IT 2843

Allianz verplicht persoonsgegevens aanrijding ongedaan maken

Rechtbank Rotterdam 7 augustus 2019, IT&R 2843; ECLI:NL:RBROT:2019:6448 (Eiser tegen Allianz) AVG. Privacy. Eiser is als bestuurder van een personenauto betrokken geraakt bij een aanrijding met een andere auto waarvan zijn werkgever de auto, op grond van de WAM, had verzekerd bij Allianz. Eiser stelt hierdoor zowel materiële als immateriële schade te hebben geleden en vordert aansprakelijkheid van Allianz. Allianz betwijfelt de toedracht hiervan en voert aan dat aanrijding opzettelijk is veroorzaakt althans dat eiser 100% eigen schuld heeft. Moet de verzekeraar de persoonsgegevens die door hem in het Interne Verwijzingsregister (IVR) zijn opgenomen daaruit verwijderen? De rechtbank veroordeelt Allianz de registratie van de persoonsgegevens van eiser in het IVR ongedaan te maken.

4.20. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank, alles afwegende, de door Allianz uitgesproken verdenkingen dat [naam eiser] heeft gepoogd haar als verzekeraar te benadelen of heeft gepoogd op oneigenlijke wijze gebruik te maken van haar producten/diensten/ voorzieningen, onvoldoende gesubstantieerd. Allianz mag de registratie van de persoonsgegevens van [naam eiser] in haar IVR niet handhaven. Hierbij heeft de rechtbank, in het kader van de uit te voeren proportionaliteitstoets, betrokken dat andere instellingen dan Allianz en de tot haar groep behorende ondernemingen, hetzij direct of indirect, geen toegang tot de gegevens van de geregistreerde betrokkene in het IVR van Allianz hebben en dat [naam eiser] bij het aangaan van verzekeringen van een andere aanbieder geen hinder ondervindt van die interne registratie. Op grond van de hiervoor weergegeven regelgeving en (artikel 6 onder f van) de AVG behoeft ook registratie van persoonsgegevens in interne systemen niet te worden geduld als daarvoor geen zwaarwegende grond, in dit geval verband houdend met de veiligheid en de integriteit van de verzekeraar, kan worden gegeven. De enkele omstandigheid dat Allianz geen vertrouwen meer heeft in [naam eiser] is onvoldoende om de registratie van de gegevens van [naam eiser] in het IVR te handhaven. De rechtbank komt tot de conclusie dat de vordering onder (ii) van [naam eiser] toewijsbaar is.