Privacy

IT 3010

Stichting alFitrah moet inlichtingen verstrekken

Rechtbank 17 jan 2020, IT 3010; ECLI:NL:RBDHA:2020:303 (Commissie tegen AlFitrah), http://www.itenrecht.nl/artikelen/stichting-alfitrah-moet-inlichtingen-verstrekken

Vzr. Rechtbank Den Haag 17 januari 2020, IEF 18954, IT 3010; ECLI:NL:RBDHA:2020:303 (Commissie tegen alFitrah) Beschikking. De parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen van de Tweede Kamer heeft een verzoek gedaan aan de rechtbank. Daarin vraagt zij de rechtbank zes stichtingen, waaronder alFitrah, te bevelen inlichtingen en documenten te verstrekken aan de commissie. Het verzoek van de commissie wordt toegewezen. De commissie is niet buiten haar bevoegdheden getreden. Het opvragen van de gegevens voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en is niet in strijd met het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel dan wel de vrijheid van godsdienst.

IT 3004

Verwerking persoonsgegevens in BKR-registratie is rechtmatig

Rechtbank 16 dec 2019, IT 3004; ECLI:NL:RBZWB:2019:5681 (Verzoeker tegen Fideaal), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verwerking-persoonsgegevens-in-bkr-registratie-is-rechtmatig
hamer CC0

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 december 2019, IT 3004; ECLI:NL:RBZWB:2019:5681 (Verzoeker tegen Fideaal) Verzoeker stelt dat Fideaal inbreuk heeft gemaakt op zijn privacy door het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens in de BKR-registratie. Fideaal stelt zich echter op het standpunt dat de verwerking van persoonsgegevens heeft plaatsgevonden op grond van artikel 6 lid 1 aanhef en onder c AVG, zodat artikel 21 lid 1 AVG niet van toepassing is. De onderhavige verwerking van persoonsgegevens vloeit voort uit een op artikel 4:32 Wft rustende verplichting van verweerster als kredietaanbieders om deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie, hetgeen noodzakelijkerwijs het verwerken van persoonsgegevens meebrengt. De taak om een wettelijke verplichting uit te voeren rechtvaardigt echter niet iedere gegevensverwerking.

IT 3001

Conclusie A-G overeenkomst Facebook Ireland en Facebook Inc.

HvJ EU 19 dec 2019, IT 3001; C-311/18 (Facebook Ireland en Maximillian Schrems), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-overeenkomst-facebook-ireland-en-facebook-inc
Facebook

Conclusie A-G bij HvJ EU 19 december 2019, IT 3001, IEFbe 3109; C-311/18 (Facebook Ireland en Maximilian Schrems) De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bepaalt dat persoonsgegevens mogen worden doorgegeven aan een derde land wanneer dat land een passend niveau van bescherming van die gegevens waarborgt. Bij besluit 2010/87/EU heeft de Commissie modelcontractbepalingen vastgesteld voor de doorgifte van persoonsgegevens aan verwerkers die gevestigd zijn in derde landen. Facebook Ireland geeft persoonsgegevens van Facebookgebruikers uit alle Unielanden geheel of gedeeltelijk door aan servers in de Verenigde Staten, waar ze worden verwerkt. Facebook Ireland waarborgt naar eigen zeggen de privacy van deze gegevens in haar overeenkomst met Facebook Inc, die sinds 20 november 2015 van toepassing is, en beroept zich daarbij op besluit 2010/87. Schrems betwist echter dat de in die overeenkomst vervatte bepalingen in overeenstemming zijn met de modelcontractbepalingen die zijn vastgesteld in besluit 2010/87 en wendt zich daarom naar de toezichthoudende autoriteit. Deze autoriteit is van oordeel dat Schrems’ verzoek afhangt van de vraag of besluit 2010/87 geldig is en vraagt dit aan het Europese Hof van Justitie.

IT 2995

Vergeetrecht huisjesmelker afgewezen

Hof 24 dec 2019, IT 2995; ECLI:NL:GHDHA:2019:3539 (Huisjesmelker tegen Google), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vergeetrecht-huisjesmelker-afgewezen

Gerechtshof Den Haag 24 december 2019, IT 2995; ECLI:NL:GHDHA:2019:3539 (Huisjesmelker tegen Google) Appellant beroept zich op het vergeetrecht in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en verzoekt Google om 36 weblinks, waarin bijzondere en strafrechtelijke gegevens worden verwerkt en die voortkomen uit de zoekopdracht naar zijn naam, uit de zoekresultaten te verwijderen. Het verzoek wordt afgewezen. Hierbij wordt overwogen dat volgens het GC/CNIL-arrest en artikel 17, derde lid, onder a) AVG het recht op gegevenswissing is uitgesloten wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de uitoefening van het recht op vrijheid van informatie. In deze uitspraak is het strikt noodzakelijk, omdat de publicaties melden dat appellant een “huisjesmelker” is en dat hij strafrechtelijk, bestuursrechtelijk en/of civielrechtelijk is aangepakt en/of veroordeeld voor een aantal huurproblemen. Gelet op de actuele discussie in het maatschappelijk en politiek debat over misstanden met huisjesmelkers in de huursector is de informatie die is gepubliceerd over appellant relevant en valt zonder meer onder vrijheid van informatie van het publiek. Tot slot hebben de gegevens die gaan over het contactverbod die appellant aanvoert als strafrechtelijke gegevens geen punitief karakter en gaat het om een civielrechtelijke maatregel.

