Auteursrecht

IT 3481

Domeinnaamhouder niet aansprakelijk voor beelden huwelijk Grapperhaus

Rechtbank 9 apr 2021, IT 3481; ECLI:NL:RBAMS:2021:1807 (Eiser tegen Hostnet), http://www.itenrecht.nl/artikelen/domeinnaamhouder-niet-aansprakelijk-voor-beelden-huwelijk-grapperhaus

Rechtbank Amsterdam 9 april 2021, IEF 19900, IT 3481, ECLI:NL:RBAMS:2021:1807 (Eiser tegen Hostnet) Eiser is fotograaf. Op 22 augustus 2020 heeft hij foto- en filmopnames gemaakt van het huwelijk van Ferdinand Grapperhaus. Op 2 september 2020 is er op de website commonsensetv.nl een post geplaatst onder de titel “Nieuwe foto’s handenschuddende en knuffelende Grapperhaus” waarin o.a. beelden, gemaakt door eiser, zijn opgenomen. Daarnaast is ook het logo van CommonSenseTV op de beelden te zien. De domeinnaam commonsensetv.nl is door Hostnet als registrar bij SIDN geregistreerd. Eiser is van mening dat Hostnet hierdoor inbreuk maakt op de auteursrechten die hij over zijn beelden beschikt. De rechtbank oordeelt dat als iemand een foto of filmpje dat inbreuk maakt op een auteursrecht op een website post, de domeinnaamhouder daarmee niet automatisch inbreuk maakt op dat auteursrecht. Daarmee wijst zij de vorderingen van eiser af, omdat Hostnet geen maatregelen kon nemen tegen de door eiser aangekaarte inbreuk.

IT 3449

Conclusie A-G: Decompileren computerprogramma niet per se inbreukmakend

HvJ EU 10 mrt 2021, IT 3449; ECLI:EU:C:2021:193 (Top System tegen Belgische Staat), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-decompileren-computerprogramma-niet-per-se-inbreukmakend

HvJ EU Conclusie A-G 10 maart 2021, IEF 19838, IT 3449, ECLI:EU:C:2021:193 (Top System tegen Belgische Staat) Top System, een ontwikkelaar van computerprogramma's, werkt al verscheidene jaren samen met de Belgische openbare instelling Selor. Zij hebben meerdere digitale toepassingen met elkaar ontwikkeld. Desondanks is er in 2009 tussen partijen een geschil ontstaan omdat Top System van mening was dat Selor - en daarmee ook de Belgische Staat - inbreuk had gemaakt op de exclusieve rechten die zij op een programma had omdat Selor de software hiervan had gedecompileerd. Het Brusselse Hof van beroep heeft naar aanleiding van deze kwestie twee prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU om meer duidelijkheid te krijgen over in hoeverre het decompileren van een computerprogramma is toegestaan onder Europees auteursrecht. A-G Szpunar formuleert als reactie op de vragen dat dit is toegestaan wanneer dat noodzakelijk is om fouten te verbeteren die de werking van het programma beïnvloeden.

IT 3381

Conclusie A-G in Mircom tegen Telenet

HvJ EU 17 dec 2020, IT 3381; ECLI:EU:C:2020:1063 (Mircom tegen Telenet BVBA), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-mircom-tegen-telenet

HvJ EU Conclusie A-G 17 december 2020, IEF 19712, IT 3381, IEFbe 3173; ECLI:EU:C:2020:1063 (Mircom tegen Telenet BVBA) Verzoek om een prejudiciële beslissing van de ondernemingsrechtbank Antwerpen. Richtlijn 2001/29/EG, artikel 3, lid 1. Begrip ‚mededeling aan het publiek’. Downloaden van een bestand met een beschermd werk via een peer-to-peernetwerk en gelijktijdige terbeschikkingstelling van de onderdelen van dat bestand ter upload voor andere gebruikers.
Antwoorden van A-G Szpunar:

IT 3330

Foto zonder toestemming en naamsvermelding op website

Rechtbank 28 okt 2020, IT 3330; ECLI:NL:RBMNE:2020:4624 (Eiser tegen exploitant website), http://www.itenrecht.nl/artikelen/foto-zonder-toestemming-en-naamsvermelding-op-website

