Persoonsgegevens

IT 3942

AVG beperkt door geheimhoudingsplicht advocaat

Rechtbank Rotterdam 9 nov 2020, IT 3942; ECLI:NL:RBROT:2020:13357 (Verzoeker tegen NautaDutilh), http://www.itenrecht.nl/artikelen/avg-beperkt-door-geheimhoudingsplicht-advocaat

Rb. Rotterdam 9 november 2020, IT 3942; ECLI:NL:RBROT:2020:13357 (Verzoeker tegen NautaDutilh) In de onderhavige zaak is NautaDutilh verzocht om additionele informatie te verschaffen over de persoonsgegevens van verzoeker. NautaDutilh stelt zich hierbij op het standpunt dat zij de verzoeker alle informatie heeft verschaft die zij verplicht is te geven op grond van art. 13 AVG en dat verdere informatieverstrekking problemen zal opleveren met de verstrekkende geheimhoudingsplicht van advocaten. De Rotterdamse rechter volgt de argumentatie van NautaDutilh en stelt dat de informatieverstrekking van de AVG niet ongelimiteerd is. Het beroepsgeheim van een advocaat is een legitieme beperking hierop.

IT 3939

Verzoek verwijdering BKR-registratie toegewezen

Rechtbank Limburg 24 feb 2022, IT 3939; ECLI:NL:RBLIM:2022:1444 (Verzoeker tegen Arrow), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-verwijdering-bkr-registratie-toegewezen

Rb. Limburg 24 februari 2022, IT 3939; ECLI:NL:RBLIM:2022:1444 (Verzoeker tegen Arrow) Verzoeker heeft de rechtbank verzocht tot verwijdering van de BKR-registraties op zijn naam op grond van de AVG. Interessant in deze situatie is dat verzoeker stelt dat deze niks wist van de kredietovereenkomst, gezien deze door een ander is afgesloten. Daarbij maakte deze derde gebruik van foutieve informatie van verzoeker, waardoor correspondentie niet aankwam bij verzoeker. Verzoeker heeft diezelfde dag van kennisneming van de kredietovereenkomst het bedrag aan Arrow overgemaakt. Deze hiervoor besproken omstandigheden bij elkaar acht de rechtbank voldoende om de BKR-registratie te laten verwijderen. Arrow heeft in dit onderhavige geval niet kunnen aantonen dat het nodig wordt geacht om andere kredietverstrekkers te attenderen op de financiële positie van verzoeker.

IT 3908

Journalisten met gerechtelijke stukken informeren is rechterlijke taak

HvJ EU 24 mrt 2022, IT 3908; ECLI:EU:C:2022:216 (Verhouding journalist en rechterlijke taken), http://www.itenrecht.nl/artikelen/journalisten-met-gerechtelijke-stukken-informeren-is-rechterlijke-taak

HvJ EU 24 maart 2022, IT 3908, IEFbe 3428; ECLI:EU:C:2022:216 (Verhouding journalist en rechtelijke taken) Naar aanleiding van het verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de rechtbank Midden-Nederland bij beslissing van 29 mei 2020 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie de vragen beantwoord omtrent de verhouding tussen art. 55 lid 3 van de verordening 2016/679 en de Autoriteit Persoonsgegevens. Onder de gerechtelijke taken in de zin van het hierboven genoemde artikel valt het tijdelijk ter beschikking stellen van processtukken waarin persoonsgegevens zijn opgenomen aan journalisten. Dit heeft het Hof van Justitie besloten in een zaak waarbij de Autoriteit Persoonsgegevens zich niet bevoegd achtte om kennis te nemen van de omstandigheid dat de journalist beschikking had over processtukken verkregen door de Raad van State. Het toezicht op het ter beschikking stellen van deze processtukken aan journalisten door een externe autoriteit zal volgens het Hof van Justitie de onafhankelijkheid van de gerechtelijke macht in gevaar kunnen brengen. Het doel van deze bepaling is dan ook om journalisten in staat te stellen beter verslag te doen over het verloop van de procedure. 

IT 3906

Rabobank hoeft codering niet te verwijderen

Gerechtshof Amsterdam 5 apr 2022, IT 3906; ECLI:NL:GHAMS:2022:1017 (Verzoeker tegen Rabobank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/rabobank-hoeft-codering-niet-te-verwijderen

Hof Amsterdam 5 april 2022, IT 3906; ECLI:NL:GHAMS:2022:1017 (Verzoeker tegen Rabobank) Verzoeker had twee woningen die waren gefinancierd met hypothecaire geldleningen van Rabobank. De Rabobank heeft deze leningen opgezegd, omdat verzoeker niet aan zijn financiële verplichtingen kon voldoen. Na de verkoop van de woningen resteerde een schuld en verzoeker was niet in staat deze af te lossen. Rabobank zou een bedrag hiervan kwijtschelden en dit met een 3-codering in het CKI bij het BKR registreren. De rechtbank heeft de vordering van verzoeker om de codering te verwijderen afgewezen.

