Auteursrecht

IT 2902

Voorlichtingsfilms en boekje De waarde van het Auteursrecht

Afgelopen donderdag 10 oktober lanceerde Platform Makers, het samenwerkingsverband van beroepsorganisaties en vakbonden voor auteurs en artiesten, twee korte animatiefilms en het boekje “De waarde van het Auteursrecht”. Platform Makers voorzitter Erwin Angad-Gaur overhandigde beide uitgaven tijdens een debat in het Haagse Nieuwspoort aan Barbera Wolfensberger, directeur-generaal Cultuur en Media bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Daarnaast lanceerde Platform Makers de webpagina www.auteursrechtuitleg.nl, met een korte uitleg van het auteurs- en naburig recht.

De animatiefilms kwamen tot stand dankzij een bijdrage van het Ministerie op voorspraak van de Regiegroep Arbeidsmarktagenda (Culturele en Creatieve Sector).

IT 2898

Inbreuk op auteursrechten leidt niet tot ontbinding arbeidsovereenkomst

Rechtbank 8 mei 2018, IT 2898; ECLI:NL:RBDHA:2018:16457 (Acacia tegen werknemer), http://www.itenrecht.nl/artikelen/inbreuk-op-auteursrechten-leidt-niet-tot-ontbinding-arbeidsovereenkomst

Rechtbank Den Haag 8 mei 2018, IEF 18747, IT 2898; ECLI:NL:RBDHA:2018:16457 (Acacia tegen werknemer) Acacia verwijt verweerder dat hij gebruik heeft gemaakt van gegevens - data, modellen en tools - wetende dat daarop het auteursrecht rust van Alterra. Verweerder had in zijn functie als senior onderzoeker van Acacia mededeling over de auteursrechten van Alterra moeten doen, zodat Acacia toestemming voor gebruik van de gegevens had kunnen verkrijgen of het gebruik ervan had kunnen verbieden. Omdat hij dit heeft nagelaten is hij tekortgeschoten in de verplichtingen die op grond van zijn arbeidsovereenkomst met Acacia golden. Werkgever Acacia verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:686 BW jo. 6:265 BW. Tekortkomingen in de nakoming van de verplichting uit de arbeidsovereenkomst door de werknemer zijn niet zodanig ernstig dat zij de ontbinding rechtvaardigen van de arbeidsovereenkomst.

IT 2893

Prejudiciële vragen over rol hostingdienstverlener

, IT 2893; http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-rol-hostingdienstverlener

Oberster Gerichtshof 28 mei 2019, IEF 18739, IT 2893, IEFbe 2962 (Puls 4 TV tegen YouTube) Via MinBuza. Puls 4 TV exploiteert een Oostenrijkse televisiezender. YouTube is exploitant van het videoplatform www.youtube.com als hostingdienstverlener. YouTube maakt gebruik van “monetarisatie“ (het voorzien van geüploade videos van reclame), indien de gebruiker toestemming geeft. In het onderhavige geschil heeft YouTube de door Puls 4 TV gewraakte video’s steeds onmiddellijk verwijderd nadat zij per aanmaning in kennis was gesteld van de auteursrechtelijke bevoegdheden van Puls 4 TV. Puls 4 TV had YouTube verzocht om staking van het ter beschikking stellen van video’s die door Puls 4 TV geproduceerde audiovisuele werken bevatten. Volgens haar worden inbreuken op haar auteursrecht technisch gefaciliteerd door de monetarisatie van YouTube.

IT 2892

Paul Geerts - noot onder HvJ EU Funke Medien en Spiegel Online

HvJ EU Funke Medien [IEF 18623] en Spiegel Online [IEF 18644]: geen pyrrusoverwinning voor de informatievrijheid

1. Op 29 juli jl. heeft het HvJ EU twee belangrijke auteursrecht arresten gewezen (1).  In die arresten is veel beslist. In deze bijdrage sta ik alleen stil bij het oordeel van het Hof dat het auteursrechtelijke systeem van beperkingen een gesloten systeem is. Maar: hoe gesloten is gesloten?

2. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het oordeel van het Hof betreur. Mijn voorkeur gaat uit naar een open systeem van beperkingen en dat betekent dat ik mij veel meer voel aangesproken door de benadering die de Hoge Raad in zijn Dior/Evora-arrest heeft gevolgd (2).  Het Hof wil van zo’n fair-use-achtig-systeem niets weten omdat (i) een juist evenwicht tussen het auteursrecht en andere grondrechten al in de Auteursrechtrichtlijn (Arl) zelf is gelegen, en (ii) het toelaten van beperkingen die niet onder de in art. 5 Arl uitputtend opgesomde beperkingen vallen, de effectiviteit van de door de Arl tot stand gebrachte harmonisatie van het auteursrecht in gevaar brengt.

