DOSSIERS
Alle dossiers

Persoonsgegevens  

IT 4083

Niet zeker dat vermelde persoonsgegevens juist waren

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Limburg 14 sep 2022, IT 4083; ECLI:NL:RBLIM:2022:6958 (Eiser tegen College van B&W), https://www.itenrecht.nl/artikelen/niet-zeker-dat-vermelde-persoonsgegevens-juist-waren

Rb. Limburg 14 september 2022, IT 4083; ECLI:NL:RBLIM:2022:6958 (eiser tegen College van B&W) Bij besluit van 16 april 2020 heeft het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht (het College) het verzoek van eiser om een correctie aan te brengen in de hem betreffende persoonsgegevens in de Basisregistratie personen (Brp), afgewezen. Ter onderbouwing van dit verzoek had eiser onder meer een kopie van een Chinees paspoort uit 2010, notariële verklaringen en een DNA-onderzoek overgelegd. Eiser heeft vervolgens bezwaar gemaak tegen het besluit, maar het bezwaar van eiser is ongegrond verklaard. De rechtbank komt in deze zaak tot de conclusie dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet zonder twijfel uit de door eiser overgelegde documenten volgt dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn.

IT 4082

Voldaan aan verplichting uit artikel 15 lid 3 AVG

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Rotterdam 12 sep 2022, IT 4082; ECLI:NL:RBROT:2022:7784 (Eiser tegen het College ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/voldaan-aan-verplichting-uit-artikel-15-lid-3-avg

Rb. Rotterdam 12 september 2022, IT 4082; ECLI:NL:RBROT:2022:7784 (eiser tegen het College) Eiser heeft op 7 maart 2021 het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam verzocht om screenshots van zijn persoonsgegevens te verschaffen. Bij besluit van 19 april 2021 heeft het College het verzoek van eiser, tot inzage van de verwerking van zijn persoonsgegevens, toegewezen. Het verzoek is voor het overige afgewezen. Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft het College het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de bestreden besluiten onzorgvuldig en in strijd met algemene rechtsbeginselen tot stand zijn gekomen. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat er geen aanleiding bestaat aan te nemen dat er geen sprake was van eerlijke besluitvorming. De rechtbank is verder van oordeel dat het College voldaan heeft aan haar verplichting uit artikel 15 lid 3 AVG. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

IT 4068

Belang van eiser weegt zwaarder dan BKR-registratie

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Amsterdam , IT 4068; ECLI:NL:RBAMS:2022:5286 (Eiser tegen ELQ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/belang-van-eiser-weegt-zwaarder-dan-bkr-registratie

Vzr. Rechtbank Amsterdam 18 augustus 2022, IT 4068; ECLI:NL:RBAMS:2022:5286 (Eiser tegen ELQ) Kort geding. Eiser wil dat ELQ op straffe van een dwangsom een BKR-registratie verwijderd. Eiser is eenmalig in financiële problemen geraakt door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waar hij niet veel aan kon doen. In dit geval weegt het belang van eiser om verder te gaan met zijn leven en een nieuwe woning te kopen dan ook zwaarder wegen dan het algemene belang van ELQ om de registratie voor de volle vijf jaar te handhaven. De vordering wordt toegewezen. Nu ELQ heeft toegezegd aan een eventueel veroordelend vonnis te zullen voldoen wordt een dwangsom niet nodig geacht.

IT 4073

Registratie EVR en Incidentenregister is toegestaan

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Gelderland 1 sep 2022, IT 4073; ECLI:NL:RBGEL:2022:5161 (Eiser tegen Achmea ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/registratie-evr-en-incidentenregister-is-toegestaan

