Telecomrecht

IT 3315

Identiteitsfraude niet voldoende onderbouwd

Rechtbank 28 okt 2020, IT 3315; ECLI:NL:RBLIM:2020:8299 (T-Mobile tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/identiteitsfraude-niet-voldoende-onderbouwd

Ktr. Rechtbank Limburg 28 oktober 2020, IT 3315; ECLI:NL:RBLIM:2020:8299 (T-Mobile tegen gedaagde) Telecomrecht. T-Mobile vordert betaling van de openstaande facturen en de schade als gevolg van beëindiging van de overeenkomst door gedaagde. Gedaagde stelt dat sprake is van identiteitsfraude en dat zij de overeenkomst niet is aangegaan. Op basis van de door T-Mobile genoemde feiten ten aanzien van de stappen in het bestelproces, is de totstandkoming van de overeenkomst voldoende gewaarborgd. Het is aan gedaagde om tegen deze stellingen voldoende onderbouwd verweer te voeren. Dat heeft zij niet gedaan. Zij geeft aan dat zij haar portemonnee enige tijd kwijt is geweest en dat zij aangifte heeft gedaan bij de gemeente. Gedaagde had de aangifte van vermissing en de gestelde identiteitsfraude echter bij de politie moeten doen. Bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing van het verweer, wordt van de juistheid van de stellingen van T-Mobile uitgegaan. De vordering van T-Mobile wordt toegewezen.

IT 3307

Schadevergoedingsbeding niet onredelijk bezwarend

Rechtbank 11 sep 2020, IT 3307; ECLI:NL:RBROT:2020:8836 (Direct Pay tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/schadevergoedingsbeding-niet-onredelijk-bezwarend

Ktr. Rechtbank Rotterdam 11 september 2020, IT 3307; ECLI:NL:RBROT:2020:8836 (Direct Pay tegen gedaagde) Telecomrecht. Tussen een provider en gedaagde is in 2017 is een sim-only abonnement overeengekomen voor de duur van 24 maanden. Als betaalwijze is overeengekomen dat de maandelijkse facturen per automatische incasso zullen worden voldaan. Ondanks herhaaldelijke aanmaning, lukt het Direct Pay niet de bedragen per automatische incasso te incasseren en heeft gedaagde de bedragen niet zelf overgemaakt. Uiteindelijk ontbindt gedaagde de overeenkomst vroegtijdig wegens emigratie. De vordering is gecedeerd aan Direct Pay. Ook nu gedaagde een machtiging tot automatische incasso had afgegeven, bleef het de verantwoordelijkheid van gedaagde om zorg te dragen voor tijdige en volledige betaling. De vordering tot betaling van de verschuldigde factuurbedragen wordt toegewezen. Daarnaast is niet komen vast te staan dat gedaagde een bewijs van emigratie aan de provider heeft doen toekomen. Direct Pay beroept zich op een beding in de algemene voorwaarden op grond waarvan gedaagde een gematigde schadevergoeding dient te voldoen voor de resterende abonnementstermijnen. Dit beding is in lijn met de aanbevelingen uit het rapport Ambtshalve toetsing II/III en derhalve niet onredelijk bezwarend. De vordering tot betaling van de schadevergoeding wordt toegewezen.

IT 3289

Schadevergoeding wegens voortijdige ontbinding telefoonabonnement

Rechtbank 7 okt 2020, IT 3289; ECLI:NL:RBLIM:2020:7685 (T-Mobile tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/schadevergoeding-wegens-voortijdige-ontbinding-telefoonabonnement

Ktr. Rechtbank Limburg 7 oktober 2020, IT 3289; ECLI:NL:RBLIM:2020:7685 (T-Mobile tegen gedaagde) Telecommunicatierecht. De stellingen van T-Mobile komen er kortgezegd op neer dat sprake is van een overeenkomst die bestaat uit een goederenkredietovereenkomst en een overeenkomst ter zake van het verstrekken van telecommunicatiediensten. De overeenkomsten (met een looptijd van 24 maanden) zijn in augustus 2018 ingegaan en per februari 2019 beëindigd. T-Mobile vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag aan openstaande facturen vóór ontbinding, afbetaling van het goederenkrediet en schadevergoeding wegens vroegtijdige ontbinding van de overeenkomst. De vordering wordt toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten worden echter afgewezen, omdat onduidelijk is met ingang van welke datum gedaagde in verzuim is.

