DOSSIERS
Alle dossiers

Telecomrecht  

IT 5239

Gedaagde geen eigenaar dus niet ongerechtvaardigd verrijkt

Rechtbank Amsterdam 27 mrt 2026, IT 5239; ECLI:NL:RBAMS:2026:3313 (Stedin tegen Rebo vastgoed), https://www.itenrecht.nl/artikelen/gedaagde-geen-eigenaar-dus-niet-ongerechtvaardigd-verrijkt

In deze zaak vordert netbeheerder Stedin betaling van energiekosten die zonder contract zouden zijn geleverd aan een pand. Volgens Stedin is Rebo Vastgoed ongerechtvaardigd verrijkt doordat energie is afgenomen zonder daarvoor te betalen. De kantonrechter wijst de vordering af. Rebo Vastgoed is geen eigenaar van het pand en heeft slechts bemiddelingswerkzaamheden verricht. Het eigendom ligt bij een derde partij, zodat niet kan worden aangenomen dat Rebo Vastgoed is verrijkt door de energieleveranties. Daarmee ontbreekt een grondslag voor aansprakelijkheid uit ongerechtvaardigde verrijking. Stedin wordt als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

IT 5231

Kosteloos opzegrecht bij contractwijzigingen na zero-ratingrechtspraak

HvJ EU 12 mrt 2026, IT 5231; ECLI:EU:C:2026:184 (Magyar Telekom Nyrt. tegen Nemzeti Média- és Hírközlési Hatóság Elnöke), https://www.itenrecht.nl/artikelen/kosteloos-opzegrecht-bij-contractwijzigingen-na-zero-ratingrechtspraak

HvJ EU 12 maart 2026, IT 5231; ECLI:EU:C:2026:184 (Magyar Telekom Nyrt. tegen Nemzeti Média- és Hírközlési Hatóság Elnöke). In Magyar Telekom (C-514/24) verduidelijkt het Hof van Justitie de betekenis van artikel 105, lid 4, eerste alinea, van richtlijn 2018/1972 (het Europees wetboek voor elektronische communicatie). De zaak ontstond nadat de Hongaarse telecomtoezichthouder Magyar Telekom had verplicht haar abonnementen met een zero-ratingoptie aan te passen, omdat die optie volgens de rechtspraak van het Hof onverenigbaar was met artikel 3, lid 3, van verordening 2015/2120 inzake open-internettoegang. De prejudiciële vraag was of eindgebruikers in zo’n situatie hun contract zonder extra kosten mogen beëindigen, of dat de uitzondering geldt voor wijzigingen die “rechtstreeks worden opgelegd door het Unie- of het nationale recht”. Het Hof stelt voorop dat artikel 105, lid 4, een algemene regel van kosteloos opzegrecht bevat en dat de drie uitzonderingen daarop strikt moeten worden uitgelegd. In samenhang met overweging 275 oordeelt het Hof dat de derde uitzondering alleen geldt wanneer de wijziging van de contractvoorwaarden rechtstreeks en noodzakelijkerwijs voortvloeit uit de inwerkingtreding of wijziging van een wetgevende of regelgevende handeling van Unierecht of nationaal recht. Die uitleg sluit aan bij de doelstelling van de richtlijn om een hoog gemeenschappelijk niveau van bescherming van eindgebruikers te waarborgen.

IT 5221

CBb bevestigt marktanalysebesluit ACM: toezeggingen KPN en Glaspoort maken regulering overbodig

Overige instanties 10 feb 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/cbb-bevestigt-marktanalysebesluit-acm-toezeggingen-kpn-en-glaspoort-maken-regulering-overbodig

CBb 10 februari 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM). In deze zaak stond het marktanalysebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) centraal betreffende lokale wholesaletoegang op telecommunicatienetwerken. De ACM concludeerde dat de geografische retailmarkten voldoende concurrerend zijn, mede door de vrijwillige toezeggingen van KPN en Glaspoort om hun glasvezelnetwerken open te stellen voor andere aanbieders. Op basis hiervan stelde de ACM vast dat er geen risico is op aanmerkelijke marktmacht (AMM) en dat verdere regulering van de wholesalemarkt daarom niet noodzakelijk is. Telecomaanbieder Youca vocht dit besluit aan en stelde dat de ACM ten onrechte doorslaggevende betekenis had toegekend aan deze toezeggingen en dat de analyse van de retailmarkt gebrekkig en onvolledig was, met name wat betreft de positie van kabel- en glasvezelnetwerken.

