A-G HvJ EU: verwerking persoonsgegevens door financiële-inlichtingeneenheden valt onder richtlijn gegevensbescherming bij rechtshandhaving
HvJ EU Conclusie A-G 8 oktober 2026, IT 5593; ECLI:EU:C:2026:837 (Rahapesu Andmebüroo). Een betrokkene heeft de Estse financiële-inlichtingeneenheid Rahapesu Andmebüroo (RAB) verzocht om informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens. De RAB weigerde inzage te verlenen en beriep zich op nationale bepalingen die de toegang tot gegevens in haar databank beperken. De Estse rechter in eerste aanleg oordeelde dat de wettelijke grondslag onvoldoende duidelijk was en dat de toegang niet op deze wijze mocht worden beperkt. In hoger beroep werd deze beslissing bevestigd, waarna de RAB cassatieberoep instelde. De hoogste Estse rechter stelde prejudiciële vragen over het toepasselijke gegevensbeschermingsrecht en de voorwaarden waaronder het inzagerecht kan worden beperkt. Advocaat-generaal Medina stelt dat de verwerking van persoonsgegevens door een financiële-inlichtingeneenheid in het kader van haar taken ter voorkoming, opsporing en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering onder Richtlijn (EU) 2016/680 betreffende gegevensbescherming bij rechtshandhaving valt, en niet onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Een dergelijke eenheid moet voor deze verwerkingen worden aangemerkt als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 3, punt 7, van de richtlijn, ook wanneer zij naar nationaal recht geen strafrechtelijke onderzoeksautoriteit is.