IT 3535

Alle gegevens reeds in handen van eiser leidt tot onvoldoende procesbelang

Rechtbank Den Haag 4 mei 2021, IT 3535; ECLI:NL:RBDHA:2021:4631 (Eiser tegen AP)  Eiser meent dat hij slachtoffer is geworden van vastgoedfraude en heeft op grond van de AVG bij Fortis ASR (de derde partij in deze zaak) inzage verzocht in bepaalde persoonsgegevens. Aan dit verzoek is vervolgens voldaan, maar eiser meent dat er nog stukken ontbreken. Hierop heeft eiser een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP heeft vervolgens opgemerkt, dat het niet ongeloofwaardig is dat de derde partij de betreffende gegevens niet meer verwerkt, gezien het tijdsverloop. De rechtbank gaat niet mee in het argument van de derde partij dat eiser misbruik van zijn recht maakt, maar constateert wel dat eiser geen belang bij het proces heeft nu ook is aangetoond dat de ontbrekende stukken in het bezit van eiser zijn. Eiser wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard. 

Misbruik van recht

7.3 De rechtbank stelt vast dat eiser van de derde partij in beroep schade vordert naar aanleiding van de veiling van zijn woning. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij geen civiele procedure tegen de derde partij kan voeren wegens gebrek aan financiële middelen. De rechtbank overweegt dat de omvang van het beroep wordt beperkt tot de vraag of het bestreden besluit van verweerder rechtmatig is. Met zijn vorderingen die zich richten tegen de derde partij treedt eiser dus buiten de grenzen van het geschil. Zij kunnen daarom niet worden toegewezen. De verklaring van eiser dat hij in het bijzonder in beroep is gekomen om de derde partij onder druk te zetten om de schade die hij stelt te hebben geleden alsnog te vergoeden is niet chic, maar van onvoldoende gewicht om misbruik van recht aan te nemen.

Procesbelang

8 In het bestuursrecht staan geen rechtsmiddelen open zonder voldoende procesbelang. De achterliggende gedachte is dat de indiener van een bezwaar of (hoger) beroep het daarmee beoogde resultaat ook daadwerkelijk moet kunnen bereiken, anders heeft een inhoudelijke behandeling geen zin. Ter zitting is gebleken dat ook de laatste drie stukken die eiser stelde nog te missen, in het bezit zijn van eiser (stukken met betrekking tot de twee door eiser gevoerde klachtprocedures en de eindafrekening). De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat eiser geen voldoende procesbelang heeft bij zijn beroep en het beroep om die reden niet-ontvankelijk is.