IT 2847

Algemeen belang uitgaande van BKR-registratie weegt erg zwaar

Rechtbank Overijssel 31 juli 2019, IT 2847; ECLI:NL:RBOVE:2019:2798 (X tegen Defam en Next Finance) Privacy. Eiser is werkloos geworden en als gevolg daarvan in financiële problemen geraakt. Om deze reden heeft eiser kredietovereenkomsten gesloten met Next Finance en Defam. Beiden hebben hierna achterstandsregistraties gedaan. Eiser heeft vanwege zijn schulden het minnelijke schuldsaneringstraject gestart bij de Stadsbank Oost Nederland. Deze heeft eiser succesvol afgerond. Eiser heeft naar aanleiding hiervan Next Finance en Defam verzocht de negatieve BKR-registraties te laten verwijderen. Beiden hebben aangegeven dit niet te doen. Eiser vordert nu voor de rechter dat deze registraties toch moeten worden verwijderd. Een BKR-registratie is aan te merken als verwerking van persoonsgegevens. Verwijdering hiervan kan worden verzocht wanneer de desbetreffende persoonsgegevens feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met de wettelijke voorschriften worden verwerkt. Registraties bij het BKR blijven voor 5 jaar staan tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Het algemeen belang dat wordt gediend met de BKR-registratie weegt echter zeer zwaar. Defam en Next Finance hebben dus terecht geweigerd in te stemmen met verwijdering van de BKR-registraties dan wel de daaraan gekoppelde coderingen. De vorderingen worden dus afgewezen.

4.2. Het registreren van [eiser c.s.] in het CKI van het BKR is aan te merken als het verwerken van persoonsgegevens in de zin van artikel 4 onder 2 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Op grond van artikel 21 van de AVG kan verwijdering van persoonsgegevens worden verzocht wanneer de desbetreffende persoonsgegevens feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met de wettelijke voorschriften worden verwerkt.

4.5. De registraties van de achterstands- en bijzonderheidscoderingen bij het BKR blijven in beginsel voor de duur van vijf jaar nadat bij BKR een melding is gedaan zichtbaar op de door BKR verstrekte overzichten, in dit geval dus tot augustus 2022. Bij de vraag of van dit beginsel in een concreet geval ten gunste van de betrokkene moet worden afgeweken weegt het algemeen belang dat wordt gediend met de BKR-registratie zeer zwaar, en moet er sprake zijn van uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden om tot de conclusie te kunnen komen dat de betrokkene door de BKR-registratie onevenredig in zijn persoonlijke belangen wordt getroffen. Van het bestaan van dergelijke omstandigheden is naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geding onvoldoende gebleken.

4.7. [eiser c.s.] heeft weliswaar verklaard dat hij tot augustus 2022, de einddatum van de registratie, geen hypothecaire geldlening zal kunnen krijgen of oversluiten, maar het is onvoldoende aannemelijk geworden dat de inbreuk op de belangen van [eiser c.s.] onevenredig is in verhouding tot het met de vermelding in het BKR te dienen doel en/of dat dit doel in redelijkheid op een andere, voor [eiser c.s.] minder nadelige wijze kan worden verwezenlijkt. [eiser c.s.] heeft een koopwoning, waar hij al twintig jaar in woont. [eiser c.s.] heeft wel foto's van de staat van de woning in het geding gebracht, maar niet een rapport overgelegd waaruit blijkt van de dringende noodzaak tot renovatie van de woning op korte termijn. Dat renovatie de gezondheid van [Eiseres sub 2] ten goede komt, wil de voorzieningenrechter aannemen, maar dat de gezondheid van [Eiseres sub 2] ernstig lijdt onder de huidige staat van de woning en de gezondheidssituatie zo nijpend is dat renovatie vóór augustus 2022 moet plaatsvinden, is vooralsnog niet gebleken: een doktersverklaring ter zake ontbreekt. Daar komt bij dat [eiser c.s.] in de afgelopen twee jaren met een gezamenlijk maandelijks netto inkomen van om en nabij € 4.100,- een bedrag moet kunnen sparen voor onderhoud. Dat [eiser c.s.] geld heeft uitgegeven aan kleding en nieuwe meubels is zijn keuze geweest. Als de woonsituatie echter zo onhoudbaar is als [eiser c.s.] nu stelt, dan had [eiser c.s.] andere prioriteiten moeten stellen. [eiser c.s.] heeft gesteld wel klein onderhoud te hebben kunnen uitvoeren, maar dat de kosten van het groter onderhoud (dubbelglas, kozijnen, vochtproblematiek aanpakken en het verduurzamen van de woning) veel hoger liggen. [eiser c.s.] heeft echter niet inzichtelijk gemaakt waarom het in de afgelopen twee jaren niet is gelukt om een bedrag opzij te zetten voor renovatie. Uit een financieel overzicht had kunnen blijken wat de inkomsten en uitgaven van [eiser c.s.] zijn (geweest) de afgelopen twee jaar, maar een dergelijk overzicht is niet overgelegd. Ook een onderbouwing dat de kosten van de renovatie/onderhoud een bedrag van € 30.000,- belopen, ontbreekt. Het had op de weg van [eiser c.s.] gelegen om voldoende onderbouwing aan te leveren dat er daadwerkelijk sprake is van een enorme impact. De omstandigheid dat iemand geen hypotheek kan krijgen is op zich onvoldoende om een (juiste) registratie van tafel te krijgen, ook niet als de actuele woonsituatie van de betrokkene verre van optimaal is.