Rb. Gelderland 1 september 2022, IT 4073; ECLI:NL:RBGEL:2022:5161 (eiser tegen Achmea) In mei 2021 heeft eiser via Independer een autoverzekering afgesloten bij Achmea. Voor het afsluiten heeft eiser telefonisch diverse vragen, waaronder vragen over zijn strafrechtelijk verleden, beantwoord. Op 30 september 2021 heeft eiser aangifte gedaan van diefstal van zijn auto en Achmea hiervan op de hoogte gesteld. Achmea is na deze schademelding een onderzoek gestart. Eiser geeft toe dat hij in de verklaring inzake diefstal object van Centraal Beheer vragen over of hij in het verleden in aanraking is geweest met politie en/of justitie, met nee heeft beantwoord. Eiser is op 13 juni 2022 opgenomen in het Externe Verwijzingsregister (EVR) voor de duur van 8 jaar. Eiser vordert in dit geding dat Achmea wordt veroordeeld zijn persoonsgegevens te verwijderen. De voorzieningenrechter oordeelt dat voldoende aannemelijk is geworden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat eiser de vragen bewust onjuist heeft beantwoord en dat dit mogelijk een bedreiging kon vormen voor de financiële belangen van Achmea. De voorzieningenrechter meent dat er is voldaan aan de voorwaarden voor registratie in het EVR en dat ook de registratie in het Incidentenregister is toegestaan. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat alle vorderingen van eiser moeten worden afgewezen.

IT 4063

Verzetschrift te laat ingediend

Kopieer citeerwijze |
Rechtbank Den Haag 1 jan 1970, IT 4063; https://www.itenrecht.nl/artikelen/verzetschrift-te-laat-ingediend

Rb. Den Haag 13 juli 2022, IT 4063; ECLI:NL:RBDHA:2022:9134 (opposanten) Opposanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de stichting om niet over te gaan tot vernietiging van (persoons)gegevens. De rechtbank heeft zichzelf in de uitspraak van 15 juli 2021 onbevoegd verklaard. Hiertegen hebben opposanten verzet ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het verzetschrift niet op tijd is ingediend door opposanten. Opposanten zijn door de griffier in de gelegenheid gesteld om deze termijnoverschrijding toe te lichten en dit hebben zij ook gedaan. Toch komt de rechtbank tot het oordeel dat het verzet niet-ontvankelijk is omdat het verzetschrift te laat is ingediend.

IT 4062

Aanspraak op migratie persoonsgegevens onwaarschijnlijk

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Gerechtshof Den Haag 30 aug 2022, IT 4062; ECLI:NL:GHDHA:2022:1552 (Foreburgh tegen geïntimeerde), https://www.itenrecht.nl/artikelen/aanspraak-op-migratie-persoonsgegevens-onwaarschijnlijk

Vzr. Hof Den Haag 30 augustus 2022, IT 4062; ECLI:NL:GHDHA:2022:1552 (Foreburgh tegen geïntimeerde) Foreburgh en geïntimeerde zijn allebei financieel dienstverlener. Zij zijn een overeenkomst aangegaan op grond waarvan de klantgegevens van zijn bij de nationale Hypotheekbond account heeft overgezet op het account van Foreburgh. De voorzieningenrechter had Foreburgh bij vonnis van 18 januari 2021 bevolen om aan geïntimeerde onmiddellijk toegang te verlenen tot de database van de Nationale Hypotheekbond om hem in staat te stellen klantinformatie te raadplegen. 

IT 4060

Geen doorzendplicht, dus geen recht op schadevergoeding

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Rotterdam 8 okt 2021, IT 4060; ECLI:NL:RBROT:2021:13605 (Eiser tegen Directie van de RDW), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-doorzendplicht-dus-geen-recht-op-schadevergoeding

Rb. Rotterdam 8 oktober 2021, IT 4060; ECLI:NL:RBROT:2021:13605 (eiser tegen Directie van de RDW) Eiser heeft de Directie van de RDW (hierna: Directie) verzocht om - indien verweerder persoonsgegevens van eiser verwerkt – inzage te geven. De Directie heeft het inzageverzoek van eiser gedeeltelijk afgewezen. Bij besluit van 24 december 2019 heeft de Directie het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld. De rechtbank stelt vast dat de Directie de gegevens wel heeft verstrekt, maar dat zij heeft geweigerd of er gegevens met de politie of opsporingsdiensten zijn gedeeld en om welke gegevens het dan zou gaan. De rechtbank oordeelt dat het niet in strijd met de wet of kennelijk onredelijk is dat de Directie geen nadere informatie verstrekt wanneer er nog strafrechtelijke procedures lopen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat er geen doorzendplicht bestaat. Hierdoor heeft eiser ook geen recht op een schadevergoeding wegens het niet doorsturen van het verzoek om gegevensverstrekking aan de politie. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

