Gepubliceerd op maandag 2 november 2026
IT 5594
HvJ EU ||
1 okt 2026,
HvJ EU 1 okt 2026,, IT 5594; ECLI:EU:C:2026:803 (Bisdom Gent), https://www.itenrecht.nl/artikelen/a-g-hvj-eu-aantekening-van-kerkverlating-in-doopregister-volstaat-niet-als-gegevenswissing-onder-de-avg

A-G HvJ EU: aantekening van kerkverlating in doopregister volstaat niet als gegevenswissing onder de AVG

HvJ EU Conclusie A-G 1 oktober 2026, IT 5594; ECLI:EU:C:2026:803 (Bisdom Gent). Een man die in 1955 als minderjarige werd gedoopt, heeft het bisdom Gent verzocht om zijn persoonsgegevens uit alle fysieke en digitale doopregisters en archieven te verwijderen. Het bisdom registreerde zijn uittreding uit de rooms-katholieke kerk en haalde zijn persoonsgegevens in het doopregister door, maar liet deze leesbaar. De man diende daarop een klacht in bij de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), die vaststelde dat het bisdom de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) had geschonden en het opdroeg de persoonsgegevens te wissen. Het bisdom stelde beroep in bij het hof van beroep Brussel, dat prejudiciële vragen stelde over het recht op gegevenswissing, de godsdienstvrijheid en de historische waarde van doopregisters. Advocaat-generaal Medina stelt dat iemand die als minderjarige is gedoopt en zich als volwassene van de betrokken religieuze gemeenschap wil distantiëren, op grond van artikel 17, lid 1, onder c, en artikel 21, lid 1, AVG in beginsel recht heeft op wissing van zijn persoonsgegevens, tenzij de verwerkingsverantwoordelijke dwingende gerechtvaardigde gronden voor verdere verwerking aantoont die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene. Daarbij moet een afweging worden gemaakt tussen het recht op bescherming van persoonsgegevens en de godsdienstvrijheid en autonomie van de kerk. De nationale rechter moet alle omstandigheden van het individuele geval beoordelen, waaronder de redenen voor het verzoek om gegevenswissing en de mogelijke gevolgen van een weigering voor de betrokkene.

Volgens Medina kan verdere verwerking van persoonsgegevens in doopregisters rechtmatig zijn wanneer deze plaatsvindt met het oog op archivering in het algemeen belang of historisch onderzoek dat bijdraagt aan de ontwikkeling van menselijke kennis. Daarvoor moet de verwerkingsverantwoordelijke aantonen dat aan de voorwaarden van artikel 17, lid 3, onder d, en artikel 89 AVG is voldaan, waaronder passende waarborgen voor de rechten van betrokkenen en naleving van het beginsel van minimale gegevensverwerking. De enkele historische waarde van een doopregister rechtvaardigt niet zonder meer het behoud van alle persoonsgegevens. Daarnaast benadrukt de advocaat-generaal dat een aantekening van kerkverlating of het doorstrepen van persoonsgegevens zonder deze onleesbaar te maken, geen gegevenswissing in de zin van de AVG vormt. Het feit dat het register bestaat uit een uniek, handgeschreven boek met dubbelzijdige bladzijden waarop ook persoonsgegevens van anderen staan, verandert dit niet. De verwerkingsverantwoordelijke moet een passende methode vinden om de gegevens daadwerkelijk te wissen wanneer daartoe een verplichting bestaat. Het is uiteindelijk aan de nationale rechter om te beoordelen of de verdere verwerking in het concrete geval gerechtvaardigd is.

208. In de derde en laatste plaats vind ik in het betoog van het bisdom Gent geen steun voor zijn stelling dat de schrapping van gegevens in het doopregister onherstelbare schade zou toebrengen aan de rechten en belangen van de kerk of van andere personen van wie het doopsel in hetzelfde register is ingeschreven.

209. De klager was het eens met het standpunt dat het verwijderen van zijn persoonsgegevens niet hoeft te gebeuren door die gegevens fysiek uit het register te verwijderen, bijvoorbeeld door de betreffende pagina’s of delen daarvan weg te snijden. Het zou immers mogelijk moeten zijn om de persoonsgegevens in kwestie onleesbaar te maken, terwijl alle andere gegevens die op dezelfde pagina’s ervan zijn opgenomen, intact blijven. Betoogd kan worden dat het gebruik van bijvoorbeeld ondoorzichtige stickers die de persoonsgegevens louter afdekken, volstaat om de naleving van artikel 17, lid 1, AVG te waarborgen.(159) Het is in ieder geval aan de verwerkingsverantwoordelijke om passende methoden voor het wissen van gegevens te vinden; moeilijkheden bij het zoeken naar die methoden kunnen de verwerkingsverantwoordelijke niet vrijstellen van de verplichting om de relevante regels van de AVG na te leven.(160)

210. Ik concludeer op dit punt dan ook dat de loutere annotatie in het doopregister dat de betrokkene uit een religieuze gemeenschap is getreden en het doorstrepen van de relevante persoonsgegevens zonder die gegevens onleesbaar te maken, geen „gegevenswissing” in de zin van de AVG vormen.

211. Aan de voorgaande overwegingen wordt niet afgedaan door het feit dat het doopregister niet digitaal is, maar een unieke materiële drager in de vorm van een boek met dubbelzijdige bladen waarop ook de details van andere betrokkenen worden vermeld, en dat een unieke weergave vormt van historische feiten die nergens anders worden geregistreerd.