Gepubliceerd op dinsdag 29 september 2026
IT 5538
Rechtbank Den Haag ||
16 sep 2026,
Rechtbank Den Haag 16 sep 2026,, IT 5538; ECLI:NL:RBDHA:2026:26910 (eiseres tegen de minister van Buitenlandse Zaken), https://www.itenrecht.nl/artikelen/beperkte-kennisneming-van-profielen-uit-iob-algoritme-gerechtvaardigd

Beperkte kennisneming van profielen uit IOB-algoritme gerechtvaardigd

Rb. Den Haag 16 september 2026, IT 5538; ECLI:NL:RBDHA:2026:26910 (eiseres tegen de minister van Buitenlandse Zaken). In een procedure over de afwijzing van een visum voor kort verblijf verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om beperkte kennisneming van profielen die onderdeel zijn van het algoritme Informatie Ondersteunend Beslissen (IOB). De rechtbank stelt voorop dat een verwijzing naar weigeringsgronden uit de Wet open overheid op zichzelf onvoldoende is voor toepassing van artikel 8:29 Awb. Voor beperkte kennisneming is een zelfstandige beoordeling vereist of sprake is van gewichtige redenen, waarbij ook het belang van de andere partij bij kennisneming van de processtukken, mede in het licht van het fair trial-beginsel, moet worden betrokken. De minister had aanvullend aangevoerd dat openbaarmaking van de profielen ertoe kan leiden dat toekomstige visumaanvragers daarop anticiperen, waardoor de effectiviteit en juistheid van de beoordeling van visumaanvragen ernstig kunnen worden geschaad.

De rechtbank oordeelt dat het door de minister gestelde belang bij geheimhouding in dit geval zwaarder weegt dan het belang van eiseres om zelf van de profielen kennis te nemen. Daarbij betrekt de rechtbank dat zij eerder nader onderzoek naar het IOB-algoritme aangewezen achtte en, indien eiseres daarvoor toestemming geeft, zelf van de onderliggende informatie kan kennisnemen. De minister heeft bovendien toegelicht welke rol het algoritme in de individuele zaak heeft gespeeld en meegedeeld dat eiseres aan geen enkel profiel voldeed. De overgelegde stukken stellen de rechtbank in staat die mededeling te verifiëren. De rechtbank acht de beperkte kennisneming daarom gerechtvaardigd en wijst het verzoek toe. Deze beslissing ziet uitsluitend op de toegang tot de betreffende processtukken en bevat geen inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het IOB-algoritme of over de visumafwijzing zelf.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

3. De rechtbank stelt voorop dat eiseres in haar reactie van 17 augustus 2026 terecht naar voren brengt dat de verwijzing naar een of meer weigeringsgronden in de Woo geen voldoende motivering is. Voor de toepassing van artikel 8:29 van de Awb is een afzonderlijke toets vereist of gewichtige redenen als bedoeld in dit artikel aanwezig zijn. Daarbij speelt het belang van partijen bij kennisneming van processtukken, mede in het licht van het fair trial-beginsel, anders dan bij de Woo waar het belang van openbaarmaking wordt voorondersteld, een rol.3 De verzoeker moet duidelijk maken waarom volgens hem het belang bij beperkte kennisneming zwaarder weegt dan het belang dat de andere partij(en) van het stuk kennisnemen.4

3.1.

De minister heeft evenwel niet alleen verwezen naar bepalingen in de Woo, maar ook toegelicht waarom beperkte kennisneming in onderhavige procedure gerechtvaardigd is.

De minister heeft in dat kader naar voren gebracht dat het prijsgeven van de profielen tot gevolg kan hebben dat hier in toekomstige aanvragen op wordt geanticipeerd en dat de effectiviteit en de juistheid van de beoordeling van visumaanvragen ernstig geschaad zal worden.

3.2.

In de tussenuitspraak is overwogen dat de rechtbank een ambtshalve toetsing van het algoritme IOB aangewezen acht en nader onderzoek op zijn plaats. Door toewijzing van het verzoek kan de rechtbank in geval van toestemming van eiseres wel kennisnemen van de onderliggende informatie, alleen eiseres niet. In de toelichting van 16 juli 2026 heeft de minister wel openheid van zaken gegeven over de rol die het algoritme in de zaak van eiseres (niet) heeft gespeeld. Zo is vermeld dat eiseres aan geen enkel profiel voldeed. Anders dan eiseres stelt, vraagt de minister niet aan de rechtbank om een feitelijke stelling te aanvaarden die enkel door de minister zelf kan worden geverifieerd. De minister heeft stukken overgelegd die het, bij toestemming van eiseres, mogelijk maakt die stelling te verifiëren.

3.3.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de minister gestelde belangen zwaarder wegen dan de door eiseres gestelde belangen om in deze procedure kennis te kunnen nemen van de overgelegde profielen. De minister heeft daartoe kunnen wijzen op rechtspraak.5 Anders dan namens eiseres is gesteld, ziet de laatstgenoemde uitspraak op openbaarmaking van informatie in een individuele zaak en ziet de rechtspraak niet enkel op openbaarmaking van informatie aan het brede publiek. De rechtbank acht het verzoek tot beperkte kennisneming hier dan ook gerechtvaardigd.6