IT 4056

Verzoek toewijsbaar t.a.v. verwerkte persoonsgegevens

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Gerechtshof Amsterdam 26 jul 2022, IT 4056; ECLI:NL:GHAMS:2022:2192 (Appellant tegen Travelex), https://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-toewijsbaar-t-a-v-verwerkte-persoonsgegevens

Hof Amsterdam 26 juli 2022, IT 4056; ECLI:NL:GHAMS:2022:2192 (appellant tegen Travelex) Appellant wilde in april 2018 geld omwisselen voor dollars bij Travelex, maar deze transactie werd geweigerd. Appellant verzocht om mededeling van de belastende gegevens op grond waarvan de transactie geweigerd werd. Travelex heeft dit niet gedaan omdat zij meent deze gegevens niet te mogen mededelen op grond van wetgeving betreffende het voorkomen van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). De vordering van appellant wordt door de rechtbank Amsterdam afgewezen. Appellant vordert in hoger beroep dat Travelex meedeelt wat de belastende gegevens zijn op grond waarvan de transactie geweigerd werd. Het hof stelt vast dat als Travelex de gevraagde gegevens aan appellant had verstrekt, Travelex haar geheimhoudingsplicht zou hebben geschonden. Het hof begrijpt echter niet waarom er door Travelex geen kopie van de verwerkte gegevens als bedoeld in artikel 15 lid 3 AVG is verstrekt. Het hof komt tot het oordeel dat het verzoek zal worden afgewezen met betrekking tot de gevraagde belastende gegevens. Het verzoek zal echter worden toegewezen voor zover het ziet op de verwerkte persoonsgegevens. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het gaat over de persoonsgegevens als bedoeld in artikel 15 lid 3 AVG.  

IT 4054

Terechte uitschrijving Basisregistratie personen

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Rotterdam 25 jul 2022, IT 4054; ECLI:NL:RBROT:2022:7254 (Eiseres tegen het College), https://www.itenrecht.nl/artikelen/terechte-uitschrijving-basisregistratie-personen

Rb. Rotterdam 25 juli 2022, IT 4054; ECLI:NL:RBROT:2022:7254 (eiseres tegen het College) Het College van B&W van Rotterdam heeft eiseres met het besluit van 23 maart 2020 uitgeschreven uit de Basisregistratie personen (hierna: brp). Met drie besluiten van 23 maart 2020 heeft verweerder de kinderen van eiseres uitgeschreven uit de brp. De bezwaren van eiseres tegen deze besluiten, werden met twee besluiten van 20 juli 2020 ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Eiseres werd uitgeschreven uit de brp door het College na een onderzoek naar de huidige verblijfplaats van eiseres. Eiseres stelt dat het College in strijd heeft gehandeld met de AVG. Het College zou namelijk, zonder daarvoor een deugdelijke grondslag te hebben, medische persoonsgegevens hebben gevorderd en verwerkt. 

IT 4044

Geen bijzondere persoonlijke omstandigheden

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank 7 mei 2010, IT 4044; ECLI:NL:RBBRE:2010:1901 (Verzoeker tegen het College), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-bijzondere-persoonlijke-omstandigheden

Vzr. Rb. Breda 7 mei 2010, IT 4044; ECLI:NL:RBBRE:2010:1901 (verzoeker tegen het College) Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het College van B&W van de gemeente Tilburg van 2 maart 2010. In dit besluit heeft het College het verzoek van verzoeker om zijn persoonsgegevens preventief af te schermen voor externe partners en netwerkcontacten afgewezen. De voorzieningenrechter meent dat het College terecht heeft aangevoerd dat de gegevensverwerking noodzakelijk is voor een goede vervulling van zijn publiekrechtelijke taak. De voorzieningenrechter oordeelt verder dat het College zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in de woonomstandigheden van verzoeker geen bijzondere persoonlijke omstandigheden gelegen zijn (zoals bedoeld in artikel 40 Wbp) waardoor de gegevensverwerking niet gerechtvaardigd zou zijn. Het beroep van verzoeker wordt dan ook ongegrond verklaard en het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.