IT 3547

Blurren onvoldoende voor volledig onherkenbaar in tv-programma

Vzr. Rechtbank Amsterdam 14 juni 2021, IEF 20021, IT 3547; C/13/700785 / KG ZA 21-323 MDvH/TF (Noordkaap en Talpa tegen X) Executiekortgeding. Mediarecht. Talpa en Noordkaap verbeuren dwangsommen door X niet “volledig onherkenbaar” in beeld te brengen in hun uitzending van het televisieprogramma “Undercover in Nederland”. Daartoe werden zij veroordeeld in een kort geding dat aan de uitzending voorafging [IEF 19385]. In dit executiekortgeding stellen Talpa en Noordkaap op correcte wijze uitvoering te hebben gegeven aan het vonnis door X te blurren. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt niet en stelt vast dat X door de blur niet volledig onherkenbaar is geworden. Daardoor is het vonnis overtreden en hebben Talpa en Noordkaap dwangsommen verbeurd. In reconventie beveelt de voorzieningenrechter tot het volledig zwart maken van X in de betreffende uitzending. De reconventionele vordering tot algehele verwijdering van de betreffende delen uit de uitzending, wijst de voorzieningenrechter af.

5.6. De voorzieningenrechter heeft — kort gezegd — in r.o. 4.6 van het vonnis overwogen dat (na opsomming van de beschuldigingen jegens X) sprake was van een in potentie ernstige misstand die de uitzending door Noordkaap van de gemaakte beelden rechtvaardigde. In r.o. 4.7 is daarnaast overwogen dat, gelet op hetgeen ter zitting in dit specifieke geval over X naar voren was gekomen, haar privacybelangen zwaar dienden te wegen. De voorzieningenrechter heeft daarvoor als redengevend genoemd dat X werd overvallen door Stegeman en zij de beschuldigingen dat zij zich niet aan de wet zou houden niet goed kon pareren, dat de misstand nogal mager was onderbouwd en dat in een klein dorp woont, waar veel mensen elkaar kennen, en dat zij extra makkelijk wordt herkend, omdat zij daar in de horeca heeft gewerkt. De voorzieningenrechter heeft voorts overwogen dat een belangenafweging ertoe moest leiden (zie r.o. 4.10) dat X volledig onherkenbaar in beeld moest worden gebracht en niet alleen haar gezicht, maar ook haar kapsel en gelaat moesten worden ‘geblurd’. In het dictum is daar de kleding aan toegevoegd. Verder is overwogen dat haar stem moest worden vervormd, haar voornaam niet mocht worden genoemd en dat ook haar woning en woonomgeving niet herkenbaar in beeld mochten worden gebracht. In het dictum is alleen opgenomen dat beelden van de woning van X of gedeelten daarvan niet mochten worden getoond.

5.7. Geoordeeld wordt dat, gelet op de hiervoor omschreven doel en strekking van de veroordeling, Noordkaap en Talpa met de ‘blur’ van het gelaat, kapsel en kleding van X niet hebben voldaan aan het vonnis. Het was immers de bedoeling dat X “volledig onherkenbaar” in beeld zou komen vanwege haar zwaarwegende privacybelang. Voor de vaststelling van dat privacybelang is meegewogen dat X een bekend persoon is in een klein dorp, de misstand mager was onderbouwd en zij de misstand door de ‘overval’ van Stegeman onvoldoende heeft kunnen pareren. Het uitzenden van beelden waarin X slechts is ‘geblurd’ op de wijze waarop dat in de uitzending is gedaan en waarbij bovendien haar woonomgeving herkenbaar is, past daar niet bij. Door deze combinatie was de kans aanwezig dat zij door dorpsgenoten zou worden herkend. Dit terwijl juist haar bekendheid in een klein dorp ertoe noopte dat zij “volledig onherkenbaar” in beeld zou worden gebracht. Hoewel onder 5.2 van het dictum de woonomgeving van X niet is genoemd, kan r.o. 4.10 van vonnis niet anders worden begrepen dan dat ook de woonomgeving niet herkenbaar in beeld mocht worden gebracht, als dit — al dan niet in samenhang met andere beelden — ertoe zou leiden dat door haar dorpsgenoten zou worden herkend. Al deze aspecten wogen mee, opdat X slechts “volledig onherkenbaar” in beeld zou worden gebracht. Uit de (reacties op de) herstelverzoeken is niet iets anders af te leiden. Daaruit valt slechts af te leiden dat ook de kleding moest worden ‘geblurd’ en dat het Noordkaap en Talpa niet was verboden de binnenzijde van de woning van X in beeld te brengen.

5.8. Het standpunt dat slechts is herkend of herleid, zoals Noordkaap en Talpa stellen, doordat in het dorp bekend was dat er op een bepaalde locatie een confrontatie tussen haar en Stegeman had plaatsgevonden, gaat niet op. Het kan zijn dat dat voor een aantal dorpsgenoten zo is geweest, maar in feite doet dat er niet toe. Het gaat erom dat Noordkaap en Talpa niet hebben gehandeld conform het doel en de strekking van het vonnis.

[…]

5.12. Gelet op het voorgaande zal de vordering in conventie worden afgewezen en de vordering in reconventie onder 1 worden toegewezen, met dien verstande dat Noordkaap en Talpa zal worden geboden alsnog X volledig onherkenbaar in beeld te brengen door haar gelaat, kapsel en kleding volledig zwart te maken. X heeft een spoedeisend belang bij de deze aanpassing, omdat zonder meer aannemelijk is dat zij er last van heeft dat zij wordt herkend en dat stress oplevert. Ter zitting heeft zij verteld dat zij heeft besloten te verhuizen naar een ander dorp. Gekozen wordt voor deze optie, omdat er dan geen misverstand over kan bestaan en zijdens Noordkaap en Talpa ter zitting is verklaard dat technisch alles mogelijk is. Hiermee wordt niet in algemene zin geoordeeld dat een lichtere ‘blur’ nooit voldoende kan zijn om te waarborgen dat iemand (volledig) onherkenbaar in beeld is.