Ktr. Rechtbank Midden-Nederland 28 oktober 2020, IEF 19596, IT 3330; ECLI:NL:RBMNE:2020:4624 (Eiser tegen exploitant website) Auteursrecht. Eiser is een professioneel fotograaf. Hij biedt zijn foto’s op zijn website aan tegen een vaste licentievergoeding van € 250,00 per jaar. Gedaagde exploiteert een website. Sinds 2015 staat een foto van eiser op de website, zonder zijn toestemming en naamsvermelding. Met eiser was hiervoor geen licentieovereenkomst gesloten. Aan de sommaties van eiser om de foto te verwijderen, geeft gedaagde geen gehoor. Gedaagde stelt dat zij sinds 2010 niet de houder of eigenaar van de domeinnaam is, omdat zij die handelsnaam niet meer voert. Dit verweer faalt. Voor het exploiteren van een website is niet vereist dat sprake is van een daartoe ingeschreven handelsnaam bij de KvK. Gedaagde wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding voor de winstderving, het mislopen van exposure als gevolg van het ontbreken van de naamsvermelding en de gemaakte kosten voor het opsporen van de auteursrechtinbreuk.

IT 3324

Vordering uitzendverbod tv-programma afgewezen

Rechtbank 9 nov 2020, IT 3324; ECLI:NL:RBAMS:2020:5578 (Eiser tegen Fremantle), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-uitzendverbod-tv-programma-afgewezen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 9 november 2020, IEF 19583, IT 3324; ECLI:NL:RBAMS:2020:5578 (Eiser tegen Fremantle) Kort geding. Onrechtmatige publicatie. Afwijzing preventief uitzendverbod van een aflevering van het programma 'Zeeman confronteert: Stalkers' waarin aandacht wordt besteed aan stalking. Eiser stelt dat de uitzending inbreuk maakt op zijn privacy en bescherming van zijn eer en goede naam. Er wordt overwogen dat een preventief verbod alleen kan worden toegewezen in uitzonderlijke omstandigheden waarbij sprake dient te zijn van een evidente onrechtmatigheid. Daarvan is in dit geval geen sprake. Geoordeeld wordt dat Fremantle aandacht mag besteden aan het onderwerp stalking en de zaak van eiser. Fremantle hoeft geen onomstotelijk bewijs te leveren van de stalking. De toets is of de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal en dat is in casu het geval. Fremantle heeft daarnaast voldoende gelegenheid tot wederhoor geboden. Tevens zijn door Fremantle de nodige maatregelen getroffen om de privacy van eiser te waarborgen. De stem van eiser dient nog onherkenbaar te worden gemaakt. Voor zover personen uit zijn familie en kennissen- of werkkring hem zullen herkennen, geldt dat het verlies van zijn goede naam een voorzienbaar gevolg is van zijn eigen handelen. De uitingsvrijheid van Fremantle weegt in dit concrete geval gezien de omstandigheden zwaarder dan de privacybelangen van eiser.

IT 3323

Schending van auteursrechten op software is niet gebleken

Rechtbank 27 mei 2020, IT 3323; ECLI:NL:RBAMS:2020:5391 (PayingIT en PayingIP tegen Workrate), http://www.itenrecht.nl/artikelen/schending-van-auteursrechten-op-software-is-niet-gebleken

Vzr. Rechtbank Amsterdam 27 mei 2020, IEF 19579; IT 3323; ECLI:NL:RBAMS:2020:5391 (PayingIT en PayingIP tegen Workrate) Auteursrecht. Kort geding. Workrate houdt 49% van de aandelen in Usemate BV (later: PayingIT). In 2016 wordt een koopovereenkomst gesloten van alle aandelen van Workrate in Usemate BV en verkoop en levering van ‘de Software’ aan PayingIP. In de koopovereenkomst wordt tevens een licentieovereenkomst opgenomen ten behoeve van Workrate en wordt bepaald dat alle IE-rechten op de software aan PayingIP toekomen. PayingIT meent dat Workrate inbreuk maakt op haar auteursrechten op de Usemate-software en de licentieovereenkomst schendt. Partijen zijn in geschil over de omvang van de beoogde overdracht van de auteursrechten. Dit vereist een nader onderzoek naar de feiten, hetgeen het kort geding te buiten gaat. Schending van de (beoogde) auteursrechten van PayingIT is niet gebleken. Evenmin kan worden aangenomen dat de licentieovereenkomst wordt overtreden. De gevraagde voorzieningen worden daarom geweigerd.