IT 2997

Gebruik stemgeluid in theatershow is rechtmatig

Rechtbank 9 jan 2020, IT 2997; ECLI:NL:RBMNE:2020:24 (Eiseres tegen Artiest), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gebruik-stemgeluid-in-theatershow-is-rechtmatig

Rechtbank Midden-Nederland 9 januari 2020, IE 18929, IT 2997; ECLI:NL:RBMNE:2020:24 (Eiseres tegen Artiest) Verweerder heeft in zijn theater-show een fragment van Opsporing Verzocht laten zien waarin de stem van eiseres te horen was. Eiseres stelt dat verweerder haar portretrecht heeft geschonden, onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van haar persoonsgegevens en haar persoonlijke levenssfeer ex artikel 8 EVRM heeft geschonden. Het portretrecht ziet op een afbeelding van (een deel van) het gelaat van een persoon, zodanig dat de geportretteerde kan worden herkend. De stem valt hier niet onder, waardoor het beroep op het portretrecht in de zin van artikel 21 Auteurswet niet slaagt. De stem is wel te kwalificeren als biometrisch persoonsgegeven en is in dit geval ook te herleiden naar de identiteit van eiseres. De huidige verwerking van dit biometrisch persoonsgegeven valt echter onder de vrijheid van de artistieke uitdrukkingsvorm. Hierdoor kan eiseres geen beroep doen op het vergeetrecht in de zin van artikel 17 Algemene verordening gegevensbescherming. Ten slotte slaagt het beroep op een schending van haar persoonlijke levenssfeer ook niet, omdat dit niet opweegt tegen het recht op vrijheid van meningsuiting in de zin van artikel 10 EVRM. Bepalend hiervoor was het feit dat eiseres geen bezwaar had gehad als er een andere stem werd gebruikt bij dezelfde beelden, terwijl eiseres dan nog steeds wordt geconfronteerd met de herinneringen van de overval.

IT 2969

BKR-registratie is subsidiair en proportioneel in licht AVG

Hof 3 dec 2019, IT 2969; ECLI:NL:GHARL:2019:10345 (Appellant tegen financiële instellingen), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bkr-registratie-is-subsidiair-en-proportioneel-in-licht-avg

Hof Arnhem-Leeuwarden 3 december 2019, IT 2969; ECLI:NL:GHARL:2019:10345 (Appellant tegen financiële instellingen) Er zijn door de financiële instellingen bijzonderheidscodes geregistreerd bij het CKI naar aanleiding van de betalingsachterstanden van appellant. Appellant heeft in het kader van zijn verzoek tot verwijdering van deze gegevens een beroep gedaan op de AVG. Vooropgesteld wordt dat een registratie van persoonsgegevens in het CKI van de Stichting BKR is aan te merken als registratie op grond van een wettelijke plicht conform de AVG. De betrokkene staat dan niet het in de verordening neergelegde recht op gegevenswassing ter beschikking en ook niet het recht van bezwaar. Ook dan dient de verwerking van persoonsgegevens echter te voldoen aan de eisen proportionaliteit en subsidiariteit en is, gelet op de aard van de inbreuk op de privacy, een belangenafweging van geval tot geval nodig.

IT 2964

Klachten omtrent medisch advies arbeidsongeschiktheid falen

Overige instanties 3 dec 2019, IT 2964; (Accountant tegen verzekeringsarts), http://www.itenrecht.nl/artikelen/klachten-omtrent-medisch-advies-arbeidsongeschiktheid-falen

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 3 december 2019, IT 2964, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts) Klaagster is accountant en heeft sinds juli 2015 diverse artsen bezocht vanwege maag-, darm-, gewrichts- en spierklachten. Zij was/is werkzaam als zelfstandig ondernemer, maar was arbeidsongeschikt. Om deze reden is er een claim bij haar arbeidsongeschiktheidsverzekeraar ingediend. Die verzekeraar heeft een medisch adviesbureau ingeschakeld voor de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheidsclaim. Verweerder is werkzaam voor dit medisch adviesbureau. Uit het schriftelijke advies, uitgebracht door de verzekeringsarts en zijn collega onder wiens verantwoordelijkheid hij werkte en tegen wie eveneens klachten aanhangig zijn, blijkt dat er volgens verweerder geen aanleiding bestaat om de arbeidsongeschiktheid vanaf de claimdatum niet kan worden vastgesteld. Klaagster heeft vervolgens haar klacht aanhangig gemaakt, inhoudende onder andere dat verweerder een onjuiste rapportage heeft uitgebracht, die gebaseerd is op onjuiste feiten en die verweerder weigert te corrigeren. De verwijten die klaagster verweerder maakt, zijn volgens het college ongegrond. De conclusies die verweerder heeft getrokken, zijn onderbouwd en de gegevens die deze aannames steunen, zijn vermeld in het rapport van het adviesbureau.

IT 2943

Verzoek ex artikel 17 AVG tot verwijdering BKR-registraties afgewezen

Rechtbank 21 okt 2019, IT 2943; ECLI:NL:RBZWB:2019:4846 (Verzoeker tegen Achmea en ABN AMRO), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-ex-artikel-17-avg-tot-verwijdering-bkr-registraties-afgewezen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 oktober 2019, IT 2943; ECLI:NL:RBZWB:2019:4846 (Verzoeker tegen Achmea en ABN AMRO) Beschikking. Afwijzing van verzoek tot verwijdering van negatieve BKR-registraties. Er is alle reden is de negatieve BKR-registratie te handhaven, nu de inbreuk die daarmee wordt gemaakt op de privacy van verzoeker niet onevenredig is in verhouding tot het met de registratie te dienen doel. Voor het eerst is geoordeeld dat de verwerking door de banken noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting op grond van artikel 6 lid 1 sub c AVG (en niet een gerechtvaardigd belang ex artikel 6 lid 1 sub f AVG).  Daardoor komt de verzoeker geen beroep toe op het recht op bezwaar (artikel 21 lid 1 AVG) en het recht op vergetelheid (artikel 17 lid 1 AVG).