IT 3215

Bijzondere zorgplicht voor exploitant software

Vzr. Rechtbank Amsterdam 18 augustus 2020, IEF 19376, IT 3215; ECLI:NL:RBAMS:2020:4059 (PRLG tegen Uniface) Kort geding. PRLG en Uniface zijn allebei exploitant van softwareproducten en diensten, onder meer software ter ondersteuning van lokale overheden bij het uitvoeren van hun taken en bevoegdheden in het sociale domein. De rechtsvoorganger van PRLG maakte gebruik van software van de rechtsvoorganger van Uniface. Voor deze licentie is destijds een VAR-overeenkomst gesloten, waarin tarieven voor de vergoeding voor Compuware (rechtsvoorganger van Uniface) door PRLG zijn afgesproken. Uniface meent dat deze tarieven aan herrijking toe zijn en zegt de VAR-overeenkomst op. PRLG gaat niet akkoord met deze opzegging. PRLG vordert veroordeling van Uniface de VAR-overeenkomst na te blijven komen. 

Uniface heeft de overeenkomst conform de overeenkomst opgezegd, maar PRLG beroept zich op jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is geoordeeld dat ook als een overeenkomst voorziet in een opzeggingsregeling, de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst in acht moeten worden genomen. De voorzieningenrechter acht het niet onaannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat de opzegging in kwestie - na zestien jaar samenwerking - naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Uniface heeft de overeenkomst opgezegd zonder daarvoor over een zwaarwegende grond te beschikken, de opzegging is namelijk gedaan om PRLG over de brug te laten komen met een hogere vergoeding. Daarnaast overweegt de voorzieningenrechter dat de gevolgen van de opzegging bijzonder ingrijpend zijn en dat Uniface een bijzondere zorgplicht heeft jegens derden - ongeveer 100 gemeenten - die een groot maatschappelijk belang hebben om hun wettelijke taken correct uit kunnen blijven voeren. De ingrijpende gevolgen van de opzegging en het feit dat er in dit kort geding de gevolgen niet goed genoeg kunnen worden uitgezocht, rechtvaardigen het opleggen van een ordemaatregel die geldt totdat de bodemrechter zich hierover heeft uitgelaten. Derhalve wordt de vordering van PRLG dat Uniface de VAR-overeenkomst na moet blijven komen toegewezen tot en met de duur van de bodemprocedure. Dit geeft partijen, naast het voeren van een bodemprocedure, eveneens ruimschoots de gelegenheid in onderling overleg een oplossing te bereiken die leidt tot voortzetting van de VAR-overeenkomst, waarvoor zij beide de voorkeur hebben.

4.5. De gevolgen van de opzegging zijn - anders dan Uniface meent - bijzonder ingrijpend. Uniface heeft - zoals PRLG heeft aangevoerd - ook een bijzondere zorgplicht jegens derden, in dit geval jegens ongeveer 100 gemeenten, die een groot maatschappelijk belang hebben om hun wettelijke taken op een correcte en efficiënte wijze uit te (kunnen blijven) voeren. Weliswaar heeft Uniface aangevoerd dat de schermen bij de gemeenten na 1 januari 2022 “niet op zwart springen”, maar dit geldt alleen bezien vanuit praktisch (technisch) oogpunt. Vanuit juridisch oogpunt zou dan immers de situatie (kunnen) ontstaan dat de gemeenten zonder licentie (dus illegaal) de Uniface software zouden gebruiken. Dat Uniface dit probleem vervolgens wel stelt op te kunnen lossen door de gemeenten (buiten PRLG om) een rechtstreekse gebruikslicentie (tegen door haar te bepalen tarieven) aan te bieden, is voorshands niet overeenstemming met haar zorgvuldigheidsverplichting. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat dit - zoals door PRLG aangevoerd - strijd oplevert met het aanbestedingsrecht omdat de gemeenten een deel van de opdracht die is gegund aan PRLG tijdens de contractperiode niet mogen aanbesteden aan een andere contractspartij.