IT 3287

Geen beroep mogelijk op artikel 5.8 lid 2 Tw (oud)

Hof 12 mei 2020, IT 3287; ECLI:NL:GHDHA:2020:1926 (Stichting Maasdelta Groep tegen KPN), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-beroep-mogelijk-op-artikel-5-8-lid-2-tw-oud

Hof Den Haag 12 mei 2020, IT 3287; ECLI:NL:GHDHA:2020:1926 (Stichting Maasdelta Groep tegen KPN) Telecomrecht. Maasdelta en de gemeente Maassluis hebben een mantelovereenkomst gesloten waarin is bepaald dat Maasdelta een nieuwe school zou realiseren. Op de grond waarop de school moest worden gerealiseerd stond een verdeelkast van KPN. Tussen KPN en Maasdelta kwam een overeenkomst tot stand op grond waarvan KPN de verdeelkast zou verplaatsen. Maasdelta weigert de factuur van KPN te betalen en beroept zich daarbij op artikel 5.8 lid 2 Tw (oud). In eerste aanleg is Maasdelta veroordeeld tot betaling van de facturen. In het midden kan blijven of artikel 5.8 lid 2 Tw (oud) alleen van toepassing is bij woningbouw (en niet bij de oprichting van een schoolgebouw). Maasdelta komt om twee redenen geen beroep toe op dit artikel. Ten eerste was Maasdelta op het moment van het sluiten van de overeenkomst niet jegens de gemeente ‘gehouden’ om de grond te leveren als bedoeld in artikel 5.8 lid 2 Tw (oud). Daarnaast was de oprichting van het schoolgebouw niet ‘voldoende bepaalbaar’ als bedoeld in deze bepaling. De overeenkomst is derhalve niet tot stand gekomen onder een onjuiste voorstelling van zaken. Het beroep op dwaling faalt. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.

IT 3285

Gemeente had aanleg glasvezelnetwerk beter moeten onderzoeken

Rechtbank 21 okt 2020, IT 3285; ECLI:NL:RBROT:2020:9443 (Primevest/T-Mobile tegen gemeente Den Haag), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gemeente-had-aanleg-glasvezelnetwerk-beter-moeten-onderzoeken

Vzr. Rechtbank Rotterdam 21 oktober 2020, IT 3285; ECLI:NL:RBROT:2020:9443 (Primevest/T-Mobile tegen gemeente Den Haag) De voorzieningenrechter heeft uitspraak gedaan in een procedure tussen Primevest/T-Mobile (verzoeksters) en het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag (verweerder) over het besluit van verweerder om instemming te verlenen aan Netwerk Exploitatiemaatschappij (NEM) om voor KPN een glasvezelnetwerk uit te rollen in het Regentessenkwartier in Den Haag. De voorzieningenrechter komt tot het voorlopig oordeel dat verweerder weliswaar verplicht is de aanleg van een nieuw openbaar glasvezelnetwerk te gedogen, maar dat hij beter had moeten onderzoeken welke gevolgen de aanleg van een glasvezelnetwerk door NEM (bovenop het eerder door Primevest aangelegde glasvezelnetwerk) heeft voor de ondergrondse ordening. Verweerder had verzoeksters ook vooraf gelegenheid moeten geven op dit punt hun zienswijze te geven.

