Gepubliceerd op dinsdag 21 april 2026
IT 5221
Overige instanties ||
10 feb 2026
Overige instanties 10 feb 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/cbb-bevestigt-marktanalysebesluit-acm-toezeggingen-kpn-en-glaspoort-maken-regulering-overbodig

CBb bevestigt marktanalysebesluit ACM: toezeggingen KPN en Glaspoort maken regulering overbodig

CBb 10 februari 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM). In deze zaak stond het marktanalysebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) centraal betreffende lokale wholesaletoegang op telecommunicatienetwerken. De ACM concludeerde dat de geografische retailmarkten voldoende concurrerend zijn, mede door de vrijwillige toezeggingen van KPN en Glaspoort om hun glasvezelnetwerken open te stellen voor andere aanbieders. Op basis hiervan stelde de ACM vast dat er geen risico is op aanmerkelijke marktmacht (AMM) en dat verdere regulering van de wholesalemarkt daarom niet noodzakelijk is. Telecomaanbieder Youca vocht dit besluit aan en stelde dat de ACM ten onrechte doorslaggevende betekenis had toegekend aan deze toezeggingen en dat de analyse van de retailmarkt gebrekkig en onvolledig was, met name wat betreft de positie van kabel- en glasvezelnetwerken.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven wees het beroep van Youca als ongegrond af en bevestigde het besluit van de ACM. De rechter oordeelde dat de ACM de toezeggingen van KPN en Glaspoort terecht als een vaststaand feitelijk gegeven in de marktanalyse mocht betrekken, aangezien deze toezeggingen juridisch bindend zijn gemaakt in een apart Toezeggingenbesluit. Verder stelde het College dat Youca niet had aangetoond dat de marktdefinitie of de analyse van de concurrentiedruk onjuist was. Het College volgde de ACM in de redenering dat de aanwezigheid van meerdere infrastructuren en de gebondenheid aan de toezeggingen voldoende waarborgen bieden voor effectieve concurrentie op de Nederlandse breedbandmarkt gedurende de reguleringsperiode

7.7 Gelet op wat hiervoor is overwogen, komt het College tot de conclusie dat het marktanalysebesluit niet berust op een gebrekkige of onvolledige analyse van de retailmarkt. Voor zover Youca verder heeft betoogd dat het geschetste uitgangspunt van de wholesalemarkt niet juist is, is het College van oordeel dat Youca met dit betoog de systematiek van de marktanalyse miskent. Alleen als de ACM constateert dat sprake is van een risico op AMM op de retailmarkten, bestaat aanleiding verder onderzoek te doen naar de wholesalemarkt. Omdat het College, zoals hiervoor weergegeven, van oordeel is dat geen sprake is van een gebrekkige of onvolledige marktanalyse, blijft de conclusie staan dat geen sprake is van een risico op AMM op de retailmarkten. Het College komt dus niet toe aan de beroepsgrond van Youca over (de uitgangssituatie op) de wholesalemarkt.

7.8 Uit wat hiervoor door het College is overwogen, volgt ook dat geen aanleiding bestaat om te concluderen dat het mededingingsrecht (in de vorm van het Toezeggingenbesluit) niet voldoende zou zijn om het vastgestelde marktfalen aan te pakken (zie 5.2). De ACM heeft de concurrentiesituatie op de markten onderzocht en in die analyse met het Toezeggingenbesluit rekening gehouden. Daarmee heeft de ACM naar het oordeel van het College terecht geconcludeerd dat niet (meer) is voldaan aan het derde criterium van artikel 6a.1, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Tw. Er bestaat daarom geen reden om aan te nemen dat de markt voor lokale toegang op voorhand in aanmerking komt voor ex ante regulering.