Gepubliceerd op woensdag 29 juli 2026
IT 5387
Rechtbank Amsterdam ||
13 sep 2018,
Rechtbank Amsterdam 13 sep 2018,, IT 5387; ECLI:NL:RBAMS:2018:6438 ([verzoekster] tegen ABN AMRO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/abn-amro-moet-overzicht-geven-van-persoonsgegevens-uit-interne-notities-en-correspondentie

ABN AMRO moet overzicht geven van persoonsgegevens uit interne notities en correspondentie

Rb. Amsterdam 13 september 2018, IT 5387; ECLI:NL:RBAMS:2018:6438 ([verzoekster] tegen ABN AMRO). Een voormalige werkneemster van ABN AMRO verzocht de bank op grond van artikel 35 lid 2 Wbp om een volledig en begrijpelijk overzicht van de persoonsgegevens die over haar waren verwerkt. Tussen partijen had van 2001 tot en met 2011 een arbeidsverhouding bestaan en daarnaast was sprake geweest van een hypothecaire geldlening. Hoewel de Wbp tijdens de procedure was vervallen en de Uitvoeringswet AVG inmiddels van toepassing was, beoordeelt de rechtbank het verzoek op grond van de Wbp. Uit artikel 48 lid 10 Uitvoeringswet AVG volgt namelijk dat op verzoeken die bij de inwerkingtreding van die wet al aanhangig waren, het voordien geldende recht van toepassing blijft. Het verzoek betreft drie categorieën: het voormalige e-mailaccount van verzoekster, interne notities en correspondentie van medewerkers en juristen van ABN AMRO en gegevens over de hypotheek. Het verzoek ten aanzien van het e-mailaccount wordt afgewezen. ABN AMRO had al een overzicht verstrekt van de gevonden e-mails, met onder meer de datum, het onderwerp en de afzender en ontvanger. De bank had bovendien toegelicht dat het e-mailaccount na de uitdiensttreding was opgeheven en had na navraag bij de beheerder alsnog enkele e-mails gevonden en overgelegd. Daartegenover betwistte verzoekster onvoldoende gemotiveerd dat nog meer e-mails bestonden.

Ten aanzien van de interne notities en correspondentie verwerpt de rechtbank het beroep van ABN AMRO op gezag van gewijsde. Over een eerder inzageverzoek met betrekking tot dezelfde persoonsgegevens was al onherroepelijk beslist, maar een betrokkene mag met redelijke tussenpozen opnieuw verzoeken om kennisneming van de persoonsgegevens die over hem worden verwerkt. Daarom moet opnieuw kunnen worden onderzocht of persoonsgegevens worden verwerkt. Daarnaast volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie dat een betrokkene recht heeft op een volledig en begrijpelijk overzicht van persoonsgegevens die in een juridische analyse zijn opgenomen, ook al is die analyse als zodanig geen persoonsgegeven. Verzoekster heeft daarom recht op een overzicht van de onderliggende persoonsgegevens uit de interne notities en correspondentie, maar niet op afschriften van deze stukken. ABN AMRO moet daarbij ook de doeleinden van de verwerking, de categorieën gegevens, de ontvangers en de beschikbare informatie over de herkomst vermelden. Het verzoek over de hypotheekgegevens wordt afgewezen, omdat ABN AMRO verzoekster tijdens de procedure alsnog voldoende had geïnformeerd over de verwerkte persoonsgegevens, het doel van de verwerking, de stukken waarin deze voorkwamen en de eventuele ontvangers. De rechtbank legt geen dwangsom op en beveelt ABN AMRO het overzicht binnen vier weken na betekening van de beschikking te verstrekken. ABN AMRO wordt veroordeeld in € 1.377 aan proceskosten en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

I) Het e-mailaccount van [verzoekster]

4.4.

Het verzoek om persoonsgegevens te verkrijgen die verband houden met de e-mails van [verzoekster] wordt afgewezen. ABN AMRO heeft bij brief van 30 november 2017 schriftelijk aan [verzoekster] medegedeeld dat persoonsgegevens van haar zijn verwerkt. ABN AMRO heeft daarbij een overzicht gegeven van de e-mails met persoonsgegevens van [verzoekster] . Duidelijk is dat deze gegevens zijn verwerkt vanwege de arbeidsverhouding die bestond tussen [verzoekster] en ABN AMRO. Bovendien heeft ABN AMRO per e-mail aangegeven de datum van de e-mail, het onderwerp van de e-mail en wie deze heeft verstuurd en ontvangen. Daarmee heeft zij al voldaan aan het verzoek van [verzoekster] .

4.5.

[verzoekster] betwist dat deze opsomming in de brief van 30 november 2017 volledig is. Het zou onduidelijk zijn wat er is gebeurd met de e-mails van het e-mailaccount van [verzoekster] . Zij betwist dat er e-mails zouden zijn vernietigd. De rechtbank passeert dit betoog. ABN AMRO heeft namelijk toegelicht dat zij verder geen e-mailaccount of e-mails meer van [verzoekster] heeft, nu dat e-mailaccountant bij uitdiensttreding is opgeheven. Vervolgens heeft ABN AMRO bij IBM, de beheerder van de e-mailaccounts van ABN AMRO, nadere navraag gedaan, waarna zij alsnog enkele e-mails heeft gevonden en deze bij het verweerschrift heeft overgelegd. Daarmee heeft ABN AMRO, voor zover als mogelijk, voldoende duidelijk gemaakt wat er is gebeurd met de e-mails van het account van [verzoekster] . Daartegenover heeft [verzoekster] onvoldoende gemotiveerd betwist dat er nog wel e-mails bestaan. De enkele blote betwisting van de stelling dat de e-mails zijn vernietigd is daarvoor onvoldoende. Het verzoek wordt op dit onderdeel afgewezen.