20 mei 2026,
Beperkte openbaarheid raadsenquêtedocumenten Zevenaar blijft in stand
RvS 20 mei 2026, IT 5486; ECLI:NL:RVS:2026:2693 (appellante tegen verweerder). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar van 13 juni 2023 ongegrond is. Met dat besluit heeft het college de eerder opgelegde beperkingen aan de openbaarheid van documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie P&O Zevenaar gedeeltelijk opgeheven. Bij inzage moet de streekarchivaris de AVG in acht nemen en persoonsgegevens en tot personen herleidbare gegevens pseudonimiseren, in dit geval door deze weg te lakken. De Afdeling stelt eerst vast dat een besluit op grond van artikel 15 Archiefwet 1995 op extern rechtsgevolg is gericht en daarom appellabel is, zodat [appellante] ontvankelijk is in haar beroep. Voor een groot deel van haar beroepsgronden verwijst de Afdeling naar een samenhangende uitspraak van dezelfde datum, waarin nagenoeg dezelfde gronden al zijn beoordeeld en verworpen.
Verder staat vast dat het personeelsdossier van [appellante] niet naar het streekarchief is overgebracht. Het klachtdossier uit 2009 maakte volgens de Afdeling geen deel uit van dat personeelsdossier, maar is als zelfstandig stuk aan het streekarchief overgedragen en behoort tot de niet-openbare stukken. Het betoog dat haar persoonsgegevens wegens strijd met de AVG niet mochten worden overgebracht, slaagt evenmin. Voor de verhouding tussen de Archiefwet 1995 en de AVG verwijst de Afdeling naar ECLI:NL:RVS:2026:2694, waarin is geoordeeld dat de betreffende persoonsgegevens rechtmatig zijn verzameld en verwerkt; volgens de Afdeling geldt hetzelfde voor de persoonsgegevens van [appellante] in de raadsenquêtedocumenten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Hoe verhoudt de Archiefwet 1995 zich tot de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)?
8. [appellante] betoogt dat haar persoonsgegevens op grond van de Archiefwet 1995 alleen naar het streekarchief overgebracht mogen worden als die gegevens in overeenstemming met de AVG worden verwerkt. De AVG heeft volgens haar voorrang boven de Archiefwet 1995. Het college heeft bij het verwerken van haar persoonsgegevens echter niet artikel 5 en artikel 6, vierde lid, van de AVG in acht genomen. Daardoor worden haar persoonsgegevens onrechtmatig verwerkt en mogen die ook niet op grond van de Archiefwet 1995 naar het streekarchief overgebracht worden, aldus [appellante].
8.1. In de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202402400/1/A3 (ECLI:NL:RVS:2026:2694), in het bijzonder onder 11 tot en met 11.3, heeft de Afdeling overwogen hoe de Archiefwet 1995 zich verhoudt tot de AVG en dat de persoonsgegevens van een oud-collega van [appellante] rechtmatig zijn verzameld en verwerkt. Hetzelfde geldt voor de persoonsgegevens van [appellante] in de raadsenquêtedocumenten. De Afdeling verwijst daarom naar deze uitspraak.
Het betoog slaagt niet.