IT 3905

Vordering tot verwijderen BKR-registraties te ruim

Rechtbank Gelderland 11 apr 2022, IT 3905; ECLI:NL:RBGEL:2022:1882 (Eiser tegen BKR), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-tot-verwijderen-bkr-registraties-te-ruim

Vzr. Rb Gelderland 11 april 2022, IT 3905; ECLI:NL:RBGEL:2022:1882 (Eiser tegen BKR) In deze zaak vordert eiser dat de voorzieningenrechter BKR beveelt de registratie van de op zijn naam in het CKI staande kredieten, dan wel afzonderlijk alle (bijzonderheids)coderingen, waaronder in het bijzonder ‘codering 9’, bij de registraties op naam van eiser te verwijderen. De vordering omtrent de in het CKI staande kredietregistraties acht de voorzieningenrechter te ruim om te kunnen worden toegewezen. Bij ‘codering 9’ bij de kredietregistraties is niet voldaan aan de transparantie- en informatieplicht van de AVG. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat deze registratie onrechtmatig is. De vordering tot verwijdering van ‘codering 9’ wordt toegewezen.

IT 3893

Ribank moet bijzonderheidscoderingen verwijderen uit het CKI

Rechtbank Amsterdam 10 mrt 2022, IT 3893; ECLI:NL:RBAMS:2022:1224 (Verzoeker tegen Ribank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ribank-moet-bijzonderheidscoderingen-verwijderen-uit-het-cki

Rb Amsterdam 10 maart 2022, IT 3893; ECLI:NL:RBAMS:2022:1224 (Verzoeker tegen Ribank) Verzoeker is ten aanzien van een kredietachterstand bij Ribank in het CKI geregistreerd met een bijzonderheidscode. Verzoeker heeft het krediet inmiddels volledig terugbetaald en vraagt om verwijdering van de bijzonderheidscoderingen. Na een belangenafweging komt de rechtbank tot het oordeel dat Ribank de registraties moet verwijderen. Dit omdat verzoeker niet heeft kunnen betalen omdat hij naar Turkije moest om voor zijn zieke vader te zorgen. Daarnaast heeft hij een tijdje in hechtenis gezeten in Turkije, waardoor hij ook niet in staat was te betalen. Na de hechtenis heeft hij een betalingsregeling getroffen met Ribank en hij is deze netjes nagekomen. De rechtbank oordeelt daarnaast dat de financiële situatie van verzoeker stabiel is. Hij had meerdere schulden, maar heeft deze allemaal afbetaald. Daarnaast heeft hij een goedlopende sushizaak en dus een stabiel inkomen. Verzoeker is op zoek naar een koopwoning en ondervindt hierbij last van de registraties. Verzoeker wordt dus teveel beperkt in zijn vrijheid om te wonen hoe en waar hij wil, waarvoor vanuit het oogpunt van de gezamenlijke kredietverschaffers geen rechtvaardiging bestaat.

IT 3887

Geheimhoudingsplicht advocatenkantoor

Gerechtshof Den Haag 14 dec 2021, IT 3887; ECLI:NL:GHDHA:2021:2793 (Appellant tegen Nauta Dutilh), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geheimhoudingsplicht-advocatenkantoor

Hof Den Haag 14 december 2021, IT 3887; ECLI:NL:GHDHA:2021:2793 (Appellant tegen Nauta Dutilh) Met een beroep op de Avg wil verzoeker, een voormalig adviseur van een overheidsinstantie, dat verweerster, een advocatenkantoor, door de civiele rechter wordt bevolen hem onder andere een kopie te verstrekken van alle door het advocatenkantoor verwerkte hem betreffende persoonsgegevens, hem bepaalde andere informatie te verschaffen en aan de AP en hem kennisgeving te doen van inbreuken. Het advocatenkantoor stelt zich op het standpunt dat de geheimhoudingsplicht van advocaten aan toewijzing van het verzoek in de weg staat.

IT 3885

Besluit vernietigd wegens strijd met motiveringsbeginsel

Rechtbank Den Haag 22 mrt 2022, IT 3885; ECLI:NL:RBDHA:2022:2434 (Eiser tegen Minister van Financiën), http://www.itenrecht.nl/artikelen/besluit-vernietigd-wegens-strijd-met-motiveringsbeginsel

Rb Den Haag 22 maart 2022, IT 3885; ECLI:NL:RBDHA:2022:2434 (Eiser tegen Minister van Financiën) Eiser wil inzage in de van hem verwerkte gegevens. Verweerder heeft medegedeeld welke gegevens zijn verwerkt en dat eiser niet voorkomt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV), maar dit laatste, en dat er niet meer gegevens zijn verwerkt in andere systemen van de Belastingdienst, heeft hij volgens eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt. Volgens de rechtbank is het gegeven dat iemand op een lijst of in een systeem voorkomt onder omstandigheden aan te merken als een persoonsgegeven. Verweerder moet achterhalen in welke applicaties en systemen gegevens van eiser zijn verwerkt. Dat dit een onevenredige inspanning vraagt van de Belastingdienst moet worden gemotiveerd en dat is in casu niet gebeurd. Dus het bestreden besluit wordt door de rechtbank vernietigd. Verweerder heeft wel voldoende aannemelijk gemaakt dat in de FSV is gezocht en dat de persoonsgegevens van eiser daarin niet zijn aangetroffen.