Gepubliceerd op donderdag 16 april 2026
IT 5207
Rechtbank Rotterdam ||
27 mrt 2026
Rechtbank Rotterdam 27 mrt 2026, IT 5207; ECLI:NL:RBROT:2026:3315 ([eisers] tegen de ACM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/acm-mocht-handhavingsverzoek-warmtewet-afwijzen-wegens-ontbreken-rendementstoets-2022

ACM mocht handhavingsverzoek Warmtewet afwijzen wegens ontbreken rendementstoets 2022

Rb. Rotterdam 27 maart 2026, IT 5207; ECLI:NL:RBROT:2026:3315 ([eisers] tegen de ACM). De Rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat de ACM een handhavingsverzoek tegen Eneco Warmte en Koude Leveringsbedrijf (EWK) terecht heeft afgewezen voor het jaar 2022. [eisers] stelden dat zij te veel hadden betaald voor warmte en verzochten de ACM om op grond van artikel 7 Warmtewet een rendementstoets uit te voeren en handhavend op te treden tegen EWK. Volgens hen behaalde EWK een hoger dan redelijk rendement. De ACM wees dit verzoek af, omdat voor 2022 nog geen maatstaf voor een “redelijk rendement” bestond.

De rechtbank volgt dit standpunt. Voor het uitvoeren van een rendementstoets is een deugdelijke publiekrechtelijke grondslag vereist, inclusief nadere regels over de berekening van het rendement en de vaststelling van een redelijk rendement. Deze regels zijn pas in augustus 2023 vastgesteld, onder meer via beleidsregels en het WACC-besluit. Daarmee ontbrak voor 2022 een juridisch kader om het rendement te toetsen. De rechtbank benadrukt dat het vaststellen van een rendementstoets niet louter een politieke keuze is, maar een zorgvuldige normstelling vereist, mede omdat daarop belastende besluiten kunnen volgen. Omdat geen maatstaf bestond, hoefde de ACM geen onderzoek te doen naar het rendement van EWK in 2022. Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard.

8. Deze beroepsgrond slaagt niet. Voor de maatstaf redelijk rendement dient er in het kader van de zorgvuldigheid en het feit dat er op basis van de maatstaf redelijk rendement belastende besluiten kunnen worden genomen een goede publiekrechtelijke grondslag te zijn. Pas eerst voor het jaar 2023 is daarvan sprake. De ACM stelt terecht dat zij pas vanaf oktober 2021 de bevoegdheid heeft om de rendementstoets uit te voeren en dat in de Nota van Toelichting bij het Besluit waarbij het tijdstip van inwerkingtreding is vastgesteld, ook nadrukkelijk staat dat de ACM nadere regels moet vaststellen om de rendementstoets ook daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Die nadere regels heeft de ACM – na zorgvuldige voorbereiding met een adviesrapport, consultatie in de sector en het betrekken van de ontvangen zienswijzen – in augustus 2023 vastgesteld met de Beleidsregel rendementstoets warmte4 (waarin de ACM heeft uitgewerkt hoe het behaalde rendement kan worden berekend en op welke wijze de correctie plaats kan vinden), de Beleidsregel Regulatorische accountingregels5 (waarin de verslaggevingsregels staan die warmteleveranciers moeten toepassen bij het aanleveren van financiële gegevens aan de ACM voor de uitvoering van de rendementstoetsen) en het Besluit WACC warmteleveranciers (WACC-besluit)6 met daarin het redelijk rendement dat warmteleveranciers over periode 2023-2025 mogen behalen.

In de Nota van Toelichting is ook al de verwachting uitgesproken dat het na inwerkingtreding van artikel 7, tweede tot en met vierde lid, van de Warmtewet enige jaren zal duren voordat de ACM ten aanzien van een individuele leverancier kan besluiten het gereguleerde tarief te corrigeren. Het vergt immers tijd om voor individuele bedrijven de benodigde data te verzamelen om vast te stellen dat het rendement van een leverancier hoger is dan een door de ACM vast te stellen redelijk rendement.