20 aug 2026,
Beperking kennisneming stukken gerechtvaardigd ter bescherming persoonsgegevens van bewoners
CBb 20 augustus 2026, IT 5481; ECLI:NL:CBB:2026:388 (AHW tegen ACM). De rechter-commissaris van het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) verzochte beperking van de kennisneming van verschillende gedingstukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is. De stukken zijn overgelegd in het hoger beroep van Atlantic Huis WKO-Bron B.V. tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam en bevatten volgens de ACM persoonsgegevens van bewoners en gegevens waaruit privégegevens kunnen worden afgeleid. Bij de beoordeling weegt de rechter-commissaris enerzijds het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en dat het College over alle informatie beschikt die nodig is om de zaak juist en zorgvuldig af te doen, en anderzijds het belang dat betrokkenen niet onevenredig worden benadeeld door kennisneming van hun persoonsgegevens. Ook het belang van de ACM om in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft, wordt meegewogen.
De rechter-commissaris acht de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd, omdat de betreffende stukken persoonsgegevens van bewoners bevatten. Kennisneming daarvan door alle partijen kan volgens de rechter-commissaris leiden tot onevenredig nadeel voor de betrokkenen en tot een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer. Daarnaast is het hiervoor genoemde belang van de ACM meegewogen. Omdat het College alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van deze vertrouwelijke stukken uitspraak kan doen en alle partijen die toestemming bij voorbaat hebben gegeven, zal het College bij zijn beslissing op het hoger beroep mede uitgaan van de vertrouwelijke versies van de betreffende stukken.
1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. M.J. Jacobs opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen.
2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden, terwijl de ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft.
De ACM heeft te kennen gegeven dat de vertrouwelijke passages privégegevens van bewoners bevatten en/of gegevens bevatten waaruit privégegevens kunnen worden afgeleid.
AHW heeft desgevraagd, bij brief van 20 februari 2025 en bij e-mail van 27 maart 2025, te kennen dat kan worden ingestemd met het vertrouwelijkheidsverzoek in zoverre dat ziet op gegevens zoals door de ACM is toegelicht.
[naam] en VvE Atlantic hebben te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen kennisneming van het College van de stukken waarvan de vertrouwelijkheid is medegedeeld.
3 De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van de kennisneming van de onder het procesverloop genoemde stukken gerechtvaardigd is. Deze stukken bevatten persoonsgegevens van bewoners. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen zal kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. De rechter-commissaris heeft ook het belang meegewogen van de ACM om in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die zij nodig heeft voor een goede uitoefening van haar taken.
4 Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Alle partijen hebben deze toestemming bij voorbaat gegeven. Het College zal dus mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van deze stukken uitspraak doen op het hoger beroep.