IT 2635

AVG-bekendheid: Ook kopie van personeelsdossier die al eerder zijn verstrekt

Ktr. Rechtbank Den Haag 31 augustus 2018, IT 2635; ECLI:NL:RBDHA:2018:10910 (eiser tegen Asta Leisure) Opheffen loonstop. AVG-bekendheid met gegevens is geen grond voor het niet verstrekken van stukken. Daaruit volgt dat de betrokkene ook om een kopie kan vragen van stukken die al eerder (ooit eens) zijn verstrekt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft eiser dan ook een rechtmatig belang bij afgifte van de stukken in zijn personeelsdossier die hem niet reeds na zijn verzoek in april 2018 zijn verstrekt.

Personeelsdossier
4.6

Het uitgangspunt van de AVG is het transparantiebeginsel: iedereen moet in de gelegenheid zijn om de persoonsgegevens die over hem zijn verzameld, in te zien, en om dat recht eenvoudig en met redelijke tussenpozen uit te oefenen, zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren (overweging 63 van de AVG). Artikel 15 AVG geeft betrokkenen dan ook het recht op inzage en op een kopie van de persoonsgegevens zonder daaraan andere beperkingen te verbinden dan de rechten en vrijheden van anderen. Artikel 12, derde lid, AVG bepaalt dat verzochte informatie in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek moet worden verstrekt. Artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) noemt een beperkt aantal uitzonderingen waarin het recht op inzage geweigerd kan worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bescherming van de openbare veiligheid of de onafhankelijkheid van de rechter. Asta voert als verweer tegen de vordering tot afgifte van stukken uit het personeelsdossier aan dat de stukken waarvan [eiser] nu een kopie vraagt al eerder aan hem zijn verstrekt of dat hij met de gegevens die daarin staan bekend is of moet zijn (zoals bijvoorbeeld gegevens omtrent zijn ziekteverzuim en ziekteverloop). Dit behoort echter niet tot de uitzonderingen genoemd in artikel 41 UAVG. Bekendheid met gegevens is geen grond voor het niet verstrekken van stukken. Verder is in lid 3 van artikel 15 AVG vastgelegd dat voor het verstrekken van bijkomende kopieën geen andere kosten in rekening mogen worden gebracht dan een redelijke vergoeding op basis van de administratieve kosten. Daaruit volgt dat de betrokkene ook om een kopie kan vragen van stukken die al eerder (ooit eens) zijn verstrekt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] dan ook een rechtmatig belang bij afgifte van de stukken in zijn personeelsdossier die hem niet reeds na zijn verzoek in april 2018 zijn verstrekt. De kantonrechter is tevens van oordeel dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. Hij heeft een conflict met zijn werkgever en het is voor hem van belang om te weten wat er in zijn personeelsdossier zit. Asta heeft de wettelijke termijn van één maand niet in acht genomen en zonder bevel van de kantonrechter is niet te verwachten dat zij [eiser] binnen een redelijke termijn zal geven waarop hij recht heeft. De vordering onder 3.1.d. zal dan ook als na te melden worden toegewezen. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, acht de kantonrechter aangewezen. De op te leggen dwangsom zal echter worden gematigd en gemaximeerd. Verder zal worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.