Auteursrecht

IT 3094

Frans-Jan Hulsbergen: the saga continues, het embedden van content en het auteursrecht

Al jarenlang bestaat discussie over de vraag of het embedden van auteursrechtelijke werken op het internet een auteursrechtinbreuk oplevert of niet. Recentelijk heeft de Rechtbank Amsterdam (Rb. Amsterdam 12 maart 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1721) geoordeeld dat het feit dat een foto en een recept embedded waren op een website, niet in de weg staat aan het oordeel dat sprake was van een auteursrechtinbreuk [IEF 19104]. Als deze uitspraak gevolgd wordt, zou dit grote gevolgen hebben voor de mogelijkheid van het embedden van auteursrechtelijk beschermde content. In deze blog bespreekt Frans-Jan Hulsbergen wat embedden precies is en hoe in de (Europese) rechtspraak tegen het embedden van auteursrechtelijk beschermde content wordt aangekeken.

Lees verder op Lepoolebekema.nl.

IT 3062

Onduidelijkheid over werkzaamheden software

Rechtbank 5 mrt 2020, IT 3062; (Rainbow Solutions tegen Transportinfo en Besade), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onduidelijkheid-over-werkzaamheden-software

Rechtbank Midden-Nederland 5 maart 2020, IEF 19065, IT 3062 (Rainbow Solutions tegen Transportinfo en Besade) Tussenvonnis. Auteursrecht op software, vervolg op [IEF 18425]. Het is als (vermeend) inbreukmaker van belang om, voor een geslaagd beroep op artikel 45j Aw, een uitgebreide en heldere toelichting van aan software verrichte werkzaamheden te geven. Transportinfo heeft niet voldaan aan haar stelplicht dat haar werkzaamheden onder de uitzondering van artikel 45j Aw vallen. De werkzaamheden worden daarmee geacht daarbuiten te vallen, en inbreuk te maken op het auteursrecht van Rainbow.

IT 3036

Auteursrechtschending door overnemen publicatie op Facebook

Overige instanties 14 feb 2020, IT 3036; ECLI:NL:OGEAC:2020:26 (Eiser tegen Amigoe), http://www.itenrecht.nl/artikelen/auteursrechtschending-door-overnemen-publicatie-op-facebook

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 14 februari 2020, IEF 19019, IT 3036; ECLI:NL:OGEAC:2020:26 (Eiser tegen Amigoe) Kort geding. Eiser is journalist. Hij doet via zijn Facebook-account verslag van actuele ontwikkelingen in de Curaçaose samenleving. Amigoe geeft een dagblad uit. In december 2019 heeft Amigoe in haar krant een commentaar geplaatst, eiser heeft dit commentaar op zijn Facebookpagina geplaatst. Amigoe heeft eiser verzocht het bericht te verwijderen en bij Facebook een klacht ingediend over schending van haar auteursrecht, waarna Facebook het account van eiser heeft geblokkeerd. Eiser heeft met het zonder toestemming overnemen van het commentaar inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Amigoe. Amigoe heeft daarom niet zonder goede grond bij Facebook geklaagd. Amigoe wordt veroordeeld om binnen twee weken een bericht naar Facebook te sturen met het verzoek tot deblokkering van het account. Eiser dient het commentaar van zijn Facebook-pagina te verwijderen onmiddellijk nadat hij weer toegang heeft tot zijn account.

IT 3000

Géén inbreuk op auteursrechten bij publiceren van foto's

Rechtbank 5 dec 2019, IT 3000; ECLI:NL:RBROT:2019:10366 (Luxury Bedding tegen Sefa), http://www.itenrecht.nl/artikelen/g-n-inbreuk-op-auteursrechten-bij-publiceren-van-foto-s
hamer CC0