IT 3301

Overlegging aan rechter is geen ‘mededeling aan het publiek’

HvJ EU 28 okt 2020, IT 3301; ECLI:EU:C:2020:863 (BY tegen CX), http://www.itenrecht.nl/artikelen/overlegging-aan-rechter-is-geen-mededeling-aan-het-publiek

HvJ EU 28 oktober 2020, IEF 19542, IT 3301, IEFbe 3142; ECLI:EU:C:2020:863 (BY tegen CX) Auteursrecht. Verzoeker en verweerder in het hoofdgeding zijn natuurlijke personen die elk een eigen website beheren. In het kader van een procedure voor de civiele rechter in Zweden heeft verweerder in het hoofdgeding een kopie van een tekstpagina met een foto overgelegd als bewijsstuk aan de rechter bij wie de zaak aanhangig was. Verzoeker in het hoofdgeding meent dat daarmee zijn auteursrechten zijn geschonden. De Zweedse rechter heeft het HvJ EU prejudiciële vragen gesteld. In wezen wenst de Zweedse rechter te vernemen of het begrip ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3 lid 1 Richtlijn 2001/29 zich mede uitstrekt tot het geval waarin een beschermd werk langs elektronische weg aan een rechter wordt overgelegd als bewijsstuk in een gerechtelijke procedure tussen particulieren. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. Het recht op een doeltreffende voorziening in rechte zou ernstig worden aangetast indien een rechthebbende zich tegen de overlegging van bewijsstukken aan een rechter kon verzetten op de enkele grond dat die bewijsstukken auteursrechtelijk beschermd materiaal bevatten.

Lees hier de noot van Frédéric Lejeune bij dit arrest.

IT 3280

Staat veroordeeld tot schadevergoeding voor onjuiste thuiskopieheffing

Rechtbank 30 sep 2020, IT 3280; ECLI:NL:RBDHA:2020:9999 (Stichting de Thuiskopie tegen Imation), http://www.itenrecht.nl/artikelen/staat-veroordeeld-tot-schadevergoeding-voor-onjuiste-thuiskopieheffing

Rechtbank Den Haag 30 september 2020, IEF 19505, IT 3280; ECLI:NL:RBDHA:2020:9999 (Stichting de Thuiskopie tegen Imation) Thuiskopievergoeding. Vervolg op het tussenvonnis van 13 februari 2019. Zie eerder [IEF 17161], [IEF 16925], [IEF 16637], [IEF 14984] en [IEF 13010].  In deze uitspraak worden twee zaken behandeld: de incassozaak tussen Thuiskopie en Imation en de restitutiezaak tussen Imation en Thuiskopie en de Staat. In de incassozaak vordert Thuiskopie een bedrag aan niet betaalde thuiskopievergoeding. In de restitutieprocedure vordert Imation restitutie van te veel betaalde thuiskopievergoeding. Imation stelt dat zij op drie gronden (de A-grond, B-grond en C-grond) in strijd met artikel 5 lid 2 Arl teveel thuiskopieheffing heeft betaald.

De vorderingen van Imation slagen, maar De Thuiskopie hoeft de onverschuldigd betaalde thuiskopievergoeding niet terug te betalen, omdat dit zou leiden tot ongerechtvaardigde verrijking. De rechtbank oordeelt dat Imation de heffingen heeft verdisconteerd in haar prijzen en dat De Thuiskopie de ontvangen bedragen gereparteerd heeft aan de door haar vertegenwoordigde rechthebbenden. Terugbetaling van het onverschuldigd betaalde zou dan leiden tot een verarming van De Thuiskopie en tot een verrijking van Imation (rov. 3.27 – 3.32). Omdat Imation haar betalingen had ingehouden wordt Imation ook veroordeeld tot alsnog betaling van een deel van hetgeen zij had ingehouden (rov. 3.90).

In de restitutieprocedure wordt voor recht verklaard dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens Imation en wordt veroordeeld tot een schadevergoeding een schadevergoeding gelijk aan 59% van de door Imation voor cd’s aan Thuiskopie betaalde thuiskopievergoeding en 54% van de door Imation voor dvd’s betaalde thuiskopievergoeding (rov. 3.33 – 3.87).