IT 5205

EFTA-Hof: IJsland schendt EER-verplichtingen door Richtlijn 2016/2102 niet tijdig te implementeren

Overige instanties 9 dec 2025, IT 5205; E-10/25 ((EFTA Surveillance Authority tegen IJsland)), https://www.itenrecht.nl/artikelen/efta-hof-ijsland-schendt-eer-verplichtingen-door-richtlijn-2016-2102-niet-tijdig-te-implementeren

EFTA-Hof 9 december 2025, IT 5205; E-10/25 (EFTA Surveillance Authority tegen IJsland). De EFTA Surveillance Authority (ESA) heeft op grond van artikel 31 SCA een inbreukprocedure ingesteld tegen IJsland wegens het niet tijdig implementeren van Richtlijn (EU) 2016/2102 inzake de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties. Deze richtlijn is via EEA Joint Committee Decision No 59/2021 als punt 5oc opgenomen in Bijlage XI (Electronic communications; audiovisual services and information society) bij de EER-overeenkomst. Het besluit trad voor IJsland op 1 april 2024 in werking, waarmee tevens de implementatietermijn verstreek. Bij gebreke van een kennisgeving van nationale implementatiemaatregelen zond ESA op 12 juli 2024 een letter of formal notice. In zijn antwoord van 10 oktober 2024 erkende IJsland dat omzetting nog niet had plaatsgevonden, maar wees het op lopende wetgevingsvoorbereidingen en een verwacht wetsvoorstel in november 2024. Dit leidde op 13 november 2024 tot een reasoned opinion, waarin ESA IJsland tot 13 januari 2025 de gelegenheid gaf om alsnog de noodzakelijke maatregelen te nemen. Een reactie bleef uit en ook binnen deze termijn werden er geen implementatiemaatregelen vastgesteld.

IT 5129

Mediavrijheid en radiospectrum: Hongarije schendt Unierecht door uitsluiting van Klubrádió

HvJ EU 26 feb 2026, IT 5129; ECLI:EU:C:2026:108 (Europese Commissie tegen Hongarije), https://www.itenrecht.nl/artikelen/mediavrijheid-en-radiospectrum-hongarije-schendt-unierecht-door-uitsluiting-van-klubradio

HvJ EU 26 februari 2026, IT&R 5129; ECLI:EU:C:2026:108 (Europese Commissie tegen Hongarije). In deze niet-nakomingsprocedure oordeelt het Hof van Justitie dat Hongarije het Unierecht heeft geschonden door Klubrádió op onevenredige wijze de voortzetting van uitzendingen op de FM-frequentie 92.9 MHz te beletten. Het Hof stelt eerst vast dat de betrokken Hongaarse regeling en besluiten weliswaar raken aan media-inhoud, maar tegelijk rechtstreeks betrekking hebben op de toewijzing en verlenging van gebruiksrechten voor radiospectrum, zodat het Unierechtelijke kader voor elektronische communicatie van toepassing is. Tegen die achtergrond acht het Hof § 48, lid 7, van de Hongaarse mediawet onverenigbaar met de eisen van evenredigheid, omdat die bepaling de verlenging van gebruiksrechten automatisch uitsluit zodra sprake is van een herhaalde inbreuk, ook als die inbreuk louter formeel en gering is en al met een geldboete is bestraft. Daardoor is ook het besluit van de mediaraad van 8 september 2020 onrechtmatig, waarbij de verlenging van Klubrádió’s rechten wordt geweigerd wegens herhaalde tekortkomingen bij het aanleveren van gegevens over uitzendquota. Daarnaast stelt het Hof vast dat dit weigeringsbesluit veel te laat is genomen, namelijk niet binnen de in de machtigingsrichtlijn voorgeschreven termijn van zes weken, zodat ook artikel 5, lid 3, van die richtlijn en het beginsel van behoorlijk bestuur zijn geschonden.

IT 5111

CBb: Multitap terecht aangewezen als EPVS; geen verplichting tot kabeltoegang voor Youca

Overige instanties 10 feb 2026, IT 5111; ECLI:NL:CBB:2026:44 (Youca tegen ACM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/cbb-multitap-terecht-aangewezen-als-epvs-geen-verplichting-tot-kabeltoegang-voor-youca

CBb 10 februari 2026, IT 5111; ECLI:NL:CBB:2026:44 (Youca tegen ACM). Deze zaak betreft een geschil tussen Youca B.V. en de ACM over de toepassing van artikel 6.3 Telecommunicatiewet (Tw), waarin de mogelijkheid van symmetrische regulering is opgenomen. Youca wil internetdiensten aanbieden via het kabelnetwerk van VodafoneZiggo in Amsterdam en heeft de ACM verzocht om toegangsverplichtingen aan VodafoneZiggo op te leggen. De ACM heeft dat verzoek afgewezen, zowel op grond van artikel 6.3, eerste lid, als op grond van artikel 6.3, derde lid, Tw. Ten aanzien van het eerste lid stond centraal welk punt in het netwerk als “eerste punt van samenkomst” (EPVS) moet worden aangemerkt. De ACM wees de multitap (een straatkast waar aansluitingen van meerdere eindgebruikers samenkomen) aan als EPVS. Youca betoogde dat dit punt technisch en praktisch ongeschikt is en dat het Cable Modem Termination System (CMTS), een hoger gelegen punt in het netwerk, het juiste toegangspunt zou moeten zijn. Volgens Youca is de multitap onvoldoende toegankelijk en ontbreekt daar een rendabele businesscase. 

