16 jan 2026
Kopieer citeerwijze ||
[eiser] tegen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de gemeente Nederweert
Beroep niet ontvankelijk wegens misbruik van recht
Rb. Limburg 16 januari 2026, IT 5094; ECLI:NL:RBLIM:2026:447 ([eiser] tegen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de gemeente Nederweert). [eiser] verzocht op grond van artikel 15 AVG om inzage in zijn persoonsgegevens die zouden zijn verwerkt in een e-mailwisseling van 28 januari 2014. Deze correspondentie hield verband met een kamerbrief van de minister uit februari 2014 over door [eiser] gestelde misstanden bij de gemeente Nederweert, waar hij eerder is ontslagen. De minister had het verzoek deels afgewezen, onder meer met een beroep op bescherming van rechten en vrijheden van anderen, persoonlijke beleidsopvattingen en lopende Woo-procedures.
De rechtbank beoordeelt eerst ambtshalve of het beroep van [eiser] ontvankelijk is. Een beroep is onder meer niet-ontvankelijk als er sprake is van misbruik van recht. Misbruik van recht doet zich voor wanneer een bevoegdheid wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven. Doorslaggevend is dat de beroepsgronden nauwelijks zijn gericht tegen de AVG-motivering van het bestreden besluit. Uit het procesverloop en de toelichting van [eiser] blijkt dat het AVG-verzoek en het ingestelde beroep primair worden gebruikt om eerdere geschillen met de gemeente Nederweert opnieuw aan de orde te stellen, om de juistheid van een kamerbrief van de minister te betwisten en om bewijs te vergaren voor andere (civiele) procedures. Daarmee wordt het inzagerecht aangewend voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven. Daarnaast wijst rechtbank wijst erop dat eiser al jarenlang stelselmatig procedures voert die steeds teruggrijpen op zijn ontslag en de daarmee samenhangende gebeurtenissen, terwijl vaststaat dat aan de rechtsgevolgen daarvan geen wijziging meer kan worden aangebracht. Dit procesgedrag levert handelen te kwader trouw op en vormt een onevenredige belasting van de rechtspraak. Het beroep wordt niet ontvankelijk verklaard.
5.5 De reden waarom eiser alle persoonsgegevens in de e-mailwisseling in kwestie wil hebben voor de civiele procedure bij het gerechtshof over het communicatieverbod is de rechtbank volstrekt onduidelijk. De rechtbank ziet ook niet in dat het feit dat de minister de kamer onjuist heeft voorgelicht, zoals eiser stelt, iets te maken kan hebben met de procedure bij het gerechtshof. Dat de Tweede Kamer volgens eiser niet goed is voorgelicht en de inhoud van de kamerbrief van de minister niet klopt, kan hij gewoon aantonen. Daar heeft hij de betreffende e-mailwisseling niet voor nodig. Bovendien is het aantonen dat wat de minister in zijn brief van 5 februari 2024 heeft geschreven volgens hem niet juist is een ander doel dan waarvoor de AVG is bedoeld, namelijk het nagaan of (in dit geval) eisers persoonsgegevens rechtmatig zijn verwerkt.
5.6. Eiser heeft verder opgemerkt dat in de kamerbrief van de minister van 5 februari 2014 geen enkele informatie is vermeld over het door de gemeente Nederweert tijdens zijn dienstverband niet nakomen van de zorgplicht en het onthouden van een door de secretaris in de brief van 29 januari 2009 toegezegde externe vertrouwenspersoon. Hieruit volgt volgens eiser dat de minister ook onvolledig informatie heeft gegeven aan de Vaste Kamercommissie12.
5.7. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond ook niet het doel heeft om de door de minister verwerkte persoonsgegevens te controleren, maar om aan te geven dat de inhoud van de kamerbrief niet juist is en daarbij te betrekken wat de gemeente Nederweert allemaal verkeerd heeft gedaan voorafgaand aan zijn ontslag. Het moet in deze AVG-zaak juist gaan over zijn persoonsgegevens, die verwerkt zijn in de e-mailwisseling van 28 januari 2014, terwijl eiser met deze beroepsgrond een heel ander doel voor ogen heeft.