Vzr. Rechtbank Rotterdam 5 december 2019, IEF 18938, IT 3000; ECLI:NL:RBROT:2019:10366 (Luxury Bedding tegen Sefa) Luxury Bedding en Sefa handelen allebei in bedden. Luxury Bedding heeft foto’s laten maken van bedden en matrassen van het merk Serta. De fotograaf heeft de op de foto’s rustende auteursrechten overgedragen aan Luxury Bedding. Sefa heeft foto’s daarvan gepubliceerd op haar openbare Facebook-pagina. Luxury Bedding stelt dat Sefa hiermee een inbreuk maakt op de op de foto’s rustende auteursrechten, omdat zij Sefa geen toestemming had verleend voor publicatie van die foto’s. Sefa stelt echter dat zij wel mondeling toestemming had verkregen van Luxury Bedding. Wegens de aard van de procedure is er geen plaats voor bewijslevering van Sefa. Er wordt geoordeeld dat Sefa met betrekking tot de feitelijke gang van zaken concreet en aannemelijk heeft aangevoerd dat zij wel mondeling toestemming heeft verkregen om de foto’s te gebruiken. Hiermee is de vordering van Luxury Bedding afgewezen.

IT 2998

Website-eigenaar schendt auteursrecht op foto

Rechtbank 10 jan 2020, IT 2998; ECLI:NL:RBROT:2020:124 (ANP tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/website-eigenaar-schendt-auteursrecht-op-foto

Ktr. Rechtbank Rotterdam 10 januari 2020, IEF 18935, IT 2998; ECLI:NL:RBROT:2020:124 (ANP tegen gedaagde) Gedaagde heeft zonder toestemming een auteursrechtelijk beschermde foto uit het fotoarchief van ANP op haar website geplaatst. ANP is bij ontdekking hiervan een samenwerkingsverband aangegaan met het Belgische bedrijf Permission Machine. Permission Machine heeft aan gedaagde kenbaar gemaakt dat hij met het plaatsen van de foto een auteursrecht schendt. Gedaagde betwist deze bevoegdheid van Permission Machine. Er wordt geoordeeld dat op ANP een stelplicht en bewijslast rust en dat zij eerder en duidelijker op deze kwestie toegespitste concrete informatie aan de organisatie had kunnen verschaffen. Dit neemt niet weg dat gedaagde verder onvoldoende heeft betwist dat de foto gedurende een aanzienlijke tijd op haar website publiekelijk zichtbaar was zonder toestemming van de auteursrechthebbende. Dit is een onrechtmatige openbaarmaking van een auteursrechtelijk beschermd werk. Gedaagde wordt veroordeeld in het betalen van een fortfaitaire schadevergoeding, waarbij wordt gekeken naar wat ANP in redelijkheid had kunnen vragen indien gedaagde vooraf toestemming had gevraagd voor het gebruik zoals hier aan de orde.

IT 2989

Betrokkenheid illegale streamingsdiensten onvoldoende weerlegd

Rechtbank 29 okt 2019, IT 2989; ECLI:NL:RBGEL:2019:6195 (Brein tegen X), http://www.itenrecht.nl/artikelen/betrokkenheid-illegale-streamingsdiensten-onvoldoende-weerlegd

Rechtbank Gelderland 29 oktober 2019, IEF 18920, IT 2989; ECLI:NL:RBGEL:2019:6195 (Brein tegen X) Verweerder drijft een webhosting eenmanszaak onder de namen Atomworld Hosting en Macho’s. Via websites van Hiptv worden “IPTV pakketten”(Internet Protocol Television) aangeboden en verkocht. Stichting Brein, Talpa TV, RTL Nederland en Fox Networks Group Netherlands menen dat er sprake is van inbraak op auteursrechten. Eisers hebben geen toestemming gegeven voor het aanbieden van deze diensten en ook geen vergoeding ontvangen. Vast komt te staan dat er een organisatie is die middels verschillende ‘Hiptv’ domeinnamen IPTV pakketten heeft aangeboden en verkocht. Daarbij staat ook vast dat verweerder ten behoeve van deze organisatie domeinnamen, technische ondersteuning en betalingsdiensten heeft gefaciliceerd. Bewezen wordt geacht dat verweerder persoonlijk betrokken is geweest bij het aanbieden van IPTV pakketten, nu de standpunten van Brein enkel worden betwist, maar deze betwisting niet (voldoende) wordt gemotiveerd door verweerder. Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren tegen de stelling dat hij (mede)verantwoordelijk is voor het aanbieden en verkopen van IPTV pakketten. 

