verdienmodellen, iets waar leveranciers ook zelf een keuze in hebben. Sterker nog, in een onlangs door de Europese Commissie gepubliceerd Groenboek over de modernisering van het EU-beleid inzake overheidsopdrachten wordt expliciet erkend dat overheden hun inkoopmacht aan mogen wenden om maatschappelijke doelstellingen na te streven.

Tenslotte moet opgemerkt worden dat de kritiek op de Arbit voor een belangrijk deel vanuit ICT~Office komt. In het licht van de onevenwichtigheid van de ICT~Office voorwaarden heeft de mening van ICT~Office hierin evenveel gezag als die van een legbatterijhouder over het dierenwelzijn in de intensieve varkenshouderij.

Zonder de Arbit boven kritiek te verheffen zou ik willen stellen dat deze een fundamentele bijdrage kunnen leveren aan het opdrachtgeverschap van overheden. De Arbit zijn een grote stap voorwaarts, juist doordat deze niet alleen risico's beleggen, maar ook maatregelen benoemen om ze te beheersen. Het is daarbij inherent aan inkoopvoorwaarden dat risico's niet in de eerste plaats op de schouders van de verwervende partij drukken. Daarbij bevatten de Arbit aanknopingspunten voor partijen om hun rollen volwaardig in te vullen, bijvoorbeeld door nadrukkelijk de informatie-uitwisseling en de adviseursrol van leveranciers te benoemen.

BRON: Computable

IT 260

App Store: het verweer

De ITenRecht redactie heeft de hand weten te leggen op het verweer in oppositie van APPLE tegen het niet-registreren van het merk APP STORE in Amerika. Gewezen wordt op dat de term nu al een 'generic term' is - vergelijkbaar met bijvoorbeeld walkman, wat voorheen een merk was en nu als soortnaam doorgaat voor een "mobiel cassettespeler".

APPLE: De termen App en Store zijn niet zo algemeen dat er geen exclusieve rechten verkregen zouden kunnen worden. Windows - appellant in deze - zou volgens apple beter moeten weten: window betekent immers 'raam'. Het gaat erom welke betekenis de meerderheid van het relevantie publiek aan de term geeft. Zo nu ook Apple. Een applicatiewinkel van Apple, dat wordt door mensen gekoppeld aan de term AppStore.

Voor de documenten: (eerdere) registratie, oppositie en verweer... 

Het woordenboekcriterium wordt ook in de strijd gegooid; het staat er (redactie: nog) niet in, dus dat staat een merkenrechtelijke registratie niet in de weg:

While Microsoft goes to great lengths to identify alleged dictionary definitions for “app” and “store,” absent from its motion are dictionary definitions for the term “APP STORE” as a composite term.  Dr. Leonard was likewise unable to identify any traditional dictionaries defining the term APP STORE.  Leonard Dec. ¶ 36. Significantly, when he searched non-traditional dictionaries, Dr. Leonard discovered definitions for APP STORE, the vast majority of which defined the term  as referencing Apple’s groundbreaking online software marketplace.  Id. at ¶ 41. (pagina 17)

De redenering van Microsoft mist, zo concludeert Apple, steekhoudende argumenten, bewijs en expertise:

Microsoft, seeking to avoid highlighting an issue of  fact at all costs, offers the Board only specific instances of uses of the term APP STORE which Microsoft contends are generic uses.  What is missing from Microsoft’s submission is any evidence, expert or otherwise, regarding whether such uses represent a majority of the uses of the term or simply a small, inconsequential subset of how the relevant public uses the term APP STORE.  Microsoft’s failure to assess the universe of uses of the term APP STORE alone warrants the denial of its motion.  This is because without such an assessment Microsoft misses the forest for the trees,  and cannot possibly meet its burden of showing that a majority of the relevant public understands the term APP STORE to be generic.   See Leonard Dec. ¶ 43 (Mr. Durrance “selectively chose his evidence and submitted only those pieces of evidence that he concluded were helpful to his argument that APP STORE is a generic term.  This approach is antithetical to scientific analysis, including linguistic analysis.”). (pagina 18)

Een expert wordt aangehaald voor de interpretatie van het begrip AppStore online:

Dr. Leonard analyzed references to APP STORE appearing in The Corpus of Contemporary American English (“COCA”), an online collection of over 410 million words of popular texts from such publications as The New York Times,  Popular Mechanics,  Newsweek,  The Chicago Tribune, and  PCWorld during the years 1990-2010.  Id. ¶¶ 11, 13, 23, 31.  Dr. Leonard explains, “COCA is a ‘balanced’ corpus, meaning that it includes an equal number of texts and words from a wide variety of popular publications each year; as such, it is accepted among experts in the field of sociolinguistics as representative of current language use.”  Id ¶ 13.  Dr. Leonard’s review of this database established that  88% of the references to APP STORE in that database constitute references to Apple’s APP STORE service. (pagina 24)

Het is nu aan het USPTO Trial & Appeal Board om de knoop door te hakken.

Voor de registratie van het merk APP STORE klik hier of hier(pdf)
Gek genoeg is de term APPSTORE (let op zonder spatie) al "abandoned" klik hier of hier(pdf)
Voor de oppositie van Windows klik hier
Voor het verweer van Apple klik hier

IT 259

Is het databankenrecht wel geschikt ter bescherming van online databanken tegen specialistische zoekmachines

Mark Jansenmet dank aan Mark Jansen, Dirkzwager voor deze bijdrage.

