Gepubliceerd op maandag 14 september 2026
IT 5513
Rechtbank Overijssel ||
1 sep 2026,
Rechtbank Overijssel 1 sep 2026,, IT 5513; ECLI:NL:RBOVE:2026:5497 (Mijndomein B.V. tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/betalingsbewijs-onvoldoende-voor-bewijs-van-betaling-webhostingfactuur

Betalingsbewijs onvoldoende voor bewijs van betaling webhostingfactuur

Rb. Overijssel 1 september 2026, IT 5513; ECLI:NL:RBOVE:2026:5497 (Mijndomein B.V. tegen [gedaagde]). De kantonrechter wijst de vordering van Mijndomein B.V. tot betaling van een factuur voor webhostingdiensten toe. Het bestaan van de overeenkomst en de hoogte van de factuur waren niet in geschil; alleen de vraag of gedaagde de factuur al had betaald. Gedaagde beriep zich op betaling en legde een betalingsbewijs over. Dit is volgens de kantonrechter een bevrijdend verweer, zodat gedaagde de bewijslast draagt van de gestelde betaling. Mijndomein heeft het betalingsbewijs bij repliek gemotiveerd betwist en onder meer aangevoerd dat daarop onvoldoende gegevens stonden om de betaling te controleren, dat de tenaamstelling niet overeenkwam en dat betalingen buiten de voorgeschreven betaalroute met een uniek betaalkenmerk niet correct konden worden verwerkt en mogelijk automatisch werden teruggeboekt. Omdat gedaagde, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet meer op deze gemotiveerde betwisting heeft gereageerd, acht de kantonrechter het beroep op betaling onvoldoende onderbouwd. De hoofdsom van € 82,28 wordt daarom toegewezen.

Ook de gevorderde € 40 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 12,60 aan reeds berekende handelsrente worden toegewezen. Volgens de kantonrechter is sprake van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a lid 1 BW en is de overeengekomen betalingstermijn verstreken. Gedaagde wordt daarom veroordeeld tot betaling van in totaal € 134,88, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 82,28 vanaf 22 april 2026 tot de dag van volledige betaling. Daarnaast moet gedaagde € 376,66 aan proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

5.1

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] het bestaan van de overeenkomst en de hoogte van de factuur niet heeft betwist. In deze zaak speelt alleen nog de vraag of [gedaagde] de factuur heeft betaald.

5.2

[gedaagde] stelt dat de factuur is betaald en heeft ter onderbouwd een betalingsbewijs van 5 januari 2025 overgelegd. Uit dit betalingsbewijs volgt dat [gedaagde] op 5 januari 2025 een bedrag van € 82,28 heeft overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van ‘MijnDomijn’ met omschrijving ‘Fact. [factuurnummer]’.

5.3

De kantonrechter oordeelt als volgt.

5.4

Het verweer dat [gedaagde] heeft gevoerd, is een bevrijdend verweer. Dit betekent dat [gedaagde] de bewijslast draagt van zijn stelling dat hij de factuur al heeft betaald. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] zijn verweer dat hij deze al heeft betaald, onvoldoende onderbouwd. Mijndomein B.V. heeft bij conclusie van repliek het door [gedaagde] gevoerde verweer namelijk gemotiveerd weerlegd. Volgens Mijndomein B.V. bevat het door [gedaagde] overgelegde betalingsbewijs namelijk onvoldoende informatie waarmee de betaling gecontroleerd kan worden. Er is alleen een datum, het factuurnummer en het bedrag zichtbaar. Nu is niet duidelijk op welke rekeningnummer dit bedrag is betaald en tevens klopt de tenaamstelling van Mijndomein B.V. niet. In het overgelegde betalingsbewijs staat dat het bedrag is overgemaakt aan ‘MijnDomijn’ in plaats van ‘MijnDomein’. Dit klopt dus al niet. Tegenwoordig controleert vrijwel iedere bank bij het overmaken of de tenaamstelling en het rekeningnummer bij elkaar horen en geeft een foutmelding als de naam en de IBAN niet bij elkaar horen. Een juiste betaling aan Mijndomein B.V. kan hiermee niet zijn gelukt. Daarnaast is betalen alleen mogelijk via het eigen account of, als deze al verstuurd is, via de betaallink zodat er een uniek betaalkenmerk wordt aangemaakt. Alleen via dit betaalkenmerk is het mogelijk om de betaling correct te verwerken. Maakt iemand toch buiten de betaalinstructies de betaling over, dan kan dit niet worden verwerkt en wordt de betaling automatisch teruggeboekt. Mogelijk is dit met de betaling van [gedaagde] gebeurd. Mijndomein B.V. geeft aan dat deze betaling hoe dan ook en om wat voor reden dan ook niet door haar is ontvangen. Nu [gedaagde] hierop, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer heeft gereageerd is de conclusie dat het verweer van [gedaagde] faalt. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van de hoofdsom van € 82,28.