IT 2890

Documentaire BNNVARA over dood jongeman is niet onnodig kwetsend

Rechtbank 10 sep 2019, IT 2890; ECLI:NL:RBAMS:2019:7357 (Nabestaanden tegen BNNVARA), http://www.itenrecht.nl/artikelen/documentaire-bnnvara-over-dood-jongeman-is-niet-onnodig-kwetsend

Vzr. Rechtbank Amsterdam 10 september 2019, IEF 18733, IT 2890; ECLI:NL:RBAMS:2019:7357 (Nabestaanden tegen BNNVARA) Eiseressen zijn de moeder en halfzus van X, die is neergeschoten door een politieagent in een park. De conclusie van de politie is dat de dood van  X een ‘suicide by cop’ was. Y is documentairemaakster en heeft een documentaire gemaakt waarin zij de dood van X onderzoekt. BNNVARA is van plan de documentaire op 25 september 2019 uit te zenden op televisiezender NPO3. Daarnaast wil BNNVARA de documentaire aanbieden op Uitzending Gemist. De moeder heeft BNNVARA gesommeerd openbaarmaking van de documentaire te staken, onder meer omdat zij geen toestemming heeft gegeven voor het gebruik van door haar verstrekte informatie of voor het gebruik van het portret van X. De vorderingen worden afgewezen. De film is een artistiek portret, uitspraken worden niet gepresenteerd als feiten. Verder is de weergave niet eenzijdig negatief of onnodig kwetsend. Er is geen aantasting in de eer en goede naam van de moeder. Ook is er geen inbreuk op auteursrecht of portretrecht.

IT 2881

Debat “De waarde van het auteursrecht”

Tijdens de bijeenkomst op donderdagmiddag 10 oktober zullen twee korte voorlichtingsfilms en een publicatie over auteurs- en naburig recht gepresenteerd worden. Daarnaast organiseren wij een debat met zowel makers, producenten als politici onder leiding van journalist Frénk van der Linden. Onder meer de Kamerleden Peter Kwint (SP), Niels van den Berge (GroenLinks) zullen daarbij aanwezig zijn.
Het inkomen van makers en werkenden in de cultuur staat hoog op de politieke agenda. Het feit dat in de culturele sector sprake is van zeer scheve arbeidsverhoudingen wordt breed als een probleem ervaren, binnen de Tweede Kamer en binnen het kabinet. Het auteurs- en naburig recht is voor auteurs en artiesten essentieel voor het verkrijgen van inkomen, maar lijkt daarbij soms onderbelicht.

IT 2877

Prejudiciële vragen over mededeling aan publiek door downloaden peer-to-peernetwerk

HvJ EU 29 jul 2019, IT 2877; (M.I.C.M tegen BVBA Telenet), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-mededeling-aan-publiek-door-downloaden-peer-to-peernetwerk

Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) 29 juli 2019; IEF 18700, IEFbe 2949, IT&R 2877; C-597/19 (M.I.C.M tegen BVBA Telenet) Auteursrecht. Peer-to-peer. Via MinBuza: M.I.C.M is een vennootschap naar het Cypriotisch recht en is houder van bepaalde rechten op pornografische films. Via een bepaald systeem is zij in het bezit van duizenden IP-adressen die verwijzen naar klanten van de verwerende partij, de BVBA Telenet, als internetserviceprovider. Via de connecties waar deze IP-adressen naar verwijzen zouden films uit haar catalogus zijn geüpload, gebruikmakend van het BitTorrent-protocol. M.I.C.M maakt nu aanspraak op de identificatie van deze klanten door Telenet, die zich hier principieel tegen verzet. 

De BitTorrent-technologie bestaat erin dat een bestand in kleine onderdelen ('pieces') wordt gesegmenteerd, die door de gebruiker kunnen worden gedownload en weer tot het oorspronkelijke bestand worden samengesteld. Het uploadproces wordt 'seeding’ genoemd. Zo kan het door vele gebruikers tegelijk worden gedownload. De groep aan downloaders wordt 'swarm' genoemd. Er hoeft dus geen band meer te bestaan tussen de oorspronkelijke seeder en de downloaders. De downloaders worden zelf in de regel seeders: de software is er gewoonlijk standaard zo op ingesteld nu het systeem hiervan afhangt.

IT 2859

SGOA: roekeloos handelen leverancier

Stichting Geschillenoplossing automatisering 6 apr 2018, IT 2859; (Afnemer tegen leverancier), http://www.itenrecht.nl/artikelen/sgoa-roekeloos-handelen-leverancier

SGOA april 2018, IT&R 2859 (Afnemer tegen leverancier) Contractenrecht. Auteursrecht. Afnemer heeft een eenmansbedrijf dat tegen betaling ouders en oppassers via een internetapplicatie met videobeelden met elkaar in contact wil laten komen. Leverancier is een onderneming die onder meer voor derden software ontwikkelt en applicaties bouwt. Afnemer wilde een webapplicatie laten bouwen voor zijn bedrijf door de leverancier voor zowel de homepage, als de inlogschermen. Leverancier heeft een grafisch ontwerp aan afnemer toegezonden, gebaseerd op de door afnemer verstrekte informatie. Dit ontwerp moest aangepast worden en leverancier heeft hier kosten voor in rekening gebracht. Afnemer was het niet eens met het ontwerp en de kosten en heeft via de mail aangegeven een ander ontwerp te willen. Leverancier is hier niet op ingegaan, maar heeft wel aangegeven te wachten op de benodigde informatie van afnemer om een nieuw ontwerp te maken. Leverancier stelt dat afnemer de informatie niet duidelijk verstrekt heeft en beëindigde uiteindelijk via de mail de overeenkomst met afnemer. Afnemer stelt de leverancier aansprakelijk voor de financiële schade die afnemer heeft geleden. Centraal staan de vragen of de door afnemer verschafte informatie over de schermen van de applicatie voldoende duidelijk waren, waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen de homepage en de inlogschermen en of de leverancier de overeenkomst rechtmatig heeft ontbonden? De leverancier wordt in het ongelijk gesteld.