 Uitgebreid en opiniërend overzichtsartikel over de toepasbaarheid van het databankenrecht op online databanken, in het bijzonder in verband met het ‘parasiterend’ gebruik van online databanken. Het artikel was reeds afgerond voordat op 16 februari 2010 bekend werd dat het Hof ’s-Gravenhage inzake Gaspedaal voornemens is prejudiciële vragen te stellen (IEF 9415). In verband met dat voornemen is dit artikel nu sneller gepubliceerd.

De vragen van het Gerechtshof zien met name op de uitleg van de begrippen herhaald en systematisch hergebruiken van gegevens uit een databank. In dit artikel wordt ook aan andere problemen rondom de bescherming van online databanken aandacht besteed die mogelijk in een volgende procedure voor vragen aan het Hof van Justitie in aanmerking komen.

De conclusie van het artikel is dat het databankenrecht niet toegespitst lijkt op de bescherming van online databanken, nu belangrijke begrippen toegespitst lijken te zijn op de bescherming van statische in plaats van op dynamische databanken. De gesignaleerde knelpunten in de Databankenwet stellen de rechters voor een onmogelijke opgave. Het effect is dat eenduidige criteria niet te formuleren zijn en de rechtszoekende in grote onzekerheid blijft verkeren. Dat is onwenselijk en zal ook niet beoogd zijn met de invoering van regels ter bescherming van databanken. De oplossing zal naar mijn mening gezocht moeten worden in aanpassing van de regels. Dat vraagt om een Europees initiatief.

Lees het volledige artikel hier (in pdf) of hier (in tekst).

IT 258

Nieuw platform voor escrow bedrijven van start

International Software Escrow Association (ISEA) bundelt krachten van kwalitatieve escrow leveranciers Amsterdam, 1 maart 2011.

Onlangs is de International Software Escrow Association (ISEA) van start gegaan. De initiatiefnemers van het platform bestaan uit zes ervaren escrow bedrijven, t.w. Escrow Europe Scandinavia, Escrow Europe South Africa, InnovaSafe (USA), Logitas (Frankrijk), SES (UK) en Escrow4all (NL). --- Voor het volledige bericht verwijs ik u graag naar de bijlage (lees meer).

Persbericht
 
Nieuw platform voor escrow bedrijven van start
International Software Escrow Association (ISEA) bundelt krachten van kwalitatieve escrow leveranciers
 
Amsterdam, 1 maart 2011 – Onlangs is de International Software Escrow Association (ISEA) van start gegaan. De initiatiefnemers van het platform bestaan uit zes ervaren escrow bedrijven, t.w. Escrow Europe Scandinavia, Escrow Europe South Africa, InnovaSafe (USA), Logitas (Frankrijk), SES (UK) en Escrow4all (NL).
 
De doelstellingen van ISEA bestaan uit:
1.       Samenwerking en synergie binnen de escrow branche stimuleren in het voordeel van (potentiële) afnemers en gebruikers van escrow diensten;
2.       Opzetten van kwaliteitsstandaarden en richtlijnen voor ISEA leden en haar cliënten;
3.       Bieden van een kennis uitwisselplatform om de hoogste professionele standaard in escrow dienstverlening te bieden;
4.       Opstellen van een protocol voor ISEA leden om op een consistente basis gezamenlijk escrow diensten te leveren aan (internationale) cliënten;
5.       Monitoren van markt ontwikkelingen en waar nodig gezamenlijk daarop inspelen.
 
Tussen de ISEA leden bestaan op ad-hoc basis al samenwerkingsverbanden. Bijvoorbeeld voor het bieden van fysieke opslagfaciliteiten van broncode depots buiten eigen landgrenzen. Daarnaast voeren leden verificaties voor elkaar uit conform hoogwaardige standaarden. Denk hierbij aan een escrow regeling onder Amerikaans recht voor een in Nederland gevestigde ISV.
 
Andrew Stekhoven, Voorzitter van ISEA: “Software escrow opereert in een niche markt. Daarom is bundeling van krachten op mondiaal niveau niet alleen een logische zet maar ook een must. Ieder ISEA lid behoudt haar eigen identiteit en propositie, maar heeft toegang tot een internationaal netwerk van gelijkgestemde escrow bedrijven die kwaliteit en klantgerichtheid hoog in het vaandel hebben.”
 
Herman Kui, Commercial Director van Escrow4all: “Iedereen kan met een gelikte website zich escrow agent noemen. Daarom is een internationale kwaliteitsstandaard een prettig houvast voor potentiële opdrachtgevers. De founder members willen voor de toelating tot het platform een aantal criteria en een gedragscode opstellen. Escrow bedrijven die lid zijn leveren diensten aan tenminste 500 organisaties en moeten full service actieve escrow diensten bieden.”
 
Voor meer informatie: www.internationalsoftwareescrow.com
 
 
-- einde --

Over Escrow4all
Escrow4all biedt full-service escrow diensten – zoals Software Escrow, SaaS Escrow, Knowledge Escrow en uitgekiende verificatiediensten – aan iedere organisatie die serieus en professioneel om gaat met IT-risico management vraagstukken. Met ruim 50 manjaren ervaring in alle disciplines van escrow dienstverlening, is het team van Escrow4all de absolute kennis leider in Nederland. In die hoedanigheid creëert Escrow4all met kwalitatieve oplossingen en doordachte processen meerwaarde voor haar klanten.
 
Contactgegevens
 
ESCROW4ALL B.V.
Herman Kui, Commercial Director
020 - 3420 250 / 06 - 1180 1155
 
(Engelstalig)
International Software Escrow Association (ISEA)
Andrew Stekhoven
andrew.stekhoven@escroweurope.co.za

Voor het persbericht klik hier (pdf)