IT 2985

Verantwoording exploitatie door derden volgt niet uit strekking uitgeefovereenkomst

Hof 17 dec 2019, IT 2985; ECLI:NL:GHAMS:2019:4506 (Appelant tegen Springer), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verantwoording-exploitatie-door-derden-volgt-niet-uit-strekking-uitgeefovereenkomst

Hof Amsterdam 17 december 2019, IEF 18914, IT 2985, ECLI:NL:GHAMS:2019:4506 (Appelant tegen Springer) Uitgeefovereenkomst. Appellant is de auteur van een boek dat in 1981 is verschenen. Appelant heeft op 6 juni 2011 met Springer een ‘Publishing Agreement’  gesloten voor de tweede, herziene uitgave van het boek. Springer heeft het boek uitgegeven in geprinte en elektronische versies. De geprinte versies zijn onder te verdelen in hardcover, softcover en ‘MyCopy’ exemplaren, de elektronische versies in individuele e-books en e-books als onderdeel van een pakket van verschillende e-books (e-book packages).  Appelant stelt onder andere dat de wijze waarop Springer de royalty’s voor de e-books als onderdeel van e-book packages heeft afgerekend, niet strookt met de tekst van de overeenkomst. De door Springer gehanteerde formule zou elk verband missen met de daadwerkelijke opbrengst per e-book package zodat in elk geval geen sprake is van een redelijk deel van die opbrengst. Dit is niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Appelant wil inzage krijgen in de exploitatie van zijn boek door derden. Ook wil Springer verplichten om aan derden een rekening- en verantwoordingsplicht op te leggen. Deze grief faalt eveneens. Het voert te ver om deze verplichting uit de strekking van de overeenkomst af te leiden.

IT 2966

Proceskostenveroordeling vastgesteld op grond van artikel 1019h Rv

Hof 10 dec 2019, IT 2966; ECLI:NL:GHARL:2019:10564 (Haerst tegen Lizard Apps), http://www.itenrecht.nl/artikelen/proceskostenveroordeling-vastgesteld-op-grond-van-artikel-1019h-rv

Hof Arnhem-Leeuwarden 10 december 2019, IEF 18888, IT 2966; ECLI:NL:GHARL:2019:10564 (Haerst tegen Lizard Apps) Partijen twisten over de vraag of op de proceskostenveroordeling in eerste instantie artikel 1019h Rv (Haerst) of artikel 237 e.v. Rv (Lizard Apps) van toepassing is. Lizard Apps heeft aan haar vordering een inbreuk op het haar toekomende auteursrecht op de door Haerst gebruikte software ten grondslag gelegd. Zij heeft een verbod ten laste van Haerst gevorderd verdere inbreuken op haar auteursrecht te maken. Daarmee is sprake van een vordering tot handhaving van een auteursrecht, wat betekent dat de artikelen 1019-1019i Rv van toepassing zijn. Dat Haerst als verweer heeft gevoerd dat zij op grond van een licentieovereenkomst gerechtigd was de auteursrechtelijk beschermde software te gebruiken, verandert niet het karakter van de handhavingsvordering. Voor de toewijsbaarheid van de vordering was weliswaar beslissend of de licentieovereenkomst al of niet kon worden opgezegd, een vraag uit het algemene verbintenissenrecht, maar die omstandigheid doet er niet aan af dat de grondslag van de vordering handhaving van het aan Lizard Apps toekomende auteursrecht was. Dat betekent dat de proceskostenveroordeling moet worden vastgesteld op grond van artikel 1019h Rv. Het daarop ziende verweer van Lizard Apps wordt verworpen.