IT 3275

CvB RCC: commercial Vodafone niet misleidend

Overige instanties 13 okt 2020, IT 3275; (Vodafone), http://www.itenrecht.nl/artikelen/cvb-rcc-commercial-vodafone-niet-misleidend

CvB RCC 13 oktober 2020, IEF 19497, RB 3447, IT 3275; Dossiernr: 2020/00267 (Vodafone) Televisiecommercial. Reclame-uiting. De klacht is gericht tegen de televisiecommercial van Vodafone, waarin door de voice-over wordt gezegd dat Vodafone 5G gebruikt, terwijl Vodafone in feite 4G gebruikt met een hogere snelheid. De frequenties die bestemd zijn voor 5G worden pas aan het eind van het jaar geveild. Naar het oordeel van de Commissie is de commercial misleidend, nu essentiële informatie ontbreekt die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te kunnen nemen. De grieven van Vodafone komen in de kern erop neer dat de Commissie ten onrechte heeft geoordeeld dat het als 5G aangeprezen netwerk van Vodafone (nog) niet de innovatieve mogelijkheden van 5G aanbiedt en Vodafone dus geen volwaardige 5G aanbiedt. Het College concludeert dat Vodafone volwaardige 5G aanbiedt over de 1800 MHz band en geen ‘opgewaardeerde 4G’. Dit leidt tot de conclusie dat er geen noodzaak bestaat in de commercial het voorbehoud op te nemen dat de getoonde toepassingen pas mogelijk zijn als de ‘5G frequenties’ zijn geveild. De beslissing van de Commissie wordt vernietigd en de klacht wordt alsnog afgewezen.

IT 3270

Grifoni Waterman: eerste uitspraak HvJ EU over netneutraliteit en zero-rating

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 15 september 2020 zijn eerste arrest over netneutraliteit en zero-rating gepubliceerd [IT 3249]. De zaak die aan het HvJ EU is voorgelegd, heeft betrekking op twee mobiele telefoonabonnementen van Telenor in Hongarije. Beide abonnementen hadden een datalimiet maar het gebruik van bepaalde applicaties telde niet mee voor het dataverbruik. Dit soort abonnementen worden “zero-rated” abonnementen genoemd. Bovendien hebben beide abonnementen de snelheid van het dataverkeer sterk vertraagd zodra de datalimiet werd bereikt, met uitzondering van de ‘zero rated-applicaties’. Het HvJ EU oordeelde dat dit soort zero-rated abonnementen in strijd is met de Europese regels omtrent netneutraliteit.
Lees verder.

IT 3266

Vordering porteren nummers naar andere provider afgewezen

Rechtbank 2 sep 2020, IT 3266; ECLI:NL:RBAMS:2020:4348 (Eiseres tegen Message To The Moon), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-porteren-nummers-naar-andere-provider-afgewezen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 2 september 2020, IT 3266; ECLI:NL:RBAMS:2020:4348 (Eiseres tegen Message To The Moon) Telecomrecht. Uitleg overeenkomst. Eiseres is een bv actief op het gebied van de levering van medische hulpmiddelen. Message To The Moon (hierna: MTTM) biedt telecommunicatiediensten aan. In dat kader houdt zij zich onder meer bezig met het doorschakelen van 0800 en 0900-servicenummers naar de telefooncentrale van haar klanten. Na een zakelijke relatie van vijftien jaar zegt eiseres haar overeenkomst met MTTM op. Vervolgens ontstaat een geschil over de rechtsgeldigheid van de opzegging. Eiseres vordert MTTM te veroordelen om mee te werken aan het porteren van haar servicenummers naar een andere serviceprovider. Eiseres heeft de overeenkomst niet rechtsgeldig opgezegd. De vordering van eiseres wordt afgewezen. In reconventie wordt eiseres verboden haar servicenummers bij MTTM te (laten) porteren naar een andere provider, zolang de afkoopsom voor voortijdige beëindiging van de overeenkomst niet is voldaan of de overeenkomst niet alsnog rechtsgeldig is geëindigd.