IT 5081

ACM mocht nep-klantenservicenummer intrekken

Rechtbank Rotterdam 9 jan 2026, IT 5081; ECLI:NL:RBROT:2026:392 ([eiseres] tegen ACM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/acm-mocht-nep-klantenservicenummer-intrekken

Rb. Rotterdam 9 januari 2026, IT 5081; RB 3960; ECLI:NL:RBROT:2026:392 ([eiseres] tegen ACM). Op 5 december 2017 heeft de ACM het informatienummer [telefoonnummer] toegekend aan [bedrijf X]. [bedrijf X] heeft het nummer in gebruik gegeven aan [eiseres]. In juli 2024 heeft de ACM het informatienummer ingetrokken wegens misburik van de tarifering, art. 4.4 Telecommunicatiewet (Tw) jo. 3.6b van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Bude). De ACM constateerde dat consumenten misleid werden doordat zij dachten contact te hebben met de klantenservice van bedrijven als Bol.com of Klarna, terwijl dit niet het geval was. Bellers werden langdurig aan de lijn gehouden zonder dat een daadwerkelijke dienst werd geleverd. Voor de gesprekken werd €0,80 per minuut in rekening gebracht. In tweeënhalve maand vonden ruim 25.000 gesprekken plaats, met een totale duur van bijna 170.000 minuten. Eiseres gaf aan dat zij bouwadvies verleende en de gesprekken correct afhandelde, onder meer door kosteloos terug te bellen. Verder gaf ze aan dat zij de buitengebruikstelling van het informatienummer onbehoorlijk en onrechtmatig vindt. 

IT 5039

HvJEU verduidelijkt onderzoek bij verplichting tot civieltechnische voorzieningen

HvJ EU 20 nov 2025, IT 5039; ECLI:EU:C:2025:901 (Telekom Deutschland GmbH tegen Bundesrepublik Deutschland), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hvjeu-verduidelijkt-onderzoek-bij-verplichting-tot-civieltechnische-voorzieningen

HvJ EU 20 november 2025, IT 5039; ECLI:EU:C:2025:901 (Telekom Deutschland GmbH tegen Bundesrepublik Deutschland). Het Hof van Justitie beantwoordt prejudiciële vragen gesteld in een geding tussen Telekom Deutschland en de Bondsrepubliek Duitsland over een verplichting om het verlenen van toegang tot civieltechnische voorzieningen de telecommunicatiesector. De Bundesnetzagentur (Duitse toezichthouder) had Telekom Deutschland als onderneming met aanmerkelijke marktmacht verplicht toegang te verlenen tot civieltechnische voorzieningen. Telekom Deutschland stelde dat deze verplichting onvoldoende was gemotiveerd en betwistte de rechtmatigheid bij de bestuursrechter. De verwijzende rechter verzoekt het Hof om verduidelijking van de aard van het onderzoek dat de nationale regelgevende instanties moeten verrichten wanneer zij overwegen een onderneming die als onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een specifieke markt is aangewezen, een verplichting tot toegang op te leggen tot civieltechnische voorzieningen die volgens de marktanalyse geen deel uitmaken van de betrokken markt.  

IT 5033

Geen recht op revenue share zonder betaling door provider

Rechtbank Amsterdam 20 aug 2025, IT 5033; ECLI:NL:RBAMS:2025:6688 (Lightup tegen Carrier2), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-recht-op-revenue-share-zonder-betaling-door-provider

Rb. Amsterdam 20 augustus 2025, IT 5033; ECLI:NL:RBAMS:2025:6688 (Lightup tegen Carrier2). Partijen hebben een interconnectieovereenkomst gesloten voor over en weer te leveren gespreksafgiftediensten. Per e-mail hebben zij aparte afspraken gemaakt die zien op revenue sharing ten aanzien van nummerhostingsdiensten die Carrier2 daarnaast aan Lightup leverde. Volgens Lightup heeft zij recht op een deel van de vergoeding voor inkomende gesprekken op de nummers die zij via Carrier2 afneemt. Carrier2 stelt dat uitbetaling pas plaatsvindt nadat zij zelf van haar providers is betaald. Omdat dat nog niet is gebeurd, is er volgens haar nog geen verplichting tot betaling aan Lightup. 

IT 5018

Prejudiciële vragen gesteld over elektronische communicatie

HvJ EU 12 sep 2025, IT 5018; C-608/25 (1N Telecom tegen Verbraucherzentrale Nordrhein-Westfalen), https://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-elektronische-communicatie

Prejudiciële vragen aan het HvJEU 12 september 2025, IT 5018; IEFbe 4042; C-608/25 (1N Telecom) via MinBuza. Verzoeker behartigt belangen van consumenten. Verweerster levert telecommunicatiediensten aan particulieren en zakelijke klanten. Nadat zij in september 2023 facturen aan een consument had geleverd die geen informatie bevatten over de aanvangsdatum van de overeenkomst, de minimumcontractduur en de opzegtermijn, heeft verzoeker een stakingsvordering ingesteld tegen verweerder. Op grond van nationale regelgeving is het opnemen van die informatie op een factuur verplicht. De Duitse rechter wil weten of artikel 101, lid 1 van richtlijn 2018/1972 zich tegen deze nationale regeling verzet, omdat het uitgaat van volledige harmonisatie, of dat de regeling valt onder de uitzonderingen van artikel 102, lid 7.