IT 2758

Eerste Kamerleden moeten als publiek figuur meer dulden

Vzr. Rechtbank Amsterdam 25 april 2019, IEF 18423, IT 2758; ECLI:NL:RBAMS:2019:2967 (Kamerlid tegen Quote) Privacyrecht. Eerste Kamerlid heeft rectificatie gevorderd van een artikel in Quote dat over haar is verschenen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een onrechtmatige publicatie en wijst de vordering af. Daarbij speelt een rol dat eiseres als publiek figuur meer kritiek heeft te dulden dan iemand zonder publieke functie. Haar handelen (ook buiten de Kamer) kan immers invloed hebben op haar functioneren als volksvertegenwoordiger. Hetgeen Quote over eiseres schrijft vindt voldoende steun in de feiten en Quote heeft eiseres voldoende gelegenheid geboden voor wederhoor. Bovendien levert het artikel een bijdrage aan het actuele maatschappelijk debat over de integriteit van Kamerleden.

4.5. Niet in geschil is dat [eiseres sub 1] door het artikel van 15 maart 2019 in haar eer en goede naam is aangetast zodat sprake is van een inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer. Van belang is echter dat zij als lid van de Eerste Kamer een publiek figuur is. Zij moet zich daardoor meer laten welgevallen dan een burger als private persoon. Haar handelen buiten de Eerste Kamer raakt mogelijk immers ook haar functioneren als kamerlid, of minst genomen het aanzien van het ambt van volksvertegenwoordiger. Bovendien is het debat over de integriteit van volksvertegenwoordigers en over mogelijke belangenverstrengeling actueel. Niet alleen [eiseres sub 1] is eerder onderwerp geweest van publicaties over belangenverstrengeling, maar ook andere (VVD-)politici zijn de afgelopen jaren in het nieuws geweest in verband met integriteitskwesties. De samenleving is erbij gebaat te worden geïnformeerd over de (on)kreukbaarheid van haar vertegenwoordigers, en Quote heeft er dus belang bij om het electoraat daarover te informeren en het handelen van volksvertegenwoordigers (ook buiten de Kamer) kritisch tegen het licht te houden.

4.6. Het artikel in Quote vindt voorshands voldoende steun in de feiten. De journalisten van Quote hebben gesproken met acht bronnen, van wie een drietal ten behoeve van deze procedure on the record heeft verklaard, en Quote heeft de beschikking over het beslagdossier en een groot aantal e-mailberichten tussen [eiseres sub 1] en verschillende partijen. De titel “Geldeiser legt beslag op bedrijf VVD-senator [eiseres sub 1] ” is feitelijk juist: [informant 1] heeft immers beslag gelegd ten laste van [eiseres sub 2] voor een vordering die door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag is begroot op ruim € 900.000,-. Dat het beslag reeds van rechtswege was vervallen op het moment dat het artikel werd gepubliceerd maakt de uitlating nog niet misleidend. Bovendien heeft Quote dit feit al op 16 maart 2019 bekend gemaakt. Ook de stelling van [eiseres sub 1] dat RiSource geen vordering had op haar of [eiseres sub 2] , maakt niet dat Quote in strijd met de waarheid heeft gepubliceerd. [informant 1] pretendeert immers een vordering te hebben, en is daarin niet de enige. De strekking van het artikel is dat de beslaglegging past in het beeld van wanbetaling door [eiseres sub 1] en de vennootschappen van haar en haar echtgenoot. Daarover is al eerder gepubliceerd (zie hiervoor onder 2.7) en de door Quote in dit geding aangehaalde bronnen bieden daarvoor voorshands voldoende steun (zie hierna onder 4.8). [eiseressen] heeft nog gesteld dat de eigendomsverhoudingen binnen de ‘ingewikkelde kluwen van tien BV’s’ eenvoudig uit het register van de Kamer van Koophandel zijn af te leiden. Dat maakt echter nog niet dat Quote zich misleidend heeft uitgelaten. Uit de stukken blijkt immers dat het voor verschillende leveranciers allerminst duidelijk is hoe de verhoudingen binnen de BV’s liggen, althans Quote stelt dat de formele verhoudingen (die uit het register zijn af te leiden) geen recht doen aan de feitelijke situatie, waarin [eiseres sub 1] een cruciale rol speelt. Gelet op het grote aantal (door Quote overgelegde) e-mailberichten die [eiseres sub 1] heeft verzonden over de vorderingen waarmee zij naar eigen zeggen niets van doen heeft, vindt ook deze uitlating voldoende steun in de feiten.

4.10. De conclusie is dat de publicatie van 15 maart 2019 voorshands niet onrechtmatig is. Van de verklaring van de anonieme bron die ter zitting is overgelegd heeft de voorzieningenrechter geen kennis genomen omdat dat voor de beoordeling niet meer nodig is. De envelop met daarin de verklaring wordt ongeopend retour gezonden aan de advocaat van Quote. De gevorderde rectificatie en schadevergoeding zullen worden afgewezen.