Gepubliceerd op dinsdag 24 februari 2026
IT 5115
Rechtbank Midden-Nederland ||
21 jan 2026
Rechtbank Midden-Nederland 21 jan 2026, IT 5115; ECLI:NL:RBMNE:2026:85 ([partij 1] tegen [partij 2]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/avg-staat-niet-in-de-weg-aan-overlegging-financiele-stukken-in-civiele-procedure

AVG staat niet in de weg aan overlegging financiële stukken in civiele procedure

Rb. Midden-Nederland 21 januari, IT 5115; ECLI:NL:RBMNE:2026:85 ([partij 1] tegen [partij 2]). In een pachtgeschil vordert verpachter ontbinding van de pachtovereenkomst, omdat pachter het gepachte (circa 13 ha landbouwgrond) niet langer bedrijfsmatig voor de landbouw zou gebruiken. In incident verzoekt verpachter op grond van art. 195 jo. 194 Rv overlegging van de Gecombineerde Opgaven en jaarrekeningen over 2022, 2023 en 2024.

De pachtkamer wijst het inzageverzoek toe. De gevraagde stukken zijn voldoende bepaald en kunnen relevant zijn voor de beoordeling of nog sprake is van bedrijfsmatige landbouw. Daarmee heeft verpachter een voldoende belang. Het verweer dat al gedeeltelijke informatie is verstrekt, doet daaraan niet af. Ook het beroep op gewichtige redenen slaagt niet. Een mogelijk financieel belang van verpachter bij ontbinding vormt geen beletsel voor inzage. Dat de jaarrekeningen vertrouwelijke financiële gegevens bevatten, weegt minder zwaar dan het belang van verpachter bij onderbouwing van zijn vordering. Van een ‘fishing expedition’ is geen sprake. Het beroep op de AVG wordt verworpen. Voor zover sprake is van persoonsgegevens, bestaat een wettelijke grondslag voor verwerking (art. 6 lid 1 sub c en f AVG). Pachter wordt veroordeeld tot overlegging van de stukken binnen twee weken, op straffe van een dwangsom. 

3.10 [partij 2] heeft tot slot aangevoerd dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing is en er voor [partij 1] geen grondslag bestaat om de financiële persoonsgegevens van [partij 2] rechtmatig te verwerken. De pachtkamer volgt hem hierin niet. Voor zover de jaarrekeningen al persoonsgegevens bevatten en voor zover het in het kader van een civiele procedure als bewijsmiddel overleggen van die jaarrekeningen al onder het materiële toepassingsgebied van de AVG valt, dan zijn er in deze zaak er wettelijke grondslagen voor rechtmatige verwerking als bedoeld in artikel 6 AVG. Voor het verstrekken van de gegevens door [partij 2] geldt dat een toegewezen verzoek tot inzage (op grond van artikel 194 en 195 Rv) leidt tot een wettelijke verplichting van degene die persoonsgegevens onder zich houdt om die te verstrekken. Op grond van artikel 6 lid 1 sub c AVG is dit een grondslag voor rechtmatige verwerking. Wat betreft het verwerken van de gegevens door [partij 1] geldt dat de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van zijn gerechtvaardigde belangen zoals die hiervoor bij de beoordeling van het inzageverzoek zijn uiteengezet, welke belangen naar het oordeel van de pachtkamer zwaarder wegen dan de belangen van [partij 2] bij de bescherming van zijn persoonsgegevens. Op grond van artikel 6 lid 1 sub f AVG is dit een grondslag voor rechtmatige verwerking.