IT 2824

Dexia verplicht persoonsgegevens te verstrekken

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 juli 2019, IEF 18618, IT&R 2824; ECLI:NL:GHARL:2019:6142 (Dexia tegen verweerder) Persoonsgegevens. Verweerder heeft met de rechtsvoorganger van Dexia een effectenleaseovereenkomst gesloten. Verweerder heeft Leaseproces gemachtigd om namens hem in het geschil met Dexia op te treden. Leaseproces heeft namens verweerder verzocht om een volledig overzicht te ontvangen van alle verwerkte persoonsgegevens op basis van artikel 35 Wbp. Dexia voert aan dat zij niet gehouden is deze gegevens te verstrekken op basis van art. 35 Wbp. Verweerder heeft in eerste aanleg verzocht Dexia te veroordelen tot verstrekking van de gegevens. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van misbruik van bevoegdheid, de gegevens moesten worden verstrekt. In hoger beroep stelt Dexia de omvang van het art. 35 Wbp ter discussie en dat de rechtbank ten onrechte geen misbruik van bevoegdheid heeft aangenomen. Dexia is terecht opgedragen alsnog een volledig overzicht te verstrekken van de verwerkte persoonsgegevens.

5.2. Dexia stelt primair dat [verweerder] met zijn inzageverzoek als zodanig misbruik van recht (in de zin van artikel 3:13 lid 2 Burgerlijk Wetboek) maakt, omdat hij met dat verzoek niet beoogt zijn privacybelangen te dienen, maar zijn vermogensrechtelijke belangen.

5.5. Het hof is - evenals de rechtbank - van oordeel dat van misbruik van recht geen sprake is. [verweerder] behoeft bij zijn verzoek op grond van artikel 35 Wbp geen bijzondere redenen op te geven, omdat aan een dergelijk verzoek in het algemeen een rechtmatig belang ten grondslag ligt (vgl. Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4663, recent herhaald in de conclusie van A-G Drijber, ECLI:NL:PHR:2018:1273 voor Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2378). Dat het [verweerder] in het bijzonder te doen zou zijn om kennis te nemen van gegevens waarover hij niet maar Dexia wel beschikt en die mogelijk benut kunnen worden om zijn positie in een aangekondigde civielrechtelijke procedure te versterken, is gelet op het voorgaande onvoldoende om misbruik van recht aan te nemen. Niet, althans onvoldoende, is verder gebleken dat [verweerder] zijn inzageverzoek enkel zou hebben gedaan om Dexia te schaden. Het enkele feit dat het verzoek ook betrekking heeft op persoonsgegevens uit de correspondentie tussen Dexia en Leaseproces, is daartoe onvoldoende, omdat gesteld noch gebleken is dat het verzoek alleen gegevens betreft die ook al zijn vastgelegd in die correspondentie, zodat niet vaststaat dat [verweerder] enkel heeft verzocht om wat hem al bekend was of behoorde te zijn. Grief II treft dan ook geen doel.